dinsdag, 20 juni 2006
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Financiele helpers en wat ze kosten

volgens Warren Buffett

De krant kopt: “Veel belangstelling voor Philipsaandelen.”
Wij rekenen het na. De omzet in een bepaald aandeel blijkt de laatste week één procent van het uitstaande aandelenvermogen te zijn geweest.

Hoe kan men zeggen of schrijven dat er zoveel belangstelling bestaat voor een aandeel, als de bezitters van het aandeel er op zo grote schaal uit willen stappen?

Wat kost de handel in deze papiertjes collectief aan de beleggers?

Als in een week een procent van eigenaar verwisselt en in een jaar 50 procent, dan betekent dit dat in een jaar door aankopers en verkopers in het totaal circa 50 procent van de waarde van het gehele aandelenpakket aan commissies wordt betaald. Het bedrag aan commissies voor aan- en verkoop gaat vele keren de waarde van het uitgekeerde dividend te boven.
Geen beleggingsadviseur of financieel adviseur mag zijn client transacties laten doen alvorens hem in te lichten over zaken zoals de hierboven beschrevene.

Niemand aan wie een uiteenzetting over deze zaak dit beter toevertrouwd is dan Warren Buffett, Chairman van Berkshire en na Bill Gates de rijkste man in Amerika.
Uit zijn jaarverslag over 2005 heb ik twee pagina’s vertaald die ik hieronder afdruk. Voor wie liever de originele tekst leest, druk ik onder mijn vertaling de oorspronkelijke tekst af.
Nu het woord aan Warren Buffett:

Hoe opbrengsten van investeringen te minimaliseren
Het is gemakkelijk geweest voor Berkshire en andere eigenaren van Amerikaanse aandelen om door de jaren heen te floreren.
Tussen 31 december 1899 en 31 december 1999, om maar een langetermijnvoorbeeld te geven, rees de Dow van 66 tot 11.497( Raad welke jaarlijkse groei is vereist om dit resultaat te produceren; het verrassende antwoord staat aan het einde van dit hoofdstuk.) Deze geweldige toeneming had een eenvoudige oorzaak: gedurende de 20ste eeuw ging het heel goed met het Amerikaanse bedrijfsleven: investeerders profiteerden van de welvaart. Met het Amerikaanse bedrijfsleven gaat het nog steeds goed. Maar nu snijden aandeelhouders door middel van een serie zelf toegebrachte verwondingen op significante wijze in de opbrengsten die zij uit hun investeringen genieten.
De uitleg hiervan begint met een fundamentele waarheid: met onbelangrijke uitzonderingen, zoals de faillissementen waarin een deel van de verliezen worden gedragen door crediteuren, bestaat het maximum dat eigenaren kunnen verdienen tussen nu en de dag des oordeels uit de totale opbrengsten van hun ondernemingen. Het is waar, dat door intelligente of gelukkige aankopen en verkopen, investeerder A een groter deel van de koek kan bemachtigen dan investeerder B. En ja, alle inversteerders voelen zich rijker wanneer aandelen stijgen. Maar een eigenaar kan alleeen uitstappen , als iemand anders zijn plaats inneemt. Als een investeerdeer verkoopt tegen een hoge prijs, dan moet iemand anders tegen een hoge prijs kopen. Voor de eigenaars tezamen bestaat er eenvoudig geen magie – geen geldregen die vanuit de ruimte neerdaalt- die hen in staat stelt om vermogen uit hun ondernemingen te verkrijgen boven het vermogen dat gecre-eerd wordt door de ondernemingen zelf.
Inderdaad, eigenaren verdienen minder dan hun ondernemingen tengevolge van frictiekosten. En dat is mijn punt: deze kosten zijn nu zo opgelopen, dat aandeelhouders veel minder verdienen dan het geval was in het verleden.
Stel u, om te begrijpen hoe de kosten zo zijn opgelopen, voor een moment voor een situatie waarin alle Amerikaanse bedrijven eigendom en altijd zullen zijn van e e n
familie. Wij noemen deze familie de Gotrocks. De rijkdom van deze familie neemt, nadat dividendbelasting betaald is, generatie na generatie toe met het totale bedrag dat verdiend wordt door hun ondernemingen. Op het ogenblik bedraagt dat bedrag circa 700 miljard dollar per jaar. Natuurlijk besteedt de familie een deel van het verdiende geld. Maar het deel dat gespaard wordt , doet hun vermogen steeds toenemen. In de familie Gotrock wordt iedereen op harmonieuze wijze rijker in hetzelfde tempo.
Maar laat ons nu aannemen dat een aantal welbespraakte Helpers de familie benadert en elk van de familieleden overreedt om het beter te doen dan zijn familieleden , door bepaalde aandelen van hen te kopen en andere aandelen aan hen te verkopen. De Helpers- tegen een vergoeding natuurlijk- gaan er mee accoord om deze transacties te verrichten. De familie Gotrock bezit nog steeds alle ondernemingen in Amerika : de aankopen en verkopen herverdelen alleen het bezit.
De jaarlijkse toeneming van het vermogen van de familie vermindert. De toeneming is gelijk aan de totale inkomsten van alle Amerikaanse ondenemingen, verminderd met betaalde commissies.

