woensdag, 15 augustus 2007
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Who cares?

In de krochten van de collectivistische ziel schuilt een diep verlangen niet eens de menigte maar de niet-bestaande entiteit, die de menigte leidt, te verheerlijken.
Paradoxaal is dat deze ziel minder concreet is dan een werkelijke ziel. Hoewel de doorgewinterde collectivist anders gelooft, is de realiteit dat de ziel – ook in de meer abstracte zin – onlosmakelijk is verbonden aan de menselijke natuur. Een natuur die nu juist zó tegengesteld is aan al wat naar groepsverheerlijking riekt.

De collectivistische ziel is dan ook niet meer dan een verzinsel van haar aanhangers; de grote gelijkenissen met religie, waar men frequent op wijst, liggen hierin. De aanhang heeft er echter veel baat bij dat deze virtuele ziel zich, via cultureel bedrog van de geest, in het oh zo nodige collectief vestigt.

Opmerkelijk is dan ook hoe groot de uiterlijke gelijkenissen van een fictieve en een werkelijke ziel zijn. Een belangrijk symptoom van de verzonnen variant is bijvoorbeeld de verheerlijking van collectieve verworvenheden die in werkelijkheid van geen betekenis zijn. Zo zegt men al enige tijd en sinds gisteren even wat minder, dat het goed gaat met de economie.

Is dit een reden voor collectieve vreugde? heeft letterlijk het gehele collectief hier baat bij? Neen!
“Het gaat goed met de economie” Who cares?!

Omdat het arme collectief, waar het allemaal om draait, niet eens het meest verheerlijkt wordt in deze waanzinnige cultuur, stel ik grote vraagtekens bij de geestelijke vermogens van een collectief.
Een duizendtal domme breinen is dommer dan een tiental briljante breinen. Door, via het extreem collectivistische middel van democratie, te opteren voor het duizendtal in plaats van het vrijlaten van de individuele geest, ontstaat een cultuur van domheid en goedgelovigheid. In die zin houdt het collectivisme zich lang genoeg in stand om heel wat schade aan te richten. Het is een dodelijke combinatie van slechtheid en effectiviteit; een soort witte haai.

Edoch, welk verschijnsel kan zich dan wél zo ‘gelukkig’ prijzen, het meest door collectivisten geprezen te worden? De Staat; een, gelijk de collectivistische ziel, virtueel concept.
Of de Staat hier echter zo gelukkig mee kan zijn, is maar de vraag. In de wetenschap dat alle lof die deze krijgt verkeerd geadresseerd is. Wanneer men beleid prijst voor een gezonde economie, vragen vrijheid en doorzettingsvermogen in de mens zich af waar hun post blijft. De fout is dan ook groot.
Primo: een economie is enkel gezond wanneer er geen scalpels en boren van collectivisme in steken. Enkel een gebrek aan beleid kan dus voor een gezonde economie geprezen worden.
Secundo: niet de Staat maar het individu, ondánks de Staat, is verantwoordelijk voor economische welvaart.
Tertio: het is een nutteloze exercitie om een virtueel begrip te prijzen. ‘De macro-economie’ is een volkomen irrelevant verzinsel van de degeneratieve geest. De micro-economie die betrekking heeft op individuen, is echter wel reëel. Deze heeft immers betrekking op relevante zaken als de voorziening in primaire en mogelijk secundaire behoeften. Met andere woorden: de Staat; Who cares?!

Hoe heeft het collectief baat bij gegevens als algemene welvaart, macro-economie en chauvinisme? Niet het collectief maar het collectivisme heeft hier baat bij. De eerste kanttekening bij de vooronderstelling in de bovenstaande vraag is de wedervraag: “Wat doet de algemene welvaart ertoe voor iemand die het gemiddelde omlaag haalt?
De tweede, daarop aansluitende vraag is: “Heeft iemand, die het gemiddelde omhoog trekt, er baat bij dat hij onder een lager niveau geschaard wordt?
Aangezien er bijzonder weinig mensen daadwerkelijk ‘gemiddeld’ of ‘algemeen’ te noemen zijn, heeft veruit de meerderheid die het collectief opmaakt juist géén baat bij een term als ‘algemene welvaart’.

Een derde vraag zou betrekking hebben op de macro-economie: “Wat doet een ‘goede macro-economie’ voor mij?”Niets! U bent werknemer van het bedrijf Macro-economics nv. En tenslotte is er nog de vraag wat chauvinisme voor wonderen de wereld inbrengt. Een gevoel van saamhorigheid kan mooi zijn. Echter, is het nog steeds zo mooi als u weet waar dit gevoel toe dient? Het collectief heeft dus eigenlijk geen baat bij deze cultuur. Enkel de cultuur zelf heeft er baat bij omdat dergelijke leugens de cultuur in stand houden. De algemene welvaart is een propagandistische term die het individu braaf houdt. De ‘goede’ macro-economie is niet alleen veelal gelogen maar ook een contradictio in terminis binnen deze context en een direct gevolg van de onrechtmatig verkregen vruchten van de slaven van de cultuur.

Tenslotte dan nog het chauvinisme. Zoals gesteld, er zijn wel voordelen maar deze worden bruut verkracht door de Staat. Saamhorigheid is enkel een middel om de ogen van de burger van haar fouten af te wenden. Een middel om de mens aan het werk te houden die overigens prachtig wordt beschreven door George Orwell. Ik zie de blindheid altijd bij voetbalinterlands. Ik kan het dan niet helpen dat ik een cirkel van kwijlende imbecielen voor me zie. Ze staan allen met de rug naar het midden en delen dezelfde naïeve grijns. In het midden zien we een stapel boeken branden. Het laatste verschijnsel laat mij nog een vraag: “Nederlanders kunnen goed schaatsen; who cares?!!!

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Cultuur
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. SpyNose schreef op : 1
    Spy-Nose

    Hahaha.
    De macro-economie; de Staat; de ‘algemene welvaart’; de Nederlandse export; Who cares?!

    Maar hoe zit het met het salaris van de buurman?

  2. .M schreef op : 2

    [1] Who cares? Maar mocht je er toch wat van aantrekken, dan is dit niet zo erg immers de buurman is een (rivaliserend) individu – geen collectief.

  3. SpyNose schreef op : 3
    Spy-Nose

    [2] .M,
    Vergis je niet. Ik denk, dat het overgrote deel van de PvdA-kiezers ewdmz uit jaloerse mensen bestaat. 😉