maandag, 3 september 2007
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Sumner’s Vergeten Man (“Forgotten Man”)

Men zou niet verwachten te kunnen leren van een man die aan het einde van de 19e eeuw zijn leerstof aan het papier toevertrouwde. Niets is minder waar. De tijdloosheid van Sumner’s inzichten zijn evident en meer dan de moeite waard om het stof van af te blazen. In de tegenwoordige tijd blinken regeringen in toenemende mate uit in het besteden van de vruchten van de harde arbeid van burgers, terwijl menigeen het voor zoete koek accepteert. De Vergeten Man wordt nog steeds over het hoofd gezien. Kapitaal wordt nog steeds ondergewaardeerd dan wel verward met andere zaken, zoals de kredietwatervallen van Greenspan, Bernanke & co. De ideeen van William Graham Sumner blijven pijnlijk actueel, ook na meer dan een eeuw. De Vergeten Man is als slachtoffer alom aanwezig.

William Graham Sumner (1840-1910) was een Professor in de Politieke Economie en Sociologie aan Yale. Het hierna volgende vertaalde essay komt uit een boek van Macmillan uit 1916. De editors van dat boek, Berdan, Schultz en Joyce van Yale, schreven de volgende korte paragraaf ter introductie: “Dit briljante essay door professor Sumner illustreert de effectieve toepassing van deductie. In twee paragrafen waarin de Vergeten Man gedefinieerd wordt, wordt het algemene principe zo duidelijk neergezet, dat de lezer het onbewust accepteert. Echter zodra de lezer dit principe heeft geaccepteerd, wordt het toegepast op de observatie van vakorganisaties en geheelonthoudingswetgeving, met verbluffende resultaten. Dit essay bestaat derhalve uit de uitleg van het algemene principe, gevolgd door twee illustraties. Net zoals de vorm zichzelf oplost in een simpel arrangement, zo simpel is de stijl. Er is geen neiging naar retorische overdrijving, geen aanspraak op emoties. Het leest, en is bedoeld om te lezen, als een gewone exercitie van de logica. Dit mathematische effect wordt verkregen door het gebruik van de A en B die geassocieerd worden met schoolproblemen. Het briljante van dit essay zijn gelegen in de klaarblijkelijke onontkoombaarheid met welke de auteur conclusies trekt die hemelsbreed verschillen van conventionele meningen. Omdat de importantie van het essay precies in deze toepassing gelegen is, wordt de structuur daadwerkelijk middels deductie benaderd.”

William Sumner was een van de meest uitgesproken personen ten faveure van lassez-faire in een periode waarin meer en meer mensen voorstander werden van interferentie door de staat op persoonlijke vlakken die tot dan toe het domein waren van het individu en private ondernemingen. Hij is de verpersonificatie van het klassiek liberale standpunt tegenover de “progressieven”.

De vertaling benadert bewust zo dicht mogelijk de originele tekst, waardoor de daadwerkelijke kenmerken van de samenleving anno eind 19e eeuw naar voren komen. Het is opmerkelijk dat staatsbemoeienis in zijn kinderschoenen zo scherp op werd opgemerkt en door logische deductie werd afgeserveerd door Sumner, hetgeen een goede reden is om ook de overige werken van Sumner onder de loep te nemen.

