zondag, 8 juni 2008
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Burke’s gedachtegoed en het Libertarisme

(Een inleiding op dit deel is geplaatst op 7 juni)

Allereerst is het essentieel om uit te vinden hoe dicht Burke bij Klassiek-liberale uitgangspunten zat om de hoofdvraag te kunnen beantwoorden. Hierbij is het nodig om de blik op Burke te verruimen van simpelweg zijn werk ‘Reflections on the revolution in France’ naar zijn andere werken en bredere gedachtegoed.

Een belangrijk werk dat in1795, vlak voor zijn overlijden, door Burke geschreven is, is het werk ‘Thoughts and Details on Scarcity’.

Dit werk is in feite een brief aan de toenmalige Britse premier, William Pitt als een memorandum hoe deze economie moest benaderen. Het werk is in feite een lofzang op de laissez-faire economische visie van de Klassiek-liberalen. Hij presenteerde een minimale kijk op de overheid en pleitte voor het afschaffen van elke vorm van overheidsuitkeringen. Dit kon worden overgenomen door de vrijgevigheid van individuen en de kerk. Verder verketterde hij elke vorm van regulering van commerciële activiteiten en pleitte voor vrijhandel. (Joseph Pappin III, 2002) In de woorden van Burke zelf:

“The balance between consumption and production makes price. The market settles, and alone can settle that price. Market is the meeting and conference of the consumer and producer, when they mutually discover each other’s wants.” (Burke, 1795)
Maar ook in reflections on the revolution heeft Burke het over economie, mensen:
“have a right to the fruits of their industry; and to the means of making their industry fruitful. They have a right to the acquisition of their parents.” (Burke, 1790)

Een ander belangrijk gebied waarop Burke qua gedachtegoed overeenkomt met Libertariers is op het gebied van ‘property rights’ of privé eigendom. Libertariers zien privé eigendom als een essentieel onderdeel en een noodzakelijke voorwaarde voor individuele vrijheid. Er is volgens hen immers weinig over van vrijheid als de overheid op enig moment kan bepalen wat een individu met zijn eigendom moet doen of dit kan afpakken. In reflections geeft Burke aan dat hij het volledig met deze redenering eens is:

The strong struggle in every individual to preserve possession of what he has found to belong to him, and to distinguish him, is one of the securities against injustice and
despotism implanted in our nature. It operates as an instinct to secure property, and to preserve communities in a settled state.
” (Burke, 1790)

Na het concluderen dat tussen Burke en de Klassiek-liberalen of Libertariers van zijn tijd op het economische gebied weinig verschillen bestonden is het nu tijd of tussen hem en het Libertarisme verschillen bestonden in hun denkbeelden ten aanzien van de Franse revolutie. Burke ontving veel kritiek op zijn verzet tegen deze revolutie van Thomas Paine. Paine bekritiseerde Burke omdat hij vond dat deze zijn weg was kwijt geraakt naar Liberty maar veranderd was in een meer autoritaire denker. Een deel van deze kritiek is blijven hangen. Paine vond dat de rechten van burgers vertegenwoordigt dienden te worden in een ‘body’, in het geval van Frankrijk, de Assamblee Nationale. Dit gaf burgers het recht van vertegenwoordiging en hiermee volgens Paine vrijheid. Of zoals Paine dit in de tijd van de Amerikaanse revolutie had aangekondigd: “No taxation without representation”.

Paine had hierom moeite met de kritiek die Burke leverde op met name deze Assemblee Nationale omdat hij deze raad zag als de uiting van soevereiniteit van een volk en als het middel waarmee mensen vertegenwoordigd en daardoor vrij konden zijn:
“As Mr. Burke occasionally applies the poison drawn from his horrid principles, not only to the English nation, but to the French Revolution and the National Assembly, and charges that august, illuminated and illuminating body of men with the epithet of usurpers,” (Foner, 1945)

Burke fulmineerde tegen de Assemblee Nationale en de veranderingen die erin plaats vonden. Hij vond met name de macht die de derde stand zich toeeigende schadelijk omdat hij een fervent tegenstander van democratie was. In zijn eigen woorden:
“I cannot help concurring” with the opinion of Aristotle and other ancient critics of democracy, “that an absolute democracy, no more than an absolute monarchy, is [not] to be reckoned among the legitimate forms of government. They think it rather the corruption and degeneracy than the sound constitution of a republic.” (Trask, 2004)

