In het Engelse blad The Economist stond een artikel over de enorme mondiale huizenzeepbel die is ontstaan sinds het midden van de jaren 90. Het artikel beschrijft de problemen die gepaard gaan met een eventuele correctie in de waarde van het onroerend goed.
Wat veel mensen niet weten is dat er diverse zeepbellen zijn in de wereldeconomie, waarvan de huizenzeepbel helaas een onderdeel vormt. Sinds 1994 zijn overal ter wereld de gelddrukmachines van de overheden op volle toeren gaan draaien. In Nederland gemiddeld zo’n 7% per jaar uitgedrukt in M3. De Amerikaanse centrale bank (Federal Reserve) heeft zo’n 10% per jaar weten te bewerkstelligen. Dit is natuurlijk geen echt geld, maar krediet zonder enige onderliggende waarde. Dit krediet werd gebruikt door de consumenten en bedrijven om de aandelen- , huizen- en obligatiemarkten tot ongekende hoogte te laten stijgen.
Veel overheden zijn op het verkeerde been gezet, omdat de consumentenprijzen laag bleven; zodoende vond men dat het zo’n vaart niet liep met de ‘inflatie’. De aandelen-, huizen- en obligatiemarkten stegen wel, maar dat was, wat men noemde een ‘rijkdomseffect’, want iedereen hoefde maar in deze markten te investeren en men werd ‘rijk’. Het grote probleem met deze visie was dat politici en economen niet zagen dat de inflatie (krediet- en fictieve geldcreatie) ook in andere zaken kon gaan zitten behalve de CPI (consumentenprijzenindex). Keynesiaanse economen en politici dachten gewoon dat dit een normale weeldecreatie was van een ‘goedlopende’ economie en beseften niet dat dit eenvoudig een uiting was van een slecht monetair beleid.
De economische problemen die we nu kennen stammen uit deze tijd, omdat vanaf 1994 men alle voorzichtigheid in de wind heeft geslagen en alle westerse overheden, dus ook Nederland, de gelddrukpersen massaal zijn gaan bemannen.
Deze krediet- en papiergeldcreatie kwam via de bancaire sector in de samenleving terecht en zowel particulieren als bedrijven stortten zich met enthousiasme op de bovengenoemde markten met alle gevolgen van dien. Wat begon als investering mondde gauw uit in excessieve speculatie.
Particulieren kochten huizen en aandelen met als doel deze weer door te verkopen als de prijzen daarvan waren gestegen en de winst op te strijken of zagen deze huizen als extra inkomstenbron om consumptieve artikelen te kopen, zoals vakantiehuizen, dakkappellen, keukens, auto’s, jachten etc. Het benutten van de hogere prijzen van huizen werd foutief betiteld als de ,,verzilvering van de ‘overwaarde”, terwijl het in werkelijkheid het opstapelen van meer schulden (bancaire kredietcreatie) betekende.
Bedrijven begaven zich op het overnamepad en boden tegen elkaar op om andere lucratieve maatschappijen te kopen, zodat de ‘aandeelhouderswaarde’ werd verzekerd en de directie met enorme aandelenopties en bonussen aan de haal gingen, zelfs als deze slecht presteerde. Dit alles werd gefinancierd met krediet gefaciliteerd door de centrale banken en gefinancierd door de bancaire sectoren.
Wat jammer genoeg niet wordt verteld op onze hersenspoelingsinstituten (beter bekend als faculteiten economie en economische hogescholen) is dat inflatie altijd nadelige gevolgen kent. Degenen die de inflatie creëren zijn ook degenen die als eerste profijt hebben van dit geldbeleid. Deze kunnen producten en diensten afnemen alvorens de prijzen onvermijdelijk naar boven zijn bijgesteld als gevolg van deze gecreëerde inflatie. Daarentegen, degenen die het minste of helemaal geen profijt hebben van deze inflatie zijn de mensen die afhankelijk zijn van de jaarlijks geïndexeerde salarisrondes en van uitkeringen moeten rondkomen. Zij zijn gedwongen om deze prijsstijgingen te ondergaan zonder dat ze zich er tegen kunnen wapenen. U begrijpt uit het voorafgaande dat de overheid en de bancaire sector hiervan daarom het meeste profijt trekken en de grote meerderheid van het volk aan het kortste eind trekken.
De inflatie in de vorm van prijsstijgingen die in de aandelen-, huizen- en obligatiemarkten is gaan zitten gaf de gewone man het gevoel dat ook hij kon profiteren van deze hausses. Niet wetende dat na inflatie er ook onherroepelijk deflatie volgt. Dit is nu aan de hand met de mondiale huizenmarkt. In een aantal landen, waaronder Nederland, zijn de huizenprijzen gestagneerd en zullen de komende jaren behoorlijk dalen. Voor veel Nederlanders is dit een nachtmerriescenario, want deze huizen zijn gefinancierd met (top)hypotheken, waarvan een groot aantal via zogenaamde beleggingsconstructies opgedrongen door financiële adviesbureaus en bankinstellingen. Wanneer zowel de huizenprijzen als de aandelenprijzen omlaag gaan dan komen honderdduizenden gezinnen in de problemen, iets wat nu al langzaam op gang komt. Een behoorlijk aantal zal hun huizen (en beleggingen) moeten verkopen (ver) beneden de marktwaarde, waardoor er extra neerwaartse druk komt te staan op de onroerend-goedmarkt. Deflatie is namelijk een inkrimping van het krediet, omdat banken niet meer kunnen of willen lenen aan particulieren en bedrijven met een slechte kredietwaarde.
En dat is dan ook de essentie van een economische crisis, iets wat onze generaties geheel niet kennen, omdat de laatste crisis (deflatie) meer dan 70 jaar geleden heeft plaatsgevonden en degenen die ons er voor konden waarschuwen er helaas niet meer zijn.
http://www.libertarian.nl/NL/archives/000395.php
http://www.libertarian.nl/NL/archives/000464.php
http://www.libertarian.nl/NL/archives/000538.php
http://www.libertarian.nl/NL/archives/000104.php
http://www.libertarian.nl/NL/archives/000112.php
http://www.libertarian.nl/NL/archives/000287.php
http://www.libertarian.nl/NL/archives/000566.php
http://www.libertarian.nl/NL/archives/000124.php
http://www.vrijspreker.nl/blog/?itemid=634








Doorsturen
Printen








Wanneer volgt dan de deflatie? Sinds de Gouden Standaard is afgeschaft in de jaren 1930-1940 zijn de "harde" munten zoals de Pond, Dollar, Gulden e.d. al 2000% in waarde gedaald. Een inflatie van 2000% dus over 70 jaar. Laat de welvaart in die 70 jaar nu ook dramatisch zijn toegenomen in diezelfde "harde" muntenlanden.
Aandelen en Huizen hebben over deze periode genomen een stijgende lijn door gemaakt. Dit ondanks sommige tijdelijke dips, zoals de huizenmarkt rond 1980 en de aandelenmarkt in 1987 en 2001-2003.
Punt is dat als je vermogen hebt dit toch moet laten renderen, of je moet het uitgeven, maar op=op.