dinsdag, 22 mei 2007
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

De Stichting Collectieve Propaganda Nederlandse Boek

De Stichting Collectieve Propaganda Nederlandse Boek heeft dit jaar als boekenweekgeschenk verspreid
“DE BRUG” van Geert Mak: een fascinerend boek over het leven op en onder de Galatabrug in Istanbul.

Om de vreugde te verhogen, is het boek op kosten van de Nederlandse overheid in het Turks vertaald en zijn er 20.000 stuks in het Turks gedrukt: vermoedelijk niet omdat er 20.000 mensen het boek in Turkse vertaling wilden lezen , maar , zoals een boekhandelaar mij uitlegde, het boekenweekgeschenk voor vele Nederlanders een verzamelobject is.
Met de vertaling is op instigatie van de overheid in overleg met de Nederlandse Ambassade wat gerommeld. De passages over de massamoord op de Armeniers zijn veranderd.
Toen tegen deze aanpassingen in de tekst protesten rezen, heeft de Stichting besloten om een tweede, ongekuiste vertaling het licht te doen zien, maar alleen voor diegenen die hun oude boek voor 24 april inzonden, wordt de ongekuiste editie gedrukt. De Stichting deelde mij mede dat de oplage van deze nieuwe druk slechts ruim 800 exemplaren bedraagt. Uitsluitend personen die de eerste druk ingezonden hebben, komen in aanmerking om hun boek in te ruilen voor het boek met de juiste vertaling. De Stichting wenst blijkbaar niet, dat iemand in het bezit komt van beide edities.
Toen mijn boekhandelaar probeerde onder volle betaling twaalf exemplaren extra te bestellen van de nieuwe editie (die nu op de pers ligt), kreeg hij nul op het request . Toen ik zelf de Uitgever belde, werd mij eveneens verkaard dat dit absoluut onmogelijk was, want het was een kostenkwestie. Wou ik dan betalen voor de boeken ? Helaas was dat ook niet mogelijk. Dat mocht niet.
Toen ik de auteur belde over deze zaak, toonde hij niet de minste interesse en schopte hij mij telefonisch bijkans de deur uit. Ik vond dit wat vreemd, want als schrijver hoop je toch, dat zoveel mogelijk mensen je boek kopen!
Al met al een eigenaardige zaak, waarvan de meest saillante aspecten zijn dat:
01. de overheid zich bezig houdt met het vervalsen van politiek onwelgevallige teksten
02. dat de Nederlandse belastingbetaler op moet draaien voor de kosten van een vertaling in het Turks en het drukken van meer dan 20.000 exemplaren van een boek dat grotendeels naar koopkrachtige verzamelaars gaat.
Hugo van Reijen

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Economie
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. R. Hartman schreef op : 1

    Tja, het is hier al vaker gezegd: schaf de onderheid volledig af, richt een centrale organisatie op die onder zeer strikte condities geweldsuitingen aanpakt (zowel uit eigen land als vanuit het buitenland geïnitieerd) en breng de huidige onderheid en rechterlijke macht voor onderzoek en vervolging voor deze organisatie.

    De reactie van Mak spreekt natuurlijk boekdelen (ongesubsidieerd en zonder dode bomen) over de persoon Mak en zijn opvattingen. De handelswijze van de staat t.a.v de politiek correcte en de werkelijk correcte vertaling doet hetzelfde over de staat.

  2. Michiel schreef op : 2

    Ik plak hier even een oude column van Jan Kuitenbrouwer over intellectuelen.

