woensdag, 27 augustus 2008
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

India versus China


Nu de Olympische Spelen achter de rug zijn, is het aardig om naar een andere wedstrijd te kijken. De economische race tussen China en India.

De focus in de media lijkt hier op China te zijn. Deze week herhaalde VPRO’s Tegenlicht nog een documentaire uit 2005: De Chinezen komen. Autoritaire regimes zoals China laten vaak indrukwekkende korte-termijn resultaten zien op economisch gebied. Neem Duitsland in 1930, de Sovjet-Unie in 1950, Brazilie in 1960 en China in 1990. Dat komt omdat dergelijke landen niet kampen met ‘lastige’ eigendomsrechten, juridische procedures, de publieke opinie en eigenzinnige burgers. In plaats daarvan kan het regime vrijwel onbeperkte geldstromen in prestigevolle projecten storten. 

Sinds 1980 is de Chinese overheid gefocust om een exportgeorienteerde economie te ontwikkelen, gesteund door een kunstmatig ondergewaardeerde munteenheid. Directe buitenlandse investeringen werden gestimuleerd terwijl de binnenlandse consumptie werd beperkt. Grootscheepse infrastructuurprojecten schoten uit de grond – betaald uit het handelsoverschot – en steden verrezen of groeiden als kool. Jarenlang profiteerde de Chinese economie van deze politiek met dubbele productiegroeicijfers en continue toenemend buitenlands kapitaal.

Maar nu stijgt de inflatie in snel tempo, barsten er verschillende activa luchtbellen, duikt er overcapaciteit op en rijst de corruptie de pan uit. De Chinese overheid zit in een moeilijke situatie. Als het de munteenheid opwaardeert om de inflatie te bestrijden, gaat de export omlaag en neemt de werkloosheid toe.  En bij een doorstijgende inflatie zal de sociale onrust snel toenemen.  

In India daarentegen zijn er geen grootschalige overheidsprojecten. In plaats daarvan zijn er ontelbare particuliere initiatieven gestuurd door de onzichtbare hand van de markt. Daarnaast heeft India een rommelige vorm van democratie die op het eerste gezicht frustratie, oponthoud en chaos met zich meebrengt. Maar als je goed kijkt, zie je twee grote voordelen die India heeft ten opzichte van China:

Eigendomsrechten: met de verstedelijking van India zullen veel families ervoor kiezen om hun land te verkopen of te verhuren zodat ze bedrijven kunnen beginnen, appartementen kunnen kopen of hun kinderen een goede opleiding kunnen geven. India is begonnen met een geleidelijke migratie die gevoedt wordt door de ontwikkeling van hoogwaardige industrie met een groeiende vraag naar geschoolde werknemers. Deze migratie zal een toenemend verstedelijkt India creeren dat naar verwachting een 200 miljoen plattelandbewoners naar stedelijk gebied zal trekken in 2025. 

Deze overdracht zal een verkoop van land inluiden door een geschatte 30 miljoen boeren en 170 miljoen anderen die indirect met de agrarische sector te maken hebben. De opbrengst van deze verkoop zou meer dan 1 biljoen dollar in 2025 opbrengen. Deze kapitaalvloed zal een vermenigvuldigend effect op de Indiase economie hebben dat de 3 biljoen voorbij kan gaan. De ontwikkeling van de hypotheek- en eigendomsmarkt door financiele instituten zal de liquiditeit creeren om dit kapitaal vrij te maken. 

China daarentegen heeft geen landelijke eigendomsrechten. China’s 750 miljoen plattelandsbewoners die land pachten zijn afhankelijk van de genade van de lokale en regionale overheid voor de compensatie die ze zullen ontvangen. Als ze al iets krijgen wanneer ze van hun land worden verdreven vanwege industrie, infrastructuur of andere plannen. Daarnaast hebben ze geen recht om te lenen op hun pachtmogelijkheid dus bezitten ze geen eigendommen. Volgens officiele cijfers van de Chinese regering wordt er ieder jaar meer dan 200.000 hectaren aan land van de plaatselijke bevolking gevorderd met weinig tot geen compensatie. Tussen 1992 en 2005 zouden er 20 miljoen boeren uitgezet zijn vanwege landovernames en tussen 1996 en 2005 zou er meer dan 21% van landbouwgrond in China naar een andere bestemming gegaan zijn. 

Het resultaat hiervan is zo’n 87.000 massale incidenten (of opstootjes), een stijging van 50% ten opzichte van een paar jaar geleden. Veel provinciale overheden in China zetten politie in burgerkleding in om boeren die zich verzetten af te tuigen, te intimideren of anderzins af te schrikken. En zoals te verwachten zijn de voordelen van deze politiek voor ontwikkelaars en corrupte ambtenaren. 

