woensdag, 4 juli 2007
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

PvdA: “doorbraak” of beginsel van partijpolitiek ?

Sinds de virtuele ophaalbruggen aan de Bosporus en de Straat van Gibraltar werden neergelaten en de poorten van de Europese luchthavens opengegooid, is de maatschappelijke orde op dit subcontinent praktisch volledig onder de voet gelopen. Wat 1400 jaar lang met enige mate van succes was buitengesloten, werd sinds de jaren ’60 enkele decennialang binnengehaald en omhelsd.

De tang van de islam omsluit het fragiele niet-islamitische, christelijke subcontinent, dat nochtans druk bezig is zijn eigen waarden te laten uithollen door de achterkant van de Verlichting: het gelijkheidsdenken, het egalitarisme van de Franse Revolutie. Dat egalitarisme is sindsdien bezig zich maatschappelijk te manifesteren in wat “democratie” wordt genoemd. Maar over wat het begrip “democratie” in de praktijk wel of niet inhoudt, verschilt van meet af aan bijna iedereen van mening. De definitie die de Vrijspreker hanteert is minimalistisch en houdt in, het praktische beginsel van meerderheidsbesluitvorming. Hierbij worden echter aspecten van “de democratie” in staatkundige zin buiten beschouwing gelaten. Maar daarover wilde ik het nu niet hebben. Mij gaat het in dit stukje over de toepassing van het gelijkheidsbeginsel (in de vorm van de doorbraak-gedachte) voor politieke doeleinden.

De ‘doorbraak’
Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontstond onder “progressieven” de zogenaamde ‘doorbraak’-gedachte: niet langer moest het ‘geloof’ bepalend zijn voor de politieke keuze. Progressieve katholieken en protestanten dienden zich aan te sluiten bij sociaal-democraten en vrijzinnig-democraten in één progressieve partij, vonden zij.

In de vooroorlogse jaren was er in de Nederlandse politiek sprake geweest van een scherpe scheiding tussen religieuze en niet-religieuze of seculiere stromingen. Dit verschijnsel heet ‘verzuiling’.

In 1946 werd de Partij van de Arbeid opgericht, maar daarvan maakten slechts een betrekkelijk gering aantal katholieken en protestanten deel uit. Terwijl de niet-religieuze kiezers op partijen als de PvdA, CPN en de VVD stemden, bleven godvrezende kiezers grotendeels trouw aan de confessionele partijen (KVP, ARP, CHU, SGP, GPV). Hierdoor mislukte de ‘doorbraak’ (secularisatie in de politiek) in de eerste naoorlogse jaren grotendeels.

In de 60-er jaren begon zich een hergroepering van de partijen af te tekenen. Dat begon met D’66, later vormden zich o.a. partijen als Groen Links en SP.
Pas in de 70-er jaren werd na een geleidelijk proces van ontzuiling en deconfessionalisering de ‘doorbraak’ werkelijkheid. Daardoor kon in 1973 het kabinet den Uyl tot stand komen. De PvdA betaalde daarvoor echter een hoge prijs, zoals ook in 1977 bleek, toen dit kabinet over de grondpolitiek struikelde. Dit was een gevolg van de ontwikkelingen niet zozeer alleen in de PvdA, maar in Nederlandse partijpolitieke verhoudingen in het algemeen.

Beginselprogramma´s
De Partij voelde zich in dat jaar vanwege de verschuivende partijpolitieke situatie voor de derde keer na de oorlog genoodzaakt zijn beginselprogramma aan te passen. (De vorige beginselprogramma’s dateren van 1947 en 1959. En het nieuwe beginselprogramma zou niet het laatste zijn.)
Want helaas voor de PvdA, door de ineenstorting van de Communistische Partij (CPN) en de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP) enerzijds en door de onverzadigbare politieke machtshonger van enkele dissidenten uit de PvdA (Nieuw Links) en de confessionele partijen (PPR) anderzijds, hield, ondanks het extreem-linkse beleid van het kabinet den Uyl van 1973, de radicalisering aan de linkerzijde van de PvdA aan. Zoals hiervoor aangegeven, bleek die radicalisering, die zich in concreto uitte in extreme standpunten, zoals inzake de grondpolitiek, voor de coalitiepartner onacceptabel.
Door de snel veranderende maatschappelijke ontwikkelingen, zijn regeringsdeelnames en zijn compromitterende politieke stellingnames raakte de PvdA zijn eenduidige socialistische koers kwijt, voerde een ‘zwabber’-beleid en verspeelde daarmee zijn politieke geloofwaardigheid.