“De Vergeten Man” door William Graham Sumner

Het type en de formule voor de meeste filantropische- en humanitaire systemen is deze: A en B komen samen om te beslissen wat C moet gaan doen voor D. De radicale immoraliteit van deze systemen, vanuit een sociologisch standpunt, is dat C geen enkele inspraak hierin heeft, en zijn positie, karakter, en interesses, alsmede de ultieme effecten op de samenleving geobserveerd vanuit C’s interesses, worden volledig over het hoofd gezien. Ik noem C daarom de Vergeten Man. Laten we hem voor één keer aanschouwen en zijn zaak tegen het licht aan houden, want karakteristiek voor alle sociale doktoren is, dat ze hun gedachten fixeren op iemand of een groep mensen wiens zaak aantrekkingskracht uitoefent op de sympathieen en de verbeeldingskracht, en remedies plannen ten behoeve van het specifieke probleem; ze begrijpen niet dat alle delen van een samenleving in elkaar grijpen, en dat krachten die in gang gezet worden reageren door het hele organisme, todat een equilibrium tot stand is gekomen doordat alle interesses en rechten zijn aangepast. Ze zien daarom de bron waaruit ze de energie moeten putten die ze nodig hebben voor hun remedies compleet over het hoofd, en ze zien alle effecten op andere leden van de samenleving dan die ze in het vizier hebben over het hoofd. Ze staan altijd onder het gezag van het bijgeloof van de overheid, en, over het hoofd ziende dat een overheid helemaal niets produceert, laten het eerste feit buiten het gezichtsveld dat men in in alle sociale discussies onder ogen moet zien – dat de Staat geen cent voor iemand kan krijgen zonder dat ze het van iemand anders afpakken. Deze laatste man is productief geweest en heeft gespaard. Deze laatste man is de Vergeten Man.

De vrienden van de mensheid gaan uit van zekere voorkomende gevoelens jegens “de armen”, “de arbeiders”, en anderen die ze tot troeteldier bevorderen. Ze generaliseren deze klasses, en veronpersoonlijken deze, ze daarmede in sociale troeteldieren omtoverend. Ze wenden zich tot andere klasses en appeleren aan sympathie en goedgeefsheid, en aan alle andere nobele sentimenten van het menselijk hart. Aktie binnen deze kaders bestaat uit een transfer van kapitaal van de beter gesitueerden naar de minder gesitueerden. Kapitaal echter, zoals we hebben gezien, is de kracht door welke civilisatie in stand wordt gehouden en continueert. Het zelfde stuk kapitaal kan niet op twee manieren worden gebruikt. Daarom wordt elk stukje kapitaal, dat wordt verstrekt aan een inefficient, ruggengraatloos lid van de maatschappij die geen prestatie daar tegenover zet, afgeleid van productieve benutting; was dat wél het geval geweest, dan zou het zijn gebruikt voor het salaris van een effectieve- en productieve arbeider. Daarom is de échte lijder van deze soort van goedgevigheid bestaande uit een besteding van kapitaal om de goede-voor-niets te beschermen de werkzame arbeider. Aan de laatste, echter, wordt nooit gedacht in dit verband. Het wordt verondersteld dat hij van alles is voorzien en zich buiten de vergelijking bevindt. Zulk een opvatting toont aan hoe weinig populair juiste opvattingen van politieke economie zijn. Er is een welhaast onoverkomelijke vooringenomenheid dat iemand die geld geeft aan een bedelaar genereus en warmhartig is, maar iemand die de bedelaar geld weigert en het in plaats daarvan op een spaarrekening zet, gierig en gemeen is. De eerste zet het kapitaal neer op een plaats waarvan het zeker is dat het verspild is, terwijl er ook een soort zaad wordt geplant voor een lange aaneenschakeling van toekomstig geld dat verspild moet worden om een grotere druk op de sympathieen te pareren dan het geval zou zijn geweest in het geval het geld aan de bedelaar was geweigerd. Inzoverre dit verspilde geld in kapitaal was verworden en aan de arbeider was besteed die, onderwijl dit geld verdienende, het ook zou hebben gereproduceerd, moet het gezien worden als zijnde ontnomen aan deze arbeider.

