woensdag, 9 mei 2007
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Is de huidige democratie géén georganiseerd onrecht ? Hoezo niet ?

Dit stukje gaat over de maatschappelijke gevolgen van een ernstige drogreden. Laat ik het voorbeeld van Arjen van 22 april j.l. (1) gebruiken: “Durf jij naast een van honger stervend kind te staan en te zeggen dit is gerechtigheid? [Nee toch ?, SN] Volgt daar dan uit dat mensen recht hebben op voedsel? Recht op schoon drinkwater, onderdak, kleding, een basisinkomen etc. ?” (…) Natuurlijk zou ik niet ongevoelig zijn voor een van honger stervend kind. Maar recht en emotie hebben niets met elkaar van doen.” Laten we eens kijken tot welke maatschappij de voortdurende acceptatie van deze historische vergissing geleid heeft.

De drogreden woekert voort
– U vindt het toch ook onacceptabel, dat hongersnood in Afrika tot onaanvaardbaar hoge kindersterfte leidt ? Daarom moet de ontwikkelingshulp omhoog !
– U vindt het toch ook onacceptabel, dat de zeespiegel zal stijgen als gevolg van uitstoot van broeikasgas, zodat er grote gebieden in Bangla Desh onder water dreigen te lopen en de bevolking dreigt te verdrinken ? Daarom moet er een klimaatheffing komen !
– Schoolboeken zijn onbetaalbaar geworden, dus moeten ze gratis worden.

Kortom, allerlei situaties, die er inmiddels toe geleid hebben, dat de overgrote meerderheid van Nederlanders -en zij niet alleen- het vanzelfsprekend zijn gaan vinden, dat de staat steeds meer financiële prestaties van zijn burgers verlangt.

Thomas Hobbes
Waar komt dat idee-fixe vandaan ? Is dat altijd zo geweest ? Het antwoord is, nee. Dit soort ideeën is afkomstig van de Engelse filosoof van de totalitaire staat Thomas Hobbes (1588-1679). Hobbes leefde in de tijd van de godsdienstoorlogen en hij zocht naar een staatsleer, die naar zijn idee de problemen zou kunnen oplossen en zelfs voorkomen. Een vreedzame samenleving kan volgens Hobbes niet worden bewerkstelligd op basis van de morele beginselen die uit het natuurrecht voortvloeien.

Hij rechtvaardigt zijn absolutistische leer met de onbewezen stelling, dat ter voorkoming van een oorlog van allen tegen allen, elk verstandig mens ter wille van zijn eigen lijfsbehoud het absolute machtsmonopolie van de staat moet accepteren om de rechtsorde te handhaven. Tegelijk vereenzelvigt Hobbes de staatsmacht met het hoogste recht, waaraan nooit getornd mag worden, wát het ook mag bewerkstelligen. Alléén de absolutistische staat bepaalt wat recht is. Het recht vloeit slechts voort uit de noodzaak tot handhaving van de rechtsorde door de staat. Deze leer wordt dan ook rechtspositivisme genoemd.

Herdefinitie van “ethiek”, de perversie van het recht
Hobbes herdefinieert daarom de ethiek. “Goed” is, volgens Hobbes, al datgene wat tot individueel lijfsbehoud of “geluk” strekt, “slecht” is, al wat daartegen indruist. Echter, de realisering van dit principe zou elk denkbaar individueel optreden tegen elk ander individu rechtvaardigen. Dat zou -in Hobbes visie- leiden tot de oorlog van iedereen tegen iedereen. Daarom introduceert Hobbes het concept van de almachtige totalitaire staat als soeverein.
Op die manier wordt dus het natuurrecht als moreel richtsnoer door het rechtspositivisme opzijgezet en overboord gegooid. Voortaan is het de staat die het recht bepaalt en bepaalt wat goed en wat fout is. De mensen hebben dus niet meer de vrije ethische keuze tussen recht en onrecht, juist en onjuist. Daarmee vervalt in wezen ook de betekenis van de ethiek als grondslag van het recht en als uitgangspunt voor de verdere rechtsontwikkeling.
De mensen rest slechts de gedwongen keuze tussen georganiseerd en ongeorganiseerd onrecht (i.e. de keuze tussen het onrecht bedreven door de absolutistische staat jegens het individu dan wel onrecht door het ene individu jegens het andere).

