dinsdag, 14 maart 2006
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

De politicus: zijn spreekuur, zijn omzet

Een rijstrook was permanent geblokkeerd. Het blokkerende object bestond uit de ministeriele limousine die tegen alle regels in, geparkeerd stond in de Odos Akademias vlak bij de Plateia Omonias in Athene.
Het was juli 1964. Mijn pas afgestudeerde vriend Panagiotis was benoemd tot secretaris van de minister.

Het was zijn taak, dagelijks een spreekuur te houden voor de ministeriele clientele en de meest belovende exponenten hiervan toe te laten tot de minister zelf.
De eenvoudige zaken kon Panagiotis zelf afhandelen: het verzoek van een soldaat om overgeplaatst te worden naar een andere regio, de vergunning voor een patisserie waarvan de keuken eigenlijk 1,2 vierkante meter te klein was, de bankambtenaar die door zijn chef naar een ver afgelegen filiaal verbannen was, etcetera.
Zaken die niet onder het betreffende ministerie vielen,werden uitgeruild met andere ministers. De betreffende minister had zijn clientele op de Peloponnesus, rond Sparta en sommige dagen leek het wel alsof de hele bevolking van Sparta de weg naar het spreekuur gevonden had.

Dit was de eerste keer dat ik geconfronteerd werd met het clientensysteem van een politicus. Later zou ik in tal van landen hetzelfde waarnemen, zij het soms in andere vorm.
Wat in de lagere regionen gebeurt, haalt doorgaans niet de pers. Wat de hogere regionen betreft, las ik in de loop van de jaren onder meer over:
– Spiros Agnew, geboren Anagnostopoulos, die als Vice- President tot in het witte huis welgevulde enveloppen in ontvangst nam.
– President William V.S. Tubman van Liberia die bezoekers aan zijn suite in Geneve vaak in een hilarische stemming bracht door to the point het bedrag te noemen dat hij voor iets wou hebben.
– Valerie d’Estaing die diamanten ontving van Bokassa.
– Ibu Tien en Bapak Suharto die doorlopend direct of via tussenpersonen geld inzamelden voor het ongetwijfeld goede doel.
– Premier Papandreou die koffers vol drachmen aangeleverd kreeg.
– President Estrada die bijna dagelijks koffers vol pesos ontving.

Presidenten ontvangen natuurlijk niet alleen, zij geven ook uit. Voor dit doel staan vaak originele met kleine coupures gevulde kisten uit de Centrale Bank gereed, vooral in verkiezingstijd. Kisten met brandnieuwe coupures van 100 pesos vergezelden President Marcos zelfs toen hij Hawai gevlogen werd.
De aanlevering van bedragen aan politici is een grote stimulans voor hen om zoveel mogelijk zaken verboden te houden, want het is aan vergunningen en ontheffingen dat je verdient. Om een vergunning of een ontheffing te kunnen verlenen, moet je eerst iets verbieden. Dus hoe meer je verbiedt, des te meer vang je.

Witwasbepalingen die dit een halt willen toeroepen, zijn even effectief als een wet die het tij wil stoppen of sneeuw verbiedt om te smelten. Onlangs kwam mij het geval ter ore van de minister van financien van een eilandrepubliek die op zijn buitenlandse rekening een half miljoen dollar vroeg en kreeg. In deze mij zeer goed bekende eilandrepubliek is het op grond van bepalingen van hetzelfde ministerie verboden, een bedrag van meer dan 1000 rupees uit te voeren.

Ik ben te lang geleden uit Nederland vertrokken om mij een voorstelling te kunnen maken van de mate waarin de Nederlandse politicus corrupt is, maar optimistisch ben ik niet.
Op de politieke spreekuren overal ter wereld zijn de bezoekers in te delen in de volgende categorieen:
01.
zij die in ruil voor stemmen hulp komen vragen in de vorm van geld, goederen, huisvesting, vergunningen en ontheffingen.
02.
zij die bijdragen komen toezeggen in de vorm van giften, soms aankoop van loten, als tegenprestatie voor het een of het ander.
Ik neem aan dat ook Nederlandse politici, vriendelijk en toegankelijk als zij zijn, in de een of andere vorm een spreekuur houden, natuurlijk niet alleen om de noden van het volk aan te horen, maar ook om deze te lenigen.
Als dat mogelijk was, zou het interessant zijn, de dames en heren een boek te laten bijhouden met hun omzet.
Hugo van Reijen

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Algemeen
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Krijn schreef op : 1
    Krijn

    Raadsleden van gemeentefracties hebben openlijk geadverteerde spreekuren.
    Deze hangen soms in het raam van het stadhuis aangeplakt.