Burke voorzag dat de overname van de assemblee nationale door de derde stand, en de in zijn ogen extreme vorm van democratie die hierdoor ontstond zou leiden tot een vorm van tirannie en niet tot de vrijheid die Paine voor ogen had. Hiermee had Burke achteraf gezien niet alleen het gelijk aan zijn kant; de revolutie liep uit tot de Jacobijnse terreur en uiteindelijk de bekroning van Napoleon, een dictator. Tevens gebruikte hij alom geaccepteerde libertaire standpunten, dezelfde standpunten die de founding fathers van de Verenigde Staten enkele jaren eerder hadden gebruikt.
Ook zij zagen de gevaren van een democratie omdat ze bang waren van een dictatuur van de meerderheid.

Een andere reden dat Burke zich verzette tegen de Franse revolutie lag in gebeurtenissen in 1789. De Assamblee Nationale verkeerde in grote geldnood. Het was echter politieke zelfmoord, of zelfs wellicht letterlijk zelfmoord, om belastingverhogingen door te voeren. Om toch aan geld te komen om de buitenlandse schulden af te betalen en een groot leger te kunnen onderhouden eigende de assemblee zich alle kerklanden toe. Al het grondgebied dat aan de Franse kerk toe behoorde, was nu eigendom van de overheid geworden en werden tot nationaal eigendom uitgeroepen. Burke was hier een fervent tegenstander van daar hij heilig geloofde in het belang van property rights, niet slechts van individuen, maar ook van instituties als de kerk. (Trask, 2004)
Wederom gebruikt Burke hier een libertair argument waarmee hij grote vraagtekens zet bij de Franse revolutie.

Conclusie

Hoewel niet eenduidig vast te stellen is dat Burke’s politieke opvattingen, of het conservatisme waarmee hij nu vereenzelvigd wordt geheel overeenkomen met libertaire of Klassiek-liberale denkbeelden is het wel opvallend in welke mate deze overeenkomen. Het kan wellicht gezegd worden dat Burke in het rijtje van Klassiek-liberale denkers kan worden geplaatst.

Op het gebied van de economie zijn er vele overeenkomsten. Zo is Burke, evenals zijn libertaire tijdgenoten overtuigd van het belang van een laissez-faire economie; van een zeer beperkte rol van de overheid maar zeker niet in de economie. Ook pleitte hij voor vrijhandel.

Een ander belangrijke overeenkomst is Burke’s nadruk op het belang van property rights als een garantie voor vrijheid, een standpunt wat libertarische denkers ook aanhangen. Tenslotte kan geconcludeerd worden dat met zijn standpunt ten aanzien van democratie door vele libertaire denkers ingestemd wordt. Democratie wordt gezien als de dictatuur van de meerderheid en zeker geen voorwaarde voor een vrije samenleving.

Vanuit dit licht bezien is de kritiek op Burke’s afkeuring van de Franse revolutie vanuit de libertaire hoek niet geheel terecht te noemen. Burke gebruikt bij zijn kritiek op de Franse revolutie immers libertaire argumenten. Enerzijds het belang van property rights en zijn woede over het op grote schaal inbreuk hierop plegen door de Assemblee Nationale. Anderzijds doordat de Assemblee Nationale een vorm van extreme democratie vormde die uiteindelijk ten koste ging van de vrijheid die ze wilde veiligstellen.

Het zou de critici van Burke, en zeker die uit de libertaire hoek, gesierd hebben om hem niet simpelweg weg te zetten als een reactionaire autocraat op dit gebied. Wellicht hadden ze zijn argumenten beter kunnen bestuderen en vervolgens concluderen dat, hoewel ze het in eerste instantie niet met zijn manier van denken eens waren, ze in dit geval een gemeenschappelijk doel nastreefden; Liberty.