De Hobbesiaanse staat vertegenwoordigt onder leiding van de absolute soeverein Leviathan dan ook het Absolute Onrecht. M.a.w. Recht is onrecht.
Het betekent, dat de staat zichzelf ongelimiteerde bevoegdheden toekent en naar hartelust kan bepalen wat zij als “recht” wenst te definiëren, bijvoorbeeld het belastingrecht, ook wel belastingextractie genoemd (2). Dit is niet anders dan de toe-eigening van belastingen door welke willekeurige gewapende bende ook. Het enige verschil is, dat het staatsoptreden “gelegitimeerd” heet te zijn. Moderne vormen van belastingextractie zijn bijvoorbeeld de heksenjacht op automobilisten via het flitspalenstelsel en via parkeerboeten.

Juristen behoeven in deze opvatting geen onderscheid meer te maken tussen recht en onrecht, maar alleen tussen het geregelde en het ongeregelde, tussen wettelijk en onwettelijk.

De Hobbesiaanse erfenis
Heeft Hobbes’ doctrine alleen historische betekenis ? Was het maar waar ! Allerlei politieke denkers van de 18e en 19e eeuw en daarna zien in de absolutistische staat van Hobbes een uitgekiend middel om te trachten een palet van de wildste politieke idealen af te dwingen.
Zijn doctrine is koren op de molen van collectivistische politieke filosofen als Rousseau, Marx en van “moderne” liberale positivisten als Hans Kelsen (1881-1973) e.a. die naast de klassieke grondrechten, die door John Locke (1632-1704) met zoveel zorgvuldigheid waren omschreven, allerlei “sociale grondrechten” gingen formuleren.

De verwording van het recht en de verloedering van de (inter)nationale rechtsorde
Hobbes positivisme en dat van zijn latere geestverwanten bepaalt tot op de dag van vandaag de ontwikkeling van de democratische rechtsstaat. Sterker nog: het leidt tot supranationalisme, dat honderden internationale verdragen bepaalt, zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948), dat in feite neerkomt op een universele verklaring van niet-universaliseerbare ‘rechten’, d.w.z. aanspraken op allerlei begeerlijke zaken die onmogelijk gelijktijdig en gelijkelijk voor iedereen verwezenlijkbaar zijn (3).

Zo wordt bijvoorbeeld de meeste mensen voorgehouden, dat hij in beginsel recht heeft op alles wat hij begeert (“maar SLECHTS binnen de beperkingen van de democratie”. wordt erbij gedacht). Tegelijk worden hem door dezelfde Verklaring effectief al zijn grondrechten ontzegd door ook deze afhankelijk te stellen van het vigerende politieke systeem, i.c. de democratie. M.a.w. de Verklaring zegt alleen dat ik recht op eigendom heb, d.w.z. dat de staat mij het eigendomsrecht mag toekennen, mits die staat dat opportuun acht. Daarbij houdt hij rekening met alle andere rechten die hij dient te verwezenlijken. Vanzelfsprekend mag hij, als hij andere rechten belangrijker acht, die eigendom ook weer afnemen.

De huidige situatie
Tegenwoordig valt de uitwerking van de Hobbesiaanse doctrine niet meer weg te denken uit allerlei internationale verdragen, bijv. (van instellingen) van de Verenigde Naties, maar ook uit de wetgeving van bijna alle Westerse democratieën en hun instituties, zoals (de lidstaten van) de EU, Wereldbank, etc. etc. Ook het hele staats- en bestuursrecht is ondenkbaar zonder de invloed van Hobbes.

Conclusie
Er blijkt dus alle reden te bestaan om de supranationale instituten en de nationale instituten van de democratische rechtsstaat, zoals justitie en politie ten principale te wantrouwen en de staat en zijn instellingen zo klein mogelijk te maken.
Bovendien blijkt hieruit, waarom ontwikkelingshulp geen overheidstaak is, het heffen van klimaatbelasting en het gratis verstrekken van schoolboeken, etc., zijn dat net zomin.

Bronnen:
(1) Arjen, Recht en onrecht, Vrijspreker.nl, april 2007
(2) Gerard Radnitzky, Hayek on the role of the State: a radical libertarian critique, herfst 2000
(3) F. van Dun, Fiscaal onrecht: de Hobbesiaanse erfenis, Libertarian.nl: 2001

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Belastingen
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Arjen schreef op : 1
    Arjen

    Beste Spy,
    "Durf jij naast een van honger stervend kind te staan en te zeggen dit is gerechtigheid? [Nee toch ?, SN]"

    Als je ‘nee toch?’ betekent dat je vindt dat er slechts gerechtigheid – recht heerst als de bijstaander ook ingrijpt en het kind eten en medische verzorging geeft, dan ben ik het grondig met je oneens. Het moeten verstrekken van hulp impliceert noodzakelijkerwijze dat het kind recht heeft op hulp. En als dit kind recht op hulp heeft dan heeft elk kind het. En dat is een consequentie die onmogelijk is.

