vrijdag, 17 juni 2005
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Bedenkingen bij “Cogito Ergo Sum”.

Met de uitspraak “Cogito Ergo Sum”, ( Ik denk, dus ik ben) trachtte de 17e eeuwse Franse filosoof, wiskundige en natuurwetenschapper René Descartes (Cartesius) de filosofische vragen van zijn tijd aan te pakken.
Zijn doel met deze uitspraak was een nieuwe start te geven aan de verzande filosofie uit zijn tijd door te beginnen bij het enige dat hij met zekerheid meende te weten.

Hij wist dat hij dacht, en vanuit dit onweerlegbare feit kwam hij er toe om te concluderen dat hij dus ook bestond. Dit vatte hij samen in drie kleine woordjes, Cogito Ergo Sum, een indrukwekkend efficiënte manier om te reageren tegen het labyrint van filosofische strekkingen uit zijn tijd.

Descartes’ bewering was strikt genomen onjuist, maar als U mij niet te al te strikt houdt aan de regels van de filosofie, en met een wat rebelse knipoog, wil ik enkele andere inzichten blootleggen die verborgen zitten in deze parel van filosofische beknoptheid.

Ik denk niet (onopzettelijke woordspeling) dat iemand, Descartes zelf inbegrepen, bezwaar zou hebben tegen deze triviale uitbreiding van zijn gedachte: “Ik denk voor mezelf, dus ik ben”, aangezien zijn punt in de eerste plaats was dat hij het zelf was die dacht.

Niemand zal er ook bezwaar tegen hebben dat ik de uitspraak wat dichter laat aanleunen bij het originele Latijn: “ik denk voor mezelf, dus ik besta.”

Wat deze uitbreiding verliest inzake beknoptheid, wint ze ruimschoots terug inzake betekenis. Denken voor onszelf is wat ons ertoe in staat stelt om een stempel te drukken op onze wereld.
Het is wat ons onderscheidt van de voorthollende menigte. Het is wat ons definieert als individu en wat ieder van ons in staat stelt om uniek te zijn.
Het vermogen om voor onszelf te denken is ons kostbaarste bezit. Van zodra we dit opgeven, geven we datgene op dat ons maakt tot wie we zijn. We geven onze identiteit op, en dus, van de weeromstuit, ons bestaan. We worden gelijk aan nul.

Hand in hand met “denken voor onszelf”, en onafscheidelijk van het concept van het denken, is “beslissen voor onszelf”. Als we niet voor onszelf denken, kunnen we zeker niets voor onszelf beslissen. Als we anderen laten beslissen voor ons, kunnen we net zo goed niet beschikken over het vermogen om te denken. Zonder voor onszelf te beslissen wat goed of slecht is, mooi of lelijk, juist of fout, kunnen we zeker geen legitieme claim op een eigen identiteit doen gelden.

Dit is zomaar geen filosofisch geleuter. We ondervinden de implicaties van ” als ik niet denk voor mezelf, hou ik op te bestaan” alle dagen. Dit is in het bijzonder waar als we werken in gelijk welke organisatie van betekenis. “Doe het omdat ik het zeg!” is een frontale aanval op het persoonlijk denken en het individuele beslissingsproces.

Als we voor een mogelijke verandering staan, houden de meesten onder ons ervan om te trachten te begrijpen (denken en beslissen voor onszelf) waarom die verandering noodzakelijk is voordat we haar implementeren. “Doe het omdat ik het zeg!” negeert niet enkel deze voor de hand liggende methode om verandering te accepteren, maar verwerpt ze ook totaal. In zes kleine woorden stelt deze uitspraak klinkklaar dat we het recht niet hebben om de materie te trachten te begrijpen, er vragen over te stellen of er zelfs maar over na te denken. We hebben slechts één optie, en dat is om te doen wat gezegd wordt. Ongeacht wat “het” is.

De managementstijl die hoort bij ” Doe het omdat ik het zeg!” roept een onmiddellijk buikgevoel op – om weerstand te bieden, terug te slaan, er tegenin te gaan. Kortom, het onbewuste denkproces is dit: “Ik denk voor mezelf en dat creërt mijn identiteit. Als iemand mijn denken van mij afneemt, veroorzaakt hij dat ik ophou te bestaan. Daarom zal ik zijn bevelen weerstaan”.

Of, met respect voor Cartesius, “Cogito Ergo Resisto”. “Ik denk, dus ik bied weerstand.”
Ik blijf staan waar ik sta, tot ik een reden heb om te bewegen.”