Wetgeving: wetgeving is een fundamentele bouwsteen van een samenleving. India heeft een juridisch systeem dat ruim 100 jaar bestaat. Dit systeem is internationaal gerespecteerd en heeft wetten die intellectuele en fysieke eigendomsrechten waarborgen. De wetgeving creert voorspelbaarheid en stabiliteit waardoor ondernemerschap bevorderd wordt. Dit is duidelijk zichtbaar in India met meer dan 6.000 beursgenoteerde bedrijven tegen 2.000 in China. Meer overtuigend is het feit dat van de 6.000 Indiase bedrijven er slechts 100 overheidsbezit zijn. Dit in sterk contrast met China waar meer dan 1.200 van de 2.000 bedrijven staatsbedrijven zijn. Kan er enige twijfel zijn waar de volgende Microsoft of Intel zal ontstaan ? Zeker niet in China !

Meer dan 100 Indiase bedrijven hebben nu een marktwaarde van over de 1 miljard dollar. Onder hen bedrijven als Jet Airways, Bharti Tele-Ventures, Infosys Technologies, Reliance Communications, Tata Motors (die Jaguar overgenomen heeft), Wipro Technologies en Hindalco Industries. Deze bedrijven worden multinationals met internationaal bekende merken. China heeft ook talloze bedrijven met een marktwaarde van meer dan 1 miljard dollar maar de meesten zijn overheidsreuzen.

Als wetgeving erkent wordt door investeerders en buitenlandse bedrijven als iets dat buiten kijf staat dan zit het met investeringen in onderzoek en ontwikkeling ook wel goed. Een voorbeeld is dat 150 van de top multinationals nu research en ontwikkeling in India laat doen. Daarbij heeft de Amerikaanse Food & Drug Administration meer bedrijven in India gecertificeerd dan in enig ander land buiten de VS.

China heeft een juridisch systeem dat weinig tot niets doet om intellectuele en fysieke eigendomsrechten te beschermen. In de 2007 editie van de International Property Rights Index kwam China gelijk met Nigeria op dit punt. In feite kost China’s illegale kopieerpraktijken van films, muziek en software diverse bedrijven (als Walt Disney, Microsoft en Vivendi) 2,2 miljard dollar aan verloren omzet. Dit cijfer zal nog laag ingeschat zijn want het omvat niet de namaakproducten die geexporteerd worden door Chinese bedrijven die door de staat beheerd worden. 

Wetgeving, wanneer correct toegepast, helpt ook dat de welvaartsgroei niet alleen ten goede komt aan mensen uit het politieke systeem of met connecties in dat politieke systeem. Uit een recent onderzoek blijkt dat van de groep rijkste Chinezen (20.000 in totaal)  95 % direct gelinkt is aan de Communistische Partij of aan partijbonzen.

Zo lijkt de competitie tussen China en India te gaan om collectivisme versus individualisme, om overheid versus ondernemer en vrijheid versus dwang. De geschiedenis leert ons keer op keer wie er sterker uit de strijd komt.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Economie, Globalisatie, Internationaal
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Nico schreef op : 1

    Er is echter een probleem met India dat hier in niet behandeld is en wat het echte onderscheid kan gaan maken of India als economische grootmacht zal ontwikkelen. Het demografische, de scheefgroei tussen vrouwen en mannen begint enorme proporties aan te nemen en het is maar de vraag of India het volhoudt. Dit probleem speelt in principe ook wel in China, maar in mindere mate. bovendien zal de Chinese overheid, indien deze problemen zich voor doen, sneller maatregelen kunnen nemen dan India. Persoonlijk betwijfel ik dat India de economische race vol gaat houden.

  2. jjvandinges schreef op : 2

    @Nico:
    Niet onvermeld mag blijven: de legendarische corruptie en verdere inertie van India’s ambtenarij. Dit volgens mensen die ik ken en er gewoond/gewerkt hebben. Overigens zijn er ook grote tekorten aan gekwalificeerde werknemers. Maar wie weet is er hoop voor de toekomst. Een aardig boek in dit verband is “The World is Flat” van Thomas Friedman (geen libertarier zo ver ik weet).

  3. Kim schreef op : 3
    Kim Winkelaar

    Ik zie het niet als een race.
    China gaat, dankzij een klein beetje meer vrijheid, hard vooruit. Ook de armen profiteren daarvan, al was het maar omdat er nu wel te eten is.
    India idem dito.
    Maar er is geen race tussen die landen. Er zijn gewoon 2 landen die goed vooruit gaan, en dat is ook in ons voordeel. Een rijkere wereld is voor iedereen altijd goed.

  4. Scrutinizer schreef op : 4

    @Nico: Zoals je zelf reeds aangaf, kent ook China dit probleem.
    De omvang is er niet gering (een jongensoverschot van naar verluidt ruim 20 mln), maar wordt vermoedelijk nog ondergerapporteerd (niet aan de overheid maar door de overheid aan de buitenwereld) omdat het i.t.t. in India waar geen eenkindpolitiek bestaat het resultaat is van falend overheidsbeleid. Dus ik vrees dat de werkelijke cijfers wel eens veel hoger zouden kunnen blijken en dus ben ik niet zo zeker of het probleem dat beide landen kennen in India echt het grootst is.

  5. Tjeerd schreef op : 5

    Ik denk dat India een voordeel heeft met taal (Engels). China koopt ook veel dollars op, waardoor hun groei langzamer gaat. In India kan dat niet (denk ik). India heeft denk ik ook het voordeel dat buitenlandse bedrijven liever in een vrij land zitten dan in een communistisch land.