woensdag, 17 juni 2009
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Overheidsmonopolies of competitieve innovatie?

intellectual-propertyOverheidsmonopolies & intellectueel eigendom of competitieve innovatie? Dit artikeltje is het eerste deel van een bespreking van de conclusies van een studie over de kwalen van het intellectueel eigendom en US-patenten en de voordelen van competitieve innovatie.

Vorige week publiceerde ik een inleidend stukje over het monopolie van Monsanto. Ik heb geprobeerd te laten zien, dat het bedrijf m.b.v. Amerikaanse overheidsgaranties (patenten) bezig is de wereldmarkt te veroveren via de verkoop van genetisch gemodificeerde zaden (GM) die teelten mogelijk maken, die resistent zijn tegen het herbicide Roundup® (glyfosaat). Ik wees erop, dat gebruikers van de zaden werden gebonden aan wurgcontracten, terwijl bovendien de risico’s van het grootschalig gebruik van deze teelttechniek onvoldoende bekend zijn.

De monopoliepositie van Monsanto is uitsluitend mogelijk door moreel ontoelaatbare overheidsbemoeienis en -protectie door een corporatistische staat.

De rationale ervan is, dat men beweert, dat er intellectuele eigendomsrechten zouden bestaan, die aan de uitvinder zouden toebehoren en die hij door een patent of octrooi kan en mag afdwingen. Alleen met een dergelijk economische model zou hij gemotiveerd worden innovaties te ontwikkelen en de ontwikkelingskosten voor zijn uitvinding vergoed kunnen krijgen.

Het competitief innovatiemodel

Maar in 1997 publiceerden MICHELE BOLDRIN en DAVID K. LEVINE een competitief innovatie- en groeimodel zonder monopoliepositie. Hun theorie van competitieve innovatie is van groot belang, omdat:

  1. de historie en de huidige markten laten zien, dat innovaties niet noodzakelijk afhangen van copyrights of patenten,

  2. -omgekeerd- onder het huidige door regeringssubsidies en -monopolisering geïnduceerde rentabiliteitzoekende gedrag, intellectueel eigendom in de vorm van copyrights en patenten sociaal ongewenst is, zoals sinds Adam Smith door economen is erkend.

In hun conclusie merken de auteurs o.a. op, dat zowel de economische literatuur over technologische innovatie en groei als die over intellectuele eigendomsrechten immuun waren voor zorgvuldige studie vanuit het gezichtspunt van competitieve theoretici.
In de afgelopen eeuw blijkt de mythe, dat wettelijk afgedwongen monopolies noodzakelijk zijn voor innovatie, in academische kringen en bij opiniemakers sterk aanwezig. Vandaar hun steun aan de politieke agenda’s voor monopolies voor intellectuele en artistieke produkten.

Het debat over de beschikbaarheid en prijsstelling van AIDS-drugs en andere medicijnen is hiervan een dramatisch voorbeeld.

Het doel van Boldrin & Levine was aan te tonen, dat indien zijn functie zorgvuldig wordt gemodelleerd, competitie een sterk en sociaal weldadig mechanisme vormt, zelfs in innovatieve en creatieve markten.

De cruciale kenmerken van innovaties (hoge initiele kosten, lage reproductiekosten) kunnen op een geschikte manier worden aangepast door de introductie van minimale restricties in een standaard activiteitsanalyse model met constante
opbrengsten.

In het verleden hebben innovatieve activiteiten bijna steeds bestaan zonder wettelijke monopolies. Ook in de huidige tijd bestaan markten voor competitieve innovaties, voorzover ondernemersactiviteiten niet worden beschermd door wettelijke monopolies. Dit is vooral van belang in ontwikkelingslanden, waar de adoptie van technologieën en goederen, die al in ontwikkelde landen gebruikt worden, essentieel zijn voor competitieve innovaties.

