
Pamela Hemelrijk verdedigde de stelling dat er in de Nederlandse politieke elite ongeveer twee of drieduizend personen zijn die de dienst uitmaken en elkaar de bal toespelen. Daarvoor gebruiken ze een aantal middelen die bij elkaar behoorlijk effectief zijn. Of de getallen juist zijn, zou een objectief gedegen onderzoek kunnen uitwijzen. Zonder dat kunnen we echter wel een groot aantal aanwijzingen zien die deze stelling bewijzen.
Probeer maar eens de politici die de dienst uitmaken op een lijst te zetten.
150 + 100 Kamerleden = bestuurders politieke partijen
Regering met hun medewerkers.
Hoofden van departementen en topambtenaren, (gewone ambtenaren zijn slechts meelopers)
Ambassadeurs, burgemeesters, en directies van overheidsinstellingen
En nog wat in dergelijke categorieën
Dan kom je met 3000 een heel eind.
Het klein houden van die club wordt in eerste instantie bestuurd vanuit de politieke partijen en hun uitvoerders in het parlement.
De mensen waarop de kiezer mag stemmen, worden vooral bepaald door het partijbestuur!
Vandaar dat politici na hun zittingstermijn (en heel vaak al gedurende de termijn) een mooi invloedrijk en goed betaalde baan krijgen.
Let maar eens op waar over enige tijd de politici zitten die nu gesteld hebben niet meer verkiesbaar te zijn.
En eveneens, let eens op de samenstelling van de komende overheid. Gegarandeerd zult u daar veel bekende namen van oude getrouwen tegenkomen.
Als eerste hebben die gezorgd dat ze belastinggeld krijgen om hun organisatie te helpen, onder andere voor reclames bij komende verkiezingen.
Een hoeveelheid geld waarover nieuwkomers niet kunnen beschikken en dus in het nadeel zijn. Zij betalen wel mee aan hun concurrenten.
Een volgende stap is het moeilijk maken voor nieuwe mensen/partijen om aan de verkiezingen mee te doen. Dat kan door steeds meer handtekeningen in elk kiesdistrict te eisen, en steeds hoger entreebedragen te eisen. Beide punten zijn voor grotere gevestigde partijen helemaal geen probleem, maar als u bereid bent om in het parlement te gaan zitten als persoon, of kleine groep, hebt u een enorme klus.
Omdat dat niet voldoende dreigt te zijn omdat er toch steeds nieuwe partijen ontstaan, is de volgende stap het verhogen van de kiesdrempel. Het minimum aantal stemmen of zetels dat behaald moet worden, wordt verhoogd. Haal je dat niet, dan mag je helemaal niet meedoen.
Daarom heeft de politicus Gerd Leers, die weg moest als burgemeester van Maastricht, en nu waarschijnlijk een baan binnen het CDA krijgt, al voorgesteld om de kiesdrempel te verhogen. Nieuwe kleine partijen krijgen het dan moeilijker en het CDA kan meer zetels verwerven. Goed bedacht, met het verhaal de versnippering tegen te gaan.
En de kiezer? Die gelooft het allemaal wel en leeft in de gelukzalige onwetendheid dat hij bepaalt hoe dit land wordt bestuurd!









Doorsturen
Printen







Al wat met het CDA te maken heeft deugt niet, zij zijn bang dat zij concurrentie krijgen. Zij hebben al jaren geparasiteerd op de goed gelovigheid van de mensen, maar de kruk gaat net zolang te water tot hij breekt en die tijd lijkt aangekomen te zijn! Zolang de katjes muizen mouwen ze niet!