maandag, 5 mei 2008
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Systeembreuk



,,Mensen weten de prijs van alles, maar de waarde van niets”
– Oscar Wilde



In de vorige afleveringen hebben we het gehad over de kredietcrisis en de oorzaken daarvan en in deze aflevering geef ik de oplossingen om zoveel mogelijk de onvermijdelijke toekomstige kredietcontractie te ontwijken.

Vertrouwen

Krediet komt van het latijnse woord ‘credere’, wat feitelijk vertrouwen betekent. Dat wil zeggen men vertrouwt erop dat alles wat in bruikleen is gegeven, zoals geld bijvoorbeeld, weer op termijn teruggegeven wordt. In de financiële wereld heet zoiets hypotheek, lening, obligatie, spaarrekening e.d. Dit geld dat in bruikleen is gegeven weer zou moeten worden terugbetaald met rente, omdat dit laatste het ‘inkomen’ vormt voor de uitleners en om eventuele risico’s te verzachten of te compenseren.

Wanneer het geld niet wordt terugbetaald, dan is de kredietgever de klos en moet deze de lening afschrijven. Zoveel is nu duidelijk. Maar wat gebeurt er als het krediet uit gebakken lucht bestaat?

We leven thans in een fiatgeldwereld, waarin geld wordt aangemaakt uit het niets. Tegenwoordig belenen banken zo’n 20 maal hun uitstaande deposito bij de centrale bank, die hiervoor het geld uit het niets schept. De centrale bank verkrijgt via de promesse disconto de rente over dit geld van de bancaire sector en de financiële instellingen voor niets. In de meeste gevallen zijn centrale banken onderdeel van de overheid, dus de regering krijgt gratis en voor niets geld toebedeeld., ten koste van de bankinstellingen en in het verlengde daarvan de eindleners, ergo bedrijven en particulieren. Met andere woorden een ‘onzichtbare belasting’, want deze belasting wordt vermomd als inflatie.

Paniek

Zoals gezegd lenen deze banken dit geld weer uit aan firma’s en particuliere leners voor bedrijfsaankopen, uitbreidingen, projecten, handelswaar, persoonlijke leningen en hypotheken. De rente die hierop wordt betaald wordt gegeven aan de bank, die het verschil incasseert tussen de promesse disconto en de rente van de lening.

De problemen ontstaan, wanneer er een gebrek aan vertrouwen ontstaat, want dan kunnen er rare dingen gebeuren, zoals een paniekstormloop op de banken, waardoor depositohouders hun geld opvragen en de banken minder deposito hebben om te kunnen belenen. Stel dat een bank ¤1 miljard aan deposito heeft en vanwege de zogenoemde bankrun nog maar een half milard euro over heeft. Dat betekent dat de toekomstige leningen met de helft moeten worden ingekrompen, dus in 50% van de gevallen kan er niet meer worden uitgeleend. Wanneer huizenbezitters een hypotheek hebben voor vijf jaar dan is het denkbaar nadat deze termijn is verstreken er geen hypotheekgelden meer beschikbaar zijn en de klant zijn verplichtingen niet meer kan nakomen. Enerzijds omdat hij direct met het kapitaal op de proppen moet komen om zijn hypotheek in te lossen en anderzijds als het geld niet voorradig is en niet kan worden geleend bij een andere instelling hij zijn bezit te koop moet aanbieden om zodoende het kapitaal bijeen te vergaren.

In crisissituaties zijn dit alledaagse ontwikkelingen die niet veronachtzaamd mogen worden. De reden is dat wat zowel Frank Shostak als Ludwig von Mises stelden dat kapitaal gebaseerd moet zijn op een vaste onderliggende waarde. Wanneer kapitaal gefundeerd is op alleen maar vertrouwen dan moet de basis weer teruggevonden worden in de vorm van de werkelijke historische monetaire middelen, ergo goud en zilver.

Waarde

George Reisman heeft hierover onlangs een betoog gehouden voor een terugkeer van de werkelijke waarde in de vorm van M1, waarmee de monetaire waarde in de economie wordt bedoeld. In het geval van de Verenigde Staten heeft hij aangetoond dat als al het goud binnen de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, zou worden ‘gemonitiseerd’ een ounce goud in waarde zal stijgen van $42 nu (de VS hanteert nog steeds de prijs van 1971) tot $12.700, oftewel in het jargon ‘marked to market’ genoemd. Dit houdt in dat in ieder geval de monetaire waarde van de dollar is gewaarborgd.

