De drie voornaamste, meest invloedrijke, hoofdstromingen van het socialisme zijn communisme, nationaal-socialisme en sociaal-democratie. Deze drie takken van socialisme zijn allen ontstaan in de 20ste eeuw. Het communisme en de huidige sociaal-democratie ontstonden tussen 1900 en 1920, als gevolg van een breuk binnen de internationalistische socialistische beweging. Een van de redenen dat het kwam tot deze breuk was de afname van het vertrouwen dat de kapitalistische orde langs democratische weg omver kon worden geworpen.
Het schisma in het internationale socialisme vond in Rusland plaats in 1903, toen de Bolsjewieken uit de Russische Sociaal-democratische arbeiderspartij stapten en in Nederland tussen 1909, toen de revolutionair geörienteerde marxisten uit de SDAP werden gezet, en 1918; toen de Communistische Partij Holland werd opgericht. Het nationaal-socialisme ontstond vlak na de Eerste Wereldoorlog.
Juist vanwege de combinatie van overeenkomsten en verschillen op essentiële punten is het onderlinge wantrouwen, en de haat, tussen de aanhangers van de drie socialismes altijd groot geweest.
De communisten streven naar de nationalisering van alle productiemiddelen. De sociaal-democraten en de nationaal-socialisten hebben er weinig moeite mee om, ook al is het om pragmatische redenen, privébezit deels in tact te laten als de overheid in sterke mate controle kan uitoefenen.
Het gebrek aan economische vrijheid is onder een communistisch regime het grootst en bij een sociaal-democratisch bestuur het minst groot. Nationaal-socialistisch bestuur zit ten opzichte van sociaal-democratie en communisme in het midden. Minder collectivistisch dan communisten, maar collectivistischer dan sociaal-democraten. Men zou de verschillen en overeenkomsten tussen de drie socialistische hoofdstromingen schematisch weer kunnen geven.
Doordat veel sociaal-democraten in navolging van de communisten de nationaal-socialisten ‘fascistisch’ en rechts zijn gaan noemen staan veel mensen, die door sociaal-democratische ideologen beïnvloed zijn, er niet bij stil dat het nationaal-socialisme een ideologie is die een sterkere mate van socialisme voor staat dan de sociaal-democratie en om die reden, vooral in sociaal-economisch opzicht, linkser te noemen is dan sociaal-democratie.
Zowel het partijprogramma van de NSDAP als de praktijken van de partij van Hitler maken duidelijk dat nationaal-socialisten radicalere socialisten zijn dan sociaal-democraten.
Zo eisten de nationaal-socialisten o.a. dat:
1) al het inkomen dat niet afkomstig is van arbeid moest worden afgeschaft
2) alle bedrijven die georganiseerd zijn in kartels genationaliseerd moesten worden
3) de nutsbedrijven genationaliseerd moesten worden
4) dat grote bedrijven hun winst moesten delen met hun arbeiders
5) er een staatspensioen moest komen
6) er een verbod op speculatie, te beginnen bij de speculatie met onroerend goed, moest komen
7) het Romeinse recht, met een vorm van individuele eigendomsrechten als basis, zou worden vervangen door een op collectivistische leest geschoeid Duits recht
8 ) staatsonderwijs moest worden ingevoerd.
Ludwig von Mises schreef in het jaar van de beëindiging van de Tweede Wereldoorlog het volgende: De Nazi’s dwongen geen prijsbeheersing af binnen een markteconomie, zoals hun buitenlandse bewonderaars beweren. Voor hen was prijsbeheersing slechts een methodiek binnen het kader van een systeem dat in alle opzichten er een was van centrale planning. In de Nazi economie was er geen sprake van privé initiatief en vrij ondernemerschap. Alle productie activiteiten werden geleid door het Reichswirtschaftsministerium. Geen onderneming was vrij in zijn handelen af te wijken van de voorschriften van de overheid.
Commercial and Financial Chronicle, 20 december 1945(vert. Ondergetekende).
De afkeer van elkaars ideologie is goed te verklaren omdat communisten, nationaal-socialisten en sociaal-democraten allemaal de arbeiders aan zich willen binden, terwijl zij streven naar de staatsmacht. Hoewel de politici van de diverse socialistische stromingen elkaar publiekelijk verguisden en vooral de verschillen benadrukken staan de diverse socialistische ideologieën niet zo ver van elkaar af als men doet voorkomen.
