donderdag, 15 mei 2008
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

The Economics of College (3)

Dit is een vertaling van een artikel van Thomas Sowell, op 23 april gepubliceerd op Capitalism Magazine. Het artikel geeft een andere kijk op de kosten van (hoger) onderwijs, en de gevolgen van de bemoeienis daarmee door de overheid. Dit is het derde van drie artikelen over dit onderwerp: Waarom is een hogere opleiding zo kostbaar?

Er zijn twee basisredenen waarom een hogere opleiding zo kostbaar is. De eerste is dat mensen betalen wat de instituten vragen. De tweede is dat de instituten weinig redenen hebben om hun prijzen te verlagen.

Diegenen die willen dat de overheid de hoge kosten van opleidingen subsidieert lijken zich niet af te vragen of die overheidssubsidies niet in de eerste plaats hebben meegeholpen deze kosten zo hoog te maken.

Bij iedere economische transactie, ongeacht welk soort, is het zelden zinvol dermate hoge prijzen te vragen dat bijna niemand zich deze kan veroorloven. Maar als de overheid klaar staat om in te stappen en te helpen zodra opleidingen “onbetaalbaar” worden, waarom zou je dan niet meer vragen dan de afnemers kunnen betalen en het verschil door Uncle Sam laten bijpassen?

Het hoofd van een klein opleidingsinstituut vertelde me ooit dat als hij betaalbare prijzen zou vragen zelfs een klein instituut als het zijne elk jaar miljoenen dollars aan overheidsgeld zou mislopen.

In een normale marktsituatie bestaat voor elk concurrerend bedrijf de noodzaak de prijzen te verlagen als dat klanten bij de concurrent weg kan lokken en zo de winst verhogen.

Helaas, de academische wereld is geen normale marktsituatie.

Een aantal manieren om kosten te verlagen die een bedrijf heeft staan niet ter beschikking van opleidingsinstituten. Dit is het gevolg van beperkingen, opgelegd door de normerende instanties en de American Association of University Professors.

Ooit, in de vroege 1960s, toen mijn academische carrière begon, hadden veel — zo niet de meeste — opleidingsinstituten een werklast aan lesuren van 12 uur voor hun faculteiten, en sommigen een werklast van 15 uur.

Zelfs 15 uur lesgeven in de klas lijkt niet veel voor hen die 35 of 40 uur per week in een reguliere baan werken. Echter, het voorbereiden van lessen, het nakijken van toetsen en andere werkzaamheden op de campus vragen ook tijd.

Zelfs dan is 12 uur per week voor de klas staan geen moordende opgave, zeker niet voor professoren die al een paar jaar meedraaien en hun aantekeningen van voorgaande jaren kunnen raadplegen bij het voorbereiden van hun lessen.

Maar dat was toen en dit is nu. Vandaag de dag wordt een werklast van meer dan 6 uur lesgeven op de meeste campussen gezien als slavenarbeid. Overigens, aangezien lesuren 50 minuten duren staan 6 lesuren gelijk aan 5 echte uren voor de klas.

Waarom vond men het nodig de werklast aan lesuren te halveren? Voornamelijk omdat van professoren meer onderzoek werd verwacht.

En waarom werd meer onderzoek noodzakelijk geacht? Omdat onderzoek meer geld binnenbrengt van de overheid, stichtingen en andere bronnen.

Op veel campussen is het zo dat een beginnend lid van de facultiet niet hoeft te verwachten een vaste aanstellig te krijgen tenzij hij of zij onderzoeksgeld meebrengt om de kas van het instituut te spekken.

Zodra 6 uur lesgeven de norm is geworden wordt het voor individuele instituten lastig om te bezuinigen door 9 of zelfs 12 uur les te geven. Er zijn dan namelijk problemen te verwachten van de normerende instanties en de American Association of University Professors.

De juridische faculteit van de Universiteit van Colorado zag zijn goedkeuring door de American Bar Association in gevaar komen, simpelweg omdat ze niet genoeg geld spendeerde aan boeken voor haar juridische bibliotheek — ondanks het feit dat haar studenten bij de eerste poging slaagden voor het ‘bar exam’, met een hogere score dan de rechtenstudenten van Harvard en Yale.

De criteria die normerende instanties hanteren zijn gebaseerd op inputs — in essentie hoeveel geld men besteedt — in plaats van op de resultaten van de studenten.

Competitie tussen academische instituten gebeurt daardoor zelden in de vorm van kostenreducies, zodat het lesgeld verlaagd zou kunnen worden. Alle drijfveren zijn juist tegengesteld daaraan.

Competitie gebeurt vooral in de vorm van het aanbieden van betere faciliteiten — luxe lounges, bowlingbanen, draadloos internet en mooiere slaapzalen.

