vrijdag, 11 december 2009
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Inleiding in het natuurrecht 6/8

 

AmagiDit is deel zes van een achtdelige serie over Natuurrecht door  Bert Post Uiterweer

9. Democratie en natuurrecht versus dictatuur en positief recht
Deel 1

Zeer vaak worden rechtvaardige, met natuurrechtelijk onderbouwde argumenten, oplossingen aangedragen door mensen die geen jurist zijn, laat staan dat ze ooit van het natuurrecht gehoord hebben! Dit bewijst steeds weer wat natuurrechtfilosofen en juristen al meer dan 2500 jaar roepen: elk mens heeft een natuurlijk vermogen om de hogere norm te kennen, en bezit daardoor een aangeboren gevoel voor wat goed en kwaad is, voor recht en rechtvaardigheid. En datgene dat aangeboren is wordt ook als natuurlijk ervaren, hetgeen verklaart dat het natuurrecht ‘van nature’ het rechtssysteem is dat de mensen aanspreekt. Natuurrechtelijke beslissingen (als vonnissen en andere rechterlijke uitspraken) worden gemakkelijk geaccepteerd want de mensen ervaren zulke beslissingen als rechtvaardig omdat ze met het aangeboren rechtvaardigheidsgevoel in overeenstemming zijn. Het natuurrecht is dus bindend omdat de mensen dat uit eigen vrije wil accepteren. Het is derhalve niet verwonderlijk dat het natuurrecht typisch het rechtssysteem is dat bij de democratie hoort en de basis voor de rechtsstaat vormt, op dezelfde manier als het positief recht de basis voor de dictatuur en de wetsstaat vormt.

In een democratie is de regering niet de heerser over de burgers, maar hun dienaar: de burgers zijn dus géén onderdanen! Hieruit volgt dat de regering geen rechten heeft, anders dan de rechten die haar door de burgers voor een specifiek doel geleend zijn; en zelfs wat die geleende rechten heeft de burger nog steeds het recht om in te grijpen. De bron van het overheidsgezag in een democratie is derhalve de goedkeuring van de burgers.

Tot de rechten die de burger aan de regering leent behoren nóóit de eigendomsrechten op de staat (de verenigingsvorm van een volk) en op het territorium van het volk: die rechten zijn niet overdraagbaar want ze komen exclusief toe aan het volk als de de jure en de facto eigenaar van staat en land. De regering mag dus nóóit zonder de expliciete toestemming van het volk (referendum) optreden als eigenaar, door bijvoorbeeld de soevereiniteit, geheel of gedeeltelijk, over te dragen aan een derde (staat of organisatie). Dat wel doen levert onvermijdelijk een ernstige onrechtmatige daad op, gewoonlijk aangeduid als lands- en volksverraad, en dat is een misdaad waarop in veel landen nog steeds de doodstraf staat. Een schoolvoorbeeld van volksverraad in onze tijd is het ratificeren door de Nederlandse regering van het verdrag van Lissabon, waardoor zonder toesteming van het volk staat, land en soevereiniteit zijn overgedragen aan een internationale organisatie, de EUSSR in Brussel. Sterker nog: het volk heeft zich bij referendum in 2004 zelfs expliciet tégen soevereiniteitsoverdracht uitgesproken. Het is dan ook niet meer dan natuurlijk, en dus een vaststaand feit, dat de verantwoordelijke politici zich te zijner tijd tegenover het volk zullen moeten verantwoorden voor hun misdaad en hun straf niet mogen ontlopen.

Soevereiniteitsoverdracht door de regering zonder de toestemming van het volk, hetgeen in de privaatrechtelijke sfeer gelijk staat met de verkoop van een huis door de beheerder ervan zonder toestemming van de eigenaar, is rechtens nietig. Hieruit volgt onder meer dat noch het verdrag van Maastricht noch het verdrag van Lissabon, noch enige gevolgen die uit die verdragen direct of indirect voortvloeien of voortgevloeid zijn, rechtsgeldigheid bezitten (een van die gevolgen is de invoering van de rampzalige Rijkseuro, die een onwettig betaalmiddel is: betalen met de Rijkseuro is dus feitelijk betalen met vals geld). En omdat de gezegde verdragen ongeldig zijn, zijn ook de op die verdragen gebaseerde EUSSR en haar instituten onrechtmatig. Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor de VN en haar instituten, waaronder dus ook het Internationale Strafhof (ICC) en andere tribunalen in (onder meer) Den Haag. Uit dit laatste volgt dan weer dat alle (politieke) processen die door die tribunalen zijn, worden en zullen worden gevoerd, en de daaruit geresulteerde of nog te resulterende veroordelingen en detenties, ook rechtsgeldigheid missen. Binnen het door de VN uitgevonden internationaal recht bestaat dan wel geen twijfel over de rechtmatigheid van die tribunalen, maar binnen het conventionele internationaal recht (d.w.z. het natuurrecht toegepast op internationale relaties = relaties tussen soevereine staten) wordt daar geheel anders over gedacht.

