De vorige keer hebben we gezien, dat het Nederlandse poldermodel niet voldoet aan democratische criteria, maar dat er sprake is van een explosie van regenten (nieuwe bestuurders in quasi-private bedrijven) en would-be regenten (management hype). Eerder zagen we, dat het poldermodel ook niet garant staat voor een onafhankelijke rechtspraak.
Integendeel. Het compromismodel is verworden tot een stelsel van vriendjespolitiek met de broodheer (in dit geval de Nederlandse staat), ten koste van de rechtsbescherming van de burger. Hoe zouden we de Nederlandse staatsvorm dan wel kunnen omschrijven ? *)
De maatschappelijke rol van de rijksoverheid verandert voortdurend. Ondanks kretologie van politici en media, dat de overheid regelgeving moet verminderen, nemen regelzucht en regelarij toe. Dat komt eenvoudigweg, omdat politici en bureaucraten er absoluut geen belang bij hebben wetten en regels af te schaffen, zoals ik hieronder zal aantonen.
Net als de meeste organisaties streeft de rijksoverheid er voortdurend naar haar onmisbaarheid te bewijzen. Dat zou bij evenwichtige maatschappelijke machtsverhoudingen niet zo erg zijn, maar daar is al lang geen sprake meer van. Niet alleen lonkt het Rijk met topbaantjes naar bedrijfsbestuurders, maar wendt bij zijn optreden ook stelselmatig dwang (wet- en regelgeving, rechtsmiddelen etc.) aan. Het Rijk misbruikt zodoende stelselmatig haar machtsmonopolie.
Om zijn alomtegenwoordige macht fysiek gestalte en haar bureaucraten werk te geven, worden megalomane overheidsprojecten bedacht en doorgedrukt. Om een voorbeeld te noemen: de overheidsopdrachten aan gecorrumpeerde bouwbedrijven om overheidsprojecten te realiseren zijn dan ook niet van de lucht. Die mega-projecten kosten kapitalen die door de belastingbetaler moeten worden opgebracht (want de Staat produceert zelf immers niets). De burger betaalt dus, want hij kan niet anders. Zo onderhoudt hij de Grootheid van de Staat. Bovendien betekent ‘lastenverlichting’ niet: minder lasten, maar minder lastenstijging . De lasten zullen dus altijd blijven stijgen. Zoals alles altijd duurder wordt en dat ook altijd de schuld van de rijksoverheid is, zoals uit andere artikelen op deze site wordt aangetoond.
Staatsbemoeizucht: het Rijk regelt het toch niet
Burgers hebben steeds meer met staatsbemoeizucht te maken. Maar dat komt niet alleen, omdat het Rijk machtswellustig is, maar ook, omdat veel burgers opgevoed zijn met of langzamerhand gewend zijn aan het verkeerde idee, dat “Vadertje Staat” het wel regelt en geneigd zijn voor alles en nog wat een nieuw beroep op hem te doen. Vaak gaat het daarbij om subsidies en vaak gaat het om problemen, die het Rijk zelf heeft gecreëerd, zoals de problemen in het onderwijs (bureaucratie, betutteling, zinloze experimenten, mega-scholen), de gezondheidszorg (bureaucratie) en in de volkshuisvesting (woningnood).
Daarnaast lijden allerlei particuliere organisaties aan verstatelijking of groeiende staatsinvloed, zoals koepels van bedrijfssectoren (zoals het landbouwschap, produktschappen, etc., die allemaal onder staatstoezicht staan), onderwijs-, gezondheidszorg, sportorganisaties en wat dies meer zij. Het Rijk oefent stelselmatig dwingende invloed uit op de betrokken maatschappelijke organisaties, want dat betekent uitbreiding van maatschappelijke invloed en ook meer overheidsbaantjes (bureaucratie). Maar dat is lang niet alles.
Quasi-privatisering leidt tot quasi-belasting
Het Rijk is al jaren geleden aan het privatiseren geslagen. In mijn bijdrage van vorige week zagen we, hoe het begrip “privatisering” door de overheid wordt misbruikt om staatsmonopolies tot privaatrechtelijke staatsmonopolies om te smeden met behoud (zo mogelijk vergroting) van macht en opbrengst. Niet alleen stoot hij taken af (vooral lastige taken en wel aan gemeenten, zoals gedeeltelijke uitvoering van sociale wetgeving), maar ook neemt hij zelf als particulier ondernemer openbare taken terug, zoals het spoorwegvervoer en de energiedistributie. Dat waren overheidstaken en het blijven overheidstaken, met dit grote verschil, dat het Rijk de beloofde concurrentie bij voorbaat heeft uitgeschakeld en de prijzen naar believen opdrijft. Een soort quasi-belasting dus.
Machtiger staatsmonopolies
Deze monopolies zijn dus geen publiekrechtelijke organisaties meer, maar privaatrechtelijke ondernemingen, zodat die quasi-belasting aan allerlei andere oncontroleerbare zaken (semi-publieke, private) wordt uitgegeven, denk aan topsalarissen en sponsoring. U kent de voorbeelden wel.
Wet economische mededinging ?
Niet alleen wordt op grote schaal op onterechte en immorele wijze met publieke middelen gestrooid en geschoven, die op die manier overboord vallen. De overheid schuift naar believen met heffingen, kortingen en subsidies aan zijn “partners”. Een vorm van vriendjespolitiek die je staatspromiscuïteit zou kunnen noemen. Maar ook is dit soort handel en wandel regelrecht in strijd met het mededingingsprincipe. Een zaak voor de NMA ?
Vergeet het maar, want de Nma is OOK een staatsmonopolie.
Spelregels ?
