donderdag, 5 februari 2009
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Europees mededingingsbeleid onder vuur

vliegtuigGroot was de schok in de media toen de Europese Commissie vorige week plots besliste om een onderzoek op te starten rond de aangekondigde fusie van Lufthansa en Brussels Airlines. De fusie van de twee luchtvaartmaatschappijen zou volgens Europa tot een monopoliesituatie op enkele vluchtroutes kunnen leiden. 
 


Het gaat om drie routes tussen België en Duitsland en via Lufthansa-dochter Swiss International Airlines om één vluchtroute tussen België en Zwitserland. De aankondiging van de Europese Commissie kwam ditmaal als een donderslag bij heldere hemel en verbaasde menig analist. Alle betrokkenen mogen er dan wel van uitgaan dat de Europese Commissie de fusie niet zal tegenhouden, toch geloof ik dat Europa beide partijen misschien wel bijkomende fusievoorwaarden zal gaan opleggen. In dat kader denk ik aan het verplicht verkopen van luchthavenslots aan concurrenten en aan het verminderen van de vliegfrequentie op de vier bewuste routes, of zelfs aan het volledig opdoeken ervan. Ook pure pestmaatregelen zoals de toestemming om de betwiste routes te mogen houden in ruil voor het opgeven van andere – vaak lucratieve – vliegroutes sluit ik nog niet uit in deze affaire.

Maar of beide partijen ook na een beslissing in die richting van de Europese Commissie aan de deal zullen vasthouden, is nog maar de vraag. Brussels Airlines is vandaag dan wel een mooie bruid voor Lufthansa omdat ze veelal complementaire markten bedient en het netwerk van Lufthansa kan verfraaien, maar de synergiemogelijkheden hangen grotendeels net af van de gewraakte vluchtroutes. De “feeder”-vluchten tussen de hubs van beide maatschappijen zijn immers cruciaal voor een succesvolle fusie van de vliegoperaties van beide maatschappijen. En laat het dus net die vluchtroutes zijn waarop het EC-onderzoek zich gaat toespitsen. Het is dus helemaal niet uitgesloten dat deze nieuwe EU-bemoeienis uiteindelijk zal uitdraaien op het afspringen van de fusiedeal. En aangezien we voor een nieuwe luchtvaartcrisis staan en het voor kleinere maatschappijen als Brussels Airlines bijster moeilijk wordt om de komende maanden het hoofd boven het water te houden, is een fusie met een grote partner dan ook echt wel een must.

Het blijft mij als fan van de Oostenrijkse school in de economie met verstomming slaan dat de Europese Unie blijft vasthouden aan het statische anti-monopoliedogma van neo-klassieke economen. Perfecte concurrentie is hun credo maar dat afdwingen zonder de markt vrij te laten werken is gewoon onmogelijk. Daarenboven berokkenen anti-monopoliewetten doorgaans meer schade aan de betrokken bedrijven dan dat ze “de gemeenschap” dienen. Op mijn website vinden de geïnteresseerden onder jullie trouwens een recente uiteenzetting terug over de illusie van monopoliebestrijding en de antwoorden van de Oostenrijkse school op het concurrentievraagstuk. Marktevenwichten en marktprijzen zijn het gevolg van de interactie tussen consumenten die een goed of dienst wensen en producenten die deze goederen of diensten willen aanbieden. Consumptie is geen vaststaand gegeven en ondernemers zijn steeds op zoek naar nieuwe marktopportuniteiten. Daar enkel het besteedbare budget vaststaat, treden alle producten dus eigenlijk permanent met alle andere producten in concurrentie. Hierdoor is de prijs die een consument betaalt altijd de marginale marktprijs.

Het geval-Brussels Airlines bewijst ook mooi de absurditeit van de neo-klassieke leer. Eerst en vooral houdt men er een primitief statisch model op na alsof de frequentie van de vliegroutes een vast gegeven is. Luchthavens zijn onafhankelijke bedrijven die zelf de frequentie kunnen verminderen en de slots herverdelen als er meer gegadigden zouden zijn. Verder is er ook geen enkele aanwijzing dat de vliegtickets op de vier gewraakte routes duurder zijn dan de “marktprijs”.

En dan nog: wat is hier überhaupt de marktprijs? Tenslotte sukkelt de neo-klassieke leer weer met het afbakenen van de relevante markt. Tussen Brussel en Frankfurt rijden hogesnelheidstreinen en zowel Frankfurt (Hahn) als Brussel (Charleroi) hebben secundaire luchthavens die niet geraakt worden door deze fusie. Ook kan men dagelijks honderd maal via tientallen verschillende maatschappijen tussen beide luchthavens vliegen als men bereid is één of meerdere tussenstops te maken. En ook de auto is voor dit soort korte afstanden nog steeds een waardig alternatief. Enkel de markt kan de consumenten de beste prijzen en de beste diensten leveren. De overheid moet zich met dit proces dan ook niet moeien.

Ingezonden door Vincent de Roeck http://www.libertarian.be
 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Algemeen
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. McC schreef op : 1

    Er zijn (minstens) 4 argumenten tegen dit soort EU onzin:

    1) We leven in een vrije wereld, niet in de USSR.
    2) De fusie zal tot kostenvoordelen lijden, wat indirect iedereen in de economie tegoed komt.
    3) Er is concurentie van andere sectoren zolas de auto, de boot en de trein.
    4) Bedrijfseconomisch zie je dat bedrijven steeds meer afsplitsen en zich gaan toeleggen op 1 specifieke taak. Als er meerdere bedrijven zijn die 1 en dezelfde taak doen is het logisch dat ze samen willen werken (vanwege bijvoorbeeld de kostenvoordelen).

    Kroes ziet dat helaas niet zo. Jammer.

  2. johan schreef op : 2

    Dat die Belgen daar nog intrappen, nadat Sabena door die Zwitsers is afgemaakt.

  3. NACHTWAKER schreef op : 3

    als er een monopolist IN absolute (handels) vrijheid tot stand komt : is
    dat n tot standkoming van n (evenredige)vrijheid v. consumenten keuzes
    die 100% vrij waren OM die de (inmiddels )monopolist te verkiezen boven anderen , in feite “stemmen” de consumenten zonder dwang n monoplist

    wel dient die monopolist- altijd -“onderhevig te zijn” aan ONbeperkte wereldse algehele concurrentie , waar bv. importheffingen niet bestaan…

    stel: bij een krokkettenbeurs stemt 100% v/d jury /consumenten op jouw kroket ,..jij hebt daar dan tijdelijk de monopolie -op succes in die beurs ..
    ,maar wordt die kroket “nationaal” n (monopolie)- succes , met hand- having vrije keuze consumenten ,..dan “mag het oppeens niet” v. overheid

    n verzorgingstaat kan geen monopolie permiteren ,.n 100% vrije staat wel