vrijdag, 11 juli 2008
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Het Duitse Wirtschaftswunder en het Rijnlandmodel


Deze zomer viert Duitsland de zestigste verjaardag van haar naoorlogs Wirtschaftswunder.
Toen de oorlog in Europa in 1945 ten einde kwam, was Duitsland een puinhoop: haar steden waren vernietigd, miljoenen burgers waren gedood, veelvouden daarvan waren gewond, voedsel was schaars, hongersnood loerde om de hoek, de vluchtelingenkampen barstten uit hun voegen en ook de gevangenissen puilden uit met iedereen die ook maar van de kleinste misdaad beticht kon worden.
De Nazi’s hadden doorheen de jaren een allesomvattend controlesysteem op poten gezet dat zowel productiequota als de prijzen van goederen en de lonen van werknemers overspande. 
 
De oorlogsmachine van de Nazi’s werd hoofdzakelijk gefinancierd door het bijdrukken van waardeloze Reichsmarken met een ongeziene vorm van “repressed inflation” tot gevolg. Zeldzame goederen werden eerst gerantsoeneerd maar ook dat bracht geen soelaas: na enige tijd werden deze goederen gewoon niet meer geproduceerd. Tegen de overgave van de Nazi’s in mei 1945 bengelde Duitsland socio-economisch dan ook over de afgrond. En daar hadden zowel hun mislukte planeconomie als hun middelenverslindende oorlog schuld aan.

Na de overgave van Nazi-Duitsland werd het land in vier bezettingszones onderverdeeld. In Sovjetgebied werd de industrie ontmanteld en naar het moederland verscheept als “herstelbetalingen” en/of oorlogsbuit, werd een Stalinistisch communistisch schrikbewind geïnstalleerd en kregen Sovjetsoldaten de toestemming om de lokale Duitse bevolking te terroriseren. Honderdduizenden van hen kwamen later om in sinistere strafkampen in Siberië. De drie Westerse bezettingszones maakten zich niet schuldig aan Sovjettoestanden maar hun medeleven voor de Duitsers was even gering. De Duitsers, ofschoon officieel dan wel “gedenazificeerd”, bleven nog steeds “vijanden” in de ogen van de VS, het Verenigd Koninkrijk, en – vooral – Frankrijk. Buitensporige gulheid jegens de lokale Duitsers kon van hen dan ook niet verwacht worden. Daarenboven hadden de militaire bezettingsoverheden ook geen enkele economische bagage. Gevolg? De Nazi-planeconomie met prijs-, loon- en productiebeperkingen bleef ook na de oorlog behouden.

Gelukkig voor de Duitsers waren niet alle intelligentsia door de Nazi’s uitgemoord of door de Amerikanen naar de VS verscheept. Onder de hoede van Walter Eucken, een professor aan de universiteit van Freiberg, ontstond langzamerhand een kleine dissidente denkgroep van vrijemarktadepten. Deze groep bestond al voor de oorlog, maar moest onder het Nazibewind ondergronds gaan, zodat het na de oorlog moeilijk heropgericht kon worden, maar uiteindelijk lukte het dan toch. Hun inspiraties waren de gekende Oostenrijkse economen Ludwig von Mises, Friedrich von Hayek en Wilhelm Röpke, wiens boeken ook onder het Nazibewind clandestien in hun groepje circuleerden. Euckens luitenant Ludwig Erhard werd in 1946 door de Amerikanen aangesteld als de kersverse Beierse economieminister, een functie die hij tot 1948 met verve zou blijven bekleden. Als minister in de Amerikaanse bezettingsoverheid van Beieren bleef hij de vrije markt verdedigen en trachtte hij een ommeslag in de geesten van de Duitsers te bewerkstelligen. Volgens Erhard hadden de Duitsers zelf schuld aan de economische chaos en konden zij de situatie enkel maar omkeren door hard werk, veel sparen en zelfverantwoordelijkheid inzake sociale thema’s. Erhard was geen pessimist: hij geloofde dat Duitsland ondanks alles een nieuwe plaats te wachten stond in het rijtje van de beschaafde en welvarende landen van de wereld.