    De bedragen zullen wat kleiner zijn, het principe is hetzelfde.

  2. Sander schreef op : 2

    Eigenlijk zou ik wel eens een Libertarisch gemeenteraadslid op spreekuur willen spreken. (Wladi?) Dan zou ik de volgende vraag willen voorleggen: "wanneer gaat ‘werk’ over in ‘slavernij’?"

    Volgens de Dikke:

    slaaf (de ~ (m.), slaven)

    2 iem. die geheel afhankelijk van iets of iem. is

    Indien nu de uitkeringen zijn afgeschaft dan ben je dus OF ondernemer OF slaaf toch? (Tenzij je uiteraard over ‘eigen’ middelen beschikt.)

    Schiet maar raak! 😈

  3. martin schreef op : 3
    martin

    [2]Ik ben dan wel geen gemeenteraadslid, maar ik wil toch even antwoorden:

    "em. die geheel afhankelijk van iets of iem. is
    Indien nu de uitkeringen zijn afgeschaft dan ben je dus OF ondernemer OF slaaf toch? (Tenzij je uiteraard over ‘eigen’ middelen beschikt.)"

    Nee, je kan een andere baan zoeken of desnoods gaan bedelen.

  4. Harry schreef op : 4
    Harry

    In Nederland vindt de corruptie meer onder elkaar plaats in de vorm van achterkamertjes- en vriendjespolitiek (nepotisme).

    Achterkamertjespolitiek werd vroeger veelal "koehandel" genoemd, maar dat is discriminerend jegens een bepaalde beroepsgroep. Daarbij gaat het om politieke deals.

    Bij vriendjespolitiek gaat het veelal om (bij)baantjes, zoals commissariaatjes. (Zo grossierde Neli Kroes vooral na haar ministerschap in commissariaatjes, waardoor ze vanwege haar rijke "expertise" een aantrekkelijke kandidate werd voor de baan als Europees commissaris van mededingingszaken om (als ervaringsdeskundige ?) de corruptie, of liever gezegd kartelvorming, te bestrijden.
    www.parlement.com… )

    Men vindt deze praktijken, die meer en meer een wettelijke basis krijgen, tegenwoordig doodnormaal. Men beroept zich dan bijvoorbeeld op art. 13,14, 15 jo. art. 25 Prov.wet /Gem.Wet of een andere wet of regel.

  5. Sander schreef op : 5

    [3] Neemt niet weg dat je afhankelijk blijft van ‘de ondernemer’. Een bedelaar is op zijn beurt ook weer een afhankelijke. Nee, Martin, niet overtuigend genoeg. Maar waar het mij eigenlijk omgaat is de vraag "wanneer wordt arbeid slavernij"? Waar ligt de grens? Ik heb Zaterdag een aflevering over Polen in Nederland gezien (dacht van de VPRO) en dan ga je je toch wel wat afvragen hoor…

  6. martin schreef op : 6
    martin

    [5]
    Het antwoord dat ik verwacht had:

    "Neemt niet weg dat je afhankelijk blijft van ‘de ondernemer’. Een bedelaar is op zijn beurt ook weer een afhankelijke."

    Maar is een ondernemer dan niet afhankelijk? Die moet weer klanten hebben. Hoewel, hij kan altijd nog een baan zoeken…

    Als je op deze manier consequent gaat doorredeneren is iedereen altijd slaaf, in welke omstandigheden dan ook.

    Afhankelijkheid als criterium voor slavernij is onzinnig. (Ik denk dat men in Van Dale ook meer doelt op verslaving dan op slavernij met uitleg 2.)

    "Maar waar het mij eigenlijk omgaat is de vraag "wanneer wordt arbeid slavernij"? Waar ligt de grens?"

    Zolang jij werkt omdat je in ruil daarvoor iets terugkrijgt (en datgene is niet eerst door de werkgever van jou afgenomen), is het geen slavernij. Dat wil niet zeggen dat je in een benijdenswaardige situatie verkeert, maar dat is een andere kwestie.

