dinsdag, 14 februari 2006
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

De familie Goudstikker en haar schilderijen

Kunsthandelaar Goudstikker gleed uit op de trap van de boot die hem in mei 1940 naar Engeland zou brengen.

Zijn schilderijen, die de rechtmatige eigendom zijn van zijn erfgenamen, zullen nu pas door de Staat der Nederlanden aan de familie geretourneerd worden.
Met een dergelijke langzame rechtsgang schaart Nederland zich in de rij van landen zoals India, waar het eveneens tientallen jaren kan vergen om een procedure af te wikkelen. Vaak zijn dan aan het eind van de procedure, net als in de zaak Goudstikker, sommige partijen al overleden.
De zaak Goudstikker heeft meer dan 60 jaar in beslag genomen.
Is dit een record in de Nederlandse rechtspraak?
Of zijn er zaken die nog langer duurden ?

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Overheid
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Maverick. schreef op : 1

    Ik vond het gejammer van musea die zich nu ‘bestolen’ voelen erg amusant. Zij hebben jaren iets in bezit gehad dat hen niet toe komt en nu doen de subsidiesponzen alsof hen onrecht is aangedaan. Het staatsnieuws suggereerde ook een beetje dat de erfgenamen een soort kunstrovers zijn, voor de camera verdedigden zij zich tegen dit soort aantijgingen. Aan de andere kant: met tig-miljoen belastinggeld een prutschilderij kopen voor een haagse kakmadam (die geld genoeg bezit) is ook een vorm van kunstroof.

  2. Patrick schreef op : 2

    Ik heb ergens gelezen dat de eerste erfegenamen relatief snel na de oorlog akkoord waren gegaan met een schikking, en dat een latere generatie erfegenamen een proces is begonnen om meer geld te krijgen. Als dat waar is hebben de latere erfgenamen imho geen recht om in dit geval de staat aan te klagen.

  3. SPY schreef op : 3

    Die eerdere generatie was door de staat op een ontoelaatbare manier onder druk gezet.

    In het BW is een overeenkomst die onder dwang of misleiding (gebrekkige wilsvorming bij één van de partijen) tot stand komt nietig. In dat geval is er nooit een overeenkomst tot stand gekomen.

    Een aanwijzing daarvoor is het feit dat de weduwe (ik meen althans dat die de ‘overeenkomst’ sloot) een ook voor die tijd onacceptabel lage vergoeding voor de werken kreeg. Bovendien waren de stukken als een soort van vuistpand al in bezit van de staat of kon alleen de staat met zijn grotere macht waarborgen dat de stukken ook uit het buitenland zouden terugkeren. Dat machtsverschil is een tweede aanwijzing dat de overeenkomst geen eerlijke deal was.

  4. Anne Hilverda schreef op : 4

    Ik vind het geweldig dat de schilderijen naar de rechtmatige eigenaars terug gaan.Het heeft veel te lang geduurd, schandalig lang.Maar zo is de staat, op de stoep met een dreigbrief om belasting nog voor je een cent winst hebt kunnen maken en als na veel gezeur blijkt dat je door die staat bestolen bent,moet je bijna over lijken om je eigendom weer terug te krijgen. De macht van de staat moet ingedamd worden. Anne