Door Hans-Hermann Hoppe
De hoofdtaak voor degenen die het tij willen keren en een totale ineenstorting willen voorkomen is de ‘delegitiminatie’ van de idee van democratie als de grondoorzaak van de huidige staat van progressieve ‘decivilisatie’. Voor dit doel dient men er eerst op te wijzen dat het moeilijk is om in de geschiedenis of de politieke theorie voorstanders van democratie te vinden. Vrijwel alle belangrijke denkers hadden niets dan minachting voor democratie. Zelfs de Vaders des Vaderlands van de Verenigde Staten, vandaag de dag beschouwd als het model van een democratie, waren er strikt tegen. Zonder een enkele uitzondering beschouwden zij democratie als niets meer dan regering door het gepeupel. Zij beschouwden zichzelf als leden van een ‘natuurlijke aristocratie’ en in plaats van democratie stonden zij een aristocratische republiek voor.
Buitendien, zelfs onder de weinige theoretische verdedigers van de democratie als Rousseau, bijvoorbeeld, is het bijna onmogelijk om iemand te vinden die democratie bepleit voor iets anders dan extreem kleine gemeenschappen (dorpen en kleine steden). Met recht, in kleine gemeenschappen waar iedereen iedereen persoonlijk kent, de meeste mensen kunnen niet anders dan erkennen dat de positie van degenen die ‘hebben’ kenmerkend gebaseerd is op superieure persoonlijke prestaties net zoals de positie van degenen die ‘niet hebben’ verklaard kan worden door hun persoonlijke tekortkomingen en inferioriteit. In deze omstandigheden is het veel moeilijker om er mee weg te komen anderen om te proberen, tot eigen voordeel, anderen en hun eigendommen te plunderen. In duidelijk contrast hiermee: in grote gebieden die miljoenen of zelfs honderden miljoenen mensen omvatten, waar potentiële plunderaars hun slachtoffers niet kennen, en vice versa, is de menselijke begeerte zichzelf te verrijken ten koste van een ander aan weinig of geen beteugeling onderhevig.
Belangrijker, het moet weer duidelijk worden gemaakt dat de idee van democratie zowel immoreel als oneconomisch is. Aangaande de morele status van regering door de meerderheid moet er op gewezen worden dat A en B wordt toegestaan samen C uit te kleden, C en A op hun beurt beroven B, en vervolgens spannen B en C samen tegen A, enz. Dit is geen rechtvaardigheid, maar morele verkrachting, en in plaats van democratie en democraten met respect te behandelen zouden zij openlijk geminacht dienen te worden en worden bespot als morele bedriegers.
Aan de andere kant, wat de economische kwaliteit van democratie betreft, moet het zo krachtig mogelijk worden benadrukt dat niet democratie maar dat privé eigendom, productie en vrijwillige ruil de voornaamste bronnen van de menselijke beschaving en voorspoed zijn. Het dient vooral te worden benadrukt, in tegenstelling tot de wijdverbreide mythen, dat het gebrek aan democratie in essentie niets te maken heeft met het bankroet van het socialisme Russische stijl. Het was niet het de manier waarop politici gekozen werden dat het probleem van het socialisme vormde. Het was politiek en politieke besluitvorming als zodanig.
In tegenstelling tot elke private producent onafhankelijk te laten beslissen over wat er gebeurt met specifieke bronnen, zoals onder een regime van privé eigendom en contractualisme, is met volledig of deels gesocialiseerde productie factoren voor elke beslissing toestemming van iemand anders nodig. Het doet voor de producent niet ter zake hoe degenen die toestemming geven worden gekozen. Wat hem aangaat is dat er überhaupt toestemming gevraagd moet worden. Zolang dit het geval is, wordt de prikkel van de producenten om te produceren verlaagd, met verarming tot gevolg.
Privé eigendom is onverenigbaar met democratie, zoals met elke andere vorm van politieke heerschappij. In plaats van democratie is voor zowel rechtvaardigheid als economische doelmatigheid een zuivere, niet aan restricties gebonden samenleving met privé eigendom nodig – een ‘anarchie van productie’ – in welke niemand iemand regeert en waar alle betrekkingen van producenten vrijwillig zijn, en dus in wederzijds voordeel.
Vertaald, uit het Engels, door:
Oscar
februari 2010








Doorsturen
Printen










“Delegitimering van de democratie”.
Dat klinkt heel leuk en ik ben het er dan ook volmondig mee eens, maar het werkt pas als je dit groots oppakt.
Delegitimering van de democratie door te praten met anderen en te proberen anderen van je gelijk te overtuigen is een nagenoeg onmogelijke taak. Zolang een groot deel van de bevolking denkt dat democratie het beste systeem is, angst heeft voor de vrije markt en denkt het recht te hebben om te profiteren van de inspanning van een ander, ben je nergens. Je bent immers aangewezen op het democratische proces om het plunderen een halt toe te roepen. Een meerderheid ga je nooit bereiken, dus hoe dan wel?
Door het delegitimeren door een minderheid, maar wel een dusdanige minderheid, dat daar niemand iets aan kan doen. Onder delegitimeren versta ik in dit geval: stop met het legitimeren van de democratie door te stoppen met je aan de regels van de democratie te houden. Minst gevaarlijk is het stoppen met stemmen. Gevaarlijker wordt het om je passief niet aan ‘wettelijke regels’ te houden, zoals het niet aanvragen aan een bouwvergunning e.d. Pas echt gevaarlijk is het als je actief delegitimeert: het niet meer afdragen van belasting en er voor zorgen dat dat niet afgepakt kan worden.
Uiteraard kan een individu dit niet, die wordt op een gegeven ogenblik door een gewapende overmacht van het bed getild. Dit werkt alleen maar als flinke groepen (100.000+?) zich van het kwaad bewust zijn en daartegen willen en durven ageren.