De overheid in een democratie is een coördinerend lichaam dat zich zeer terughoudend opstelt, de inrichting van de maatschappij  grotendeels aan de burgers zelf overlaat, en alleen in extreme situaties handelend optreedt ter voorkoming van uitwassen en onrecht: uiteindelijk is het individu vrij, en dus ook verantwoordelijk voor zijn handelen. De belangrijkste taak van de overheid in een democratie is het beschermen van de natuurlijke rechten van de burger. Ze mag die op geen enkele manier en voor eenswelke reden beperken of begrenzen! Conflicten tussen burgers als gevolg van het ongelimiteerd gebruik van de natuurlijke rechten worden niet door de staat maar door de rechter opgelost.

Dit vormt een schril contrast met de dictatuur, waar de regering de heerser over de burgers is, en de burgers haar dienaren zijn: die burgers zijn dus onderdanen, die géén andere rechten mogen bezitten en uitoefenen dan die welke hen door de regering toegekend zijn. In een dictatuur is het dan ook de regering (de elite die toevallig regeert) die de eigendomsrechten bezit op staat, op land, en zelfs op volk! De bron van het overheidsgezag in een dictatuur is de zuivere wil en de (zwaard)macht van de regerende elite.

De overheid in een dictatuur is een dwingend lichaam dat zich voortdurend in de privésfeer van de burgers mengt en de maatschappij zonder invloed van de burgers vorm geeft. Uiteindelijk is het individu niet vrij, en dus ook niet verantwoordelijk voor zijn handelen: die verantwoordelijkheid is door de leiders (een politieke of geestelijke elite) overgenomen. De belangrijkste taak van een regering in een dictatuur is het reguleren van de maatschappij naar haar eigen, vaak ziekelijke, inzichten en het controleren van de burgers (Big Brother).

In een dictatuur wordt de wet door de heersende elite ge-/misbruikt om haar eigen wil aan de burgers op te leggen: vandaar dat een dictatuur alléén op een wetsstaat kan rusten. Die wil is echter niet gericht op het bereiken van recht en rechtvaardigheid, maar op het verkrijgen, vermeerderen en/of beschermen van macht en geld. Omdat de (positieve) wet alleen op de (politieke) wil gebaseerd is, zonder de noodzaak zich iets van een hogere norm aan te hoeven trekken, is ze het middel bij uitstek ter onderdrukking van het volk in het algemeen, en van het individu in het bijzonder. De oppressieve macht van het positief recht blijkt wel hieruit dat het met één streek van de pen een hele groep (of zonodig zelfs alle) burgers kan denormaliseren en zelfs criminaliseren! Onder het natuurrecht is dat onmogelijk (ook al omdat dit recht zich voornamelijk op het individu betrekt).

Het maken van wetten is voor de heersende elite een soort van genot, maar, zegt Plato, als genot de maatstaf voor het menselijk handelen is, dan is dat handelen onbepaald: het heeft geen richting en resulteert in chaos. Normen die door de mens gemaakt zijn en alleen door hun verlangens bepaald worden kunnen elke vorm aannemen. Die subjectieve normen voegen zich niet naar de natuurlijke orde (de natuurrechtelijke normen) en zijn daarom per definitie een bron van chaos (en onrechtvaardigheid).

