zondag, 18 januari 2004
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

RECHT op rookvrije werkplek.

Op 2 januari hebben we belicht dat het onlogisch is als de wetgever, ALS hij zich bemoeit met dingen die een gevaar voor de burger zijn, hij dan niet begint met het gevaarlijkste apparaat: de auto.

Vandaag vragen we ons af ten koste van wie en van wat dat recht op die rookvrijewerkplek geleverd wordt?

Iedere keer als er iemand een recht krijgt, moeten we ons afvragen: ‘Ten koste van wie? ‘

Als iemand een recht op iets heeft, moet hij dat krijgen ook. En iemand MOET dat dan leveren!

In dit geval de werkgever. Dat kost altijd geld; de voorzieningen moeten gemaakt worden en de organisatie aangepast.

Gevolg hiervan is dat dit in de prijs verwerkt gaat worden. Practisch alle produkten zullen daardoor duurder worden.

Ook komt de vraag wat zijn de verborgen kosten die aan deze wet verbonden zijn.

Bij de meeste overheidsmaatregelen zijn altijd dingen die de mensen zien, en dingen die men niet ziet. (Frederic Bastiat heeft dat 200 jaar geleden al duidelijk gemaakt)

In dit rookgeval zien we dat er geen rook is op de werkplek, op het station, in het stadion en nog veel meer andere plekken.

Wat we niet zien, is de extra stress die dit aan rokers bezorgt. Hoeveel extra fouten worden daardoor gemaakt? Hoeveel extra ongelukken worden hierdoor veroorzaakt? Hoe wordt de werksfeer er door beïnvloed? Allemaal dingen die invloed hebben op de prijs van de produkten die de burgers straks moeten betalen.

Hoeveel extra belasting moeten de burgers opbrengen om te compenseren voor de mindere opbrengsten aan accijnsen?

En als het waar is dat door roken de ziekte Alzheimer wordt verminderd, hoeveel meer mensen zullen dan meer lijden?

En wat zien we nog meer niet?

Zijn naar deze zaken ook onderzoeken gedaan?

Frederic Bastiat: DE WET: www.libertarian.nl…

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Rechten
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Ivo schreef op : 1

    Ik dacht dat de libertarische oplosssing van het roken, juist zoals die van het pissen en het kakken, iets te maken had met de beslissing van de eigenaar van het onroerend goed waar dat gebeurt, maar Hub maakt geen onderscheid tussen private en publieke eigendom.

    Meer zelfs alle soorten eigendom worden door elkaar gehaspeld:

    “In dit rookgeval zien we dat er geen rook is op de werkplek, op het station, in het stadion en nog veel meer andere plekken. “, zo luidt het.

    Foei!

    Wat Bastiat en de Wet betreft: Bastiat schijft (ik citeer zonder de accenten): “La loi devrait se borner a respecter toutes les personnes, toutes les libertes, toutes les proprietes.” In het Nederduitsch betekent dit dat de Wet zich zou dienen te beperken tot het beschermen van alle personen, alle vrijheden, alle eigendom.

    Sorry, Hub, het eigendomsrecht heeft voorrang op de vrijheid van roken.

    Hub schrijft ook “Iedere keer als er iemand een recht krijgt, moeten we ons afvragen: “Ten koste van wie? “. Wat hij bedoelt is waarschijnlijk dat iemand het recht krijgt op een rookvrije ruimte. Of bedoelt hij recht op roken? Als ik niet mag pissen en kakken, maar zou jij dan mogen roken?

    Hub vraagt zich af ten koste van wie en van wat dat recht op die rookvrije werkplek geleverd wordt. Waarom vraagt Hub zich dat niet af betreffende een pis- en kakvrije plek? Of is het omdat de agressie van het roken thans algemeen aanvaard is, dat dat zomaar moet aanvaard worden?

    Het was het socialisme zeker dat het had over het niet-agressie beginsel?

  2. Mira schreef op : 2

    Dit keer ben ik het met Ivo eens, Hub. Een rook-vrije plek kost niets. Het spaart zelfs olie, want je hoeft het raam niet zo ver open te zetten, en kunt dus de verwarming lager zetten. En al die gestressde mensen in de onthoudingsverschijnselen moet je toch afwegen tegen de gestressde mensen die niet kunnen werken omdat ze misselijk zijn van de cigarettenrook.

    Een vriendin van mij is ambtenaar op een ministerie in Den Haag. Bij hun was voorheen de (zeer redelijke) regel dat er op kantoor gerookt mag worden, zolang alle werknemers rokers zijn, of geen bezwaar hebben tegen roken. Dat was op haar kantoor het geval. Nu mogen ze plotseling niet meer roken. Gezien de werkgever de zelfde partij is als die die wet heeft gemaakt (de overheid) kun je je afvragen of hier sprake is van een ontoelaatbare, eenzijdige wijziging van de arbeidsovereenkomst is. Was haar werkgever een particulier, kon ik volstaan met mopperen over dat de overheid zich bemoeit met zaken waar het niets mee te maken heeft.

  3. Albert Spits schreef op : 3

    Waar we het in feite over hebben is overlast. Net als met drugsverslaafden kunnen ook rokers overlast veroorzaken. Als de werkgever bereid is om rookvrije plekken te arrangeren voor de niet-rokers, dan is iedereen content. Het kan ook zo zijn, dat werkgevers graag rokers hebben, omdat dat hun producten goed aanprijst, zie bijvoorbeeld tabakswinkels. In de horeca kan men of rookvrije plekken garanderen, of een niet-rokersetablissement openenen. De werkgever beslist uiteindelijk, of er mag worden gerookt of niet, want hij of zij is verantwoordelijk voor zijn of haar medewerkers. Ik zie hier niets onlibertarisch aan.

  4. m a r g o t schreef op : 4

    Nou, ik vind dat we daar gewoon RECHT op hebben, er bestaat ook nog zoiets als Allergie, weet je wel??? en ASTMA bijvoorbeeld!!!

  5. Willem A schreef op : 5

    ik ben allergisch voor politici

    geeft mij dat het RECHT op politici vrije ruimten/landen?

    Er bestaat ook nog zo iets als vrije menings uiting, weet je wel???

    en betutteling en anti vrije keuzes bijvoorbeeld!!!