Onderstaande tekst is een licht aangepaste versie van die welke op 27 september j.l. werd geplaatst op www.nederlandineuropa.nl met het verzoek aan Frans Timmermans om te reageren. Tot nu toe heeft hij dat niet gedaan.
Volgens Frans Timmermans laat de Nederlandse Grondwet geen referendum toe. Maar dit is volstrekt in strijd met wat de Raad van State in 2004 schreef, namelijk dat naar heersende opvatting een adviserend referendum geoorloofd is. Punt uit. Pas daarna ging de Raad na welke aanleiding het parlement zou kunnen hebben om bij eerder verdragswijzigingen geen advies te hebben gevraagd, maar bij de Europese Grondwet wel. De Raad ziet dan een door hem uitdrukkelijk slechts gradueel genoemd verschil, bestaand in het Handvest en de integratie van de Europese verdragen in één verdrag. Nergens stelt de Raad echter, zoals de Raad van 2007 doet, dat dit de enige rechtvaardiging zou mogen vormen voor een referendum.
Uit het feit dat niet eerder een referendum gehouden is, volgt immers inderdaad niet dat dit ongeoorloofd zou zijn geweest. Dat zou ook ongerijmd zijn. De grote overdracht van bevoegdheden aan de EU is immers constitutioneel gezien veel belangrijker dan de integratie van de Europese verdragen en het Handvest dat vrijwel uitsluitend bepalingen bevat die al gedekt zijn door andere internationale verdragen. Dat verschil in gewicht is niet slechts van politieke – , maar ook van juridische aard.
In 2002 hebben Besselink e.a. een rapport in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken geschreven, waarin overtuigend wordt geconcludeerd dat de massale overdracht van bevoegdheden aan de EU, een afwijking is van de Grondwet op grond waarvan de procedure van artikel 91 lid 3 had moet worden gevolgd. Dat dit feitelijk niet is gebeurd, is materieel gezien niet erg, omdat er toch steeds sprake was van een tweederde meerderheid van de stemmen, zoals voorgeschreven in artikel 91 lid 3. Maar het onderbouwt nog eens ten overvloede mijn stelling dat de Raad van 2004 niet heeft gemeend dat overdracht van bevoegdheden als zodanig geen aanleiding zouden kunnen zijn voor het parlement om zich via een referendum te vergewissen van voldoende draagvlak bij de kiezers. Omgekeerd maakt het duidelijk dat juist het Handvest en de integratie van de verdragen zaken van weinig constitutioneel gewicht zijn en wel om de simpele reden dat ze geen afwijking van de Grondwet opleveren.
In feite is de fixatie van de Raad van 2007 op constitutionele kwesties absurd. Nergens zegt de Raad van 2004 dat alleen constitutionele aspecten een referendum kunnen rechtvaardigen. Ware dat zo en zouden allen Handvest en verdragsintegratie een referendum hebben gerechtvaardigd, dan had de Raad van 2004 toch ook moeten concluderen tot een andere vraagstelling van het referendum, namelijk: “bent u voor of tegen de integratie van de verdragen/ bent u voor of tegen het opnemen van het handvest in de Europese Grondwet”.
Het belang van een tweede referendum, dat door de Raad van State wordt ontkend op basis van de constatering dat de binnenkort voor te leggen verdragswijzigingen zich niet wezenlijk onderscheidt van die voorafgaande aan de Europese Grondwet, is ook daarom vals, omdat de Nederlandse kiezers pas toen voor het eerst zijn gevraagd of zij akkoord zijn met massale overdracht van bevoegdheden vanaf het verdrag van Maastricht. Het referendum liet zien dat dit niet het geval is. Gegeven het feit dat de thans voorzien wijziging van de verdragen ook volgens de Raad van State niet substantieel verschilt van de Europese Grondwet, is het dus zeer de vraag of de kiezers thans wel hun zegen zullen willen geven aan deze overdracht van bevoegdheden.