Voorgaande betekent natuurlijk niet dat de kredietexpansie (M3) hiermee opgelost is, noch dat de waarde van beleende middelen, zoals aandelen, huizen, bedrijven, projecten en andere investeringen kunnen worden behouden. Ergo, we zullen hoe dan ook op een neergang moeten rekenen van voornoemde middelen. Spijtig genoeg vertregenwoordigt dit een gezonde correctie van de waninvesteringen die hebben plaatsgevonden sinds begin jaren 80. Als men deze correctie op zijn beloop laat dan is de kredietcrisis binnen drie jaar voorbij. Jammer genoeg hebben we last van overheidsinterventies die de pijn proberen te verzachten, echter in werkelijkheid verergeren en verlengen. Daarom duren crises zo lang, zie de jaren 30 en Japan over de afgelopen 18 jaar. Argentinië is in dit opzicht een lichtend voorbeeld, want na zo’n drie jaar van behoorlijke economische pijn is deze economie aan het opklimmen uit het diepe dal sinds 2002.

In discussies komt dikwijls naar voren dat men niet precies weet wat de waarde is van goud en zilver. Men ziet het als een ‘grondstof’ of als een ‘vluchthaven’, maar dat is helaas een deels foutieve gedachte. Goud en zilver hebben beide 5000 jaar als monetair middel gediend. Nog steeds wordt er door centrale banken en de bancaire sector goud en in mindere mate zilver aangehouden, omdat men immer bang is dat er een systeembreuk kan optreden. Hiermee bedoel ik de ineenstorting van het papiergeld en andere fiduciaire middelen. Om als laatste redmiddel te kunnen fungeren zijn deze edelmetalen van onschatbare waarde om alle economische schokken op te vangen.
In 1933 deed Franklin Roosevelt dit door middel van het goud te confisceren van de Amerikanen, waardoor de dollar weer haar dekking terugkreeg ten koste van de burgerij.

Zinkende valuta

Dezelfde fouten die men in de jaren 20 maakte herhaalt men nu reeds sinds de afschaffing van het Bretton-Woodssysteem in 1971. Richard Nixon sloot het goudraam, waardoor er geen dollars meer konden worden ingewisseld tegen goud. Sindsdien is de dollar gaan ‘zweven’ ten opzichte van andere munten, met dienverstande dat de dollar nog steeds als wereldvaluta werd gezien. We kwamen hierdoor op onbekend terrein, want nooit heeft een wereldvaluta bestaan, welke alleen werd gedekt door vertrouwen en niet door goud.

De eerste gevolgen waren de stagflatiejaren in de jaren 70, waardoor grondstoffen tot enorme hoogten stegen en de economie tot stilstand kwam. Een hoge werkloosheid en gigantische prijsstijgingen waren aan de orde van de dag. De CPI-index volgde toen bijna gelijktijdig de monetaire inflatie. In de jaren 80 greep Paul Volcker in met een grote renteverhoging om de dollar te behoeden voor een ineenzakking. Hierdoor kreeg men te maken met de grootste recessie sinds de jaren 30 in 1981 en 1982. Vanaf 1983 kon men weer een begin maken met de monetaire hyperinflatie, waardoor er een hausse ontstond in Japans onroerend goed en Amerikaanse aandelen. Dit keer werden de statistische bureau’s misbruikt om de werkelijke inflatie te verdoezelen en de CPI-index naar beneden te masseren.

Nederlandse cijfers

Als voorbeeld kunnen de Nederlandse cijfers dienen en dat is dat volgens het CBS de consumentenprijsindex sinds 1982 met 65% is gestegen, terwijl de M1 in deze tijd met 499% is toegenomen. Derhalve in werkelijkheid is de inflatie vele malen hoger dan wordt toegegeven door de overheid. Uiteraard is dit bedoeld om de loonverhogingen aan banden te leggen, daar ook ambtenaren deze inflatie vergoed willen zien op hun salarisstrook. Een verhoging van 499% zou natuurlijk desastreus uitwerken op de overheidsbalans en het failliet betekenen van de verzorgingstaat. De consequenties hiervoor zijn een geleidelijke, echter zekere afkalving van het besteedbaar inkomen. Tot nog toe werd dit verdoezeld door de aandelen- en onroerendgoedmarkten, die vanaf 1982 tot 2000 en 1986 tot 2007 respectievelijk enorm in waarde stegen en aandelen- en huizenbezitters het fictieve gevoel gaven dat men welvarender werd, terwijl dit geheel veroorzaakt werd door de kredietexpansie over de afgelopen kwart eeuw.