De ongecontroleerde obsessie van zekere groeperingen voor, en drang tot, regulering van de maatschappij, hetgeen alleen middels onderdrukkende wetgeving mogelijk is, heeft uiteindelijk geleid tot het ontstaan van nationale dictaturen, totalitaire politiestaten op regionaal niveau (als de EUSSR in Brussel) en bemoeizuchtige organisaties op internationaal niveau (de VN in New York), die allen om begrijpelijke redenen zowel de democratie als het natuurrecht met alle kracht afwijzen.

Het is zonder meer duidelijk wie de invoering van het natuurrecht afwijst en met alle macht tegenhouden wil: al degenen die zich in een comfortabele machtspositie bevinden, en voor wie het natuurrecht een regelrechte bedreiging vormt (de gevestigde orde, maar vooral de politiek, de magistratuur en de advocatuur). Die afwijzing van het natuurrecht wordt door hen met een veelvoud van onzinnige argumenten begrond, maar de werkelijke reden is dat het natuurrecht hen zonder genade van alle niet-legitieme macht, en dus ook van alle onrechtmatig verworven eigendommen, bezittingen, inkomsten en vermogens, beroven zou. Dat is zonder meer waar.

Ingezonden door Bert Post Uiterweer,

wordt vervolgd.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Libertarisme, Overheid, Politiek, Rechten, Vrijheid
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. HJ schreef op : 1
    Ratio

    Bert

    Ik ben blij met deze reeks artikelen. Ik vind dit ook een inspirerende serie. Maar ik heb een vraag gesteld bij artikel 3 die ik nu voor de tweede keer herhaal:

    Je beschrijft dat primaire rechten boven secundaire rechten gaan, dat klinkt logisch. En dat secundaire rechten ook onderling conflicterend kunnen zijn. Dat dan een rechter dient te oordelen. Klinkt ook logisch, maar ik heb er toch wat moeite mee. Dit wijst immers op een mogelijke interne inconsistentie van de primaire rechten. Als secundaire rechten kunnen botsen betekent dit mogelijke tegenstrijdigheid van de hogere primaire rechten.

    Je behandelt niet de casus dat primaire rechten onderling kunnen botsen. Hoe om te gaan met een situatie waarin primaire rechten van leven en vrijheid redelijk gegarandeerd zijn maar eigendom niet door bijvoorbeeld een buiten proportionele belastingheffing?

    Is er een rangorde binnen de primaire rechten die hier richtinggevend kan zijn? Of zie je botsende primaire en secundaire rechten niet als een probleem?

    Kan je me hier verder helpen of is dit een aspect waar je, net als ik, niet teveel bij hebt stil gestaan?

    Hub Jongen [2] reageerde op deze reactie.

  2. Hub Jongen schreef op : 2
    Hub Jongen

    @HJ [1]:

    Belangrijk punt, waar het beste de schrijver zelf, Bert, op kan antwoorden.

    In ieder geval horen er in een goed rechtsstelsel géén contradicties te zitten.
    Zoals Ayn Rand diverse keren stelt: “Contractions do not exist!” En als je een contradictie meent tegen te komen, check dan je uitgangspunten. Die kloppen dan niet.

  3. Bert Post Uiterweer schreef op : 3

    Beste HJ,

    Met excuus voor de late reactie, maar ik ben maar alleen en heb het zeer druk. Het is me nog steeds niet gelukt om 72 uur in een dag te persen.

    Het is inderdaad zo dat de primaire rechten boven de secundaire rechten gaan. De verdeling primaire – secundaire rechten zul je in natuurrechtsboeken echter nauwelijks tegenkomen, omdat de secundaire rechten als irrelevant worden beschouwd, omdat het slechts van de primaire natuurlijke rechten afgeleidde rechten zijn.

    De drie natuurlijke rechten (de primaire dus) zijn niet door de mens gemaakte rechten, maar het zijn gegeven rechten: ze vormen het zuivere natuurrecht (ius naturale), omvatten alles, en zijn de enige rechten waar de mens het mee moet doen. En dat ook kan.

    Omdat ze gegeven, en niet gemaakt, zijn, kunnen ze niet gewijzigd of afgeschaft worden (ook kunnen geen nieuwe primaire rechten gemaakt worden). Dat is maar goed ook, want de drie primaire rechten definiëren de mens – juridisch- als mens. Zou een mens niet in het bezit van ook maar één van deze rechten zijn, dan ware hij – juridisch – geen (volwaardig) mens.