In 1948 fuseerden de drie Westerse bezettingszones in één administratief geheel met Ludwig Erhard als minister voor economische zaken. Zijn eerste grote maatregel was munthervorming. Erhard wist de inflatie terug te dringen en monetaire stabiliteit te verzekeren door de invoering van een nieuwe Duitse munteenheid, de Deutsche Mark en door dit te koppelen aan een vermindering van de munthoeveelheid in circulatie. West-Duitsers konden tien Reichsmark inwisselen voor één Deutsche Mark. De tweede stap in de sanering van de naoorlogse Duitse (plan)economie was het afschaffen van de controles op prijzen, lonen en productie. Erhard kondigde deze afschaffing zondags af op de radio en liet deze maatregel de dag nadien al in voege treden, tegen het advies van alle anderen in. Naar verluidt zou de Amerikaanse legerbevelhebber Lucius Clay hem gezegd hebben dat “al zijn adviseurs zeggen dat hij een enorme fout maakt”, waarop Ludwig Erhard “luister niet naar hen, mijn adviseurs zeggen hetzelfde” geriposteerd zou hebben. Deze anekdote is treffend voor de gangbare economische modellen van die tijd.

De positieve effecten van deze twee maatregelen bleven niet lang op zich wachten: goederen werden minder schaars, meer en meer Duitsers konden een job vinden en de prijzen namen gestaag af – na in het begin wel even te stijgen, maar dat is normaal in zulke schokeffectsituaties. Een half jaar later was de productie al met 46% gestegen, en nog eens zes maanden later al met 81%. Tegen eind 1950 was de zieke Duitse economie aan de betere hand: de landbouw- en industriële output was dermate gigantisch dat de prijzen ettelijke factoren lager waren dan in 1948 en dat de levenskosten van de Duitsers drastisch teruggedrongen konden worden. Maar de Duitse motor zou pas echt uitzonderlijk beginnen draaien in de tweede helft van de jaren 1950 en tien jaar later zou Duitsland met een enorme voorsprong de sterkste economie van gans Europa zijn, ook in vergelijking met landen als Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk die de oorlog nochtans gewonnen hadden. De gelden van het Marshallplan droegen minder bij tot deze remonte dan in andere Europese landen en de verwezenlijkingen van de Duitse economisten zijn dan ook meer te danken aan hun beleid en visie dan aan externe subsidies.

Maar het is niet al goud wat blinkt: de hervormingen in West-Duitsland maakten wel komaf met de meest schrijnende uitingen van de Nazi-economie zoals de centrale planning, de controles op prijzen, productie en lonen, en het monetaire wanbeleid, maar van een échte vrijemarkteconomie was geen sprake. Eucken, Röpke en Erhard waren filosofisch misschien wel libertariërs, maar in de praktijk lieten ze het politieke pragmatisme vaak zegevieren, onder het motto van de promotie van “sociale cohesie”. Hun economisch beleid werd later bekend als het “Rijnlandmodel”: een middenweg tussen een vrijemarkteconomie en een genereuze herverdelende welvaartsstaat. Het Rijnlandmodel zou later ook elders als “social market economy” doorgevoerd worden, zijnde dan wel met véél minder succes dan in Duitsland dat omwille van historische redenen meer dan eender welk ander land bereid was de vangnetten te vrijwaren van sociale parasieten op zoek naar een hangmat.

Ook lieten de Duitsers de planzucht van de overheid niet ontsporen omdat de gevolgen van een overdreven planeconomie hen nog vers in het geheugen zaten. De twee aspecten van het Rijnlandmodel die de vrije markt het meest ondermijnen, tot op vandaag, waren ook toen de strakke reguleringen van grote bedrijven en het systeem van “medezeggenschap” tussen vakbonden en directie via permanente sociale onderhandelingen. Vanaf het begin van de naoorlogse Duitse economie bestonden de instellingen al die later de deur zouden open zetten voor almachtige belangengroepen, hoge inkomstenbelastingen, de herverdeling van meer dan 40% van het BNP, de chantage van bedrijven door vakbonden en de algemene cultus van politiek paternalisme, en de gehele Duitse economie zouden verlammen.