Helaas wordt nu kenbaar dat de monetaire inflatie zich heeft verplaatst naar de grondstoffensector en primaire levensbehoeften. Niet alleen voor Nederland, maar ook voor de rest van de wereld geldt, dat bovengenoemde inflatie heeft geleid en verder zal leiden tot een enorme prijsstijging van levensmiddelen en energie, zoals we dat hebben gezien in de afgelopen jaren. We zitten ongeveer halverwege in deze prijzencyclus.

Thomas Paine

Als conclusie kunnen we stellen dat niet de prijs van goud en zilver is gestegen, maar dat de waarde van deze edelmetalen consequent gelijk is gebleven in de voorbije jaren, maar dat de prijs van papieren valuta is gedaald ten opzichte daarvan. Monetaristen hebben sinds 1971 geijverd voor zwevende valuta, doch in plaats daarvan kregen zij dalende valuta en deze zijn zo’n 90 à 96% gedaald in de afgelopen drie decennia. Deze daling zet zich nog steeds voort nu en in de toekomst.

Zoals Thomas Paine al in de 18e eeuw vertelde en dat is dat ,,papiergeld in welk licht dan ook bekeken op zijn best een zeepbel is”.

Essays:

Our Financial House of Cards; George Reisman, 25 maart 2008, Ludwig von Mises Institute, Alabama, USA
Thomas Paine on Paper Money; Thomas Paine, ed. 24 april 2008, Ludwig von Mises Institute, Alabama, USA
Götterdämmerung, The Twilight of Irredeemable Debt; Antal E. Fekete, 27 april 2008, Gold Standard University, Szombathely, Hongarije
The Problems of Central Bank Planning; Robert P. Murphy, 4 april 2008, Ludwig von Mises Institute, Alabama, USA
Centraal Bureau voor de Statistiek; CPI Index Statistische gegevens 1982-2007, april 2008
De Nederlandsche Bank, Monetaire en Financiële Kerngegevens, 2007
Credit Contraction, Economic Bust and Deflation; Steve Saville, 29 april 2008, SafeHaven.com

Literatuur;

Empire of Debt; William Bonner, 6 oktober 2006; Wiley Agora Publishing, Baltimore, USA
Gold, the Once and Future Money; Nathan Lewis, 4 mei 2007, Wiley, New York, USA

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Economie
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. F1L0S00F schreef op : 1

    Helder verhaal. Voordat ACP reageert om fiatgeld op te hemelen en het goudruilmiddel de grond in te boren, laat voorop staan dat het grootste probleem het monopolie van overheden op het uitgeven/reguleren van valuta het grootste probleem is.

    Dat gaat in tegen de menselijke natuur in, mensen ruilen graag met een middel waar zij zelf vertrouwen in hebben en wat het beste uitkomt gegeven een bepaalde situatie. In een ultiem vrije markt bepalen de deelnemers daarin zelf waarmee zij ruilen.

    Een van de beste middelen om de overheid te onthanden is de boycot van de door de overheid uitgegeven munt.


    freedigits.blogspot….

  2. jjvandinges schreef op : 2

    Ik ga het artikel later vandaag lezen, het is een beetje lang. De openingszin trok mijn aandacht. Niet om te zeiken, maar merk hem toch op…

    "A cynic is a man who knows the price of everything but the value of nothing."
    Oscar Wilde

  3. Albert S. schreef op : 3

    [2] Dank je voor deze juiste uitspraak.

  4. Arend schreef op : 4
    Arend

    Fiatgeld en centrale banken en de hele shebang die er mee samenhangt hebben allen een corporatistische (overheid+big business – hence, crackpot realism in het kwadraat) inslag en onstaansgeschiedenis. Dat het fiatsysteem gebaseerd zou zijn op vertrouwen, is in dat licht op z’n minst een beetje cynisch te noemen.

    Ik denk als je het in z’n geheel objectief bekijkt (whatever that means), de afweging/waardering fiatsysteem/goudsysteem ongeveer hetzelfde is als iedere afweging tussen geleide en vrije economie. Per saldo zal de vrije economie beter werken vanwege meer checks and balances, en ook een betere morele basis hebben dan de geleide systemen.