Peter De Jager is een toonaangevend spreker, schrijver en consultant, gepassioneerd door het verschijnsel verandering, hoe organisaties erdoor worden beïnvloed, en hoe het hen toelaat om te groeien en succesvol te zijn. Om meer te lezen over zijn werk, bezoek www.technobility.com.

Dit artikel verscheen eerder op www.theatlasphere.com en werd vrij vertaald door Bud Rrevensky.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Vrijheid
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Arby schreef op : 1

    Uitstekend artikel.
    Het raakt de kern van het terechte verzet tegen autoriteiten en overheden die over ons heen proberen te lopen met hun "beter weten" en "doe wat ik zeg".

    Tijd dat meer mensen zich dit bewust gaan worden en daadwerkelijk beginnen te bestaan!

  2. Harry schreef op : 2
    Harry

    Prima artikel. Het doet (mij) denken aan het begrip "vervreemding", zoals dat door Marx werd omschreven.
    Volgens Marx’ kronkel is het kapitalisme de oorzaak van vervreemding. Hij meent, dat de mens vrij is, maar dat arbeid de mens vervreemdt. De enige arbeid die de mens volgens hem niet vervreemdt, zou kunstbeoefening zijn.

    Marx’ kronkel kan eenvoudig weerlegd worden door het woord kapitalisme te vervangen door
    "totalitarisme" of "collectivisme". Pas dan snijdt zijn betoog hout.

    Zie bijv.: www2.eu…

  3. Hub schreef op : 3
    Hub Jongen

    Ayn Rand heeft ergens aangetoond dat de stelling van Descartes fout is, en moet worden omgedraaid:
    Niet;"Ik denk, dus ik ben" maar:
    "Ik ben, dus ik denk".

    Als je er namelijk niet bent, kun je ook niet denken! Het "zijn" is primair!

  4. Cincinnatus. schreef op : 4

    [3] Hub,

    Volgt logischerwijze uit "zijn" ook "denken" ? klopt het dat
    "Ik ben DUS ik denk" ?

    Andersom valt wel te deduceren uit het geven dat je "denkt" dat je er ook moet "zijn".

    Groetz,

    Cincinnatus

  5. joeri schreef op : 5

    "ik ben EN ik denk" of "ik denk DUS ik ben".

  6. Beek schreef op : 6

    Wat een onzin toch allemaal.
    Ik denk niet dat ik denk, dus denk ik dat ik er niet ben, hoewel ik dat denk en er dus eigenlijk toch ben.
    Ik poets mijn tanden, dus ik ben.
    Een ander kent mij, dus ik ben.
    Een zuigeling denkt niet veel; is er dus eigenlijk niet.
    En als ik dement word denk ik niet meer en ben ik er dus eigenlijk niet. Hoeft de verpleegster mij ook niet te helpen, ik ben er toch niet. Zo’n verpleegster ziet dingen die er niet zijn.
    Amusement betekent: niet overdenken, niet overpeinzen. Als we ons amuseren zijn we er dus even niet.
    Of bedoelt Descartes: mijn zijn = mijn denken? Mijn zijn = mijn hersenen?
    Hoe groter mijn hersenen, hoe meer ik ben?
    Hoewel mensen met kleine hersenen toch behoorlijk aanwezig kunnen zijn.
    Ik denk, DUS ik bied weerstand? Ik bied weerstand tegen het libertarische gedachtengoed, omdat ik denk?
    Op school bied ik voortdurend weerstand, wil niet leren, omdat ik denk?
    Ik bied weerstand tegen het door mij getekende contract, omdat ik denk?
    Filosofie: vaak flauwe woordenspelletjes.

  7. Owl schreef op : 7

    Ik hou nooit zo van dit soort "filosofie". Dat ik besta lijkt me nogal wiedes.
    Ik denk voor mezelf, omdat ik anders niets anders dan een voorgeprogrammeerde robot zou zijn. En dan nog is veel van mijn gedachten bevooroordeelt door mijn genen en ervaringen.
    Ik kies voor vrijheid, omdat het idee van slavernij me gevoelsmatig en verstandelijk niet zo bevalt, en omdat een ander geen enkel rationeel argument heeft, slechts dreiging met geweld, waarom hij\zij voor mij zou mogen denken of beslissen.
    En ik ben mij er volledig van bewust dat wanneer de overheid mij onder dwang iets beveelt, ook al haat ik het, ik slechts de keus heb tussen gehoorzamen, lijden of sterven.

