Deze week herdenken we het einde van de Tweede Wereldoorlog 60 jaar geleden. Veel is er over geschreven en gedocumenteerd en een groot aantal mensen hebben zich ooit de vraag gesteld hoe dit zo ver had kunnen komen.
Het Duitsland van de jaren 20 en 30 werd gezien als een hoogbeschaafd land met een enorme technologische vooruitgang. Diverse oorzaken werden door geschiedkundigen aangegeven, zoals het opkomend nationalisme, de economische crisis, het karakter van de Duitsers en nog een aantal andere redenen.
Er is eigenlijk maar één man geweest die de oorlog en het nazisme in het juiste perspectief zag en dat was Friedrich von Hayek.
In 1944 schreef hij een boek genaamd ,,De weg naar slavernij” (The road to serfdom). In dit boek beschreef hij uitvoerig over de voorgeschiedenis van het nazisme, oftewel het nationaal-socialisme. Het begon in werkelijkheid al in de tweede helft van de 19e eeuw, toen Otto von Bismarck, bijgenaamd de IJzeren Kanselier, de Ouderdomswet invoerde. Dit was een wet die stipuleerde dat iedereen na zijn 65e levensjaar recht had op een staatspensioen. Uiteraard werd dit opgebracht door de andere belastingbetalers.
Dit werd het officiële afscheid van het Duitse liberalisme en bracht de staatsdoctrine van het socialisme in Duitsland. Dit systeem vond navolging in andere landen in Europa en Amerika. Maar Duitsland bleef toch telkens 20 jaar ‘vooruit’ te zijn in haar ‘progressieve’ en ’sociale’ wetgeving. Hoe meer de staat inbreuk maakte op het leven van de burger, hoe meer de burgers hun natuurlijke vrijheden verloren. Dit mondde uit in de Eerste Wereldoorlog met de invoering van de nationale dienstplicht, waarop honderdduizenden Duitsers het leven lieten.
Na deze oorlog verdween het keizerlijk regime en daarvoor in de plaats kwam de Weimar Republiek. Om aan de reparatiebetalingen aan Engeland en Frankrijk te voldoen drukte de Reichsbank miljarden marken, welke tot hyperinflatie leidde begin jaren 20. In 1923 stortte de economie in elkaar en werd de middenstand compleet weggevaagd. Niettemin groeide de Weimar Republiek uit tot een socialistische staat, waar later een mislukte kunstschilder enorm van zou profiteren. Hayek vertelde daarom dat Hitler nauwelijks iets hoefde te veranderen aan zijn nationaal-socialistische staat, omdat de wetgeving al door de Weimar-regering was geïmplementeerd.
In 1933 werd Adolf Hitler democratisch gekozen, maar had een minderheid in het parlement. Dankzij een coalitieregering met de Sociaal-Democraten onder leiding van Franz von Papen, werd Hitler kanselier en Von Papen vice-kanselier. Trouwens, in 1947 werd de sociaal-democraat Von Papen veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf vanwege zijn aandeel in het beramen van de Tweede Wereldoorlog.
Zoals Friedrich von Hayek al beschreef was de oorzaak van deze gruwelijke oorlog niet het nationalisme, de Duitse aard of de economische crisis, maar zat deze veel dieper en zijn de grondslagen daarvoor al in de 19e eeuw gelegd, namelijk het socialisme.
We hebben dit tevens kunnen zien aan andere landen met genocidale regimes, zoals Italië, Rusland, China en Cambodja. In de 20e eeuw is de doctrine van het socialisme dus verantwoordelijk geweest voor de moord op meer dan 160 miljoen mensen.
Als we dit niet meer willen laten gebeuren laten we dan zorgen dat het socialisme in wat voor een vorm dan ook nooit meer een kans zal krijgen om invloed op de overheid uit te oefenen, want het socialisme is en blijft een totalitaire ideologie en is de bron geweest van alle dictatoriale seculiere regimes in de 20e eeuw.








Doorsturen
Printen








Die socialistische/communistische rampenplannen gingen altijd vergezeld van een misplaatst (en afgedwongen) soort optimisme: het ging steeds beter, dat werd de bevolking steeds toegebruld. Dat het nog niet volmaakt was, kwam altijd door de tegenstanders, die dan ook massaal werden afgemaakt als vijanden van het volk.
De EU is het zoveelste opstapje naar een soort socialistische unie. We zullen misschien niet massaal worden afgemaakt, maart er bestaan andere manieren om de bevolking tot slaaf te maken. Subtiele bureaucratische systemen, zo ingewikkeld, dat democratie een farce wordt, omdat haast niemand het meer begrijpt.