maandag, 4 mei 2009
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

GEEN GRATISCULTUUR MAAR KWALITEIT IN HET HOGER ONDERWIJS

professorowl[RED: Hoewel niet 100 % libertarisch staan we helemaal achter de strekking van dit artikel]

LEUVEN – Vorige dinsdag voerde het studentenplatform “ResPACT” actie in Brussel voor kosteloos hoger onderwijs. De organisatie pleit voor een radicale vermindering van directe en indirecte studiekosten. “Dit voorstel lijkt nobel maar heeft nadelige effecten voor zowel de student als de belastingbetaler. Zij zullen geconfronteerd worden met respectievelijk minder kwaliteit en hogere kosten”. 

“Gratis onderwijs, wie is daar nu tegen?” Wel, op zich niets, ware het niet dat gratis niet bestaat en er altijd iemand moet opdraaien voor de kosten, ongeacht wat de huidige Limburgse gouverneur ons vroeger heeft voorgelogen. Het gratisverhaal heeft echter nog steeds zijn aanhangers.

Het studentenplatform ResPACT ijvert vandaag voor de geleidelijke afschaffing van directe studiekosten en een vermindering van indirecte studiekosten. Volgens de organisatie zijn deze kosten een belemmering voor ieders recht op hoger onderwijs en moet de belastingbetaler hierin bijspringen. (De invloed van voornamelijk linkse verenigingen is duidelijk merkbaar.) Tegelijkertijd eisen zij kwaliteitsvoller onderwijs. Maar een onderwijslandschap waarin men pleit voor steeds meer studenten aan lagere kosten zal niet leiden tot hogere kwaliteit, wel integendeel.

De belastingbetaler als melkkoe

De voorstanders van kosteloos hoger onderwijs argumenteren dat het inschrijvingsgeld aan de Vlaamse onderwijsinstellingen te hoog ligt. Vandaag bedraagt het collegegeld ongeveer 540 euro per jaar, wat bovendien verminderd wordt voor studenten met weinig financiële middelen. De universiteiten ontvangen daarnaast voor elke student bijkomende subsidies aangezien het inschrijvingsgeld alleen absoluut onvoldoende is om de kosten te dekken.

Uit onderzoek blijkt dat de kost van een student ongeveer 12.500 euro per jaar bedraagt. Studenten betalen dus ongeveer 4 à 5 procent van hun totale kost, de rest wordt bijgedragen door de belastingbetaler. Een dergelijke vergelijking werpt een ander licht op de éénzijdige beweringen van de ResPACT-flyers. Het is de belastingbetaler die onze studies bekostigt. De toekomst van die studiefinanciering dreigt overigens een probleem te worden naarmate het aantal studenten jaar na jaar stijgt. Ongenuanceerd pleiten voor een verhoogde subsidiëring is dus ondoordacht, zeker in de huidige budgettaire toestand.

ResPACT vraagt ook een drastische vermindering van de indirecte studiekosten, in hun ogen een zeer ruim begrip. Hierbij vernoemen ze zelfs voeding, de aanschaf van allerlei studiemateriaal en culturele ontspanning, met andere woorden wordt er gepleit voor een gesubsidieerd studentenleven.

Waarom verdienen studenten deze steun en moeten onder andere hun leeftijdsgenoten die reeds werken hiervoor opdraaien? Het is makkelijk om Sinterklaas te gaan spelen maar men moet goed beseffen dat er altijd iemand de zwarte piet is, namelijk de actieve bevolking die nu reeds een torenhoge belastingdruk draagt. ResPACT argumenteert terecht dat studenten geen melkkoeien zijn, maar belastingbetalers zijn dat blijkbaar wel.

De student als stoelvulling

De belangrijkste stakeholder van het hoger onderwijs is uiteraard de student zelf. Het is maar de vraag wat er met zijn kwaliteit gebeurt als onderwijsinstellingen steeds meer studenten aantrekken in grotere aula’s en voor hun financiering verantwoording moeten afleggen aan de overheid in plaats van aan diegenen die het onderwijs genieten.

