maandag, 31 maart 2008
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Bedrijven voorbereiding op de klimaatverandering?



KPMG-rapport: KPMG-rapport: hoe bereiden bedrijven zich voor op de komende klimaatverandering?

Hans Labohm



Onlangs berichtte het Financieel Dagblad over de conclusies van een rapport van het accountants- en adviesbureau KPMG, dat wereldwijd de maatregelen heeft onderzocht die in een achttiental bedrijfsectoren zijn genomen om zich voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering. Daarin werd onder meer ingegaan op aansprakelijkheidsrisico’s en reputatieschade voor bedrijven, volgend uit de fysieke veranderingen.

Dit rapport doet vele vragen rijzen. In de eerste plaats is er wel sprake van klimaatverandering? Daarover zijn alle wetenschappers het wel eens. Klimaatverandering is er altijd geweest en zal er, zolang de wereld bestaat, ook wel altijd blijven. De wetenschappers zijn het echter niet eens over de oorzaken daarvan. Zo’n twintig jaar geleden hebben de regeringen van alle landen het klimaatonderzoek uitbesteed aan het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change – het Klimaatpanel van de VN). Nog voordat de wetenschap gelegenheid had gehad om de zaak grondig te bestuderen, was reeds in het mandaat van het IPCC vastgelegd dat er zoiets als een door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde bestond en dat deze mogelijk catastrofale gevolgen zou hebben. De wetenschappers in het IPCC kregen de opdracht om nader uit te zoeken hoe dat precies zat, de effecten daarvan te bestuderen en maatregelen te verzinnen om daar iets tegen te doen.

Het IPCC kreeg daarmee een de facto monopoliepositie wat betreft de advisering aan overheden. Het functioneerde als een soort wetenschapskartel op klimaatgebied. Op geen enkel ander terrein van wetenschap kennen we een zodanige constructie, en al helemaal niet internationaal. Een ‘second opinion’ werd niet nodig geacht.

Vanuit het IPCC werd en wordt vaak beweerd ‘the science is settled’ en ‘all scientists agree’. In zijn film ‘The Inconvenient Truth’, herhaalt Al Gore deze stellingen. Bij nader onderzoek blijken beide beweringen echter niet te kloppen. Verschillende opiniepeilingen onder gekwalificeerde wetenschappers tonen aan dat een groot aantal onder hen kritisch staat tegenover de menselijke broeikashypothese. Onder klimatologen is dat ongeveer een derde. Ondervraagt men wetenschappers in andere disciplines, zoals de geologie, paleo-ecologie en de astrofysica, dan blijkt dat op al deze terreinen een zeer grote meerderheid deze hypothese verwerpt. Daarbij moet worden aangetekend dat wetenschappelijke controverses niet door handopsteken worden beslist. Denk maar aan Galileo Galilei. Wetenschap is immers geen democratie. Maar het zou toch te denken moeten geven.

In de loop der jaren heeft het IPCC vier dikke rapporten uitgebracht, waarbij het klimaatalarmisme steeds een tandje hoger werd gezet. De conclusies van deze rapporten waren voor vele vooraanstaande politici aanleiding om zich in nóg angstaanjagender termen over het klimaat uit te laten, waarbij zij waarschuwden voor het gevaar van een klimaatcatastrofe van apocalyptische proporties. Dit was een overtreffende trap van overdrijving van de conclusies van het laatste IPCC-rapport, die op zich reeds sterk overtrokken waren.

De nakende klimaatcatastrofe (een verzinsel, maar daarover later) wordt thans te pas en te onpas gebruikt ter legitimatie van tal van maatregelen, die de samenleving heel veel geld kosten. De verhoging van de energiekosten, die de laagste inkomenscategorieën disproportioneel treft, omdat het een eerste levensbehoefte betreft, vormt hiervan misschien het meest in het ooglopende praktische voorbeeld. Minder zichtbaar, maar nog belangrijker is dat de vermeende klimaatcatastrofe wordt gebruikt als alibi om een ingrijpende maatschappijhervorming door te voeren, ten koste van de persoonlijke vrijheid van de burger en ten koste van het systeem van vrije ondernemingsgewijze productie, dat ons zoveel welvaart heeft gebracht. Als Karl Marx nog zou hebben geleefd, zou hij zich waarschijnlijk met afgunst hebben afgevraagd waarom hijzelf niet op het idee was gekomen om de door hem gewenste maatschappijhervormingen tot stand te brengen met dreigende klimaatverandering als rechtvaardiging.

Tegen deze achtergrond zou een ‘second opinion’ toch wel zinvol zijn. Gelukkig hoeven we daar niet op te wachten. Inmiddels hebben twee groepen wetenschappers – onafhankelijk van elkaar – kritische klimaatrapporten uitgebracht die de tekortkomingen in het laatste IPCC-rap­port blootleggen. In de eerste plaats betreft het hier de zogenoemde ‘Independent Summary for Policymakers’ (ISPM), o.l.v. Ross McKitrick, uitgegeven door het Canadese Fraser Institute. In de tweede plaats is er het recente rapport van de ‘Non-Governmental International Panel on Climate Change’ (NIPCC), o.l.v. Fred Singer, dat door het Amerikaanse Heartland Institute is uitgegeven. Beide rapporten zijn op internet te vinden. Vooral het laatste rapport stelt heel duidelijk dat de menselijke broeikashypothese in strijd is met de feiten, waarnemingen en metingen. In wetenschapsjargon zegt men dan dat die hypothese is gefalsificeerd. Bij toepassing van de wetenschappelijke methode zou deze hypothese derhalve dienen te worden verworpen en zou men alternatieve hypothesen dienen te bestuderen. Doet men dat niet, dan begeeft men zich op het terrein van de pseudo-wetenschap.