Hoe meer aandelen de familie onderling verhandelt, des te kleiner hun aandeel in de koek en des te groter het deel van de koek dat verhuist naar de Helpers. De makelaar-helpers begrijpen dit ten volle : omzet is hun vriend en zij wakkeren de omzet aan op een aantal manieren.
Na enige tijd realiseren zich de meeste van de familieleden, dat zij het niet zo goed doen in dit “versla mijn broer” spel. Een nieuwe groep Helpers daagt op.
Deze nieuwe Helpers leggen uit aan ieder lid van de Gotrock-familie, dat hij nooit alleen de rest van de familie kan verslaan. De voorgestelde remedie : “Huur een manager- dat is ons- en laat ons het werk op professionele wijze aanpakken.” Deze manager-Helpers gaan voort om de makelaar-Helpers te gebruiken om de transacties uit te voeren ; de managers kunnen zelfs de omzet opvoeren teneinde de makelaars in staat te stellen om meer te verdienen. Een groter deel van de koek gaat nu naar de twee categorieen van Helpers.

De teleurstelling van de familie groeit. Elk van zijn leden heeft nu professionals in dienst. Maar met de financien van de totale familie gaat het slechter. De oplossing ? Meer hulp natuurlijk.
De nieuwe hulp arriveert in de vorm van financiele planners en institutionele consultanten die assisteren bij het selecteren van manager-Helpers. De familie verwelkomt hun hulp. De familie weet zij dat zij niet zelf de juiste aandelen kan selecteren en ook niet de juiste aandelenselecteurs. Waarom verwachten zij succesvol te zijn bij het aanstellen van de juiste consultant? Maar deze vraag komt niet bij de Gotrocks op en de consultant-Helpers stellen de familie zeker niet voor, deze vraag te stellen.
De Gotrocks betalen nu drie categorieen dure Helpers en comen tot de conclusie, dat hun resultaten achteruitgaan. Zij worden wanhopig. Maar juist op het moment dat zij wanhopig worden, daagt een nieuwe groep op : de super-Helpers.
Deze vriendelijke personen leggen uit aan de familie Gotrock , dat hun zaken geen reden tot tevredenheid geven, omdat de bestaande Helpers- makelaars, managers en consultanten – niet voldoende gemotiveerd zijn.”Wat”, vragen de nieuwe Helpers, kun je verwachten van zulke stommelingen?
De nieuwe Helpers bieden een adembenemende oplossing aan : “Betaal meer!”
Blakend van zelfvertrouwen verzekeren de super-Helpers , dat hoge premies – die bovenop de vaste kosten komen- door ieder familielid betaald moeten worden teneinde waarlijk in staat te zijn om het beter te doen dan hun familieleden.
De betere waarnemers in de familie zien dat sommige van de super-Helpers in realiteit manager-Helpers zijn die nieuwe uniformen dragen met nieuwe opgestikte namen zoals HEDGE FUND of PRIVATE EQUITY.

