
Wanneer men discussieert over ‘vrijheid’ komt meestal naar voren dat sommigen menen dat ‘vrijheid’ in verschillende varianten komt, en dan met name met betrekking tot de ‘rechten’ die men aan ‘zijn versie van’ vrijheid meent te kunnen ontlenen. Er is echter maar één versie van vrijheid, te weten die, waarbij de noodzakelijke beperking van de vrijheid in die vrijheid zelf besloten ligt.
Veel mensen menen dat ‘vrijheid’ betekent dat zij recht hebben op werk, op wonen, op gezondheidszorg en op rookvrije kroegen. Maar als u deze mensen dan vraagt of zij voorstander zijn van slavernij, of van fascisme, dan is oprechte verontwaardiging uw deel. Natuurlijk is men geen voorstander van slavernij! Of van fascisme, wat denkt u wel? Toch is de vraag een zeer terechte. Dat de gemiddelde burger totaal niet nadenkt over de inherente maar onontkoombare tegenstellingen tussen zijn of haar opvattingen is een factor die de discussie over vrijheid zeer nadelig beïnvloedt.
Zoals u waarschijnlijk weet heeft een systeem waar iemand het beheer van zijn eigendom wordt ontnomen een naam: fascisme. Particuliere ondernemingen die door hun eigenaar niet naar eigen inzicht gerund mogen worden opereren dus niet op een vrije markt, maar in een fascistisch systeem. Wordt iemand tevens dat eigendom ontnomen dan spreken we van socialisme of communisme, deze stromingen zijn verwant. Fascisme en socialisme hebben gemeen dat zij de vrijheid beknotten en een samenleving noodzakelijkerwijze naar de economische ondergang voeren, omdat deze de facto op slavernij is gebaseerd. Zodra een derde partij een eigenaar kan dicteren hoe die eigenaar met zijn eigendom dient om te gaan is er sprake van dictatuur, waarbij de eigenaar onderhorig is aan de dictator, en derhalve diens slaaf. Dat maakt het voor de slaaf minder aantrekkelijk om een optimale prestatie te leveren.
Een Nederlandse kroegbaas is dus slachtoffer van fascisme; hij mag niet zelf bepalen of er wel of niet in zijn eigendom gerookt wordt. Hem is een recht ontnomen dat onlosmakelijk aan het eigendom van zijn kroeg verbonden is: zijn vrijheid is ernstig aangetast. Voor wie dit inziet is het gemakkelijk om tevens in te zien dat een recht op wonen, werk of gezondheidszorg niet kan bestaan. Immers, als men recht heeft op een woning dient men zich af te vragen waar die woning vandaan komt. Aangezien woningen in de natuur niet voorkomen zal iemand die moeten bouwen. Daar het recht op wonen impliceert dat de bouwer niet voor zijn inspanningen beloond hoeft te worden maakt dat de bouwer tot slaaf. Analoge redeneringen gelden voor het recht op werk of het recht op gezondheidszorg. Dit soort rechten wordt ‘positieve rechten’ genoemd en zijn geliefd in de sociaal democratie. Dit zijn dan ook geen echte rechten aangezien er altijd dwang jegens derden aan te pas komt. Waar men vrijheid claimt kan men geen positieve rechten claimen; de beide begrippen vormen een contradictio in terminis.
Echte rechten zijn zogenoemde negatieve rechten, rechten waartoe een derde geen onbeloonde prestatie hoeft te leveren. Negatieve rechten komen altijd voort uit eigendom. Negatieve rechten zijn de basis van vrijheid, die dan ook onlosmakelijk met eigendom verbonden is. Dat begint al bij de conceptie. Een mens is eigenaar van zijn lichaam en zijn leven, en als enige gerechtigd daar vrijelijk over te beschikken, een recht dat voortkomt uit dat eigenaarschap. Een mens heeft dus geen enkel recht op het lichaam of leven van een ander, simpelweg omdat dat het basisrecht van die ander aantast.
In het verdere leven blijven de rechten van het individu voortkomen uit eigendom. De eigenaar van een stuk grond bepaalt wie er wel of niet overheen mag lopen; de eigenaar van de kroeg bepaalt of er wel of niet gerookt wordt, enzovoort. Bij conflicten is het altijd verstandig naar de basis te kijken: wie heeft het eigendom. De eigenaar bepaalt. Dwang is altijd inbreuk op iemands eigendom, derhalve is uitoefenen van dwang, ook wel aangeduid als initiatie van geweld, uit den boze. De vrijheid om over mijn eigendom te beschikken zoals mij dat goeddunkt stopt dan ook zodra ik daarbij het eigendom van een ander aantast: de beperking van vrijheid ligt daarmee in de basis van die vrijheid zelf besloten.
Moreel gezien is slechts één vorm van dwang toegestaan: de dwang waaraan iemand zich vrijwillig onderwerpt. Dat kan gebeuren door een bezoekje aan een SM club, maar in zijn algemeenheid komt dit soort dwang voort uit vrijwillig aangegane contracten, waarbij beide partijen voordeel zien in samenwerking en waarbij prestatie en tegenprestatie schriftelijk worden vastgelegd. Door het aangaan van zo’n contract verplicht men zich om de bepalingen van dat contract na te komen. Doet men dat niet, dan kan de wederpartij nakoming afdwingen, desnoods met geweld. Immers, het aangaan van dat contract was een vrijwillige keuze, en keuzes hebben nu eenmaal consequenties. Vrijheid komt dan ook met verantwoordelijkheid. Vrijheid is hard werken.
Dit is de vrijheid die bij kapitalisme hoort, de vrijheid die ongekende welvaart garandeert. Vrijheid vraagt consequente handhaving van principes; opportunisme krijgt weinig kans. Misschien dat velen daarom het libertarisme afkeuren. Want het libertarisme staat een samenleving voor die gebaseerd is op individuele vrijheid; op vrijwillige samenwerking zonder agressief geweld. Dat maakt het libertarisme onaantrekkelijk voor machtswellustelingen. Alsmede voor mensen die graag op de zak van hun buurman teren.
In een vrije samenleving is alle dwang vrijwillig. Alle werkloosheid trouwens ook.








Doorsturen
Printen








Goedemorgen en bedankt voor de heldere uitleg.