Studenten hebben alle belang bij een divers onderwijslandschap waar men tegemoet komt aan hun noden, niet aan de standaardvoorwaarden die de overheid oplegt. Indien de overheid instaat voor alle kosten reduceert men de student tot stoelvulling, een extra nummertje met een financieel voordeel voor universiteiten en hogescholen. Onderwijsinstellingen kunnen dan lustig hun aula’s vergroten en studenten sparen om hun inkomsten op te drijven. En dat gaat niet hand in hand met verhoogde kwaliteit. Bovendien is het aanzuigeffect van gratis onderwijs nadelig voor de arbeidsmarkt. Mensen zonder hogere opleiding zijn in geen enkel opzicht inferieur, integendeel, ze zijn vandaag broodnodig om zogenaamde knelpuntberoepen in te vullen. Of pretendeert ResPACT misschien dat men moet gaan studeren om iets te betekenen in deze wereld?

En wat als de budgettaire toestand minder gunstig wordt tengevolge van de gratiscultuur? Zullen we dan de belastingbetaler opzadelen met extra lasten? Of zullen de universiteiten het moeten stellen met minder geld voor meer studenten? Geen van beide keuzes lijkt me wenselijk.

Naar een gezonde onderwijscultuur

Waarover gaat dit debat eigenlijk? De actie van ResPACT is een illustratie van de manier waarop wij in Europa omgaan met ons onderwijs. We beschouwen hoger onderwijs namelijk als een recht dat we moeten afdwingen van de overheid en waarvoor iemand anders dan maar moet opdraaien. Zelfs de geringste kosten worden bestempeld als ondemocratisch en elitair en worden liefst zo snel mogelijk afgeschaft (lees: afgewenteld op iemand anders). Onderwijsinstellingen worden op deze manier fabrieken van sociale gelijkheid in plaats van bronnen van innovatie, met alle aangehaalde gevolgen van dien.

Het kan ook anders. Kijken we bijvoorbeeld naar het hoger onderwijs in de Verenigde Staten. De Amerikaanse universiteiten domineren de internationale rangschikkingen en genieten een wereldwijd prestige. Hun alumni kapen bovendien het merendeel van de Nobelprijzen en dergelijke weg. De Europese universiteiten daarentegen verliezen terrein op internationaal vlak. Men moet zich afvragen wat de oorzaken zijn van dit onderscheid.
Een doorslaggevende reden is alvast het onderwijsklimaat in de Verenigde Staten dat radicaal verschilt van onze Europese houding.

Amerikaanse universiteiten slagen erin hun onderwijs beter te laten aansluiten bij de noden van de samenleving. Diploma’s hebben er doorgaans een hogere waarde dan in Europa waar de massaproductie van diploma’s welig tiert. De inkomsten van de universiteiten zijn er veel breder: bedrijfsinvesteringen, subsidies, filantropie en inschrijvingsgelden zorgen voor een groot budget waarmee men hoogstaand onderwijs kan aanbieden. De Amerikaanse samenleving beseft dat hoger onderwijs een investering is voor alle betrokkenen. De wil om gezamenlijke inspanningen te leveren is er veel sterker aanwezig en lijkt ook tot betere resultaten te leiden. Uiteraard heeft ook dit systeem zijn problemen en nadelen, maar het is nooit te laat om een voorbeeld te nemen aan de positieve invloeden van die Amerikaanse houding.