    Iemand die omgeven door hongerige haaien op een stuk drijfhout in de stille oceaan ronddobbert is ook niet te benijden, maar daarmee nog geen slaaf.

    "Ik heb Zaterdag een aflevering over Polen in Nederland gezien (dacht van de VPRO) en dan ga je je toch wel wat afvragen hoor…"

    Toch zijn die Polen volgens hun eigen inzicht blijkbaar beter af dan in Polen, anders bleven ze wel weg. Dat klinkt misschien hard en kil maar is wel waar. Verbieden van dit soort "praktijken" helpt die Polen dus niks.

  7. Sander schreef op : 7

    [6] ‘Als je op deze manier consequent gaat doorredeneren is iedereen altijd slaaf, in welke omstandigheden dan ook.’ Toch niet, denk ik. Niet zolang je keuzes hebt! Bijvoorbeeld de keuze tussen werkgever A of B. Of de ondernemer; vestigen in land A of B. Een keuze tussen A of een zekere hongerdood is geen keuze. Indien je deze keuze echter gedwongen MOET maken is er sprake van een vorm van slavernij.

    ‘Zolang jij werkt omdat je in ruil daarvoor iets terugkrijgt (en datgene is niet eerst door de werkgever van jou afgenomen), is het geen slavernij.’ Deze definitie is voor mij helaas te dun Martin om te kunnen onderschrijven. Hier verschillen we van mening.

  8. Kranige Karel schreef op : 8

    [6] ‘Zolang jij werkt omdat je in ruil daarvoor iets terugkrijgt (en datgene is niet eerst door de werkgever van jou afgenomen), is het geen slavernij.’ Misschien is een optie "…daar iets voor terug krijgt dat in verhouding staat tot de geleverde economische prestatie (ten bate van de individuele werkgever en niet voor het collectief De Staat!)…" Loon naar werken, i.p.v. loon naar omstandigheden.

  9. martin schreef op : 9
    martin

    [7]"Toch niet, denk ik. Niet zolang je keuzes hebt! Bijvoorbeeld de keuze tussen werkgever A of B. Of de ondernemer; vestigen in land A of B. Een keuze tussen A of een zekere hongerdood is geen keuze. Indien je deze keuze echter gedwongen MOET maken is er sprake van een vorm van slavernij."

    Maar een keuze tussen A of B, óf een hongerdood is dan wel acceptabel?

    En stel je hebt een baan bij werkgever A. Je hebt ook nog de keuze voor een baan bij werkgever B. Niks aan de hand, geen slavernij, maar op een gegeven moment gaat werkgever B failliet. Dan ben je volgens jouw definitie ineens een slaaf, en nog vreemder, werkgever A is dan ineens een slavenhouder, zonder dat hij iets misdaan heeft.

    En in de praktijk is er altijd wel een baan te vinden die nog rotter is voor een nog hongeriger loon, dus heb je eigenlijk altijd een keuze.

    "‘Zolang jij werkt omdat je in ruil daarvoor iets terugkrijgt (en datgene is niet eerst door de werkgever van jou afgenomen), is het geen slavernij.’ Deze definitie is voor mij helaas te dun Martin om te kunnen onderschrijven. Hier verschillen we van mening."

    Dat is gewoon de betekenis van slavernij: dat iemand je dwingt bepaald werk te doen. Als iemand je iets aanbiedt, is het een ruil, dan is het geen dwang meer. Dat jij geen andere keus hebt is niet zijn schuld. (In sommige gevallen wel, maar dan wordt het weer wél slavernij, of althans iets wat daar heel sterk op lijkt.)

    [8] "daar iets voor terug krijgt dat in verhouding staat tot de geleverde economische prestatie"

    Maar wat is ‘in verhouding staan’? Welk criterium hanteer je daar voor?

  10. Kranige Karel schreef op : 10

    [9] Wellicht vergelijkbaar als een soort van ‘provisiebasis’. Dat kun je tevoren afspreken, modellen kunnen voor elke bedrijfstak bedacht worden. Zelfs voor de politiek!

    Daarom ben ook ik van mening dat Sander gelijk heeft waar hij het heeft over ‘dun’. Letterlijk genomen is er volgens jou definitie sprake van ‘werk’, zelfs als er slechts 1 eurocent per uur wordt uitbetaald. Elk weldenkend mens weet echter drommels goed dat het dan geen werk meer betreft, doch een vorm van slavernij. (Zoals omschreven in de Dikke)