  8. cincinnatus. schreef op : 8

    [7] Owl,

    Dat laatste is gelukkig toch niet altijd het geval : je zou bijv ook
    kunnen trachten te emigreren of veinzen te gehoorzamen maar ondertussen toch je ding doen (denk bijv aan zwart werk of de zwarte markt
    of belastingsontduiking enz…).

    Groetz,

    Cincinnatus.

  9. Cincinnatus. schreef op : 9

    [6] Beek,

    Veel zaken die jij noemt, kun je je ook inbeelden of dromen…je kan dromen je tanden te poetsen, je kan
    hallucineren dat anderen je zien…

    Echter ook dan blijft het blote feit
    van zelfbewustzijn of mentale aktiviteit hetgeen volgens mij
    door Descartes (die poogde een rationalistische filosofisch systeem
    op te bouwen),werd bedoeld.

    Al hallucineer je dat je je de tanden poetst, de hallucinatie is ook een
    mentale aktiviteit.

    Ik vermoed dat ook dementen en babies
    zich van hunzelf bewust zijn.Anders
    ligt het bij bijv hersendoden.

    Groetz,

    Cincinnatus.

  10. Huub Mooren schreef op : 10

    [9] Babies kunnen zichzelf herkennen na een maandje of 18. Volwassen chimpansees, gorillas en orang-oetangs kunnen zichzelf ook herkennen. Zie bijvoorbeeld www.kennislink.nl…

    Jezelf herkennen in een spiegel, zal toch wel 1 aspect van zelfbewustzijn zijn?
    HUub

  11. Huub Mooren schreef op : 11

    [3] ‘cogito, ergo sum’ is een cirkelredenering. Je bewijst een ‘ik’ door gebruik te maken van de defintie van ‘ik’
    Het is een nep uitspraak. Op deze manier kun je het bestaan van willekeurig wat aantonen, eenhoorns, gouden bergen, theepotjes die rond Pluto draaien.
    en.wikipedia.org…

    Als filosofie niet analytisch is, blijf het tobben in die branche. Gel*l van een dronken aardbei.
    Huub

  12. Peter de Jong, Rotterdam schreef op : 12

    [11]
    Klopt Huub, filosofie zou analytisch moeten zijn, en de meeste filosofen doen erg hun best, maar veel klassieke redeneringen zijn onlogisch.

    Een aardige uitwerking van de cogito, ergo sum redenatie is gedaan door regisseur John Carpenter in zijn debuutfilm Dark Star uit 1974: www2.english.uiuc.ed…

    Het artikel gaat over een uiterst belangrijk libertarisch onderwerp: de ethiek van het zelfbewuste individu.
    Dat gaat verder dan je op het eerste gezicht zou denken, want wie zegt dat zo’n zelfbewust individu een mens moet zijn ?

    Dat dieren zichzelf kunnen herkennen klopt. Onderzoek heeft uitgewezen dat intelligente dieren zoals apen, dolfijnen, papegaaien e.d. het verstandelijk niveau kunnen bereiken van een menselijke twee tot vierjarige.

    Dat roept voor libertariers de vraag op of dieren geen mensenrechten moeten krijgen. Een dier doden zou dan gelijk staan aan moord.

    Hetzelfde geldt in de nabije toekomst voor het onnodig uitzetten van intelligente computersystemen.

    Hoewel je die altijd weer kunt inschakelen zal de ervaring voor de machine waarschijnlijk dermate traumatiserend zijn dat de computer je beslist voor de rechter zal willen slepen 😉
    www.cs.us…

  13. Beek schreef op : 13

    [9]
    Het daadwerkelijk tandenpoetsen en het hallicuneren van het tandenpoetsen zijn allebei mentale activiteiten en daarom dus even waar? Als we niet meer dan onze hersenen zijn, kun je dat concluderen. Dan zouden dromen net zo waar zijn als werkelijk ondergane gebeurtenissen. Ik vind dat toch op het randje van de waanzin.

  14. Huub Mooren schreef op : 14

    [12]www.purifymind.com…
    Het waren, dacht ik, Richard Dawkins en Paul Cliteur die de mensenrechten wilden uitbreiden tot de hogere primaten (als toepasbaar)
    Huub

  15. Peter de Jong, Rotterdam schreef op : 15

    [14]
    Bedankt voor je link Huub. Opmerkelijk dat de Nieuw-Zeelanders die wet tegen dierproeven hebben aangenomen, dat wist ik niet. Van de Zwitsers, met hun grote farmaceutische industrie, is dat niet direct te verwachten (hoewel het ze een grote voorsprong op het gebied van computersimulaties van nieuwe geneesmiddelen zou kunnen geven als ze het wel deden).

