maandag, 30 maart 2009
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Is het in Vlaanderen net zo erg als in Nederland?

regels1Stop oprukkend dirigisme Martin De Vlieghere en Paul Vreymans De Hoge Raad van Financiën waarschuwt voor ontsporende begrotingstekorten. België moet dringend zijn prioriteiten herschikken en radicaal zijn economie van ballast ontdoen.  Veel publieke projecten zijn wellicht verdedigbaar in een hoogconjunctuur, maar zijn niet langer haalbaar in een acute crisis. Bij hoogste prioriteit moeten we de dingen stoppen die ons meer last bezorgen dan nut: overtollige bestuursniveaus, overregulering en ons nodeloos ingewikkeld belastingstelsel.
Volgens het International Labour Organization (ILO) heeft België de hoogste productiviteit ter wereld. In fel contrast daarmee kampt onze overheid volgens de ECB met de derde laagste efficiëntie van Europa. Het probleem ligt niet zozeer in de lage productiviteit van luie ambtenaren zoals velen denken, maar wel in de geringe toegevoegde waarde van de opdrachten die hen worden toevertrouwd. Ook aan de demotiverende inefficiëntie van de organisatie.

Harder werkende ambtenaren of inzet van computers en nieuwe technologie kunnen daaraan weinig verhelpen.
Zo scheppen online loketten en onbemande telefooncentrales die na antwoord op de zesde meerkeuzevraag steevast melden dat alle medewerkers in gesprek zijn meer ergernis dan nut.
Met zulke pseudosaneringen schuift de overheid alleen taken af op de burgers die zodoende nog meer dan vroeger van hun productieve missie worden afgehouden. Zo wentelen overheden hun inefficiëntie alleen maar hun af op de privésector. Andere Europese overheden slagen er wel in efficiënt te functioneren met 1/3 tot de helft minder ambtenaren.
Willen we hun efficiëntie evenaren dan moeten we
contraproductieve regels schrappen en de overheid
herstructureren volgens actuele beheers- en communicatietechnieken.

Drie overtollige bestuursniveaus.
“Kunnen we ons nog zo’n dure overheid, met zoveel bestuurslagen, permitteren?”, vraagt Rudi Thomaes van het VBO zich terecht af. Ondanks snelle vooruitgang in beheers- en communicatie-technieken is ons aantal bestuurslagen in één generatie is verdubbeld.
Napoleon had geen computers en moest zich voor zijn communicatie behelpen met postduiven en bodes te paard. Toch had hij genoeg aan een nationaal, provinciaal en gemeentelijk bestuursniveau. In ons internettijdperk kregen we er behalve Europa ook Vlaanderen en de intercommunales bovenop; elk met hun vazallen en uitgebreide hofhouding. Waar Vlaanderen en Europa uitblinken in fascistoïde reguleringsdrift, monopoliseren intercommunales vooral onze nutsvoorzieningen en maken onze energie, water, communicatie, huisvesting, bouwgrond en afval 2 tot 3 maal te duur.

Omdat dit schimmige bestuursniveau niet wordt verkozen en zowel aan democratisch controle als electorale sanctie ontsnapt, wordt het veelal misbruikt voor duistere toewijzing van sociale woningen, voorrang in zorgtehuizen, tergende onteigeningen, en veelal ook als beschutte werkplaats voor onfortuinlijke partijvrienden. De schandelijke corruptieschandalen met parasitair bestuursniveau en zijn nog vóór de provincies aan de beurt in de sanering van onze structuren.
 
Ook in Vlaanderen teert de corruptie met intercommunale zitpenningen en bestuurszitjes welig. Intercommunales zijn verworden tot een Nut van regels toetsen aan globale kost
belangrijker nog dan structurele saneringen is het snoeiwerk in de contraproductieve regels. Onze overregulering is nu ontaard in de kafkaiaanse toestand waarin niemand nog al de rommelwetten en rommeldecreten kan kennen. De totale rechtsonzekerheid die daaruit volgt schept niet alleen het knagend onbehagen van permanente strafbaarheid maar leidt vooral bij ondernemers tot immobilisme. Het is de doodsteek voor het dynamische van een land.