    Uit het voorgaande volgt automatisch dat de drie primaire rechten onderling nooit kunnen botsen, want ware dat wel zo, dan zouden ze de mens, de drager van die rechten, vernietigen! Er is dus gelukkig geen sprake van een (mogelijke) interne inconsistentie tussen de primaire rechten. Ze kennen geen rangorde, want ze zijn volledig gelijkwaardig aan elkaar.

    In verband met het bovenstaande noem je het niet gegarandeerd zijn van eigendom door bijvoorbeeld een buitenproportionele belastingheffing. Hier moet je zeer goed oppassen en niet de blunder maken die vooral de Amerikanen maken!

    Eigendom, in natuurrechtelijke zin, betekent natuurlijke eigendom, je lichaam dus! De drie primaire rechten kunnen dus ook genoemd worden: (onschendbaarheid van) leven, vrijheid en lichaam!!!

    Alléén bij uitbreiding van het begrip eigendom, en alléén dan, valt hier ook de verkregen of verworven eigendom onder. Dat is bijv. iemands eigen huis, auto, computer, meubelen, en geld. Deze eigendom is dus van een geheel andere orde, en is feitelijk voor het natuurrecht onbelangrijk: het natuurrecht is volledig op de mens als zodanig gericht, en een mens kan bestaan zonder huis, auto of gevulde bankrekening. Een mens kan echter niet bestaan zonder leven, vrijheid en lichaam.

    Het is om die reden dat het natuurrecht te allen tijde de prioriteit legt bij een schending van de eigendom in de natuurlijke zin (lichaam). Het is in theorie dus denkbaar dat een rechter een veel hogere straf oplegt aan iemand die een ander opzettelijk en ongerechtvaardigd een klap in zijn gezicht gegeven heeft (schending natuurlijke eigendom), dan aan iemand die het hele Rijksmuseum leeggeroofd heeft (schending verkregen eigendom)!

    Het moeten betalen van een buitenproportionele belastingheffing is onder het natuurrecht niet mogelijk, behalve met de expliciete toestemming van de belastingbetaler zelf. Het natuurrecht vormt namelijk de juridische basis van de democratie, en in een democratie bepalen de burgers wat wel of niet gebeurt, en niet het door die burgers aangesteld bestuur.

    Met de secundaire rechten is het anders gesteld. Die worden weliswaar ook niet gemaakt (alleen het positief recht kan maken), maar ze worden door de mens afgeleid van de de drie primaire rechten. De secundaire rechten vormen de realisatie van het natuurrecht (ius naturale) en tezamen vormen ze het menselijk recht: ius humanum.

    Maar omdat de secundaire rechten door de mens afgeleid en geschreven zijn, worden ze ook wel positief recht genoemd (van Lat. ponere in de bet. van vaststellen, neerschrijven). Dit natuurrechtelijk positief recht dient men niet te verwarren met het positief recht als zelfstandig rechtssysteem, zoals dat momenteel helaas geldt. Regels (wetten, etc.) onder het positief recht als rechtssysteem zijn inhoudelijk immers het resultaat van de wil van de wetgever alleen (des politicus wil is wet), en ze kunnen elke inhoud hebben, dus ook een immorele.

    Het natuurrechtelijk positief recht daarintegen (het ius humanum, het geheel van de secundaire rechten) mag op straffe van ongeldigheid niet afwijken van de primaire natuurlijke rechten en beginselen. Oftewel: regels mogen nooit willekeurig van inhoud zijn maar moeten de toets aan het hogere recht kunnen doorstaan. De consequentie is dat de wetgever zijn vrijheid verliest om wetten te maken die hem toevallig goed uitkomen, want hij is strikt gebonden aan de hogere norm. Dit verlies van macht is wellicht de belangrijkste reden dat de megalomane politiek het natuurrecht met kracht afwijst.

    Juist omdat de secundaire rechten door de mens afgeleid zijn, kunnen ze inderdaad onderling botsen en ook tegenstrijdig met de primaire rechten zijn: in het laatste geval zal de rechter dan ook terecht beslissen dat het recht waarop een beroep gedaan wordt geen natuurlijk recht zijn kan, en daarom niet geldig is. Ook is het mogelijk dat, hoewel een secundair recht als zodanig geen strijd met de primaire rechten kent, bepaalde handelingen die onder dat secundair recht verricht (kunnen) worden, dat wel doen.