Zo nodig een nieuw beginselprogramma
Het komt natuurlijk niet in het hoofd van een beginselloze partij als de PvdA op, dat een nieuw “beginselprogramma” niets aan veranderende maatschappelijke verhoudingen kan veranderen, juist omdat in de loop van de jaren gebleken is, wat die beginselprogramma’s in de praktijk werkelijk voorstellen.

De meer beginselvaste partijen, de confessionelen, blijken het op lange termijn in politiek opzicht dan ook veel beter te doen. Alleen bij partijfusies werden nieuwe beginselprogramma´s vastgesteld.
Toch blijft de PvdA het proberen. Want op 29 januari 2005 heeft de PvdA een 13 jaar durend debat over haar zogenaamde “beginselen” met een nieuw beginselprogramma, het Beginselmanifest 2005 afgesloten.

Maar ook de opportunistische VVD kan er van meepraten. Die heeft er sinds haar oprichting in 1948, net als de PvdA, ook drie versleten: in 1948, 1966 en 1980. En ook de VVD stelde in 2005 een nieuw “beginselprogramma” vast. Het valt dan ook niet te verwonderen, dat de VVD, net als de PvdA, zoals de laatste keer bleek, op zijn retour is. Zo gek is die kiezer niet, of hij voelt, dat hij bedonderd wordt. Zijn probleem is echter, hoe hij zijn politieke invloed kan uitoefenen zonder te worden bedonderd. Hij zoekt het dus in de flanken. In de jaren 1970 heette dat “polarisering”. Maar dat interesseert een gevestigde politieke partij met een gevestigd partijkader niet, eenvoudigweg, omdat het politieke bedrijf in wezen op kiezersbedrog berust.

Straatcoach
Een politieke partij streeft naar macht. Om macht te verwerven zul je eerst moeten overleven. Politiek overleven houdt in zoveel mogelijk kiezers paaien. Je zoekt een machtsbasis. Omdat de PvdA sinds Fortuyn weet, dat zij het vertrouwen van de eigen aanhang heeft verspeeld, klopt zij nu aan bij allochtone kringen. Zij zoekt haar toekomstige aanhang vooral in islamitische hoek. Ongeacht de scheiding van kerk en staat financieren gemeentelijke aparatsjiks op kosten van de belastingbetaler daarom allerlei islamitische projecten, m.n. in “achterstandswijken”, waar het begrip “verstoring van de openbare orde” is vervangen door “overlast”. En de wijkagent door ‘straatcoach’. Van de Gemeentewet, de Politiewet en de Algemene Plaatselijke Verordening heeft men bij de diverse stadsdeelraden, waar al jarenlang selectieve wetteloosheid voor ‘tolerant beleid’ doorgaat, kennelijk nog nooit gehoord. In plaats daarvan lopen er tientallen peperdure maar volkomen nutteloze hulpverlenende, opvoedkundige, sociale, educatieve, maatschappelijke gemeentelijke instanties elkaar voor de voeten.

Westermoskee en afvalligheid onder moslims
Zoals ik al zei, probeert de Partij op allerlei manieren een zekere machtsbasis terug te krijgen. Indachtig het PvdA-verkiezingsprogramma, waarin geschreven staat: “Overigens hoort de Islam gewoon bij onze samenleving.” (Hfdst.4 – Werken aan een ongedeeld Nederland) heeft Job Cohen zijn kaarten op de Islam gezet. Hij co-financiert met belastinggeld een moskeeproject: de Westermoskee. Het moskeeproject blijkt echter in handen te zijn van de Turkse fundamentalistische organisatie Milli Görüs die in Keulen gevestigd is en die in strijd met eerder gemaakte afspraken met de voormalig directeur Uzeyr Kabaktepe van grondeigenaar van Manderen bv, bepaalde eisen stelt aan de bestemming en de gang van zaken in en rond het gebeuren. Die moskee zal er -althans voorlopig- niet komen. Sowieso weggegooid geld dus.

En uit de zaak van partijlid, de Iranier en ex-moslim Ehsan Jami blijkt, dat een partijprominent als voormalig onafhankelijk rechter Aleid Wolfsen, het kamerlid Mei Li Vos en de vrije kunstenaar Eddy Terstall niets moeten hebben van Jamis organisatie van afvallige moslims, zeker niet nu de Partij net bezig is goodwill te kweken onder haar beoogde Islamitische aanhang.