Wetten moeten een vervaldatum krijgen. Of we moeten met regelmaat hun maatschappelijk nut afwegen tegenover de inzet van middelen voor controle, naleving, handhaving en administratieve overlast. Veel regels kosten handenvol geld maar brengen bitter weinig brood op de plank. Talloze beperkingen van de contractuele vrijheid zoals huur- en pachtwetten keren zich steevast tegen de partij die de wet wilde beschermen. Het zijn eeuwige bronnen van wrevel, van dure geschillen en vertrouwensbreuk tussen partijen. Maaltijdcheques, dienstencheques, opleidingscheques, cultuurcheques, ecocheques zijn als rantsoeneringsbonnen. Stuk voor stuk bureaucratische gedrochten die de marktwerking verstoren en betaalkosten zwaar verhogen. Talloze vergunningstelsels beperken de concurrentie en ondergraven onze koopkracht. Dure licenties maken onze mobiele gesprekken 3 maal te duur en prijzige vergunningen verhogen de kost van bouwgrond en medicamenten met een factor 3 tot 5.   Maar vooral ons belastingstelsel kan veel eenvoudiger. Zijn wispelturige complexiteit en lange verjaringstermijnen voeden de rechtsonzekerheid en remmen elk initiatief. De veel te complexe sociale wetgeving maakt steun ontoegankelijk voor nsarmen die het echt nodig hebben, verhoogt werkingskosten en zet deuren wijd open voor profitariaat. Centralistisch Dirigisme Landbouw, industrie, onderwijs, zorg, lagere besturen, gezondheid, distributie- en dienstensector, worden allemaal geteisterd door en detaillistische betutteling van bovenaf. Keer op keer verstoort centraal dirigisme de spontane orde of het marktevenwicht. Altijd weer leidt de bureaucratische papierwinkel tot verkwisting van tijd en middelen, verlies aan productiviteit en uiteindelijk geringer maatschappelijk nut voor ons allen. De grootste schade van al die bureaucratie ligt nog in de opportuniteitskost. Zo zou het leger van 400 ingenieurs dat straks voltijds energieprestatiecertificaten uitreikt een veel nuttiger taak en beter betaalde baan kunnen hebben in onze onderbemande researchafdelingen. Op een vrije markt vinden kopers en huurders zelf wel hun weg naar het voordeligste alternatief, ook zonder gewillige certificaten. Andere Europese staten functioneren prima met 1/3 minder ambtenaren, regels en overheidsbeslag. Als België ondanks zijn hoogproductieve privésector de middelen ontbeert om de economie uit het slop te halen, of straks zijn ambtenaren en pensioenen te betalen dan is dat omdat onze overmatige overheid decennialang de productieve sector heeft leeggehaald en alle reserves zijn opgesoupeerd aan overbodige bureaucratie. Zij die pleiten voor het in stand houden van parasitaire overheidsstructuren dragen individuele schuld aan de ontwrichting van de samenleving. Meer dirigisme biedt geen oplossing voor onze problemen, overmatig dirigisme is het probleem. Ingezonden door Martin De Vlieghere en Paul Vreymans
 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Algemeen, Belastingen, Internationaal, Vrijheid
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Bon Vivant schreef op : 1

    Ik denk dat deze parasitaire overheidsstructuren de ondergang zullen zijn van de Westerse beschaving zoals die zou kunnen zijn en een beetje leek te worden. Ze bestaan alleen om zichzelf te dienen en hun politieke hobbies uit te voeren. Van een ‘openbaar nut’ is geen enkele sprake.

    Het zal nog gekker worden. Kijk maar naar alle overheidsbemoeinissen met de ‘kredietcrisis’ en het nutteloze en absurde beleid er omheen. In de praktijk zal het ontaarden in een soort van neo-communisme. Bovenstaand artikel beschrijft het begin ervan.

  2. jantje schreef op : 2

    Volgens mij zijn er veel overeenkomsten tussen de huidige westerse maatschappijen en de Romeinse maatschappij in haar eindstadium. De decadentie is het zelfde, de toenemende invloed van andere culturen, de bureaucratie. En er zijn er vast nog een aantal.