    Een voorbeeld van een secundair recht is het recht op vrijheid van godsdienst, dat van het primaire recht op vrijheid afgeleid is.

    Elk mens heeft het recht om zijn godsdienst te belijden (met dien verstande dat godsdienst iets zuiver persoonlijks is), maar die vrijheid wordt wel beperkt door het feit dat niets mag worden gedaan dat strijdig is met de hogere primaire rechten. Besnijdenis van jongens (voornamelijk de joden) en van meisjes (voornamelijk de moslims), is bijv. strikt verboden. Natuurrechtelijk vormen deze handelingen een opzettelijke ongerechtvaardigde onomkeerbare verminking van wilsonbekwamen. Besnijdenis van wilsonbekwamen wordt door het natuurrecht als een zeer zware misdaad beschouwd (noem het maar een gewetenloze vorm van sadisme), want hier worden zonder rechtvaardiging minstens twee, mogelijk alle drie, de primaire rechten geschonden:

    – Het betroffen jongetje of meisje heeft niet in vrijheid voor de ingreep gekozen (kan gezien de leeftijd ook niet): strijd met het tweede primaire recht (vrijheid);

    – Het lichaam van het betroffen jongetje of meisje wordt onder dwang verminkt: strijd met derde natuurlijke recht (lichaam);

    – Gezien de primitieve wijze waarop de ingreep vaak plaatsvindt, is een overlijden als gevolg van bijv. een infectie niet uitgesloten, en in dat geval is er sprake van schending van het eerste primaire recht (leven).

    Besnijdenis is uiteraard niet verboden wanneer iemand, die volledig wilsbekwaam is, de keuze in volle vrijheid, welbewust (van de consequenties) en met volle overtuiging gemaakt heeft. Uiteindelijk bezit elk mens keuzevrijheid.

    De mensenrechten (geen natuurlijke rechten, maar onderdeel van het positief recht als rechtssysteem) kennen ook de vrijheid van godsdienst. De mensenrechten maken echter geen onderscheid tussen primaire en secundaire rechten, want alle rechten worden als absoluut beschouwd. Vandaar dat het moeilijk is om onder het mensenrechtensysteem besnijdenis en andere immorele handelingen te verbieden: dat zou namelijk automatisch de afschaffing van de vrijheid van godsdienst betekenen.

    Hoop dat het bovenstaande de zaak verduidelijkt heeft.

    Vriendelijke groeten,

    Bert

    HJ [4] reageerde op deze reactie.

  4. HJ schreef op : 4
    Ratio

    @Bert Post Uiterweer [3]:

    Dank voor de uitgebreide toelichting.

    Ik denk dat voor een libertarier natuurrecht lastig te verteren zal zijn door deze stelling: Deze eigendom is dus van een geheel andere orde, en is feitelijk voor het natuurrecht onbelangrijk

    Daarnaast heeft Ayn Rand een interessant levenskader geschapen. En daartoe valt ook de aanhaling van Hub dat contradicties niet bestaan. Accepteer je contradicties zonder je uitgangspunten ter discussie te stellen dan wijs je rationaliteit af. Ik wil wel religie afwijzen, maar niet rationaliteit. En denk dat een deel van het publiek er op deze site net zo over denkt.

    Aangezien je nog steeds stelt dat de afgeleide rechten onderling kunnen botsen betekent dit dat de uitgangspunten geen intern consistent fundament vormen. En ik derhalve natuurrecht zoals ik het nu zie niet als wettelijk kader kan accepteren.

    Om terug te komen op de eigendom situatie. Verworven eigendom mag je dus niet met geweld verdedigen? Je stelt dat het lichaam boven verworven eigendom gaat. Door mijn eigendom te beschermen middels fysiek geweld bescherm ik een afgeleid (lager) recht en schend daarmee het primaire (hogere) recht van de dief? Ik mag geen klappen geven zolang de dief me niet fysiek bedreigt? Er van uitgaande dat de verworven eigendom voor mij niet noodzakelijk is om te overleven?