Maar het is nog veel ernstiger: afhankelijk van de situatie past de overheid als wetgever de spelregels tijdens de “wedstrijd” voortdurend in haar voordeel aan. Zij eist via wettelijke controle maatregelen steeds meer rechtstreekse invloed op het particuliere bedrijfsleven op. Bovendien compromitteert zij voortdurend (de top van) het bedrijfsleven, de vertegenwoordigers, zodat de feitelijke belanghebbenden nooit weten, wat de werkelijke positie van hun vertegenwoordigers is (belangenverstrengeling). In de praktijk blijkt, dat de vertegenwoordigingen stuk voor stuk voor de bijl gaan: VNO-NCW, MKB, vakbonden, banken (Postbank/ING), zorgverzekeraars (KLOZ+VNZ->ZN), pensioenverzekeraars (De Nederlandse Bank /Pensioenverzekeringskamer) om enkele voorbeelden te noemen.
Geweldsmonopolie
De taakstelling die de Nederlandse staat zichzelf oplegt is voortdurend in beweging. Hij breidt zich naar believen uit en vervolgens krimpt hij zogenaamd op een ander terrein weer in. Dit houdt echter geen vermindering van staatsmacht in, integendeel. Die macht wordt gemandateerd of gedelegeerd, maar blijft grotendeels intact (d.m.v. nieuwe wet- en regelgeving). Wel krijgt hij een andere gestalte. Bovendien kan de overheid voor handelingen of gedragingen van economische “partners” die voor haar ongewenst zijn desgewenst strafbaar stellen. De overheid heeft immers het geweldsmonopolie, de z.g. “zwaardmacht”. Zo wordt de taakstelling van het Rijk alsmaar vager en het Rijk wil dat ook graag zo houden.
Gevolgen van het gedrag van de rijksoverheid
Dit heeft de volgende directe consequenties:
1. Het Rijk is per definitie een ongelijkwaardige partner voor het particulier initiatief en het particuliere bedrijfsleven, want het denkt, zoals we zagen, in totaal andere categorieën dan het particuliere bedrijfsleven;
2. De belanghebbende weet nooit waar hij aan toe is, omdat de staatsmacht oncontroleerbaar is (voorbeeld: steeds meer noodzaak van controle op overheidshandelen en noodzaak van parlementaire enquêtes, steeds gebrekkiger parlementaire controle);
3. Individueel beschouwd, maar ook op maatschappelijk niveau is het optreden van de Nederlandse overheid moreel gezien niet alleen hoogst ongewenst, maar leidt het op de duur ook tot moreel en economisch verval.
Als voorbeelden van moreel verval wil ik met name noemen: normvervaging van de overheid, zoals: volksmisleiding, deelname aan militaire missies t.b.v. vaag omschreven doeleinden; op maatschappelijk vlak: psychische traumatisering en moreel verval van militair personeel, willekeurig gedwongen repatriëring van asielzoekers, criminalisering van de samenleving.
Enkele voorbeelden van economisch verval door dirigisme (heffingen, subsidies, minimumloon, etc.) zijn: remming van particulier initiatief, van economische groei, creatie van werkloosheid, verpaupering, ernstige recessie en depressie.
Al met al kan men stellen, dat de Nederlandse Staat dus een relatief sterke, maar uiterst onbetrouwbare en labiele organisatie is. De inrichting, de dirigistische ontwikkelingen en de wijze van optreden van de Staat ontwrichten de samenleving in ernstige en toenemende mate. Bovendien gaat de dynamiek van deze ontwikkelingen steeds sneller. Welke dat zijn zal ik in de volgende artikeltjes bespreken.
———————–
De volgende week: verdere ontwikkelingen in de publiek-private sector.
P.S. Het is niet moeilijk in te zien, dat de hierboven omschreven stelselmatige kankerachtige expansie van staatsmacht noodzakelijkerwijs noodlottige gevolgen zal hebben. Waarom kankerachtig ? Omdat deze “staatsvorm”, hoegenaamd ook, op toename van geweld of dreiging daarmee berust en niet op de vrije keus van de burger. Het geduld van de burger is inmiddels ten einde. Het is een kwestie van het moment, waarop hij zal toeslaan.
Bronnen:
www.pvk.nl/dnb/pagina.jsp?p…
www.sdnl.nl/kn.htm
Vorige artikeltjes:
www.vrijspreker.nl/…
www.vrijspreker.nl/…
*) maandag 25 juli 2005 maakte Tweevandaag melding van het feit, dat de Nederlandse Staat bij de VN in Geneve is aangeklaagd betreffende partijdigheid van de rechtspraak. De bestuursrecht deskundige Tak merkte tijdens de uitzending over de onafhankelijkheid van de rechtspraak teon letterlijk op, dat “Nederland, juridisch gezien, een dictatuur is”. Hij zal vast niet de enige zijn, die dat vaststelt.
Zie: www.sdnl.nl/kath-nb30.htm
gydionamsterdam.tripod.com/…
© Copyright Harry Stulemeijer, 2005









Doorsturen
Printen








Door privatisering vormt men
kleine openhaarden.
Zo ook zal dit geheel leiden tot demonisering, verpaupering &
kwaliteits-geding.
Doordat `huidige` politieke partijen
wordt gefinancieerd vanuit bedrijfsleven
houdt men ongewenste ontwikkelingen in stand.
Zo zal mede het ambtelijke & rechtelijke macht blijven zwichten voor de hoogste bieder.
Simpel Pure corruptie.
Deze ontwikkelingen voedt in `t geheel
het cultuurtje terroristme.
& geeft het in `t geheel weder de ruimte
voor gestappo.
Klasse rubriek Harry Stulemeyer
Hoogachtend, Jan Molendijk
Voorzitter politieke partij Good All.