    ‘Goedenavond en welkom bij De Gemeubileerde Bovenkamer, het wekelijkse discussieprogramma van Radio 737 AM. Deze week praten we over de vraag: bestáát Nederland eigenlijk nog wel? En zo ja, waar ligt het dan ongeveer? En hoe ziet het eruit? We praten erover met Garmt Mek, schrijver…”
    “En historicus.”
    “Inderdaad. Met Karel Deurman, filosoof…”
    “En dichter…”
    “Met Eljan Afzien, rechtsfilosoof…”
    “En dichter.”
    “Juist ja. Met Paul Schepman, socioloog…”
    “En publicist…”
    “Inderdaad.”
    “En dichter…”
    “U ook al? En met Michael Zeefer, literair criticus en essayist en dichter en filosoof en journalist en schrijver en publicist…”
    “En verder run ik in mijn vrije tijd een winkel in vliegers, boemerangs en aboriginal-kunst.”
    “Ook dat nog. Goed, ons onderwerp. Bestaat Nederland nog? En zo ja, waaruit? Paul Schepman.”
    “Tja, dat is een lang verhaal.”
    “Kort samengevat?”
    “Nee, ik bedoel: Néderland is een lang verhaal. Opgebouwd uit meerdere subverhalen, die op hun beurt ook weer zijn samengesteld uit subverhalen, en dan zo verder.”
    “Een soort Droste-bus?”
    “Zoiets ja.”
    “Michael Zeefer?”
    “Ik denk dat dat klopt. Maar wie geeft betékenis aan die verhalen, daar gaat het om. Dat is de taak van de culturele elite, maar onze culturele elite is stuurloos. Wij zijn een Drostebus, maar zonder chauffeur. Dat is het probleem.”
    “Karel Deurman?”
    “Ja, dat beeld van de Drostebus spreekt mij wel aan, en dat er geen chauffeur achter het stuur zit, daar ben ik het wel mee eens, maar wat nog erger is: het is ook een bus zonder canon.”
    “Wat voor canon zou dat moeten zijn?”
    “Gezien onze geschiedenis en onze geografische ligging zou ik zeggen: een watercanon.”
    “Wij zijn een stuurloze Drostebus zonder watercanon. Garmt Mek? Hoe kijk jij daar tegenaan?”
    “Het punt is: we hebben geen idéé van waar we nu eigenlijk naartoe gaan. Wat staat er voorop die bus? Diemen? Europa? De Wereld? Iets ertussenin? En wie laten we toe? Wat doe je met zwartrijders? Moet je accepteren dat die plaats naast die Marokkaan leeg blijft, en zeg je dan: de bus is vol, of zeg je: allemaal een beetje inschikken? We hebben het niet in de gaten, maar we spelen met vuur!”
    “Samengevat: wij spelen met vuur in een stuurloze Drostebus zonder watercanon. Nu de vraag: wat eraan te doen? Mek?”
    “Ik zou in elk geval willen zeggen: kijk uit! Kijk uit! Denk aan Goebbels! Die begon ook als buschauffeur! Kijk uit!”
    “Zeefer?”
    “Om te beginnen zou iedereen gewoon eens wat beter naar mij moeten luisteren. Ik ben niet voor niets al vier jaar achtereen kampioen snellezen van IJmuiden.”
    “En verder?”
    “Ik ben eventueel wel bereid om president van Nederland te worden, maar dan wel met vergaande politieke én militaire bevoegdheden, want anders wordt het niets.” “Eljan Afzien, jij als asielzoeker, hoe kijk jij hier tegenaan?”
    “Wat mij vooral so aan Nederland verbaas, is dat jullie allemaal so normaal vinden!”
    “Wat dan precies?”
    “Alles! De frijheid, de feiligheid, de welfaart! De trams, de briefenbussen, de wijkagent! Dat enorme zak friet op de stoep bij de snackbar! Die lachende varkentje voor de deur bij de slager! Is allemaal zo fantastisch! En jullie zíen niet! Als je in Soedak, waar ik vandaan kom, een lachend varkentje op de stoep zet, word je meteen met een afgehakte hoofd in de cel gesmeten! En hier zitten jullie, en allemaal zeggen van: och jeetje, wat hebben wij verkeerd gedaan!?”
    “Paul Schepman?”
    “Kent u dat lied van Vader Abraham over de smurfen? (zingt:) Waar komen jullie toch vandaan? Waar de smurfenhuisjes staan! Hebben jullie ook een eigen taal? Ja, die spreken wij allemaal! Doen jullie iets wat wij niet durven? Ja, want wij zijn echte smurfen! Dat is een houding die mij wel aanspreekt. Zelfkritisch, maar toch open en positief.”
    “Zeefer?”
    “La-lalala-lalalalala-lala, la-lala-lalalala!”
    “Afzien?”
    “Nederland is Drostebus? Ik zou zeggen: laten wij lekkere chocolade maken! En zet conducteur op die bus, anders wordt opgeblazen!”
    “Deurman?”
    “Ja, of een canon natuurlijk.”
    “Zo, dit was dan weer De Gemeubileerde Bovenkamer, tot volgende week, als wij praten over: De toekomst van de geschiedenis. Graag tot dan.”