Literatuurlijst

Burke, E. (1790), ‘Reflections on the Revolution in France’, Stillwell KS: Digireads.com (2005)

Burke, E. (1795), ‘Thoughts and Details on Scarcity’

Churchill, W. (1932), ‘Consistency in Politics’

Foner, P.S. (1945), ‘The complete writings of Thomas Paine’, New York: The Citadel Press

Galles, G.M. (2002), ‘Burke on liberty’, Ludwig von Mises Institute: mises.org

Lane, R.W. (1943), ‘The discovery of freedom’, Albany: Ludwig von Mises Institute (2005)

O’Brien, C.C. (1992), ‘The Great Melody: A Thematic Biography and Commented Anthology of Edmund Burke’, Chicago: University of Chicago Press

Pappin 3rd, J. ‘The Place of laissez-faire economics in Edmund Burke’s politics of order’,  Ludwig von Mises Institute: The Austrian Scholars Conference, March 2002: mises.org

Stanlis, P.J. (1991), ‘Edmund Burke: The Enlightenment and Revolution’, Edison NJ: Transaction Publishers

Trask, S.H.A. (2004), ‘Inflation and the French Revolution: The Story of a Monetary Catastrophe, Ludwig von Mises Institute: mises.org

Ingezonden door Mels de Zeeuw

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Algemeen
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Bas schreef op : 1

    Een zeilschip ,vol met hoopvolle ,Europese emigranten komt aan bij het land Amerika.
    Dat land is wild ,er zijn geen huizen of wegen ,en ook geen eigenaars.
    Die eigenaars waren zij ,voor het eerst van d,r leven ,het vooruitzicht op eigendom,wat in Europa niet mogelijk was .
    Daar was alles van de koning ,soms de keizer, die elkaar om de paar jaar de hersens in sloegen om bezit te vermeerderen ,het heette oorlog.
    Met deze wijze lessen van de geschiedenis kwamen de eerste Europeanen aan op een strand van Amerika.
    En ze deden het goed ,heel goed zelfs,o.k, er moesten een paar indianen verteld worden dat zij niet de eigenaar waren ,maar het grootte verhaal van die vrije wereld was ,ieder voor zich ,en G.. voor ons allen.
    Uiteindelijk was alles onder controle ,en niet verbazingwekkend ,wilden dat vastleggen in wetgeving.noem het de tijd van Burke, waarin dit gebeurde, Burke zelf heeft nooit op een strand gestaan ,hij was de erfgenaam,die als mens excuses zocht voor de wat de mens eigenlijk was ,en allerlei nonsens op papier verkondigde die later als wijsheid werden vertaald.
    De Franse revolutie was een aanslag op dit denken van Burke die zelf absoluut geen idee had wat er in het oude Europa gebeurde op het gebied van herverdeling , en geloof gedicteerde kennis.
    Die Franse revolutie bedreigde de financiële liberty van de tijd en geestgenoten van Burke , die ,zoals ik al zei ,alles onder controle hadden,en als echte conservatieven hoopten tot het einde der dagen zo verder te leven.
    Niet voor niets hebben, tot op de dag van vandaag, de liberale denker en conservatieven innige banden.
    De burgeroorlog maakte duidelijk dat Burke misschien een aardige man was, met een leuk verhaal, maar ook niets meer.
    uiteindelijk ,als puntje bij paaltje komt zijn alle mensen ,ongeacht IQ levels ,geloof ,of opvoeding bezig met overleven ,en om dit te bereiken ,tot het uiterste gaan, ongeacht wat zijn medemens er van denkt .

  2. Hub Jongen (auteur van dit artikel) schreef op : 2
    Hub Jongen

    “….zijn alle mensen ,……….bezig met overleven ,en om dit te bereiken ,tot het uiterste gaan, ongeacht wat zijn medemens er van denkt ”

    Dat overleven is essentieel. De mens kan dat in hoofdzaak dank zij zijn verstand.
    Met dat verstan kan hij ook bedenken wat nu de beste, eerlijkste, rechtvaardigste manier is om met andere mensen samen te leven en zo de hoogste welvaart te bereiken.
    “Ideeen” zijn de basis waar dat mee begint.
    Ideeen van “denkers/schrijvers” die daarvoor gebruikt worden, kunnen goed of verkeerd zijn.
    De Vrijspreker stelt dat de enige goede, morele basis wordt aangeduid in de missie van de Vrijspreker:”
    “De Vrijspreker streeft naar een maatschappij waarin ieder mens soeverein is:
    ieder mens heeft het recht zijn leven te leiden zoals hij zelf wil,
    zolang hij datzelfde recht van ieder ander respecteert.”