Bij dit alles komt tenslotte dat er op instigatie van Sarkozy een wezenlijke verandering is aangebracht in de doelstelling van het EG-verdrag, waarin de “vrije en onbelemmerde concurrentie” is geschrapt, een wijziging die niet los kan worden gezien van Sarkozy’s streven het Stabiliteitspact te ondermijnen. Vele kiezers hebben daar fundamentele bezwaren tegen. Deze verandering van doelstelling en Sarkozy’s streven is immers rechtstreeks in strijd met de claim dat het nieuwe verdrag een afscheid zou zijn van de ambities naar een federale superstaat.
Het moge duidelijk zijn dat de Raad van 2007 kennelijk zeer zijn best gedaan heeft om Balkenende en FT op hun wenken te bedienen. Nu dan nog een paar opmerkingen over het kiezersbedrog door de PvdA. Zeker er staat tussen haakjes “grondwettelijk” in het verkiezingsprogramma, maar voor de lezer is daarmee absoluut niet duidelijk dat daarmee gedoeld wordt op de aan- dan wel afwezigheid van het Handvest of de één- of meervoudigheid van de Europese verdragen. Daarover wordt in het partijprogramma met geen woord gerept. Zelfs de zuiver symbolische kwesties als het volkslied, het devies en de vlag komen daar niet aan de orde. Wel talrijke andere kwesties die voor de kiezers van belang kunnen zijn geweest om nee te stemmen. Volkomen begrijpelijk dus dat iemand als Tichelaar ook eind juni nog steeds stelde voorstander van een referendum te zijn en ook van FT hebben we toen niet gehoord dat het van hem niet meer hoefde. De kluit is dus gewoon belazerd, of liever gezegd: men wilde liever niet breken met het kabinet Balkenende en als er gebroken werd dan liever over de kwestie van het ontslagrecht, het “wisselgeld” voor het afschieten van het referendum, zoals intussen is gebleken uit een mail van PvdA-kamerlid Diederik Samsom. De kranten melden inmiddels flinke strijd over het ontslagrecht in het kabinet, zodat het nog maar de vraag is de PvdA echt wisselgeld was toegezegd. Donner heeft de PvdA er fijntjes op gewezen dat deze partij volledig akkoord was met de inhoud van de adviesaanvrage bij de sociale partners. Toen de vakbonden zich tegen verklaarden, was de PvdA ook tegen te verklaren. En wat is het argument voor die opstelling? Geen inhoudelijk argument, maar – ha,ha,ha – gebrek aan draagvlak, dus precies datgene waar de PvdA in het geval van de EU niet lijkt te malen.
—————————————-
Ingezonden door Prof. mr. NHM Roos









Doorsturen
Printen







Helder artikel. Toch een vraag:
"In 2002 hebben Besselink e.a. een rapport (…) geschreven, waarin overtuigend wordt geconcludeerd dat de massale overdracht van bevoegdheden aan de EU, een afwijking is van de Grondwet op grond waarvan de procedure van artikel 91 lid 3 had moet worden gevolgd. Dat dit feitelijk niet is gebeurd, is materieel gezien niet erg, omdat er toch steeds sprake was van een tweederde meerderheid van de stemmen, zoals voorgeschreven in artikel 91 lid 3."
Hoezo "steeds sprake was van een 2/3 meerderheid"? Bij welke gelegenheden hebben zich die 2/3 meerderheden voorgedaan?
Is het niet zo, dat -materieel gezien- in de periode 1992 t/m 2002, op enkele limitatieve uitzonderingen na, DE GEHELE SOEVEREINITEIT is overgedragen? Zo nee, hoe moet de strekking van de basisverdragen dan worden geinterpreteerd? En zo ja, was daarbij wel aan art. 91 lid 1 en lid 2 Gw voldaan?
M.a.w. houden genoemde bepalingen van art. 91 daadwerkelijk in, dat de wetgever de bevoegdheid heeft via een gewone formeel wettelijke procedure , met het oog op de goedkeuring van een verdrag, met enkelvoudige meerderheid, jazelfs met stilzwijgende goedkeuring, diezelfde Grondwet geheel buiten werking te stellen?
Msg
SpyNose