Alternatieve financiering

We moeten in Vlaanderen kiezen wat we verwachten van het hoger onderwijs. We kunnen de weg bewandelen van de zuivere emancipatie, van de gelijkheidsfabriek, ten nadele van belastingbetaler en student. Of we kunnen inzien dat ons onderwijs een investering is, een middel om voor ons allen meer welvaart te creëren. Studenten stellen hun beroepsactiviteiten uit om een betere toekomst voor zichzelf uit te bouwen. Bedrijven stellen geschoold personeel te werk. En de samenleving op haar beurt profiteert van innovatie op allerlei academische en technologische terreinen. Kortom: investeren in hoger onderwijs rendeert voor alle groepen die daartoe bereid zijn. Het is dus niet onredelijk dat studenten bijdragen in de kosten van hun opleiding. Studieleningen, fiscaal vriendelijke spaarformules, beurzen of studentenjobs zijn slechts een paar manieren voor studenten om hun opleiding te financieren zonder voortdurende financiële onzekerheid. Maar ook bedrijven zullen in de toekomst nauwer moeten samenwerken op het vlak van onderzoek en ontwikkeling. De spin-offs van de laatste jaren zijn alvast een mooi voorbeeld van het potentieel dat men nog niet ten volle benut.

De welvaart van morgen wordt vandaag gezaaid. Het is de verantwoordelijkheid van elke speler om onze kenniseconomie tot bloei te laten komen. Niemand kan de vruchten plukken van een systeem waartoe zij niet willen bijdragen.

Ingezonden door Nick Roskams (student aan de KULeuven en secretaris van het Liberaal Vlaams Studentenverbond (LVSV) Leuven).

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Algemeen, Belastingen, Economie, Educatie, Overheid, Vrijheid
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Polity schreef op : 1
    James Turk

    Het systeem in Amerika is iets waar wij een voorbeeld aan kunnen nemen. In Europa en dus ook dit land zijn de studenten veels te verwend. Ze worden soms zelfs tot NA de studie financieel gedragen door de overheid aka de belasting betaler.

    Studenten dezer dagen willen en verwachten teveel en de overheid steunt ze daar in met het motto dat hoe meer de student later gaat verdienen (beter onderwijs is over het algemeen meer verdienen) de groter het nationaal inkomen. Dit motto is logisch maar dan moet het wel vanuit de vrije markt komen.

    In plaats van dat studenten automatisch scholing krijgen gefinancieerd (wat zelfs nog flinke tijd verplicht is), zullen ze toch echt de straat opmoeten. beursen zien te krijgen vanuit de vrij markt, anders gaan sparen, een deeltijd/dual opleiding volgen, lenen of mazzel hebben dat ze rijke ouders hebben

  2. Michel schreef op : 2

    Ik ben het grotendeels met de strekking van dit artikel eens.

    Een kanttekening wil ik toch wel plaatsen. En dat is de invloed van dat bedrijfsleven. Kijk bijvoorbeeld naar de invloed van de farmaceutische industrie op de geneeskunde studies. Het is de laatste 50 jaar enorm gericht op chemische(patenteerbare) vormen van behandeling, en dit is niet altijd zo geweest.

    Ik vind persoonlijk ook dat de overheid zich verre van onderwijs zou moeten houden, maar om de VS nou als voorbeeld te nemen vind ik niet helemaal terecht.

  3. Fluminis schreef op : 3

    Daar waar er een vrije markt is en weinig overheidsinmenging komt op den duur het beste onderwijs. Ik ben woonachtig in Thailand en daar betaald iedereen die bezorgd is om zijn/haar kinderen schoolgeld om ze naar een goede school te sturen. Mijn dochter zit op een school waar men in 2 talen onderwijs krijgt (Engels en Thai) en waar later in nog tijdens de basis opleiding (tot 12 jaar) nog eens 2 vreemde talen wordt geleerd. Dit kan allemaal voor 2000 Euro per kind (als er maar vrije markt werking is).

    De private scholen in Thailand zijn erg gericht op goede prestaties om zodoende nog meer leerlingen te trekken. In Europa maakt het geen ene bal meer uit wat de prestaties zijn. Kinderen moeten verplicht naar een school bij hen in de buurt en als er teveel scholen onder de kwalitieitsnorm belanden dan wordt de norm naar beneden bijgesteld. Op de lange duur is dit desastreus voor het onderwijs. Ik heb begrepen dat de leerlingen in Nederland vandaag de dag niet eens meer een normale staart deling kunnen maken.