    Uit de rest van je verhaal blijkt natuurlijk dat je op dezelfde golflengte zit. Maar welke andere betekenis kan je ‘nee toch ?’ nog hebben?

    Zoals ik in het door jou geciteerde stukje schreef, is armoede an sich geen onrecht. Het kan gevolg van onrecht zijn. Het kan ook het gevolg van een vrije keuze zijn. Denk maar aan bepaalde religieuze orden of aan Christopher McCandless (Into the Wild), de man die alles weggaf en in de wildernis trok om er uiteindelijk dood te vriezen.

  2. SpyNose (auteur van dit artikel) schreef op : 2
    Spy-Nose

    [1] Arjen,
    "Maar welke andere betekenis kan je ‘nee toch ?’ nog hebben?"
    Bedankt voor je opmerking. Ter verduidelijking: Je wijst op een tekstueel probleem, dat ik tot dusver niet goed heb kunnen oplossen. De toevoeging is van mij (SN), maar de inhoudelijke betekenis ervan in de context NIET. Die poogt slechts een universele emotionele reactie weer te geven.
    Het stukje probeert, zoals je al in je reactie aangeeft, het probleem te analyseren door onderscheid te maken tussen twee verschillende begrippen, nl. "ethiek" en "recht".

    Jouw voorbeeld is zeer verhelderend. Christopher McCandless had de vrije keus (een moreel gerechtvaardigde toestand), maar wist er -moreel gezien- geen raad mee. Hij kon het armoedeprobleem ook niet oplossen. Hij had beter philosophie kunnen gaan studeren. 🙂

    outside.away.com…
    Groet,
    SpyNose

  3. R. Hartman schreef op : 3

    Prima stuk, SpyNose.
    Verklaart en passant ook even waarom rechtspraak en rechtsgevoel niet meer aan elkaar gerelateerd zijn. Slechts de letter van de wet geldt, niet de geest. En zo kunnen gekende criminelen door vormfouten op vrije voeten blijven…

  4. R. Hartman schreef op : 4

    Nog een voorbeeld van hoe onze huidige dhimmiecratie een onrecht is: lobbyende partijen die vóór de EU grondwet ijveren krijgen subsidie (ons belastinggeld dus) en tegenstanders ‘voldoen niet aan de criteria’. Dit blijkt uit de petitie-nieuwsbrief die vandaag binnenkwam. Daaruit deze link:
    www.wijwillenreferen…

    Nog meer bewijzen gewenst?

  5. SpyNose (auteur van dit artikel) schreef op : 5
    Spy-Nose

    [3]R. Hartman,
    De "democratische rechtsstaat" zoals wij die kennen, is in wezen gebaseerd op een drogreden en is voortdurend wanbeleid daarvan een onvermijdelijk gevolg.

    Daarom is oppositie daartegen moreel noodzakelijk. Volgens John Locke, de auteur van de klassieke grondrechten, is onder bepaalde omstandigheden zelfs gewelddadige omverwerping gerechtvaardigd.

    nl.wikipedia.org…

    [4]
    Het antwoord op de brief van 5 mei 2007 van "Wij willen een referendum" moet nog even worden afgewacht.
    Groet,
    SpyNose

  6. AsGard schreef op : 6

    [1] [qoute]Zoals ik in het door jou geciteerde stukje schreef, is armoede an sich geen onrecht. Het kan gevolg van onrecht zijn. Het kan ook het gevolg van een vrije keuze zijn. Denk maar aan bepaalde religieuze orden of aan Christopher McCandless (Into the Wild), de man die alles weggaf en in de wildernis trok om er uiteindelijk dood te vriezen.[/qoute]

    Er is een wezenlijk verschil tussen gedwongen en ongedwongen dacht ik toch?! Elk persoon word geboren in een bepaalde maatschappij en dus levenssituatie welke onmiddelijk invloed heeft op je leven uiteraard. Kan deze maatschappij niet voorzien in de behoefte van zijn volk dan heeft deze maatschappij een probleem. En gezien er in de meetse maatschappijen hiërarchische structuren zijn en sociale klasses worden sommige keuzes zo goed als gemaakt bij je geboorte.
    Nadien pas komt "vrije" keuze aan bod.

    Trowuens een maatschappij waarin er van alles overvloed is maar die niet kan delen is niet eerlijk. Verder is er ook nog een verschil tussen erkennen van mensenrechten en ze ook daadwerkelijk consequent toepassen.
    Ook denk ik dat het logisch is dat ieder recht heeft op een goed en gelijke leven of kansen, ongeacht wat dan ook?!