
Groene stroomlobbyisten in de Verenigde Staten zijn bezig om een Europese stijl subsidie programma door te drukken. Dit door middel van een gegarandeerd feed-in tarief. Deze FIT is voor het eerst toegepast in Duitsland, begin 1990 en daarna overgenomen door bijna 20 andere landen. Om ‘duurzame’ energie te promoten is dit een prachtig middel. Maar zodra de overheid de subsidie wegtrekt, stort het als een kaartenhuis in elkaar.
Zo heeft Duitsland ‘s werelds grootste geinstalleerde zonne-energiecapaciteit en de op een na grootste capaciteit in windenergie. Daar heeft de Duitse overheid – beter gezegd de belastingbetaler – voor gezorgd. De Duitse economische denktank RWI bracht over deze veelgeprezen duurzame energie onlangs een rapport uit. Hieruit bleek dat de prijs van energie opgewekt door zonne-energie meer dan 8 keer duurder is dan het standaard tarief. Met windenergie is het meer dan 4 keer de prijs.
Daarbij dragen zonnepanelen en windturbines nauwelijks bij aan de Duitse energiebehoefte. In 2008 kwam 0,6 % van de zon en 6,3% van de wind ondanks massale subsidies ter hoogte van 8,4 miljard euro. De Duitse consument betaalt de rekening. In 2008 ging de energieprijs met 7,5 % omhoog. Ter vergelijking: in Duitsland betaal je circa 30 eurocent per kilowattuur, in de VS is dit 12 eurocent.
Met het in rap tempo afbrokkelende global warming / CO2 verhaal en torenhoge staatsschulden komen dit soort energiesubsidies wereldwijd op de tocht te staan. Vorige week kondigde de Duitse milieuminister aan dat de feed-in tarieven met 15 % verlaagd werden en subsidies voor installaties op het platteland met 25 %. ‘ We willen de vrije markt introduceren en geen eeuwige garantie aan deelnemers verstrekken’ zei minister Norbert Roettgen. Volgens analisten bij Reuters zal hierdoor de Duitse zonne-energiemarkt krimpen met tenminste 25 % in volume en 40% in opbrengst.
Andere Europese landen snijden ook in hun feed-in tarieven. Frankrijk brengt haar FIT subsidies terug met 24 %. Oftewel de prijs van zonne-energie gaat van 78 cent naar 60 cent. Overigens is de gemiddelde electriciteitsprijs in Frankrijk 18 cent per kilowatt uur. Spanje, eens ‘s werelds grootste producent van zonnepanelen, trok een groot deel van haar subsidies in waarna de industrie totaal ineenstortte.
Slecht idee dus van de VS om deze tactiek te volgen. In de komende jaren zal er een crash komen van (over-)gesubsidieerde ‘duurzame’ energiebronnen. De overheid trekt zich terug en het bedrijfsleven zal zijn vingers niet branden aan deze onrendabele tak van sport. Uiteindelijk keert de wal het schip en zo biedt iedere crisis weer kansen. Op naar werkelijk rendabele andere energiebronnen !









Doorsturen
Printen








Het idee van subsidies bij nieuwe technologie is dat de hoge kosten bij marktintroductie worden gecompenseerd. Het gaat in het begin immers om een kleinschalige productie voor een kleine pioniersmarkt. Dat maakt de eerste nieuwe producten altijd duur t.o.v. reeds bestaande technologie.
Zou je niet subsidiëren dan blijft de nieuwe technologie altijd duurder dan de oude en kan er niet op prijs worden geconcurreerd. De marktintroductie verloopt dan zeer traag of komt zelfs helemaal niet van de grond.
Zodra de subsidies de markt echter hebben opengebroken, wordt het economisch mogelijk te investeren in grootschalige productiefaciliteiten. De massaproductie zorgt voor een flinke prijsdaling en de nieuwe technologie kan dan op eigen kracht concurreren met de bestaande.
Die (tijdelijke) subsidies heb je dus altijd nodig, maar het is uiteraard beter als het geld uit de reguliere business van het bedrijf zelf komt en niet van de belastingbetaler.
Voor zonnepanelen blijkt het grote effect van kostenreductie bij massaproductie goed uit deze studie van Hewlett-Packard uit 2004 (75% kostenreductie tot 1 $/Wp voor systemen met silicium zonnecellen door de bouw van een nieuwe fabriek met een jaarlijkse productiecapaciteit van 3500 MWp voor ca. 600 miljoen dollar):
http://www.nrel.gov/pv/thin_film/docs/keshner.pdf
Stender [4] reageerde op deze reactie.
Armin [11] reageerde op deze reactie.