De nieuwe Helpers verzekeren de familie echter, dat deze verandering in kleding uiterst belangrijk is, omdat deze kleding aan zijn dragers magische krachten verleent die lijken op de van Clark Kent toen hij zich omkleedde in zijn Supermankostuum. Gekalmeerd door deze uitleg betaalt de familie.
En dat is waar wij ons heden bevinden: een recordportie van de inkomsten die in hun geheel naar de eigenaren zouden gaan als zij op hun plaats bleven, gaat nu naar een zwellend leger van Helpers. In het bijzonder zijn duur de winstarrangementen volgens welke Helpers grote percentages ontvangen van de winsten wanneer zij intelligent zijn of geluk hebben en familieleden met alle verliezen achterlaten wanneer zij dom zijn of pech hebben ( of soms bedriegers zijn)
Een voldoende aantal arrangementen zoals deze – de Helper eigent zich het grootste deel van de winst en de familie Gotrock betaalt hier een hoge prijs voor- maakt dat het juister is de familie de naam Hadrocks te geven. Vandaag den dag is het heel goed mogelijk dat de frictiekosten 20 procent bedragen van de verdiensten van het Amerikaanse bedrijfsleven. Met andere woorden : de last om de Helpers te betalen kan veroorzaken dat Amerikaanse investeerders slechts circa 80 procent verdienen van hetgeen hun ten deel zou vallen als zij stil zouden zitten en naar niemand zouden luisteren!
Niet lang geleden, gaf Sir Isaac Newton ons drie bewegingswetten die het werk waren van een geniaal persoon. He verloor een boel geld in de South Sea bobbel, en legde later uit : “Ik kan de beweging van de sterren verklaren , maar niet de gekte van mensen.” Als zijn verlies hem geen trauma zou heben bezorgd, zou hij verder hebben kunnen gaan teneinde de vierde Bewegingswet te ontdekken: voor de investeerders als groep verminderen de opbrengsten, als de beweging toeneemt.
——————————————————————————————————-Hier volgt het antwoord op de vraag gesteld in het begin van dit hoofdstuk: om het heel specifiek te zeggen : de Dow steeg van 65,73 tot 11.497,12 in de 20ste eeuw en dat komt neer op 5,3 procent samengestelde interest per jaar.
( investeerders ontvingen natuurlijk ook dividenden.) Om een gelijke vooruitgang te bereiken in de 21ste eeuw, moet de Dow op 31 december 2099 gestegen zijn tot – houd uzelf vast- 2.011.011,23. Maar ik ben bereid om 2.000.000 te accepteren; zes jaar na aanvang van de nieuwe eeuw heeft de Dow nog geen enkele vooruitgang geboekt.

=================================
How to Minimize Investment Returns

It’s been an easy matter for Berkshire and other owners of American equities to prosper over the years. Between December 31, 1899 and December 31, 1999, to give a really long-term example, the Dow rose from 66 to 11,497. (Guess what annual growth rate is required to produce this result; the surprising answer is at the end of this section.) This huge rise came about for a simple reason: Over the century American businesses did extraordinarily well and investors rode the wave of their prosperity. Businesses continue to do well. But now shareholders, through a series of self-inflicted wounds, are in a major way cutting the returns they will realize from their investments.

The explanation of how this is happening begins with a fundamental truth: With unimportant exceptions, such as bankruptcies in which some of a company’s losses are borne by creditors, the most that owners in aggregate can earn between now and Judgment Day is what their businesses in aggregate earn. True, by buying and selling that is clever or lucky, investor A may take more than his share of the pie at the expense of investor B. And, yes, all investors feel richer when stocks soar. But an owner can exit only by having someone take his place. If one investor sells high, another must buy high. For owners as a whole, there is simply no magic – no shower of money from outer space – that will enable them to extract wealth from their companies beyond that created by the companies themselves.

Indeed, owners must earn less than their businesses earn because of “frictional” costs. And that’s my point: These costs are now being incurred in amounts that will cause shareholders to earn far less than they historically have.