Indien een miljonair geld geeft aan een bedelaar, is de nuttige winst voor de bedelaar enorm, en het nuttig verlies van de miljonair onbelangrijk. In het algemeen stopt hier de discussie. Maar indien de miljonair het geld kapitaliseert, vindt het zijn weg naar de arbeidsmarkt als antwoord op een vraag naar productieve diensten. Dus is er een andere partij betrokken met interesses – de persoon die productieve diensten levert. Er zijn altijd twee partijen. De tweede is altijd de Vergeten Man, en eenieder die de daadwerkelijke situatie wil bevatten, moet op zoek gaan naar de Vergeten Man. Het zal blijken dat hij waardig, werkzaam, onafhankelijk, en zelfverzorgend is. Hij is niet, technisch gesproken, “arm”, “zwak”; hij bemoeit zich met zijn eigen zaken, en klaagt niet. Dientengevolge wordt hij over het hoofd gezien door de filantropen, die dan ook over hem heen lopen.

We horen dagelijks van nieuwe plannen om de “situatie van de arbeider te verbeteren”. Hoe verder we afdalen in het kennisniveau van werk in de Verenigde Staten, des te groter is het voordeel dat de arbeider heeft ten opzichte van de hogere klassen. Een upperman of graver kan met één dag werk méér dagen werk van een timmerman, opzichter, boekhouder of dokter kopen dan een ongeschoolde arbeider in Europa zou kunnen kopen van één dag werk. Het zelfde is waar, weliswaar in een mindere graad, voor de timmerman vergeleken met de boekhouder, opzichter en dokter. Daarom is de Verenigde Staten het beloofde land voor de ongeschoolde arbeider. De economische omstandigheden spelen deze klasse in de kaart. Er ligt een groot continent om te ontginnen, en er is een vruchtbare aarde beschikbaar voor arbeid, met nauwelijks behoefte aan kapitaal. Dus de mensen met sterke armen hebben hetgeen de grootste behoefte aan is; zonder sociale overwegingen zou een hogere opleiding niet lonen. Dit het geval zijnde, heeft de werkende man geen behoefte aan verbetering in zijn omstandigheden behalve om verlost te worden van de van de parasieten die van hem leven. Alle plannen om de “werkende klasse” te bemoederen zijn synoniem aan arrogantie. Ze zijn impertinent en niet op hun plaats in deze vrije democratie. Er is geen, in feite, geen enkele toestand van zaken dan wel relatie die projecten van deze soort zinvol maken. Zulke projecten demoraliseren beide partijen, de ijdelheid van de ene flatterend en het zelfrespect van de ander ondermijnend.

Voor ons huidig doel is het belangrijkste om op te merken dat om iemand omhoog te halen er een draaipunt of reactiepunt moet zijn. In de maatschappij betekent dit, dat om één man omhoog te halen, een ander naar beneden gedrukt moet worden. De plannen om de omstandigheden van de werkende klasse te verbeteren interfereren met de onderlinge concurrentie van de arbeiders. De begunstigden worden arbitrair geselecteerd middels voortrekkerij, en gaan er prat op dat zij degenen waren die zichzelf hebben aanbevolen bij de vrienden van de mensheid door taal of gedrag dat niet getuigt van onafhankelijkheid en energie. Diegenen die lijden aan de corresponderende depressie door die interferentie zijn de onafhankelijken met zelfvertrouwen, die andermaal vergeten of gepasseerd zijn; en de vrienden van de mensheid blijken andermaal in hun obsessie om iemand te helpen, over de zelfredzamen te lopen.