Zestig jaar na de introductie van het Rijnlandmodel is het voor iedereen duidelijk dat de beleidsmakers van toen de zaden voor hun eigen ondergang geplant hebben door structuren te creëren die mettertijd opnieuw zouden leiden tot politieke corruptie, intellectuele fraude en nieuwe vormen van verregaande overheidsinmenging in de economie. In mijn ogen, en in die van éénieder met een minimale kennis van macroeconomie, is de markt ofwel vrij ofwel is ze dat niet. Ofwel bepalen consumenten en producenten de prijzen, de lonen en de productie, ofwel bepaalt de overheid dat. Ofwel is de individuele burger een vrij man die een vredesvol leven mag leiden zonder lastig gevallen te worden en die vrijwillig met anderen mag handel drijven of zich met hen associëren, ofwel is de burger een pion op een politiek schaakbord, die vatbaar is voor manipulatie en controle wanneer zijn individuele keuzes niet die van de staat reflecteren. Guy Verhofstadt, Bill Clinton, Wim Kok en Tony Blair hadden ongelijk: er is geen derde weg.

Deze tekst is gebaseerd op de speech van Richard M. Ebeling op een privé-conferentie van het Fraser Institute in “The Suites at 1 King West” in Toronto vorige week, waarop ik aanwezig was. Ebeling is de voorzitter van de Foundation for Economic Education.

———————————
Ingezonden door Vincent De Roeck , Beheerder Libertarian.be
vincentderoeck.blogspot.com

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Economie
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Roland schreef op : 1

    Leuk te lezen dat enkele Duitsers een grote rol bij het herstel cvan Duitsland speelden en dat Von Mises en kennissen hier bij een inspiratie vormden! Ik heb altijd al gedacht dat investeringen alleen de wederopbouw van Duitsland niet bepaalden, dan zou ontwikkelingshulp namelijk ook werken. In de praktijk is beleid (zeker in de vorm van afwezigheid van beleid) belangrijker!

  2. Genuine schreef op : 2

    Heel mooi leerzaam stukje.Maakt een hoop duidelijk.

  3. Lukas schreef op : 3

    Goed verhaal. Leerzaam inderdaad.

  4. Pecunia non olet schreef op : 4

    Duitsland is nimmer een vrije markteconomie geweest. Altijd heeft de staat een zeer stevige vinger in de pap gehad. Sterker nog; De planeconomie is een duitse “uitvinding”. Tijdens WO I werd onder Ludendorff de economie geheel planmatig ingericht. De latere Sovjet-Unie kopieerde dit model. Eerst als het “oorlogscommunisme” onder Lenin tijdens de Russische burgeroorlog (1917-1923) , en na een kort intermezzo (NEP) kwam het weer terug onder Stalin (vanaf 1928).

    De nationaal-Socialisten bouwden economisch gezien gewoon voort op de Wilhelminische traditie van staatsplanning in combiantie met private ondernemingen, waarbij de eigenaren van sommige grote ondernemingen feitelijk ook deel uitmaakten van de staat, zowel onder Wilhelm I en II als later onder de nationaal-socialisten.

    Nu kan een planeconomie op korte termijn voor een snelle groei zorgen. Duitsland is een voorbeeld, maar ook Zuid Korea, Taiwan en Japan zijn goede voorbeelden van en planeconomie in combinatie met een snelle groei. En zelfs de Sovjet Unie kende een tijd lang een hoge groei. Punt is dat als een planeconomie niet op tijd wordt omgevormd tot een marteconomie het systeem instort. In Zuid Korea is men wel overgestapt op meer markt, in de Sovjet Unie liet men dit na.

  5. Calimero schreef op : 5

    Wellicht ten overvloede: planeconomie is NOOIT te verkiezen boven een volledig vrije markt, ook niet op de korte termijn.

    In een planeconomie grijpt de overheid van bovenaf in. Daardoor wordt de vrije markt verstoord, waardoor vraag en aanbod niet meer op elkaar is afgestemd. Met als gevolg een inefficiente niet-vrije markt. Dit staat economische groei in de weg. Het mag dus een wonder heten dat er in een planeconomie uberhaupt economische groei bestaat.

    Zoals je het nu stelt lijkt het alsof een planeconomie goed werkt voor hoge economische groei op korte termijn. Echter is de economische groei in de voorbeelden die je noemt óndanks overheidsinmenging gerealiseerd, niet dankzíj!