    Daarnaast wil ik het volgende naar voren brengen: De drie natuurlijke rechten (de primaire dus) zijn niet door de mens gemaakte rechten, maar het zijn gegeven rechten: ze vormen het zuivere natuurrecht (ius naturale), omvatten alles, en zijn de enige rechten waar de mens het mee moet doen. En dat ook kan………Uit het voorgaande volgt automatisch dat de drie primaire rechten onderling nooit kunnen botsen, want ware dat wel zo, dan zouden ze de mens, de drager van die rechten, vernietigen! Er is dus gelukkig geen sprake van een (mogelijke) interne inconsistentie tussen de primaire rechten. Ze kennen geen rangorde, want ze zijn volledig gelijkwaardig aan elkaar.
    Deze argumentatie voldoet volgens mij niet aan de eisen van de logica. Je stelt dat er drie aan de mens gegeven rechten zijn, stelt dat die onderling niet kunnen botsen, en als reden van het niet kunnen botsen draag je het bestaan van de mens aan. Hiermee heb je helaas niets bewezen.

    Ik ben nog steeds blij met deze serie omdat je me hiermee aan het denken zet. Wellicht heb ik niet alle punten van het natuurrecht helder voor ogen. Zoals ik het nu zie is de kans dat ik je mening in deze ga delen niet zo groot, maar dit soort artikelen geven verdieping.

    Dank
    HJ

    Hub Jongen [5] reageerde op deze reactie.

  5. Hub Jongen schreef op : 5
    Hub Jongen

    @HJ [4]:

    Juist HJ.
    Op deze punten ga ik (het libertarisme????) meer met jou mee dan met Bert.

    Ik blijf er ook bij dat “contradicties niet bestaan”, als je maar diep genoeg doordenkt. En Bert geeft ook ergens toe dat uiteindelijk iets is waar of niet waar.

    Ook zou Bert misschien eens kunnen verklaren:
    :”In verband met het bovenstaande noem je het niet gegarandeerd zijn van eigendom door bijvoorbeeld een buitenproportionele belastingheffing”

    Wat is het principiele verschil tussen belastingheffing van 1 euro en een miljoem euro ??
    Het woord “buitensporige” mag van mij volledig verdwijnen uit de discussie.

  6. Bert Post Uiterweer schreef op : 6

    HJ,

    Misschien is de uitdrukking ‘onbelangrijk’ wat ongelukig gekozen, en had ik beter ‘relatief onbelangrijk’ kunnen gebruiken. Dat blijkt uit wat ik later zeg, namelijk dat het natuurrecht de prioriteit legt bij de natuurlijke eigendom (lichaam). Het feit dat de prioriteit ligt bij de natuurlijke eigendom wil natuurlijk niet zeggen dat het natuurrecht niet geinteresseerd is in schendingen van de verkregen eigendom. Integendeel.

    Rationaliteit is een zeer relatief begrip, want feit is dat de mens zich dan wel als een rationeel wezen voordoet, feitelijk is hij echter een emotioneel wezen. Zijn rationaliteit kan in theorie dan wel geforceerd worden, in de praktijk werkt ze vaak niet als er mensen bij betrokken zijn. Philosophie is bijv. zo’n geforceerde rationaliteit, want ze kent slechts twee mogelijke uitkomsten: waar of niet waar (true or false). In het werkelijke leven bevindt zich evenwel een groot gebied tussen beide extremen. Dat is ook de oorzaak van het spanningsveld tussen de natuurrechtsfilosoof (theoreticus) en de jurist (practicus).

    Dus vanuit het gezichtspunt van de jurist is er niks mee dat afgeleide rechten onderling kunnen botsen. Dat is alleen een probleem voor gecomputeriseerde robots die, net als de filosofie, slechts twee bitwaarden kennen, namelijk 0 of 1. Maar het is juist de kracht van het natuurrecht, en dus van de jurist, dat hij als mens en niet als computer de zaken ziet en beredeneert. Dat is anders met het positief recht, en dus met de legist, voor wie alles afloopt als een computerprogramma.

    Ik heb geen idee waar je conclusie vandaan haalt dat verworven eigendom niet met geweld verdedigd mag worden. Waarschijnlijk heb je de verhouding tussen natuurlijke en verworven eigen niet volledig begrepen.

    Onder het natuurrecht mag je alle rechten zonodig met geweld verdedigen, dus zowel leven, lichaam als natuurlijke en verkregen eigendom. En ja, je schend daarmee één of meerdere van de primaire rechten van de overtreder!