    Het klopt dat Dawkins en Cliteur een lans hebben gebroken voor dierenrechten, waarbij moet worden opgemerkt dat het bij dierenrechten niet gaat om positive rights, maar om negative rights, zoals het recht om met rust gelaten te worden. Dieren kunnen net zo min bezit zijn als demente bejaarden, babies en comapatiënten, om maar enkele groepen levende wezens te noemen die ook niet tot een moreel besluit in staat zijn.

    Dit essay van David Graham geeft helder weer waarom libertariërs, zuiver op basis van hun uitgangspunten zoals het non-agressie principe, tegen het doden of mishandelen van dieren zouden moeten zijn (zelfverdediging uitgezonderd):
    www.strike-the-root….

  16. Quirium schreef op : 16

    Over het gefilosofeer dat op niets uitdraait: dat is terecht. Daarom waarschuwt de schrijver ook:
    Descartes’ bewering was strikt genomen onjuist, maar als U mij niet te al te strikt houdt aan de regels van de filosofie, en met een wat rebelse knipoog, wil ik enkele andere inzichten blootleggen die verborgen zitten in deze parel van filosofische beknoptheid.
    Dus dat is duidelijk.

  17. Owl schreef op : 17

    [8]
    Cincinnatus,

    Noem me pessimistisch, maar ik denk dat iedere overheid constant werkt aan "oplossingen" om dergelijke ontduiking van wetten onmogelijk te maken. Gezien de technologische vooruitgang, en de apathische of zelfs goedkeurende houding van de meeste mensen bij het inrichten van een alleswetend veiligheidsapparaat, hoeven we niet al te lang meer te wachten tot iedere overtreding of ontduiking van de wet onmogelijk wordt. Het is dan slechts een kwestie van capaciteitsproblemen om alle mensen hun "gerechte" straf toe te delen.

  18. Owl schreef op : 18

    [13]
    Beek,

    Dat is ook waanzin, maar het is wel echt zo. Je perceptie van de realiteit hangt helemaal af van de kwaliteit van je zintuigen. En zelfs als je gelooft in een ziel ben je het er toch wel mee eens dat we zintuigen, en goed werkende hersenen nodig hebben om de realiteit te kunnen ervaren? Anders zou er niet zoiets bestaan als gezichtsbedrog, of geestesziekte.
    Iemand die waanzinnig is, schizofrenen bijvoorbeeld, kunnen hallucinaties hebben die zij net zo echt ervaren als ieder ander ding. En ze kunnen waanideeën hebben die voor hen net zo redelijk lijken als een "normaal" idee.

  19. Cincinnatus schreef op : 19

    [17] Owl,

    Nja…met die inschatting ben ik het helaas wel eens.

    De gaten in het systeem worden steeds
    meer gedicht.
    Het klinkt wat SF-achtig met een hoog
    Orwell-gehalte misschien maar ik denk
    dat we binnen max. 50 jaar allemaal
    rondlopen met een chip in ons lijf
    waardoor sattelieten ons hele doen
    en laten van seconde tot seconde
    kunnen volgen.

    Groetz,

    Cincinnatus.

  20. Cincinnatus schreef op : 20

    [13] Beek,

    Het ging bij Descartes om "radicale
    filosofische twijfel"…wat kunnen we
    zeker weten ? Hoe weten we dat iets
    echt bestaat ?

    Zijn stelling was dat we uit het feit
    dat we denken in ieder geval met zekerheid kunnen opmaken dat we bestaan.Daarmee is nog niet gezegd dat
    hetgeen we denken ook correspondeert met de feiten (dat kunnen hallucinaties
    of dromen zijn).

    Vanuit het axioma "Ik denk dus ik ben"
    heeft Descartes (hij was een begaafd wiskundige) trachten stellingen te
    deduceren die ons moesten toe laten
    dingen met zekerheid te weten.

    Andere filosofen (Locke,Berkley, Hume, Kant, Husserl,…) hebben het vraagstuk op een andere manier
    aangepakt en met andere oplossingen gekomen dan Descartes.

