zaterdag, 7 februari 2009
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Tax Planning over Kredietcrisis

money-supplyOver het gespreksonderwerp van 2009 doen veel verhalen de ronde. Mensen die denken dat het allemaal wel meevalt totaan doemdenkers die bezig zijn met het inslaan van ‘beans & bullets’. Wat er vaak aan ontbreekt is een goede, begrijpelijke  theoretische onderbouwing gebaseerd op feiten, die het gebeurde afdoende kan verklaren, en de gevolgen kan uitleggen. In het volgende artikel proberen wij u deze onderbouwing te brengen. 
 


Al meer dan twintig jaar zijn centrale banken wereldwijd bezig met monetaire expansie, sommige jaren zelfs met dubbele cijfers. De totale hoeveelheid geld in omloop wordt gemeten op drie manieren:

  • M1: fysiek geld + lopende bankrekeningen
  • M2: M1 plus spaartegoeden
  • M3: M2 plus alle overige tegoeden: institutionele fondsen, buitenlandse dollarreserves, vormen van leningen

M3 wordt in de VS niet meer gemeten omdat dat volgens de Federal Reserve ‘geen nut’ zou hebben. De werkelijke reden die hierachter steekt: M3 groeit schrikbarend veel harder dan M2

money-supply

Geld, net zoals alle andere producten, is onderhevig aan de wet van vraag en aanbod. Exponentiële toename daarvan zou dus onherroepelijk moeten leiden tot een lagere geldprijs, in andere woorden, hoge inflatie. Dat de inflatie nog relatief laag is ligt aan de manier waarop de geldhoeveelheid toeneemt, en het gedrag van de spelers aan wie het toekomt: de kredietexpansie bij investeringsfondsen.

Voorheen creëerden centrale banken krediet om dit uit te lenen aan commerciële banken, die vervolgens overheidsobligaties kochten, zodat de overheid meer middelen tot haar beschikking had dan zij zich werkelijk kon veroorloven. Op de langere termijn maakte dit obligaties uit de private markt aantrekkelijker, omdat zij een relatief hoger rendement boden. Zo lekte  ‘gratis’ kapitaal naar de private markt en beïnvloedde het uiteindelijk consumentprijzen. De hoge inflatie in de jaren ’70 ontstond op deze manier in een process dat ‘monitization‘ wordt genoemd.

De laatste twintig jaar is de obligatiemarkt verfijnd, en fondsen lenen nu op grote schaal geld van centrale banken (geld dat gecreëerd is uit de verkoop van staatsobligaties aan een centrale bank) met een kunstmatig lage rente om staatsobligaties te kopen tegen een iets hogere rente.
Op deze wijze worden overheidsschulden aan centrale banken gerecycled als leningen aan overheden en lijkt de hoeveelheid krediet oneindig. Dat het geld nu niet ‘lekt’ naar consumentenprijzen heeft te maken met het aanbod aan financiële derivaten en de manier waarop het verhandeld wordt, en gebruikt als ‘collateral’ bij leningen. Een markt die op aandringen van Alan Greenspan, toenmalig voorzitter van de centrale bank, niet mocht worden ‘gereguleerd’.

Financiële derivaten zijn beleggingsinstrumenten die hun waarde ontlenen aan de waarde van goederen, zoals grondstoffen, of aan andere financiële instrumenten, zoals aandelen, indexen of leningen (de huizenmarkt). Het andere goed wordt in het jargon de onderliggende waarde genoemd. De voornaamste soorten derivaten zijn opties, futures, swaps en forwards. Men gebruikt financiële derivaten om risico’s te verkleinen van een waardeverandering van het onderliggende goed (hedging) of juist om erop te speculeren. Omdat de waarde van derivaten veranderlijk is wordt het op de balans van een fonds alleen genoteerd tegen de initiële aankoopwaarde.

De groei van handel in derivaten heeft een enorme inflatoire markt gecreëerd buiten het zicht van de reguliere markt, weergegeven in het volgende diagram met het jaar 2000 als uitgangsjaar.