Maar ook in de ontwikkelde landen wordt de levensvatbaarheid van competitieve innovaties door een reeks voorbeelden aangetoond. Na Napster is de markt voor muziekopnamen competitief geworden.

Conclusie: Nu volgens de auteurs is aangetoond, dat innovaties levensvatbaar zijn onder competitie, moet men twijfelen aan de opvatting, dat copyrights, licentiebeperkingen en patenten moeten worden toegestaan om intellectuele produktie te ondersteunen. Het model toont aan, dat voor produkten die tegelijk elastisch zijn in vraag en gemakkelijk reproduceerbaar, het eerste verkooprecht hoogstwaarschijnlijk de aanloopkosten om een nieuw goed te creëren dekt.

Tot zover het eerste deel van de bespreking van het rapport “Perfectly Competitive Innovation” van Boldrin & Levine over het competitieve innovatiemodel.

Bron:
levine.sscnet.ucla.edu

Verdere referenties:

1) Hoe Monsanto uw voedselkwalitiet bepaalt,

www.vrijspreker.nl

2) Dossier Glyfosaat,  www.vtm-milieu.nl

3) Is er innovatie zonder intellectueel eigendomsrecht?

www.libertarian.nl

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Belastingen, Boekbespreking, Economie, Educatie, Libertarisme, Overheid, Rechten
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Peter de Jong schreef op : 2

    Bescherming van IP, in welke vorm dan ook, door de vrije markt of door de overheid verkleint de valley of death van iedere innovatie.

    Ook bevordert bescherming innovaties, omdat concurrenten niet kunnen blijven hangen bij een bestaande technologie maar met hun eigen doorbraak moeten komen.

    Daarnaast geldt het principe dat mensen niet van elkaar behoren te stelen, zelfs al zou een samenleving daar per saldo rijker van worden.

    Maar ja, breng dat socialisten maar eens aan hun verstand. 😉

    Spy-Nose [3] reageerde op deze reactie.

  2. Spy-Nose (auteur van dit artikel) schreef op : 3
    Spy-Nose

    @Hub Jongen [1]:
    Op wikipedia staat een goede inleiding:
    en.wikipedia.org

    @Peter de Jong [2]:
    Het IP is een jong begrip. De wetgeving en jurisprudentie is nog lang niet uitgekristalliseerd.
    Bij de ontwikkeling en de afbakening van het begrip zijn twee libertarische beginselen in het geding: het recht op individuele vrijheid en het eigendomsrecht.

    Boldrin & Levine tonen met voorbeelden aan, dat innovaties niet worden beschermd maar veeleer worden belemmerd door overheidsinterventies.

    Menselijke “non-rival” creaties zijn vele eeuwen lang tot stand gebracht zonder IP-bescherming van een staatsmonopolie. Mozart schreef 40 symfonieen zonder IP-bescherming.

    Het onderscheid tussen rival en non-rival slaat op de eigenschap, dat non-rival innovaties gelijktijdig in meerdere situaties kunnen worden toegepast, bijv. een muziekstuk.

    Het is de vraag of IP alle kenmerken zou moeten dragen van het begrip “eigendom”. Bij de ontwikkeling van het begrip en van zijn tegenhanger “competitieve innovatie” hanteren de auteurs sociaal-economische maatstaven.

    Je kunt je afvragen of er nog andere maatstaven zouden moeten gelden, bijv. culturele maatstaven of maatstaven van openbare orde. Toevoeging van maatstaven betekent echter automatisch meer regelgeving.

    Daarbij moet in aanmerking worden genomen, dat het eigendomsrecht in wezen een beperking van het recht op individuele vrijheid vormt.
    Peter de Jong [5] reageerde op deze reactie.

  3. beek schreef op : 4

    Uiteraard kan de innovator besluiten zijn idee te verkopen, om aldus zijn ontwikkelingskosten terug te verdienen.
    Het patentrecht echter beschermt tegen lieden die niet willen kopen, maar die zonder enige vergoeding het product overnemen, om het aldus veel goedkoper op de markt te kunnen brengen.