To understand how this toll has ballooned, imagine for a moment that all American corporations are, and always will be, owned by a single family. We’ll call them the Gotrocks. After paying taxes on dividends, this family – generation after generation – becomes richer by the aggregate amount earned by its companies. Today that amount is about $700 billion annually. Naturally, the family spends some of these dollars. But the portion it saves steadily compounds for its benefit. In the Gotrocks household everyone grows wealthier at the same pace, and all is harmonious.

But let’s now assume that a few fast-talking Helpers approach the family and persuade each of its members to try to outsmart his relatives by buying certain of their holdings and selling them certain others. The Helpers – for a fee, of course – obligingly agree to handle these transactions. The Gotrocks still own all of corporate America; the trades just rearrange who owns what. So the family’s annual gain in wealth diminishes, equaling the earnings of American business minus commissions paid. The more that family members trade, the smaller their share of the pie and the larger the slice received by the Helpers. This fact is not lost upon these broker-Helpers: Activity is their friend and, in a wide variety of ways, they urge it on.

After a while, most of the family members realize that they are not doing so well at this new “beat-my-brother” game. Enter another set of Helpers. These newcomers explain to each member of the Gotrocks clan that by himself he’ll never outsmart the rest of the family. The suggested cure: “Hire a manager – yes, us – and get the job done professionally.” These manager-Helpers continue to use the broker-Helpers to execute trades; the managers may even increase their activity so as to permit the brokers to prosper still more. Overall, a bigger slice of the pie now goes to the two classes of Helpers.

The family’s disappointment grows. Each of its members is now employing professionals. Yet overall, the group’s finances have taken a turn for the worse. The solution? More help, of course.

It arrives in the form of financial planners and institutional consultants, who weigh in to advise the Gotrocks on selecting manager-Helpers. The befuddled family welcomes this assistance. By now its members know they can pick neither the right stocks nor the right stock-pickers. Why, one might ask, should they expect success in picking the right consultant? But this question does not occur to the Gotrocks, and the consultant-Helpers certainly don’t suggest it to them.

The Gotrocks, now supporting three classes of expensive Helpers, find that their results get worse, aid they sink into despair. But just as hope seems lost, a fourth group – we’ll call them the hyper-Helpers – appears. These friendly folk explain to the Gotrocks that their unsatisfactory results are occurring because the existing Helpers – brokers, managers, consultants – are not sufficiently motivated and are simple going through the motions. “What,” the new Helpers ask, “can you expect from such a bunch of zombies?”

The new arrivals offer a breathtakingly simple solution: Pay more money. Brimming with self¬-confidence, the hyper-Helpers assert that huge contingent payments – in addition to stiff fixed fees – are what each family member must fork over in order to really outmaneuver his relatives.

The more observant members of the family see that some of the hyper-Helpers are really just manager-Helpers wearing new uniforms, bearing sewn-on sexy names like HEDGE FUND or PRIVATE EQUITY. The new Helpers, however, assure the Gotrocks that this change of clothing is all-important, bestowing on its wearers magical powers similar to those acquired by mild-mannered Clark Kent when he changed into his Superman costume. Calmed by this explanation, the family decides to pay up.

And that’s where we are today: A record portion of the earnings that would go in their entirety to owners – if they all just stayed in their rocking chairs – is now going to a swelling army of Helpers. Particularly expensive is the recent pandemic of profit arrangements under which Helpers receive large portions of the winnings when they are smart or lucky, and leave family members with all of the losses – and large fixed fees to boot – when the Helpers are dumb or unlucky (or occasionally crooked).

A sufficient number of arrangements like this – heads, the Helper takes much of the winnings; tails, the Gotrocks lose and pay dearly for the privilege of doing so – may make it more accurate to call the family the Hadrocks. Today, in fact, the family’s frictional costs of all sorts may well amount to 20% of the earnings of American business. In other words, the burden of paying Helpers may cause American equity investors, overall, to earn only 80% or so of what they would earn if they just sat still and listened to no one.

