vrijdag, 17 september 2004
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Yuppenserenade

Volgens de economen van de Oostenrijkse School spat de zeepbel-hausse uit elkaar zodra de kredietexpanse ophoudt. Als een crisis inderdaad een krediet-hausse volgt dan kijkt Jan Champagne, oftewel de gemiddelde yup met geleend geld in de markt en geen enkel spaargeld, aan tegen een serie onplezierige gebeurtenissen. Hier is bijvoorbeeld een mogelijk scenario.

1. De markten dalen en Joe krijgt een telefoontje om bij te storten. Hij moet verkopen of bijsoupleren. De daarop volgende baisse-markt vaagt zijn aandelenportefeuille weg. Het idee dat aandelenbezit hetzelfde was als een spaarrekening wordt dus voorgoed tot het land der fabelen verwezen.

2. De plotselinge inzakking van de aandelenmarkt vertraagt de economie. Jan ontdekt dat zijn aandelenopties waardeloos zijn geworden en het bedrijf waar hij voor werkt bezuinigt. Of hij of zijn vrouw kunnen hun baan verliezen. De inkomsten van het gezin dalen.

3. De maandelijkse aflossingen op de 100% gefinancierde hypotheek nemen een grote hap uit de inkomsten van het gezin. De waarde van Jans huis is nu beneden de waarde van zijn hypotheek.

4. De prijzen van alle invoerproducten zoals olie stijgen enorm omdat de doller behoorlijk gedaald is. Jan en zijn gezin kunnen het zich niet meer veroorloven om winkelcentra te bezoeken.

5. De rente gaat gigantisch omhoog en de hypotheek met variabele rente stijgt mee. Zijn periodieke afbetalingen worden onmogelijk. Tevens heeft Jan grote moeite om zijn credit card af te betalen, want de kosten van het lenen zijn onacceptabel hoog. Een nieuwe auto of grote aankoop is dan ook uit den boze.

6. Het bedrijf van Jan verklaart zich failliet. Hij krijgt een andere baan tegen de helft van zijn vorige salaris.

7. Het huis van Jan wordt per opbod verkocht. Jan en zijn gezin gaan inwonen bij zijn zuster.

8. De aandelenmarkten blijven continu dalen. Het pensioen van Jan is nu waardeloos geworden. Nu kan zijn gezin zich alleen maar de basisbehoeften veroorloven.

9. Nu verliest ook de vrouw van Jan haar baan. Ze vraagt een uitkering aan, maar de inkomsten van de overheid zijn ook dermate gedaald, dat de uitkeringen ook worden gekort.

10. Jan lijdt aan hevige depressies en kijkt dagelijks naar het financiële nieuws, waar langzaam een volledige paniekstemming uitbreekt in zowel de aandelen- als de obligatiemarkten. Jan ziet hoe de dollar in elkaar stort en de rentestanden gierend omhoog gaan, terwijl de liquiditeit verdwijnt.

11. Jan besluit om zich failliet te verklaren.

12. Jan gaat naar zijn ouders toe om hulp te vragen, maar zijn ouders hadden ook al hun geld gestopt in de geldmarkt en obligaties en ontdekken dat ze deze niet kunnen inwisselen. De inzinking zorgt ervoor dat de geldmarktfondsen niet meer liquide zijn. Junk bonds oftewel hogerente-obligaties storten in elkaar en de houders daarvan zitten in de val en zullen nooit een cent meer ontvangen. Bedrijfsobligaties zien een massale verkoop en inzakkende waarden. De ouders van Jan worden financieel weggevaagd.

13. Dit is dan nog niet eens het ergste, want er bestaat de mogelijkheid voor nog meer faillissementen, d.w.z. een totale ineenstorting welke het gehele vermogen van Amerika wegvaagt en het volk zonder hulp van wie dan ook in de steek laat.

We zitten dan allemaal in dezelfde boot.

Jim Cook in zijn boek ,,The Great Gold Comeback” uit 2002.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Economie
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Nuchtere Nederlander schreef op : 1

    ELK NADEEL HEP ZIJN VOORDEEL

    1. John’s bankrekening wordt aangezuiverd; dit versterkt het aangetaste vertrouwen in de bank;
    2. Het gezin leert de tering naar de nering te zetten;
    3. De lucht loopt uit het huis, de OZB gaat omlaag;
    4. De levensmiddelen komen weer dichter bij huis; lopen is gezond en beter voor het miljeu dan autorijden;
    5. Bij een hogere rente krijgt kapitaal weer waarde. Minder plastic geld vermindert de totale geldhoeveelheid (M3) en is beter voor het overzicht van het John’s huishoudboekje;
    6. John’s nieuwe inkomen weerspiegelt iets beter de toegevoegde waarde van zijn maatschappelijke prestaties;
    7. John maakt als 40-jarige kennis met zijn zuster;
    8. John is nog jong en hoeft gelukkig nog niet met pensioen; eindelijk kan hij aan pensioensparen gaan denken;
    9. John wordt enige kostwinner, net als vroeger;
    10. John vraagt zijn omgeving om psychische bijstand: hij leert van de medisch psycholoog, hoe hij een sociaal leven kan opbouwen;
    11. John bereikt de bodem van de put; vanaf nu kan hij de toekomst met optimisme tegemoet zien;
    12. John had sinds 20 jaar vergeten, dat hij nog ouders had. Een goede gelegenheid om ze weer eens op te zoeken;
    13. Volledige ineenstorting van de Amerikaanse economie luidt het einde in van de Amerikaanse agressie en is dus goed voor de wereldvrede.