Doorbraakgedachte of toch maar niet?
Toch is het Beginselmanifest 2005 progressiever dan deze lieden willen toegeven: in het hoofdstuk “Immigratie en integratie” (3.3.4) heet het: “Respect voor de geloofsvrijheid van anderen (…) en het recht op geloofsafval horen daar ook bij. Wie zich bij zijn of haar emancipatie belemmerd weet door de druk van familie, traditie of religie verdient onvoorwaardelijke steun.”
Geheel in lijn met de oorspronkelijke doorbraakgedachte dus.

Maar de Partij moet kiezen tussen twee kwaden: ofwel zij beleidt de doorbraakgedachte en predikt religieuze afvalligheid, islamieten en niet-islamieten gelijkbehandelend, ofwel zij kijkt hoe de wind waait en kiest partijpolitiek opportunisme als ‘Leitmotiv’. Hoeveel verschil de keuze voor het laatste voor haar geloofwaardigheid maakt, dat zal de kiezer de volgende keer uitmaken.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Politiek
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. R. Hartman schreef op : 1

    Uitstekend stuk, SpyNose.

  2. Arend schreef op : 2
    Arend

    Tja, alles waar de PvdA zich op focust en energie insteekt verkruimeld in hun handen. Het islamitische deel van het electoraat is ze aan komen waaien en het zal vermakelijk en tegelijk tenenkrommend zijn om te zien hoe ze dit stemvee bij zich gaan proberen te houden.

    Democratie XL is echt de voedingsbodem voor de open inrichting, bedacht door het Wiardi Beckman Gesticht, waar de ene idioot de andere idioot een schouderklopje geeft voor z’n genialiteit. Kansenwijk, hoe kom je erop op. GENIAAL! (…)

  3. Andre schreef op : 3
    Andre

    Grappig om te zien hoe deze partij zichzelf in de voet schiet door enerzijds de islam met belasting-geld te ondersteunen en de islam-afvalligen te weren, anderzijds in het partijprogramma religieuze afvalligheid aan te moedigen. De strijd tussen de doorbraakgedachte en partijpolitiek opportunisme is in alle hevigheid bezig in deze overbodige partij, die gekenmerkt wordt door zichzelf verrijkende lieden, op kosten van de belastingbetaler uiteraard. Partijpolitiek opportunisme lijkt bij gebrek aan visie en daadkracht ook bij andere partijen hoogtij te vieren; het lijkt daarmede van een soort radeloosheid te getuigen die partijpolitiek opportunisme in de hand werkt. Aangezien ik niet snel iemand met daadkracht en visie naar boven zie drijven, zet ik mijn geld in op partijpolitiek opportunisme. En daarmede op een continuering van de polarisatie. Dat kan nog gezellig worden..

  4. ACP schreef op : 4

    De PvdA heeft slechts TWEE doelstellingen:

    1. Wetend dat Nederland een absolute, achterhaalde en feodale monarchie is … moet het zien als politieke pachterpartij MAXIMAAL bij de monarch op een wit voetje te blijven.

    2. Als MINIMUM moet het zien tot het rijtje politieke partijen te blijevn behoren: NeoNSB-1 (CDA) … NeoNSB-2 (PvdA) … NeoNSB-3 (VVD) … NeoNSB-n …

    Daartoe heeft het kritische bijdragen geleverd. E.g., de zwaar verslavende zorgsstelsel, de multikul en alles mogelijk makende nivelleringsmechanisme, en aldoendend de homogeniteit en aanhankelijkheid van het Tokkievolk … verzekerend.

  5. Albert S. schreef op : 5

    Uitstekend stuk en zie hoe zo’n partij als de PvdA zelfs van haar eigen principes afwijkt om maar aan de macht te blijven.

  6. IIS schreef op : 6

    Lang en breed kun je praten, maar de PvdA is zwaar achterhaald. Eigenlijk is ze niet meer geworden dan een lokale partij.
    De PvdA heeft geen porem en ook nog nooit gehad en naarmate de tijd vordert en de wereld verandert blijft deze partij geloven in zichzelf en weigert halsstarrig te geloven dat de Partij ten dode is opgeschreven.
    Met kontdraaien en stroopsmeren blijf je niet lang overeind. In het noorden des lands krijgen ze nog een beetje hun zin, daar mogen ze de scepter zwaaien, daar kunnen ze nog ouderwets kroegpolitiek bedrijven
    PvdA, you’re history!!

  7. Wim schreef op : 7

    [6] Inderdaad gaan ze de zelfde weg op als D’66, dwz naar de vergetelheid, want met de moslimstem haal je het natuurlijk nooit. Je moet alleen een domme PvdA’er zijn om daar nog in te geloven.