Long ago, Sir Isaac Newton gave us three laws of motion, which were the work of genius. But Sir Isaac’s talents didn’t extend to investing: He lost a bundle in the South Sea Bubble, explaining later, “I can calculate the movement of the stars, but not the madness of men.” If he had not been traumatized by this loss, Sir Isaac might well have gone on to discover the Fourth Law of Motion: For investors as a whole, returns decrease as motion increases.
——————————-
Here’s the answer to the question posed at the beginning of this section: To get very specific, the Dow increased from 65.73 to 11,497.12 in the 20th century, and that amounts to a gain of 5.3% compounded annually. (Investors would also have received dividends, of course.) To achieve an equal rate of gain in the 21st century, the Dow will have to rise by December 31, 2099 to – brace yourself – precisely 2,011,011.23, But I’m willing to settle for 2,000,000; six years into this century, the Dow has gained not at all.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Economie
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. CBK schreef op : 1

    Warren Buffet wijst naar de groep (van zelfstandige vrijbuiters die volgens hem de handel in effecten weten uit te zuigen, namelijk de makelaars en money managers (MMMs). Om van de currency traders als een Soros maar te zwijgen. Het is echter een feit dat die lieden steeds astronomische sommen uit de markt weten te slaan, dat voor de Warren Buffets en hun holdings (in businesses) de spoeling steeds dunner maakt. Enwel omdat de MMM’s aan elke transactie en aan "churning" en opklopperijen weten te "verdienen", zonder zelf enige echte risico te lopen behalve dat anderen met de buit er van door kunnen. Wat te zeggen van de persoonlijke salarissen dat aan individuele hedge fund money managers wordt betalld en dat in 2005 op USD 130 miljoen stond …? En een Buffet zich beroofd voelt …..

    Daarom zegt Warren: "" … To achieve an equal rate of gain in the 21st century, the Dow will have to rise by December 31, 2099 to – brace yourself – precisely 2,011,011.23, But I’m willing to settle for 2,000,000; six years into this century, the Dow has gained not at all. ""

    Helaas (voor het publiek) gaat Warren (opzettelijk) voorbij aan het volgende:

    1. De DJI kan nu wel de leidende index zijn, maar wie weet of dat in 2099 nog het geval is … en niet de S&P of elke willekeurige andere indicatoren.
    2. Hij neemt aan dat de MMM’s gevoeglijk gewoon en volledig in business blijven, wat echt niet het geval hoeft te zijn. Junk bond traders, Derivaten handelaars en Hedge Fund managers waren eerder ook niet bekend. Ook een Warren Buffet niet
    3. De samengestelde groei van gemiddeld 5.3%/jaar in de afgelopen eeuw was gebasseerd op de economische groei van de VS (terwijl de expansie elders op slechts een derde daarvan was).
    4. De goudstandaard slechts een dertig jaar geleden is afgeschaft, waarna defacto globale economische integratie pas begon plaats te vinden, maar nu nog in kinderenschoenen staat.
    5. De globale economie met name onder de Engelssprekende volkeren, de Chineesschrijvenden en de Cyrilisten nog een enorme groei te wachten staat.

    Volgens mij is Warren Buffet dan ook niet anders dan "professioneel pessimistisch" en ik vertrouw hem voor geen cent zoalng zijn bedrijven niet alles in land en vastgoed hebben zitten …

  2. Hub schreef op : 2
    Hub Jongen

    [1] Ja!.
    Bovendien heb ik het idee dat Buffet uitgaat van het idee dat de HELE economie/welvaart/eigendom behoort tot één familie.

    De werkelijkheid is echter dat er miljoenen families zijn; dat er tienduizenden verschillende aandelen zijn die TEN OPZICHTE VAN ELKAAR in "waarde" fluctueren.
    Een individu kan daardoor heel veel profiteren door als op een chimie-trap (?) steeds over te stappen op een aandeel op een "opgaande" trap. Het aandeel dat stijgt.

    OK, een idiote situatie die aan de totale productie (productiviteit) niets toevoegt, maar wel aan het vermogen van de expert die de weg weet.

    En er zijn van die "adviseurs" die er een studie van gemaakt hebben en die daardoor hun klanten meer van de koek bezorgen dan anderen.