  6. ACP schreef op : 6

    Heeft weinig to niets meer te beteken … Immerd de KERN van Duits kunnen is inmiddels naar de vS verhuisd .. zoals inmiddels de hele wereld economisch totaal geherstructrureerd … want:

    1. Net als de uitvinding van de scheepsklok (waardoor men van toen af mondiaal kon navigeren) de wereldverovering door de Britten eerder heeft mogelijk gemaakt is de hedendaagse technologie (in de VS ) BEPALEND voor de mondiale economie en de (militaire) . gekomenmachtshandhaving. Zo is bijv. de goudstandaard weg en de USD daaarvoor in de plaats gekoemn , en dan zijn daar de mondiale vertikale bedrijfsectoren , met de leiding en financieel beleid in een bepaald lande gesevstigd, de productie in een ander en de hele wereld als afzetgebied … Per slot zijn NU REEDS de top twintig Amerikaanse multinationals gezamelijk al even groot als het GNP van het VIERDE grootste land ter wereld …

    2. De economische “wetenschap” dat eerder op nationale basis was geschoeid, is inmiddels DRASTISCH geHERstructureed (evenals het bankwezen en de arbeidsverhoudingen. Zodat bijv. vakbonden hopeloos obseleet raken ) … enwel op een mondiale schaal, Zodat de meesten het begrip “economie” geheel OPNIEUW moeten opdoen …. Er zal bijv. slechts een MONDIALE economie bestaan en de LOKALE … maar geen nationale of regionale … zoals een “EU -economie”. Globalisatie is dan een voldongen FEIT, maar dan op geheel onverwachte manier dan men nu (in Europa) aan denkt.

    3. Europa is letterlijk odd-man out. En dat de VS vooor de EU zijn heeft dan ook eerder zijn oorzaak in het feit dat men het nog slechts als per Scandinaivisch model een geunifeerd CONSUMENTEN markt ziet (en zoals Latijns Amerika tot nu, die echter wel een belangrijkere wereldrol gaan meespelen als mondiale VOEDSEL leverancier). Maar met (west) Europa is het echt GEDAAN … want het zal nooooit weer de kop kunnen opsteken . En sjosialisme is dan nog zowat het beste om wat er nog is … min of meer gelijkelijk te verdelen. “Sjosjialisme is dan niet onjuist gezien, de vraag is echter of men erbij wenst te horen …

    4. De nieuwe wereldmachten zijn de Engelessprekenden, gevolgd door de Chinees Schrijvenden en de Cyrilisten die op een goed deel van de wereldvoorraden aan grondstoffen zitten met als gezamelijke vijand de Islam die tot achter hun gerenzen worden teruggedrongen en ontdaan van hun olierevenuen …

    5. Europa (of zo men wil Eurabie) wacht volgens mij geeeen grote rampen, maar des te erger en te meer zal de ellende zijn voor degenen die grotere persoonlijke vrijheden ambieren …

  7. Andre NI schreef op : 7
    Andre

    “Immerd de KERN van Duits kunnen is inmiddels naar de vS verhuisd ”
    INclusief cultuurcommunisten zoals de Frankfurter Schule.

    Kapitein ACP zal als laatste ten ondergaan met het zinkende VS-schip. Het VS-imperium is verleden tijd, zoals dat bij de EU al langer het geval is. Over en uit, Vorhang Zu om in stijl te blijven. Tip: ga eens wat rondneuzen op perotcharts.com

  8. ACP schreef op : 8

    Kom aljeblieft met argumenten en NIET met steeds van dat vaaaaag RP – koet-“libertarische” gemompel … Like it or not, the VS is ,if not the only show in town … . the pivotal show in town …!

  9. Andre NI schreef op : 9
    Andre

    Lol..
    Mwah, argumenten all over the place. Je moet wel stekeblind zijn om dat niet te zien, of niet van libertarische beginselen uitgaan. Ik zou maar vast een moestuintje gaan beginnen op m’n 3-hoog achter in DC als ik jou was.
    Produceren doen ze niet meer, daar in de VS. Nationaliseren wel, daarentegen. Vrije markt ? Vergeet het maar. Alles centraal geregeld, tot en met het geld toe. Niet echt libertarisch inderdaad.