Vakbonden hebben een scala aan middelen om lonen omhoog te krijgen, en zij die hun tijd besteden aan filantropie zijn geinteresseerd in deze middelen, en wensen hen geluk. Ze fixeren hun gedachten compleet op de arbeiders die op dat moment lid zijn, en nemen geen notie van enig andere arbeider als zijnde partij in deze kwestie. Het wordt verondersteld dat de strijd zich afspeelt tussen de arbeiders en hun werkgevers, en het wordt aangenomen dat men in die strijd sympathiek tegenover de arbeider kan staan zonder verder verantwoordelijk te moeten zijn voor wat dan ook. Het wordt echter snel duidelijk, dat de werkgever de bonden en het stakings-risico optelt bij de andere zakelijke risico’s, en het filosofisch betracht. Indien we nu verder kijken, zien we dat hij het filosofisch betracht omdat hij het verlies doorgeschoven heeft naar het publiek. Het blijkt dan, dat de publieke rijkdom geslonken is, en dat het gevaar van een handelsoorlog, gelijk het gevaar van een revolutie, een constante vermindering is van het welzijn van eenieder. Tot zoverre hebben we uitsluitend zaken gezien die de lonen zouden kunnen verlagen, niets dat het zou kunnen doen stijgen. De werkgever is bezorgd, maar dat doet de lonen niet stijgen. Het publiek verliest, maar het verlies dekt in feite extra risico af, en ook dat doet de lonen niet stijgen.

Een vakbond verhoogt lonen (afgezien van de wettelijke en economische middelen zoals opgemerkt in hoofdstuk VI) door het aantal gezellen dat in een ambacht kan toetreden te beperken. Dit middel werkt direkt in op het aanbod van arbeiders, resulterend in effecten op salarissen. Indien echter het aantal gezellen beperkt wordt, worden sommigen buitengesloten die toe willen treden. Zij die binnen zijn hebben daarom een monopolie gecreeerd, en daarmede een bevoordeelde klasse gecreeerd op een basis analoog aan de oude gepriviligeerde aristocratieen. Echter wat dan ook het voordeel van deze ordening moge zijn voor de deelnemers, het is ten koste gegaan van de buitenstaanders. Het is daarom niet aan de leiders noch aan het publiek dat bonden de druk uitoefenen middels welke zij lonen verhogen; het is aan de mensen van de arbeidersklasse die tot de ambachten toe willen treden; echter, hier niet toe in staat zijnde, worden deze gedwongen tot het toetreden tot de ongeschoolde arbeidersklasse. Deze personen echter, worden volledig en ongezien gepasseerd in alle discussies over bonden. Zij zijn de Vergeten Mannen. Omdat zij echter tot een ambacht toe willen treden en hun brood daarmede willen verdienen, is het eerlijk te veronderstellen dat ze er geschikt voor zijn, het zouden klaarspelen, het goed zouden doen voor zichzelf en dus ook voor de maatschappij; dat wil zeggen, dat van alle geinteresseerden en betrokkenen, zij het meest van al onze sympathie en aandacht verdienen.

Bij de reeds genoemde voorbeelden is geen wetgeving betrokken. De maatschappij, echter, houdt politie, sheriffs en diverse andere instituten in stand die tot doel hebben het volk tegen zichzelf te beschermen, dat wil zeggen tegen hun eigen ondeugden. Bijna alle wettelijke moeite om bepaalde gewoonten te voorkomen, beschermt ze juist, omdat alle wetgeving dienaangaande de kwaadwillige beschermt voor de gevolgen van zijn ondeugd. De natuurlijke remedie tegen ondeugd is verschrikkelijk. Zij verwijdert de slachtoffers zonder mededogen. Een dronkaard in de goot is precies daar waar hij thuishoort, volgens de fitheid en tendens der zaken. De natuur heeft hem veroordeeld tot het afbraakproces en de ontbinding volgens welke zij dingen verwijdert die hun bruikbaarheid overleefd hebben. Gokken en andere minder noemenswaardige gewoonten brengen hun eigen straffen met zich mee.