Geen van deze zaken leidt tot beter onderwijs. Maar zolang de klanten het blijven kopen — met steun van de overheid — zullen de opleidingsinstituten het blijven verkopen.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Economie
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Scrutinizer schreef op : 1

    En dan te bedenken dat die zg. topuniversiteiten universiteiten wezenlijks niets toevoegen.

    Tuurlijk, Harvards grads zijn beter dan die van andere universiteiten. Maar dat komt in eerste instantie door de strenge selectie aan de poort. Als alleen de besten er toegelaten worden, zullen ze wannneer zij afstuderen -na dezelfde studieboeken te hebben doorworsteld- inderdaad betere Ingenieurs, Juristen, Economen etc. zijn dan degene van een mindere universiteit (waar vooral de mindere goden onder de middelbare schoolverlaters toegelaten werden en x aantal jaar later de campus weer verlaten).
    M.a.w. of iemand een interessante kandidaat voor een baan is, wordt dus niet bepaald door zijn diploma van Harvard maar door het feit dat hij er toegelaten werd en vervolgens een diploma van om het even welke universiteit waar ie de standaard kost kreeg, kan voorleggen. Dat toont immers aan dat de gebruikelijke boekenlijst bestudeerd werd door een bovengemiddeld intelligent persoon (die immers toegelaten werd tot Harvard).

    Helaas evenwel is er in de wereld een verschil tussen gelijk hebben en gelijk krijgen, waardoor je als sollicitant toch tegen een hoop vooroordelen zou moeten opboksen als je komt uitleggen dat je uit kostenoverwegingen naar een "derderangsuniversiteit" bent uitgeweken, nadat je wel toegelaten werd op Harvard.
    En daar teren die instituten als Harvard natuurlijk op. Zonder dat het hen enige moeite kost zijn hun diploma’s meer waard en dus kunnen ze hogere collegegelden vragen, terwijl ze zich in wezen slechts van de overige universiteiten onderscheiden door hogere toelatingseisen te hanteren.
    In wezen zijn ze dus een soort veredelde rating agency. Hun diploma, wat je aan het eind krijgt, zegt eigenlijk niets anders dan "Deze persoon bleek bij aankomst bovengemiddeld intelligent en mocht hier bij ons een studie volgen die elders ook aan mindere goden aangeboden wordt. Door zijn eigen hogere intelligentie heeft ie van dezelfde stof meer begrepen dan die mindere goden en kan ie er beter mee overweg en is ie dus een geschiktere kandidaat voor de baan dan iemand met een lager IQ die dezelfde opleiding elders volgde (moest volgen)".

    Voor wie(ns zoon of dochter) van plan is een eigen bedrijf op te starten, is het natuurlijk goed nieuws. Hij is niet afhankelijk van de misvatting als zou je op Harvard echt meer leren en kan dus elders goedkoper dezelfde opleiding volgen.

  2. Quintus Backhuys schreef op : 2

    [1]
    Interessante reactie, maar heeft weinig tot niets met het stuk te maken. Of uw beweringen waar of niet waar zijn, kan ik niet beoordelen, maar dat doet ook niet echt ter zake.

    Het is vergelijkbaar met de stelling dat Toyota net zulke goede of zelfs betere auto’s produceert dan Ferrari, maar veel mensen toch liever en Ferrari en een Ferrari (daarom) duurder is.

    Het zal best, maar dat is een zaak voor (particuliere) consumentenorganisaties.

    Als Harvard geen overheidsgeld ontvangt en er vraag is naar hun product, dan kan ik dat alleen maar toejuichen, terwijl ik weinig opheb met een "derderangsuniversiteit" die met overheidsgeld bekostigd wordt, ook al bieden ze dezelfde (kennis)kwaliteit als Harvard.

    Andersom als de "derderangsuniversiteit" geen overheidsgeld krijgt, maar Harvard wel, dan juich ik de "derderandsuniversiteit" toe en kan Harvard niet op mijn steun rekenen.

  3. Quintus Backhuys schreef op : 3

    Dus. Nog niet helemaal wakker!!

    "dan Ferrari" moet natuurlijk zijn als/dan Ferrari.

    en de rest van de zin moet zijn: maar veel mensen toch liever een Ferrari zouden hebben en een Ferrari (daarom) duurder is.

  4. Scrutinizer schreef op : 4

    [2] Wat ik probeerde aan te tonen is dat er een gebrek aan transparantie is, die zulks in de hand werkt.

    Je vergelijking met Toyota vs. Ferrari is niet echt analoog.

    De eindproducten zijn verschillend en dat ligt wel degelijk aan de bouwer.

    In beide gevallen is de input staal, glas, leder, rubber etc. maar het resultaat wat door de assembagelijn van Ferrari is gegaan is onmiskenbaar sneller en zal volgens menigeen ook fraaier ogen. Daartegenover staat dat die materialen die door Toyota’s assemblagelijn gingen resulteerden in een vehikkel dat zowel zuiniger is als zitplaats aan 4 passagiers biedt.