    Maar, het natuurrecht maakt duidelijk onderscheid tussen een rechtmatige en een onrechtmatige schending, en wat rechtmatig en onrechtmatig is, is afhankelijk van de aanwezigheid van een rechtvaardigheidsgrond (dit verhaal staat niet in de Inleiding, maar wel in het hoofdwerk Natural Law and Democracy). Er is bijv. geen rechtvaardigheidsgrond aanwezig wanneer je iemand zomaar een trap of slag geeft, waardoor die handeling onrechtmatig is. Ingeval je een dief die je op heterdaad betrapt een slag met een honkbalknuppel geeft, dan is er zonder meer wel een rechtvaardigheidsgrond aanwezig, zodat die handeling rechtmatig is. De dief is de veroorzaker van zijn eigen onheil, en onder het natuurrecht kan hij dan ook geen aangifte doen van mishandeling, hij heeft geen recht op schadevergoeding, smartegeld, etc. Waar hij wel recht op heeft is strafrechtelijke vervolging, en die blijft dan ook niet achterwege (zoals onder het positief recht maar al te vaak gebeurt).

    Tot slot stel je dat met de omschrijving van de in het natuurrecht vervatte natuurlijke rechten niets bewezen is, maar moet dat dan? Het gaat overigens niet om mijn bewijzen, want uiteindelijk kun je het natuurrecht niet maken (het is een vorm van zijn); dit in tegenstelling tot het positief recht dat wel degelijk gemaakt kan worden om het in je straatje te doen passen (het is een vorm van worden), en dan is bewijzen uiteraard een noodzaak.

    Belangrijk zijn de verklaringen en beredeneringen van alle natuurrechtsfilosofen en juristen door de eeuwen heen, van Socrates 2500 jaar gelden, via de vertegenwoordiger van de Stoa, Thomas van Aquino, John Locke, Hugo de Groot, Von Puffendorf, tot Frank van Dun vandaag de dag, en die zijn het op enkele details na met elkaar eens.

    Wat je feitelijk zegt, is dat al die mensen de grootste fantasie uit de duim gezogen hebben, en dus dat het natuurrecht eeuwenlang fout geweest is. Dat is niet zo, want het heeft altijd perfect gewerkt (op een aantal uitspattingen na). Het natuurrecht is pas rond 1850 door de socialisten verworpen ten voordele van hun positief recht, omdat ze daarmee een instrument in handen kregen om de maatschappij naar hun eigen, vaak ziekelijke, inzichten te vormen. Was de wet onder het natuurrecht een vorm waarin het gevonden recht werd vastgelegd, onder het positief recht werd de wet een stuurmiddel waarmee de maatschappij, middels dwang, bedreiging en afpersing, vorm werd gegeven. Waartoe dat geleid heeft zien we nu. Terwijl het positief recht oppressief recht is, is het natuurrecht vrijheidsrecht (vergelijk de titel van Locke als de filosoof van de vrijheid)

    Jouw bewering is echter niet nieuw, want exact hetgene van het niet bewijzen kunnen is wat de positivisten ons tegenwerpen. Dit staat bekend als de naturalistic fallacy, oftewel de natuurrechtelijke drogreden. Die bestaat evenwel niet. Als bovengezegd, wij zijn geen gecomputeriseerde robots maar mensen, en wij bekijken de juridische problemen dan ook door de menselijke bril en trachten in elk individueel geval menselijke en menswaardige maar wel objectieve oplossingen voor juridische problemen te vinden. Dat betekent echter niet, zoals ik duidelijk in Natural Law and Democracy heb opgemerkt, dat het natuurrecht een zachte vorm van recht is. Integendeel, het natuurrecht is zo hard dat het positief recht zich een breuk schrikt, maar het is wel rechtvaardig recht!

    Hopelijk heeft dit de zaak wat verduidelijkt.

    Vriendelijke groeten,

    Bert

    Liberty 5-3000 [7] reageerde op deze reactie.
    HJ [8] reageerde op deze reactie.

  7. Liberty 5-3000 schreef op : 7
    Liberty 5-3000

    @Bert Post Uiterweer [6]:
    Niemand heeft rechten of plichten. Er is alleen maar Universally Preferred Behaviour.
    Je hoeft je er niet aan te houden, maar als je een moreel leven wilt leiden met de realiteitszin in beschouwing is dit wel de manier.