  3. Bas schreef op : 3

    Lang voor onze geschreven geschiedenis waren mensen en dieren niet gescheiden door wat wij noemen verstand.
    En hadden veel problemen in de dagelijkse strijd om te overleven , tenminste ,dat neem ik aan .
    Elk soort dier ,ook en vooral die dieren die onze voorouders waren gebruikte alle middelen die ze van de natuur ,en misschien door evolutie , meegekregen hadden.
    De mens ontwikkelde zich in die strijd tot het meest gevaarlijkste dier/mens wat om te overleven z,n eigen soort ging aanvallen en vermoorden.
    Niet voor voedsel ,maar iets wat te maken had met een instinct wat alle dieren op de een of andere manier bezitten.
    De voortplanting van het soort werd tot op de dag van vandaag ,na voedsel ,de belangrijkste drijfveer .
    Het schakelde inteelt uit ,en bracht de mens in een duizelingwekkende snelheid op het punt waarop ze gingen spreken over ,verstand aan het werk.
    Dat alleen bracht ons veel religies die allemaal een probleem met een instinct hebben ,en vervolgens een super hemel zien als vriend in het duister.
    Het punt waarop de mens nu staat is een soort ,noem het halfweg.
    Halfdier,halfmens ,vandaar dat wij de wezens die ooit met ons samen de planeet deelden ,de dinosaurs ,versteend en wel als oude vrienden in musea bekijken .
    Diegene met de grootste tanden als meest bekend,ik ken je van vroeger ,overkomende.

  4. ACP schreef op : 4

    In theorie (en als ideaal politiek model) is het (wat het libertarisme zou kunnen zijn) allemaal prachtig … in de praktijk gaat het gelukkig geheel anders, enwel omdat er een onbegrensd aantal variabelen een rol spelen dat uiteindelijk de verhoudingen tussen de mensen beinvloeden en bepalen. … zodat Libertarisme hooguit een RICHTING kan aan geven, maar NIET in staat is, of dat zou kunnen zijn, om als wegwijzer te fungeren . En al zeeeker niet om als interhumane verkeersregelaar te kunnen functioneren …. Imers aan … “als” dit of … “als” dat, heeft niemand wat … Of wel soms?

    En om te beginnen is het “geinstitutioneerde” libertarisme als “conventie” en afspraak eenvoudig een “no starter” en d.o.d. (dead on arrival) … Want het gebeurt eenvoudig NIET. Het is daarom een ILLUSIE om het als een massaal goed aan de man te willen brengen zoals men dat met relegien doet.. Want hooguit lukt het op zeer beperkte, selectieve en individuele (en dan ook nog op unilaterale) basis. Voorbeeld … elke overheid is niet zooo groot of machtig als men het weet te omzeilen … eveneens als men zijn belastingen weet te minimaliseren … Immers, daar hoeft helemaal geen enkele libertarische filosofie achter te staan .

  5. NvdBeek schreef op : 5

    Wat ik in de twee bijdragen mis, is een bespreking van de moralistische overtuigingen van Burke. Conservatieven zijn over het algemeen voorstanders van een vrije markt, en dit wordt ook in het stuk over Burke bevestigd. Daarom dat in de VVD een lange termijn mix van liberalen en conservatieven heeft plaatsgevonden, wat soms in strijd ontaard zoals recentelijk bij Rutte en Verdonk.

    Waar conservatieve en liberalen zich onderscheiden is namelijk op het gebied van de persoonlijke vrijheid. Liberalen zijn niet tegen drugs, vrije sex (op vrijwillige basis), porno, de tekeningen van nekschot, of enig ander fenomeen waarvan de werkingssfeer beperkt blijft tot dat individu. Dat wil niet zeggen dat ze er zelf aan meedoen. Nee, volgens liberalen zijn rationele mensen zelf het beste in staat om hun eigen experimenten te voeren, en wij kunnen daarvan leren (JS Mill, on liberty, maar dan even kort door de bocht).
    Conservatieven daarentegen beschouwen de mens als zwak, iets dat gestuurd moet worden en bescherming tegen zichzelf verdient. Drugs zijn slecht (omdat de dominee dat zegt) en daarom moeten wij je tegenhouden!

    Om vast te stellen of iemand conservatief is of liberaal, moet je kijken naar zijn standpunten omtrent de persoonlijke vrijheid. Net als je bij socialisten/sociaal-democraten en sociaal liberalen je vooral naar de economische vrijheid moet kijken.

    Kortom, de analyse geeft ons geen inzicht in de vraag of Burke wel of niet liberaal was, omdat zij onvolledig is. Aanvullende argumentatie wacht ik met interesse af.