    Maar als je graag een analogie wil, denk dan eens aan volgende.

    Uitgangssituatie is een school met zowel Havo als VWO opleidingen.
    De school telt 500 leerlingen in zowel Havo als VWO en het aantal dat in 1 keer zijn eindexamen haalt is 70% bij beide opleidingen.

    Niet slecht maar het kan beter en dus wordt een andere directeur aangesteld met de taak de cijfers te verbeteren. Hij zal een bonus krijgen voor hogere slagingspercentages en aangezien de examens centraal door de staat georganiseerd worden, kan hij niet sjoemelen door de examens voortaan makkelijker te maken. Het is dus objectief: hogere slagingspercentages betekent dat ie erin geslaagd is zijn leraars beter les te doen geven. Toch?

    Eens kijken. Als dit heerschap zelf mag beslissen wie er welke opleiding volgt, is het simpel. Als van de 500 VWO’ers de minst sterke (bv. o.b.v. een toets in de brugklas) gedwongen ook naar de Havo overgebracht worden, dan is het erg waarschijnlijk dat onder die groep er wellicht 90 het eindexamen VWO niet gehaald hadden en dat daarvan 80 toch nog wel het havo examen zouden halen.

    Wat gebeurt er dus? Een paar jaar later hebben van de 600 havisten 430 hun examen in 1 keer gehaald en van de 400 VWO-ers is het er 340 gelukt.
    M.a.w. de scores zijn resp. 71,5 en 85%.
    Kijk eens aan wat een prestatie. Wat een verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. Wat is de aanpak van de nieuwe directeur toch een overweldigend succes, dat de slagingspercentages in beide schooltypen er zo (fors) op vooruit gingen! Nou, die heeft zijn bonus wel verdiend, toch?

    ‘k Dacht het niet.
    Maar zo is het wel lekker scoren natuurlijk.
    Met 1 simpele maatregel kan je optisch succes oogsten en beloond worden, terwijl je wezenlijk geen zak verbetert.
    En gezien de meeste mensen geen zak van statistiek begrijpen, heeft niemand in de gaten hoe je de boel belazerde.

  5. Jan B. schreef op : 5

    Waar is dat vorige bericht over de klimaathoax gebleven?

  6. Quintus Backhuys schreef op : 6

    [4]
    idd geen zak verbeterd, maar zelfs verslechterd. En dat is dus wat er nu in het onderwijs gebeurd. Middelen worden tot doelen verheven: urennorm, slagingspercentage etc.

    Ik snap je punt van transperantie en daar heb je in principe ook wel gelijk in, maar ik wil alleen maar aangeven, dat we daar niets aan kunnen (willen) doen. Het gevaar bestaat nl. dat het dus de overheid wordt die die transperantie moet gaan waarborgen. Niet wensenlijk. Laat dat aan marktpartijen over als er behoefte aan is. (dmv zoals ik al aangaf bijv. private consumentenorganisaties)

    Mijn punt is dat er kwaliteitsverschil mag zijn in het onderwijs, maar dat het niet de overheid moet zijn die de kwaliteit waarborgt dan wel controleert of zelfs maar de norm stelt. Het moet de consument (ouders/leerlingen) zijn die bepaalt.

    In een vrije markt zal snel genoeg blijken of Harvard idd zo middelmatig is als jij beweert. Aan de andere kant misschien is er in de markt wel behoefte aan dure opgeklopte middelmatigheid.

  7. Scrutinizer schreef op : 7

    [6] Oh, ondanks mijn kritiek t.a.v. de misconcepties m.b.t. Harvard, pleitte ik geenszins voor overheidsregulering, zoals uit mijn volgende post wel bleek (die beschrijft immers gewoon de overgereguleerde NL toestand).

    Wat dan wel de oplossing is?
    Geen idee, maar wellicht zou die bestaan uit het oprichten van rating agencies (door de markt) die de intelligentie van middelbare schoolverlaters vaststelt, waar ze dan voor pakweg $500 na een dagje testen een certificaat kunnen halen dat in combinatie met een diploma van om het even welke universiteit (enkele jaren later) die aantoont dat je inderdaad het curriculum van economist/ingenieur/jurist/mba of whatever doorlopen hebt.

    Als die rating agencies maar streng/kritisch genoeg zijn, dan krijgen ze vanzelf een goede naam en dan kan een sollicitant op zijn CV vermelden dat ie "ergens" een ingenieursopleiding gevolgd heeft na zijn score "excellent" van SBS (Student Brightness Screening) o.i.d.

    Vroeg of laat komt er dan concurrentie en kan je je voor amper $395 laten screenen door SSS (Student Screening Services) enz. Zo ontstaat er dan een markt.

  8. Quintus Backhuys schreef op : 8

    [7]

    Mee eens! Dat zou idd een mogelijkheid zijn. Acht ik zeker niet onwaarschijnlijk.