  8. HJ schreef op : 8
    Ratio

    @Bert Post Uiterweer [6]:

    Bert

    Je toelichting met betrekking tot de verdediging van wat je verkregen eigendom noemt is verhelderend. Dit maakt het natuurrecht een stuk acceptabeler voor veel bezoekers van deze site. Hier had ik het natuurrecht niet voldoende helder begrepen. Dank voor je verduidelijking in deze. Hier scoor je volgens mij punten.

    Waar ik nog wel moeite mee heb is het ontbreken van rationaliteit. Dat de mens niet altijd rationeel handelt wil niet zeggen dat we rationaliteit in wetenschap en rechtspraak dienen af te zweren. Een filosofisch fundament is nuttig in je leven want het schept een kader waarmee je de wereld bekijkt en evalueert. Als er scheuren in je “filosofische fundament” zitten lijkt het me moeilijk om te functioneren als mens. Het fundament waarmee je de wereld tegemoet treedt dient vrij te zijn van scheuren en interne tegenstellingen. Anders sta je open voor misbruik door derden (lees bijvoorbeeld religies). Ik vermeld nogmaals het eens te zijn met Hub. In die zin dat er geen tegenstrijdigheden horen te zijn. Die zijn er wel in het natuurrecht. Tenminste, voor zover ik het nu meen te begrijpen.

    Wat je over de “naturalistic fallacy” meldt interesseert me minder. Er zijn altijd zaken die je niet kan bewijzen maar wel onderdeel vormen van je aannames. Zo neem ik aan dat er geen god is. Maar het niet bestaan van een god is een feit dat je niet kan bewijzen. Omdat het op logische gronden voor mij zeer onwaarschijnlijk is dat er een god is, is dit onderdeel van mijn aannames, mijn filosofische fundament om het maar eens zo te formuleren. Filosofie dien je niet af te zweren. Om als individu en niet als “hive insect” te functioneren dien je zelf een filosofische grondslag te kiezen vrij van tegenstrijdigheden. Maar, beseffend je eigen intellectuele tekortkomingen, dien je soms zaken aan te nemen. Je begint met een stel lemma’s en daarop voortbouwend schep je het kader waarmee je in je leven de gebeurtenissen evalueert. Kom je tegenstrijdigheden tegen dan is het terug naar start! En begin je opnieuw te redeneren. Als je anders in het leven staat zal je misbruikt worden door religies en andere organisaties die rationaliteit marginaliseren. En is bijvoorbeeld socialisme opeeens een optie. Ik probeer een volwaardig individu te zijn die niet door derden gemanipuleerd wordt. De enige mogelijkheid om dat voor te zijn is strikte rationaliteit. En niet geloof. Of stilzitten en niet nadenken als je filosofische fundament scheuren vertoont. Tegenstellingen bestaan niet!!! Accepteer tegenstellingen in je levenskader en je verlaagt je tot een manipuleerbaar insect.

    Dit is het belangrijkste wat ik wou zeggen, als sideline merk ik op dat ik vanuit mijn logische fundament de argumentatie niet accepteer dat bepaalde grote geesten voor natuurrecht waren en dat dus natuurrecht geldig is. Dat Thomas van Aquino voor natuurrecht zou zijn maakt dat nog niet per definitie geldig. Er zijn ook intelligente personen geweest die tegen natuurrecht hebben geageerd.

    Ik denk dat we het overigens eens zijn over het falen van de huidige “rechtstaat” en wat nu doorgaat voor “democratie”. Dat men sociale grondrechten serieus neemt is ridicuul. Rechtvaardige inkomens verdeling door gelegitimeerde overheidsdiefstal is iets dat ik veracht. Dat de huidige rechtstaat niet functioneert staat ook buiten kijf.

    Ik heb mijn dank voor je serie meerdere keren uitgesproken en doe dat ook nu. Zelf beschik ik ook over weinig tijd. (ben projectmanager in ict traject). Mensen zoals jij die ondanks hun tijdgebrek de moeite nemen op sites als Vrijspreker goed onderbouwde artikelen te publiceren verdienen respect.

    dank
    HJ