dinsdag, 8 december 2009
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Inleiding in het natuurrecht 5/8

AmagiDit is deel vijf van een achtdelige serie over Natuurrecht

door  Bert Post Uiterweer

8. Globale kenmerken van het natuurrecht en het positief recht

Het positief recht:

–  is van menselijke oorsprong: het is gemaakt recht dat uit relatieve, subjectieve normen bestaat. Hierdoor is het positief recht plaatselijk, tijdelijk (=veran­derlijk) en star recht, dat rechtsonzekerheid schept, en onderdrukking en onrechtvaardigheid garandeert.

–  ziet de mens als object van het recht en gaat uit van een pessimistisch mensbeeld: de mens neigt naar het slechte. Het is daarom vijandig recht dat de mens beschouwt als een onvolwaardig, onvolwassen en onverantwoordelijk individu, dat niet in staat is om zelf en onafhankelijk keuzes te maken: de mens is daarom niet vrij en moet door de meerdere (een wereldlijke of geestelijke elite) geleid worden.

–  stelt dat het menselijk handelen door de wil gestuurd wordt: de wil (van een meerdere) is bepalend voor wat goed en kwaad is. Maar omdat die wil niet aan een hogere norm gebonden is, kan men (vooral de politicus) van alles willen! Dat leidt tot chaos en onrechtvaardigheid. Wil(lekeur) = chaos.

–     steunt de onderdrukking van het individu en maakt het weerloos tegen onrechtmatig en ongerechtvaardigd overheidsingrijpen; het ondersteunt daarom de dictatuur en vormt de basis voor de wetstaat: de macht ligt bij de overheid (de regerende eli­te).

Het natuurrecht:

–  is van bovenmenselijke en zelfs bovengoddelijke oorsprong: het is natuurlijk recht dat uit absolute, objectieve normen bestaat. Hierdoor is het natuurrecht universeel, eeuwig (=onveranderlijk) en flexibel recht dat rechtszekerheid schept, en vrijheid en rechtvaardigheid garandeert.

–  ziet de mens als subject van het recht en gaat uit van een optimistisch mensbeeld: de mens neigt naar het goede. Het is daarom vriendelijk recht dat de mens erkend als een volwaardig, volwassen en verantwoordelijk individu, dat in staat is om zelf en onafhankelijk keuzes te maken: de mens is daarom vrij en hoeft door niemand geleid te worden.

–  stelt dat het menselijk handelen door het verstand gestuurd wordt: de hogere norm is bepalend voor wat goed en kwaad is. Het verstand, de rede, stelt de mens in staat om die hogere norm te vinden (het geweten te consulteren), en op grond daarvan verstandig te handelen. Dat leidt tot orde en rechtvaardigheid. Verstand = orde.

–          waarborgt de vrijheid van het individu en beschermt het tegen onrechtmatig en ongerechtvaardigd overheidsingrijpen; het ondersteunt daarom de democratie en vormt de basis voor de rechtsstaat (de macht ligt bij de burgers).

Benadrukt wordt dat het vriendelijke karakter van het natuurrecht, als boven beschreven, niet impliceert dat het ook vriendelijk is jegens degenen die opzettelijk en zonder rechtvaardiging de natuurlijke rechten van anderen schenden! Integendeel, juist omdat het natuurrecht is gebaseerd op het feit dat het individu vrij is omdat het voor zijn daden verantwoordelijk en aanspreekbaar is, is dit recht zeker niet mild voor zij die hun morele verantwoordelijkheid niet (willen) nemen! De verantwoordelijkheid voor al zijn daden rust volledig bij het individu, want vrijheid en verantwoordelijkheid vormen nu eenmaal elkaars complement: er kan geen vrijheid zonder verantwoordelijkheid zijn, maar er kan ook geen verantwoordelijkheid zonder vrijheid zijn.

In tegenstelling tot het starre, mensvijandige positief recht is het flexibele, mensvriendelijke natuurrecht in staat om veel, zo niet alle, huidige problemen op te lossen want het verschaft een democratische overheid de mogelijkheid en de middelen om effectief en efficient op te treden tegen alle vormen van misdaad en ander immoreel gedrag, zonder daarbij de rechten en vrijheden van de onschuldige burgers te schenden. Daar waar het natuurrecht heerst, zijn criminelen een zeldzame soort.

Het op het individu gericht zijn van het natuurrecht is van wezenlijk belang omdat dit recht hierdoor misdaden voortijdig kan voorkomen en oplossen zonder de natuurlijke rechten van onschuldige burgers te schenden. Het onderontwikkelde positief recht kan dat door zijn aard niet: het maakt altijd onschuldige slachtoffers en beschouwt zulks volkomen respectloos als bijkomende schade. Men kan het positief recht zien als breedspectrumpenicilline en het natuurrecht als smalspectrumpenicilline. Net als de breedspectrumpenicilline het gehele menselijke lichaam aanvalt om een enkele bacterie te doden, zo valt het positief recht het gehele maatschappelijke lichaam aan om een enkele crimineel te neutraliseren, daar niet alleen jammerlijk in faalt maar zelfs gezonde delen beschadigt of vernietigt. En net als de smalspectrumpenicilline gericht zoekt naar het kwaadaardige beestje, zo zoekt ook het natuurrecht gericht naar het misdadige individu, en daar zegevierend in slaagt zonder andere schade te veroorzaken.

Ingezonden door Bert Post Uiterweer,

Wordt vervolgd.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Libertarisme, Overheid, Rechten, Vrijheid
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.