
Een bezorgde burger heeft zijn plicht gedaan, hij deed aangifte tegen de regering wegens landverraad, te weten het ondertekenen van het verdrag van Lissabon.
Hier de integrale aangifte.
Aan:De Ministers van Justitie ,Binnenlandse Zaken en Europese Zaken.
De Voorzitter van de Commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven.
De Voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamers der Staten Generaal .
De Voorzitters van de Vaste Kamercommissies voor Europese Zaken,
Binnenlandse Zaken en Justitie.
De Hoge Raad.
CC:Een aantal ter zake deskundige professoren en onderzoekers.
Betreft:Aangifte tegen de regering inzake het Lissabonverdrag.
Goor,6 juli 2008.
Geachte Minister, Geachte Voorzitter, Geachte Raad,
Op grond van de wettelijke verplichting in artikel 160 van het Wetboek van Strafvordering doe ik hierbij aangifte van de feiten en omstandigheden zoals die mij bekend zijn en verwoord zijn in deze brief en de bijbehorende bijlagen.
Deze feiten en omstandigheden geven mijns inziens voldoende aanleiding om onder meer te vermoeden dat enkele Ministers, waaronder de Minister-President, en mogelijk enkele kamerleden zich schuldig hebben gemaakt aan onder meer het misdrijf omschreven in artikel 94 van het Wetboek van Strafrecht en wel bij het ratificatieproces van het
zogenaamde Verdrag van Lissabon.
Gezien het feit dat de burger hierbij verplicht is onverwijld aangifte te doen bij een opsporingsambtenaar en het mij niet duidelijk is welk bestuursorgaan hiertoe bevoegd is, dien ik hierbij bij u mijn aangifte in en verzoek ik u hierbij op grond van artikel 5 van de grondwet:
1.Deze brief en de bijbehorende bijlage uit te printen en te verspreiden onder de leden van uw commissie, uw raad, uw kamer, etc.
2.De in de bijlage gerefereerde documenten te downloaden van de vermelde
locatie(s).
3.Kennis te nemen van de inhoud van deze aangifte, de bijlage en de daarin
gerefereerde documenten en video’s.
4.Al dan niet in overleg met de overige geadresseerden een besluit te nemen omtrent:
a)het geheel of gedeeltelijk in behandeling nemen van mijn aangifte,
b)het instellen van een nader (parlementair)onderzoek,
c)over te gaan tot vervolging dan wel op grond van uw eigen bevoegdheid het
juiste orgaan hiertoe opdracht te geven en/of het op grond van artikel 2:3 van de
algemene wet bestuursrecht onverwijld doorzenden van deze aangifte aan het
orgaan dat wel de benodigde bevoegdheid heeft om deze wettelijk verplichte
aangifte te behandelen en te vervolgen.
5.Op geen enkele wijze mee te werken aan de verdere ratificatie van het zogenaamde verdrag van Lissabon, of dit in ieder geval uit te stellen tot na de behandeling van deze aangifte. De inhoud van dit verdrag is strijdig met de door Hare Majesteit de Koningin afgelegde eed en de kamer is van van onjuiste en/of onvolledige informatie voorzien, waardoor in werking treding van dit verdrag zou leiden tot (poging tot) het op onwettige wijze veranderen van de grondwettelijke regeringsvorm. Indien u daar aan mee zou werken,dan zou u zich mogelijk schuldig maken aan (medeplichtigheid aan) bovengenoemd misdrijf.
6.Mij op de hoogte te houden van de verdere afhandeling van bovenstaande
verzoeken.
Indien u aan (één van) bovenstaande verzoeken niet kunt of wilt voldoen,dan verzoek ik u mij daarvan per niet opgevolgd verzoek gemotiveerd op de hoogte te brengen.
Deze aangifte reikt overigens verder dan de vraag of degenen die als verdachten aangemerkt kunnen worden uiteindelijk schuldig worden bevonden aan hetgeen aangifte van gedaan wordt. Deze aangifte gaat zeker ook over de principiële vraag op welke wijze aangiften van misdrijven waarvan vermoed wordt dat er mogelijk leden van de Regering,
de Staten Generaal en/of het Koninklijk Huis bij betrokken zijn, inhoudelijk afgehandeld dienen te worden.En dat geldt zeker wanneer het gaat over zware misdrijven waarvan de burger verplicht is aangifte te doen.
Het kan niet zo zijn dat in een rechtstaat als de onze dergelijke aangiften eenvoudigweg niet behandeld worden omdat niemand zich daartoe bevoegd acht,ongeacht of de inhoud van zo’n aangifte uiteindelijk tot vervolging zou kunnen leiden of niet. Wanneer de burger verplicht is aangifte te doen, dan dient daarop op inhoudelijke gronden een beslissing genomen te worden en dient de uitkomst daarvan vervolgens onderdeel uit te maken van de jurisprudentie.
Het is overigens opmerkelijk dat het Openbaar Ministerie zich recentelijk kennelijk wel bevoegd achte om een besluit te nemen omtrent de uitlatingen van de heer Wilders, maar niet om een eerdere aangifte 1 tegen onder meer de Minister President inzake onder meer de betrokkenheid bij de oorlog in Irak zelfs maar te onderzoeken.
Hopende u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben verblijf ik,
Met vriendelijke groet,
Ir.A.H.Lammertink
P.S.Ik heb een handmatig ondertekend exemplaar van deze brief en een kopie van mijn paspoort per post opgestuurd naar de Minister-President, waarmee deze aangifte formeel ondertekend is ingediend bij het bevoegd gezag.
Deze brief is tevens gepubliceerd op <www.tuks.nl>.
1 http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=AU9736&u_ljn=AU9736
Bron: www.tuks.nl









Doorsturen
Printen







Ik had toch echt verwacht dat Hub Jongen deze aangifte gedaan had.