Het sociaal-economische beleid van de sociaal-democraten lijkt, hoewel minder links dan het nazistische, veel op het sociaal-economische beleid van de nationaal-socialisten. Hitler, en veel andere nationaal-socialisten, voelde zich ideologisch verwant met de communisten maar haatte het internationalistische karakter van die ideologie. De communisten, op hun beurt, vonden het nationalistische element van het nationaal-socialisme een gevaar voor de internationale wereldrevolutie. Sociaal-democraten hebben een afkeer van hun linksere opponenten vanwege het ondemocratische karakter van communisme en nationaal-socialisme.
Behalve verschillen zijn er opvallende overeenkomsten tussen communisme, nationaal-socialisme en sociaal-democratie. Alle drie ideologieën zijn socialistisch, zijn voorstander van gedwongen herverdeling en een sociaal vangnet ten koste van (een deel van) de bevolking, komen op voor groepen mensen die zij aanmerken als zwakkeren in de samenleving, staan alle drie een beperking van individuele vrijheid en beperking van vrijheid van meningsuiting voor, zijn voorstander van verregaande regulering door de overheid op allerlei vlakken en een tegenstander van een vrije markt.
Nog los van de massamoordpartijen en genociden zijn de communistische en nationaal-socialistische varianten van het socialisme het meest destructief. Sociaal-democratie heeft een iets langere adem dan het communisme en nationaal-socialisme, en heeft ook minder doden veroorzaakt, maar komt als een sluipmoordenaar. De huidige economische crisis markeert het totale failliet van de sociaal-democratie. Socialisme, ook de milde variant, leidt tot de ontwrichting van samenlevingen, sociaal-culturele degeneratie en economische crisis.
Het moge waar zijn dat sociaal-democraten, in tegenstelling tot aanhangers van het communisme en nationaal-socialisme, staatsburgers niet direct van hun leven beroven maar zij ontnemen de mensen wel een groot deel van hun geld, vrijheid, cultuur, sociale cohesie en menselijke waardigheid. Daarom dienen ook de meest lichte varianten van het socialisme met alle niet-agressieve middelen die ons ter beschikking staan, in de eerste plaats met het woord, krachtig bestreden te worden zodat de 21ste eeuw, na een eeuw van dictatoriaal-socialistisch bloedvergieten en democratisch-socialistische decivilisatie, een eeuw kan worden van vrijheid, beschaving, ontwikkeling, welzijn en welvaart.
Oscar
november 2009
Op het plaatje zijn in het bovenste gedeelte drie socialistische politieke leiders te zien. Van links naar rechts: Josef Stalin (1879-1953), Adolf Hitler (1889-1945) en Wouter Bos (1963). Onder, van links naar rechts (niet toevallig in deze volgorde) : hamer en sikkel, symbool van het communisme; het hakenkruis, symbool van het nationaal-socialisme; de rode roos (met een vuist) , symbool van de sociaal-democratie.





Doorsturen
Printen









Ik denk dat je, je moet afvragen waarom deze vormen zijn ontstaan. Ik heb het er niet over dat het wel of geen goeie systemen zijn.
Voordat ze zijn ontstaan was er ook geen vrije open markt.
Er was ook geen open kapitalisme.
De mensen die arm geboren waren kregen nooit geen kansen op scholing of op goede zorg.
De bestaande elite zorgde er wel voor dat ze geen kans kregen.
Dit waren schijnliberalen. Ze zijn niet uitgestorven.
Uit noodzaak gingen deze mensen samen werken in de vorm van vakbonden en socialistiche partijen. Dit was hun kans om wel kansen te krijgen. Deze waren er anders nooit gekomen.
Ook toen al werden burgers belemmerd in het ondernemen door:
1 Geen geld om te beginnen.
2 Connectie van banken en de bestaande elite om hun positie te behouden en ze dus geen geld te lenen.
3 Connectie tussen elite en bestuurders.
4 Geen scholing, er moest geld komen om te eten en dus was de elite hun altijd de baas.
De enigste sterke punt die ze hadden was eendracht, samenwerken. De bestaande elite bezat immers alles al.
Via liberalisme mag je prive bezit niet afpakken door socialisme.
Maar wat als deze alles had verkregen door corruptie en zichzelf alles hadden toegeeigend.
Baronnen, Koningshuizen, Landheren, etc.