Welnu, we kunnen nooit een straf ongedaan maken. We kunnen deze slechts afleiden van het hoofd van de man die deze straf opliep naar anderen die het niet opliepen. Een groot gedeelte van ‘sociale hervorming’ bestaat uit precies deze handeling. De consequentie is dat degenen die van het juiste pad af raakten, zijnde ontlast van de strenge discipline van de natuur, van kwaad tot erger vervallen, en dat er derhalve een constant zwaardere last door anderen gedragen moet worden. Wie zijn die anderen ? Als we een dronkaard in de goot zien hebben we medelijden. Als een politieman hem oppikt, stellen we dat de maatschappij ingegrepen heeft om hem van de ondergang te redden. “Maatschappij” is een prachtig woord, en het bespaart ons de moeite om te moeten denken. De werkzame en eenvoudige arbeider, die is ontdaan van een percentage van zijn dagelijkse inkomen om de politieman te betalen, is degene die het gelag betaalt. Maar hij is de Vergeten Man. Hij komt voorbij en valt niet op, omdat hij zichzelf heeft gedragen, zijn afspraken is nagekomen, en naar niets vroeg.

De illusie van alle verbiedende, overdadige en morele wetgeving is dezelfde. A en B beslissen geheelonthouder te zijn, hetgeen in vele gevallen een wijs besluit is, en soms noodzakelijk. Indien A en B gemotiveerd worden door overwegingen die voor hen goed zijn, is dat voldoende op zich. Echter A en B spannen samen om een wet geaccepteerd te krijgen die C zal dwingen om een geheelonthouder te zijn ten behoeve van D, die het gevaar loopt om te veel te drinken. Er is geen druk op A en B. Ze hebben hun zin, en ze vinden dat mooi. Er is nauwelijks druk op D. Hij vindt het niet mooi, en ontwijkt het. De druk komt compleet bij C te liggen. De vraag doemt dus op, wie C is. Hij is de man die alcoholische versnaperingen voor een eerlijk doel wil hebben, die zijn vrijheid wil gebruiken zonder deze te misbruiken, die geen openlijke vragen zou opwerpen, en niemand tot last zou zijn. Hij is de Vergeten Man wederom, en zodra hij uit de vergetelheid tevoorschijn is gekomen zien we dat hij precies degene is die wij allen zouden moeten zijn.

Tot zover het essay van Sumner. De Vergeten Man is alom aanwezig. Pas deze notie toe op willekeurig welk vraagstuk waarin de regulerende overheid aanwezig is, en het wordt overduidelijk dat overheidsingrijpen ten koste gaat van welvaart. Enkele willekeurige voorbeelden:

Bibob staat u er al op:
Vertraging in het verlenen van vergunningen leidt er toe dat bedrijven niet kunnen voldoen aan de vraag van klanten; zowel de klanten als de bedrijven leiden schade. Degene die in het geheel hier niet bij betrokken is, is de Vergeten Man; hij wordt gedwongen een gedeelte van zijn salaris in de vorm van belastingen te besteden aan de ambtenaren die bij de opbouw en instandhouding van de infrastructuur zijn betrokken. Vanwege vertraging in- of het achterwege blijven van transacties lijdt iedereen schade.

Bimbo’s en Burka’s”>Bimbo’s en Burka’s:
Jimmy stelt, dat de afwezigheid van Jan “9-to-5” Modaal, de zwoegende MKB’er, de gescheiden verpleegster met twee kinderen en de Surinamer van de hoek opvallend was. Zij zijn de Vergeten Man, die inderdaad “de boel” draaiende houden, ondanks (niet dankzij) de overheid die maatschappij volgens haar “progressieve” beeld wil vormen. Zij zijn de mensen die niet wezenlijk klagen, en alle ellende veroorzaakt door de politiek correcte overheid al dan niet opgemerkt over zich hen krijgen.

Het doel van de Vrijspreker is om dat niet onopgemerkt voorbij te laten gaan. Voor zover de mensen in jullie omgeving, beste lezers, hier niet bij stilstaan, is het van belang hen hier op te wijzen in het belang van bewustwording als een stap op weg naar een betere maatschappij waarin dwingelandij van een overheid idealiter afwezig is. Het voordeel voor het individu zal in positieve zin merkbaar zijn aan de toename van hoeveelheid aanwezige muntjes in de oude sok aan het einde van de maand.