    De jou allicht bekende Francis Schaeffer heeft hierover een goed boekje geschreven : "Hij is er en Hij
    spreekt" waarin hij o.m. Descartes bespreekt en een Christelijk antwoord
    op het "ken-probleem" trachtte te geven.
    www.rationalpi.com…

    Hij begint met de waarschuwende opmerking :

    Christians have tended to despise the concept of philosophy. This has been one of the weaknesses of evangelical, orthodox Christianity — we have been proud in despising philosophy, and we have been exceedingly proud in despising the intellect. Our theological seminaries hardly ever relate their theology to philosophy, and specifically to the current philosophy. Thus, students go out from the theological seminaries not knowing how to relate Christianity to the surrounding world-view. It is not that they do not know the answers. My observation is that most students graduating from our theological seminaries do not know the questions.
    (Francis A. Schaeffer, He Is There and He Is Not Silent, Ch. 1)

    Aanbevolen Beek.

    Groetz,

    Cincinnatus.

  21. Beek schreef op : 21

    [10]
    Als primaten in een spiegel zien, denk ik niet dat ze zichzelf herkennen, maar veronderstellen dat er een andere primaat aanwezig is. Totdat ze ontdekken dat die andere primaat geen werkelijke bedreiging is, en hem vervolgens negeren.

  22. Peter de Jong, Rotterdam schreef op : 22

    [21]
    Dat klopt voor heel veel dieren Beek, maar niet voor primaten als chimpansees, gorillas en oerang utangs. Die kunnen zichzelf herkennen. Je kan er zelfs mee praten (d.m.v. gebarentaal of via computer symbolen). Ook over hun gevoelens (honger, verdriet, enz). Die apen kunnen wel 5000 verschillende begrippen leren. Hun verstandelijke vermogens reiken tot het niveau van een menselijke 4-jarige.

    Maar ook andere dieren blijken intelligent. Onlangs op TV:

    Een Amerikaanse onderzoekster houdt twee speelgoedsleutels van gekleurd plastic voor de neus van een grijze roodstaart papegaai. De ene sleutel is blauw, de andere groen. De blauwe is kleiner dan de groene. Ze stelt de papegaai enkele vragen en het beest geeft antwoord.

    Onderzoekster: “How many ?”
    Grijze roodstaart: “Two.”

    Onderzoekster: “What color ?”
    Grijze roodstaart: “Blue, green.”

    Onderzoekster: “What color bigger ?”
    Grijze roodstaart: “Green.”

    Vervolgens houdt ze een bord met drie verschillende bolletjes gekleurde wol voor de neus van de papegaai. De drie bolletjes zijn ook allemaal verschillend van grootte. De groene is het kleinste, de middelste is rood en de grootste is blauw.

    Onderzoekster: “What color in between ?”
    Grijze roodstaart: “Red.”

    Tenslotte houdt ze twee identieke blokjes voor de neus van de papegaai.

    Onderzoekster: “What different ?“
    Grijze roodstaart: “No.”

    De papegaai blijkt ruim 200 woorden te kennen. Zelfs woorden met twee lettergrepen (“Key-chain”).
    Het beest kan materialen herkennen door een voorwerp even in de bek te nemen (“Wood. Rock.”).
    Ook het tellen van voorwerpen gaat de papegaai makkelijk af (“Five.”).

    Het komt er op neer dat deze papegaai het verstand en de cognitieve vermogens heeft van een kind van twee jaar !

    Hoe is zoiets mogelijk ? Het fundamentele verschil tussen mensen en dieren is toch dat alleen wij kunnen denken en spreken ?

    Als dit verschil helemaal niet blijkt te bestaan, en dergelijke proeven wijzen daar op, moeten dieren dan geen mensenrechten (negative rights) krijgen ?

  23. Owl schreef op : 23

    [19]
    Cincinnatus,

    Gisteren nog in de Nederlandse actualiteit: politiecommissarissen willen een electronische slotgracht om de grote steden, zodat de overheid weet waar "potentiële" misdadigers of terroristen zich bevinden.
    Terug naar de Middeleeuwen, met SF technologie wel te verstaan.
    Nee zo’n chip klinkt me absoluut niet als SF in de oren, het implanteren van chips wordt in sommige gevallen nu al vrijwillig gedaan bij huisdieren, en zelfs bij een (Brits?) kind, waarvan de moeder hem\haar wilde beschermen tegen ontvoering. Het is alleen de vraag of de overheid ooit mensen daartoe zal verplichten. Maar dan alleen omdat de overheid ook verdomde goed weet dat wanneer je iedere vierkante cm van de openbare ruimte kunt filmen met camera’s en satellieten, je niet nog eens een chip hoeft te implanteren, of camera’s in privéruimtes te plaatsen, want dat zou mensen wel eens een "gevoel van onderdrukking" kunnen geven. Camera’s met 360 graden beeld en microfoon op iedere lantaarnpaal kunnen we denk ik wel verwachten, evenals een totale controle van iedere communicatie via internet of andere digitale middelen.
    Ik hoop altijd dat ik paranoïde ben, maar telkens wanneer ik de feiten overzie en afweeg, kom ik tot de conclusie dat we onherroepelijk in een politiestaat terechtkomen. De enige hoop die ik nog enigszins koester is dat het geen totalitaire, maar een vrije staat zal zijn, waar het niet uitmaakt hoeveel de overheid kan zien, zolang je niet écht crimineel bent.