De uitgebreide handel in derivaten verbergt ook een onderwaardering van werkelijke goederen en grondstoffen waarin niet zo uitbundig in gespeculeerd wordt. De prijs van goud wordt zelfs opzettelijk gemanipuleerd door de centrale banken.

In zijn boek ‘Debt & Delusion’ uit 2001 van Peter Warburton, waar dit artikel grotendeels op gebaseerd is, concludeert de auteur het volgende: Centrale banken hebben een financiële fantasie gecreëerd van inflatie zonder negatieve consequenties. Alhoewel de effecten van monetaire groei verborgen liggen in obligaties en aandelen loert het inflatiespook om de hoek. De marktcorrectie tussen financiële producten en werkelijke goederen kan niet eeuwig worden uitgesteld, en zal niet eenvoudig of pijnloos zijn.

Afgelopen jaar werd de correctie ingezet en kreeg Warburton zijn gelijk. Maar de correctie is nog lang niet over, en de centrale bank probeert het vuur met groen papier te blussen. Uit bovenstaande grafiek valt af te leiden hoeveel papier daarvoor nodig is.

Investeerders vluchten nu massaal de obligatiemarkt in voor zover zij dit nog niet deden, ten koste van andere financiële producten. Obligaties moeten op een bepaald moment met rente worden uitbetaald, en de enige manier waarop een overheid dat kan doen is via belastingen, of door het uitgeven van nog meer obligaties. Belastingverhoging is niet haalbaar, rest alleen de tweede mogelijkheid.

Zolang er nieuwe investeerders instappen in dit piramidefonds blijft het draaien,  de centrale banken kopen eveneens obligaties op met nieuw gecreëerd geld, en met de ‘bailouts’ helpen zij de spelers die het niet meer konden bijbenen.

De recessie in Japan heeft aangetoond dat dit piramidespel jaren kan voorklungelen, maar of dat ook geldt op een globale schaal is onwaarschijnlijk. Zodra geld begint te lekken naar de ‘private’ markt en er inflatie op de consumentenmarkt ontstaat neemt de kans toe dat  de eerste spelers uit de dollarmarkt stappen. Dat kan gemakkelijk een kettingreactie teweeg brengen. Japan, China, Zuid-Korea, Taiwan, Rusland, het Midden-Oosten hebben allemaal grote dollar reserves en veel te verliezen bij een kentering van de koers. Hoe harder men er in de VS aan zwengelt, hoe groter de risico’s worden. En dat is precies wat de nieuwe president van plan lijkt te zijn.

Op dit moment krimpt de globale economie en is er als gevolg van afnemende vraag  sprake van deflatie: producten worden goedkoper. Dit is echter een illusie van tijdelijke aard die verbergt welk een tijdbom er onder de dollar (en niet alleen de dollar) gelegd wordt.

Ingezonden door Marnix van Suylekom

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Economie, Politiek
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Peter de 1e schreef op : 1

    Vorig jaar stond de dollar al op ontploffen ten opzichte van de euro. 1/162

    Op de een of manier hebben ze de prijs kunstmatig gewijzigd naar rond de 1/130 waar die tot nu toe met +- 2 centen nog steeds op staat.

    Volgens mij is er nooit een behoorlijke reden geweest dat de dollar/euro koers zo drastisch zou moeten wijzigen.
    Amerika is alleen maar minder kredietwaardig geworden.
    Eigenlijk is het wereldwijd een beetje zielige vertoning!

    Amerika drukt nog ruim 800 miljard bij,(create jobs for infrastructure) en de rest van de wereld gaat ook voorzichtige stapjes nemen om geld bij te drukken en het begrotings tekort laten oplopen.

    Amerika blijft een lange neus trekken naar de rest. Als de boel ploft hebben zij in ieder geval een goede infrastructuur.
    En wat is de basis van een nieuwe economie? Juist infrastructuur.
    Als ze de tijd nog krijgen, zijn zij ook weer de eerste boven jan.