Doe je mee ?

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Vrijheid
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. R. Hartman schreef op : 1

    Uitstekend stuk, en een eeuw later legt het nog steeds de vinger exact op de zere plek. Het is zo simpel; waarom willen velen het niet zien? De machtswellust van A en B, typisch linkse ‘wereldverbeteraars’? Dat moet het zijn. Maar waarom zijn er dan zoveel C’s, die A en B blijven ondersteunen, terwijl deze niets doen om D, hun eigenlijke target, tot de orde te roepen? Stockholm Syndrome?

  2. Bep schreef op : 2

    [1] Omdat het veul te lang is ga ik dat stuk niet lezen.

    Maar a,b en d hebben elkaar nodig, begrijpen dat en werken met (tegen)
    zin samen.
    En c werkt niet/te weinig samen, en/of wordt door a,b,d, ontmoedigt dat te doen
    middels de door a,b,d, gecontroleerde middelen.
    C kan dus alleen, ALLEEN (of heel klein groepje) opereren en proberen onder de radar te blijven of aansluiting zoeken bij a,b,d.

  3. Andre (auteur van dit artikel) schreef op : 3
    Andre

    [2]
    Toch maar eerst het stuk lezen 😉

    [1]
    A en B zijn de typisch linxe ‘wereldverbeteraars’ inderdaad. In plaats van hun wereld op zichzelf te betrekken, roepen ze wetten in het leven met het oogmerk D tegen zichzelf te beschermen. Deze D, hardleers als hij is, zegt vervolgens ‘fuck you’ en gaat toch lekker zijn gang. Denk aan telefoneren achter het stuur; de slachtofferloze misdaad in actie. Waar het in dit verhaal echter om draait, is C, die al dan niet een auto heeft, eventueel met carkit. C betaalt via zijn belasting mee aan de infrastructuur nodig om de wereldverbeterende visie van A en B te implementeren en te handhaven; denk aan Spee c.s. en de onlangs in dienst genomen 25 oiido ambtenaartjes die met nieuw aangeschafte onopvallende motoren etc. de jacht openen op de bellende bestuurder. C is de Vergeten Man. Hij betaalt het gelag. A en B zijn blij, D belt rustig verder zonder handsfree kit. De controleurs worden uit het productieve circuit gehouden, wat tevens ten koste gaat van de welvaart van C (alsmede A, B en D uiteraard).

  4. Ge schreef op : 4

    C bemoeit zich met zijn eigen zaken, werkt de hele dag, en is ’s avonds moe. Wanneer zou hij zich moeten organiseren?Blijkbaar doet hij liever andere dingen. In het gunstigste geval leest hij de columns van de vrijbuiter. Is de vrijbuiter een B? In zekere zin gedraagd de vrijbuiter zich net als een vakbond, en creert een geestelijk monopolie?

  5. R. Hartman schreef op : 5

    [4] "C bemoeit zich met zijn eigen zaken, werkt de hele dag, en is ’s avonds moe. Wanneer zou hij zich moeten organiseren?"
    Precies. De lieden die tijd hebben zich te organiseren worden onvrijwillig betaald door C, via tussenkomst van een criminele organisatie die zich ‘overheid’ noemt.

    "In het gunstigste geval leest hij de columns van de vrijbuiter"
    Heb je daar een link naar? Dan kan ik ook eens kijken of en hoe ze daar "een geestelijk monopolie" creëren, want eerlijk gezegd kan ik me bij die term niet heel veel voorstellen.

  6. Ge schreef op : 6

    [5] Oke, R. Hartman, ik bedoelde natuurlijk de vrijspreker.

  7. R. Hartman schreef op : 7

    [6] Helaas leg je niet uit wat je onder "een geestelijk monopolie" verstaat, en hoe dat op Vrijspreker dan gecreëerd zou worden. Kun je dat nog even doen?