  24. Beek schreef op : 24

    [22]
    Is dit niet gewoon dressuur? Waarbij de mens de betekenissen erin legt? Net zoiets als de fietsende aap. Het zal die aap een worst wezen wat hij doet op een fiets, zolang hij maar zijn beloning krijgt.

  25. Peter de Jong, Rotterdam schreef op : 25

    [24]

    Wat bedoel je met ‘dressuur’ in geval van die grijze roodstaart, of wanneer onderzoekers willekeurige gesprekken voeren met chimpansees d.m.v. de dove gebarentaal ? Dan zouden menselijke kinderen van twee jaar die leren spreken toch ook ‘gedresseerd’ worden ?

    Mensen zijn blijkbaar gewoon een iets hoger ontwikkelde diersoort. Er is echter geen wezenlijk verschil tussen mens en dier. Eventuele verschillen in intelligentie zouden we dus ook niet als argument moeten aanvoeren om dieren slechter te kunnen behandelen dan mensen.

    Mensen die graag kip eten zouden dan ook niet moeten zeuren als mensen als Hannibal Lector een babietje of een demente bejaarde nuttigt met een knoflooksausje 😉

  26. Beek schreef op : 26

    [25]
    Ik versta onder dressuur wat elke dierentrainer onder dressuur verstaat.
    Elke ouder die ziet hoe zijn/haar kind leert lopen en praten zal dit beslist geen dressuur vinden!

  27. Hub schreef op : 27
    Hub Jongen

    [26] Beek, toch lijkt het me wel waarschijnlijk dat "leren lopen" heel erg lijkt op dresseren. Het is het bijbrengen, registreren, van steeds dezelfde MECHANISCHE (?) bewegingen. Ik denk niet dat het kind daar echt bij moet/gaat denken.
    Tot op een gegeven moment ….

  28. Beek schreef op : 28

    [27]
    De uiterlijke verschijnselen lijken op elkaar.
    Maar bij kinderen zie je gewoon hoe graag die kinderen willen leren lopen, en hoeveel plezier ze hebben als hun pogingen slagen. Waardoor de ouder ook plezier heeft.
    Er is een intrinsieke motivatie.
    Bij dressuur is er sprake van een extrinsieke motivatie: de te verkrijgen beloning, meestal in de vorm van voedsel. De handelingen die het dier daartoe door dressuur moet verrichten zijn het dier m.i. volstrekt onverschillig. En hebben voor het dier geen enkele betekenis, dan het verkrijgen van het voedsel. Terwijl de mens er allerlei betekenissen in kan leggen, vanuit de mens gezien.

  29. Beek schreef op : 29

    [28]
    Misschien is het wel het onderscheid tussen de vrijhandelende mens en de (door een staat b.v.) opgelegde handelingen der mensen.
    Maar dit gaat misschien te ver; het schiet mij nu zomaar te binnen.

  30. Beek schreef op : 30

    [27]
    Maar als wetenschappers hebben vastgesteld dat er 40 fasen te onderscheiden zijn in de ontwikkeling van het lopen, en vervolgens een handboek gaan uitgeven voor de ouders, voor het leren lopen van het kind, en de ouders oplegt die 40 stadia met hun kind, binnen door wetenschappelijk onderzoek vastgestelde termijnen te doorlopen, gesteund en ge-observeerd door wetenschappelijke adviesbureaus, ja, dan begint het leren lopen op dressuur te lijken.
    Maar zolang die wetenschapppers zich er niet mee bemoeien, is het leren lopen pure lol, door trial and error, langzaam of sneller, genieten als het lukt, doorzetten als het niet lukt, het gaat bijna ‘vanzelf’. Doordat het kind graag wil leren lopen. En de ouders het graag stimuleren.