Een ander soort kritiek op het klimaatalarmisme van het IPCC komt uit de hoek van de astrofysici. Verschillenden van hen verwachten binnenkort een omslag naar een nieuwe kleine ijstijd. Sommige wetenschappers zien in de huidige afkoeling reeds een voorbode daarvan. Immers de gemiddelde wereldtemperatuur is gedurende het laatst jaar – dus in één jaar tijd – met 0,6 graden gedaald. Dat is eenzelfde orde van grootte als de stijging die gedurende de laatste eeuw heeft plaatsgevonden en die aanleiding is geweest tot allerlei paniekreacties. Andere deskundigen wijzen er echter op dat één zwaluw nog geen zomer maakt en dat mutatis mutandis een besneeuwde Pasen nog niet een nieuwe kleine ijstijd inluidt. Het enige dat we op dit moment met stelligheid kunnen zeggen is, dat er geen consensus bestaat onder wetenschappers hoe we de recente weersveranderingen moeten beoordelen.

In het licht van deze onzekerheid is het moeilijk te anticiperen op verschillende klimaatscenario’s. We worden weer teruggeworpen op een oud meteorologisch ervaringsfeit: ‘Het kan vriezen, het kan dooien.’ Hoeveel waarheid dit gezegde ook moge bevatten, je hebt er niets aan uit het oogpunt van het anticiperen op toekomstige situaties.

Terugkomend op het KPMG-rapport kan dus worden geconcludeerd dat dit grotendeels op drijfzand is gebouwd. Wat kan men, gegeven de grote bestaande onzekerheid, nu voor zinvols zeggen over aansprakelijkheidsrisico’s en reputatieschade voor bedrijven, volgend uit de fysieke veranderingen. Het kan daarentegen wèl nuttig zijn voor ondernemingen om alvast rekening houden met veranderde wet- en regelgeving. Want zolang overheden zich ontoegankelijk tonen voor een ‘second opinion’ en – in strijd met de temperatuurmetingen – koppig blijven vasthouden aan hun virtuele werkelijkheidsperceptie dat er sprake is van een gevaarlijke opwarming van de aarde, zal het momentum van wetgevende arbeid moeilijk zijn te stoppen – ook al omdat dit wordt bepaald door een groot aantal inmiddels gevestigde belangen.

Wat kan deze olietanker van koers doen veranderen? De oppositie van wetenschappers, inclusief een groot aantal dat aan de meest vooraanstaande wetenschappelijke instellingen ter wereld is verbonden, heeft tot op heden geen bres kunnen slaan in het bastion van de broeikasgelovigen. Een voortgaande afkoeling van de aarde zou daarentegen misschien wèl de ogen van de beleidsmakers kunnen openen voor het feit dat de klimaatcatastrofe slechts een product van de van de virtuele werkelijkheid van klimaatmodellen. Zij zouden beter moeten weten. Immers, in de jaren zeventig was er een precedent in de vorm van de apocalyptische toekomstvisioenen van de Club van Rome, die evenmin werkelijkheid zijn geworden. Ten slotte zou ook het mislukken van een wereldwijde opvolger van het huidige Kyoto-verdrag de broeikasban kunnen breken. Immers als landen die relatief veel CO2 uitstoten, zoals de VS, China en India, niet meedoen, heeft het allemaal geen zin, zelfs als men gelooft in de juistheid van de menselijke broeikashypothese, die – ik herhaal het nog maar even voor alle zekerheid – inmiddels is gefalsificeerd.
——————————————————-

Hans Labohm is onafhankelijk econoom en auteur. Hij is ‘expert reviewer’ van het IPCC en samen met Dick Thoenes en Simon Rozendaal, co-auteur van ‘Man-Made Global Warming: Unravelling a Dogma.’

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Algemeen
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Freek schreef op : 1

    Inderdaad, een witte pasen, zal wel aan de man made Global Warming liggen.
    Overigens had men ook in Noord Italië een witte pasen, dus het was niet alleen Nederland en Duitsland (al moet ik eerlijk zijn en zeggen dat pasen dit jaar wel heel erg vroeg viel).

  2. R. Hartman schreef op : 2

    Bedankt voor weer een goed en uitgebalanceerd artikel, Hans.

    Tegen politieke agenda’s is geen kruid gewassen, zo blijkt. Klimatisme en Islamisme zijn de perfecte middele om wraak te nemen op hen die het Marxisme hebben laten mislukken.

    De pro-Man-Made-GW ‘wetenschappers’ zijn inmiddels aan het verworden tot astrologen in plaats van astronomen. Neppers, maar door hun broodheren verzekerd van een riante vergoeding.

    Vergelijk het met Nigel Farage, die in niet mis te verstane bewoordingen de MEPs met hun neus op hun corrupte handelen drukt, zodanig dat men maatregelen neemt om die ongewemste stem zoveel mogelijk te smoren. Toch stemt men daarna weer vrolijk hypocriet voor de eigen zakkenvullerij.

  3. Jan B. schreef op : 3

    Hans,

    Fanatastisch artikel!

    Maar… waarom willen ze zo graag deze leugens door de strot van de wereldburgers duwen?