    Overigens kende Venetie al in 1474 een octrooistatuut.
    Engeland kende in 1624 een octrooiwet.
    Zou er verband zijn tussen die octrooiwetten en de bloeiperiode van Venetie en Engeland?

  4. Peter de Jong schreef op : 5

    @Spy-Nose [3]:

    “Menselijke “non-rival” creaties zijn vele eeuwen lang tot stand gebracht zonder IP-bescherming van een staatsmonopolie. Mozart schreef 40 symfonieen zonder IP-bescherming.”

    En hoeveel meer en (nog) beter werk had hij wel niet kunnen maken mét IP-bescherming ? 😉

    Mozart was een notoire klaploper. In ruil voor kost en inwoning schreef hij muziek en gaf les. Pas toen zijn reputatie was gevestigd kon hij er (veel) geld voor vragen. Zijn angel-investors (o.a. de bisschop van Salzburg) hebben er voor gezorgd, dat we hem überhaupt kennen. Anders was hij beslist zo arm gestorven als die NL klaploper Van Gogh.

    De normale IP bescherming geschiedde eeuwenlang via de gilden en hun trade secrets. Het doet er niet toe of de vrije markt of de overheid rechtszekerheid biedt, als die rechtszekerheid maar bestaat.

    Het is je geraden, dat IP een beperking van de individuele vrijheid vormt! Dat geldt voor IEDERE vorm van privé eigendom (lijf en leden incluis).

    ===
    “The right to swing my fist ends where the other man’s nose begins.”
    – Oliver Wendell Holmes

    Spy-Nose [7] reageerde op deze reactie.

  5. beek schreef op : 6

    Uiteraard bestaat er ook competitie zonder patentrecht.
    Onder kunstenaars b.v.

    Maar patentrecht hangt samen met de commerciele exploitatie van eigendom.
    En als de vruchten van eigen arbeid worden beschouwd als ‘eigendom’ . is het zonder compensatie afpakken van iemands’ vruchten van de arbeid, te beschouwen als diefstal.

    Als een batterijenfabrikant een eenvoudig principe heeft ontdekt, waardoor hij batterijen kan produceren die 10 keer langer mee gaan, mag die ontdekking als zijn eigendom worden beschouwd.

    Als, nadat hij deze batterijen op de markt heeft gebracht, andere batterijfabrikanten met die ontdekking aan de haal gaan (commercieel) zonder enige compensatie, hebben zij eigendom gestolen: zij verkopen de ontdekking van een ander.
    Mogelijk hebben zij eerlijk batterijen gekocht van de uitvinder: maar alleen met die gekochte batterijen mogen zij eventueel winst proberen te maken.

    De ontdekking van het principe mag, als vrucht van eigen arbeid, als eigendom worden beschouwd van de ontdekker.
    Octrooirecht garandeert dat dat eigendom werkelijk tegen vergoeding wordt gebruikt door derden.

    We hebben een overheid ook nodig om bezit te beschermen.
    Dit is net zoiets.

  6. Spy-Nose (auteur van dit artikel) schreef op : 7
    Spy-Nose

    @Peter de Jong [5]:
    “De normale IP bescherming geschiedde eeuwenlang via de gilden en hun trade secrets. Het doet er niet toe of de vrije markt of de overheid rechtszekerheid biedt, als die rechtszekerheid maar bestaat.”

    De feitelijke afschaffing van het gildesysteem is geen bijdrage aan de verbetering van het staatkundig bestel.

    “Het is je geraden, dat IP een beperking van de individuele vrijheid vormt! Dat geldt voor IEDERE vorm van privé eigendom (lijf en leden incluis).”

    Mee eens. Heb ik eerder al betoogd.

    In beginsel is een eigenaar de eerst verantwoordelijke voor de bescherming van zijn eigendommen. Auteurs- en octrooirecht is niet hetzelfde als eigendomsrecht.