
Een volk zo primitief, dat men alleen weet om geld te krijgen door ervoor te werken
- George Ade, Amerikaanse auteur, 1866-1944
Deflatie is een woord dat voor velen schrikbeelden oplevert van de crisisjaren van de jaren 30. Maar wat is deflatie eigenlijk en waarom treedt dit fenomeen op? Om een volledige uitleg te geven moet men een aantal zaken eerst goed op een rij zetten. Vanwege ons huidig economische onderwijs wordt de werkelijkheid verdoezeld en krijgt men nimmer een goed beeld van wat de fundamenten zijn van de economie.
Om te beginnen moet men een onderscheid maken tussen krediet en geld. Te vaak worden deze twee kwesties op een hoop gegooid en ziet men door de bomen het bos niet meer. Zowel economen als analisten hebben de tendens om deze twee door elkaar te halen. Ik zal met name het aspect van krediet verder toelichten.
Kredietexpansie
Krediet heeft altijd bestaan en heeft pas later de vorm van geld overgenomen. Het blijkt zelfs reeds in Babylonische tijden het geval te zijn geweest en hierbij wil ik graag speciaal dank zeggen aan Dirk Bezemer, hoogleraar van de Universiteit in Groningen, die mij hierop had geattendeerd. In Babylonië bleek ook een teveel aan krediet te zijn uitgegeven, terwijl de monetaire inflatie totaal afwezig was, eenvoudigweg omdat er nog geen noemenswaardig monetair stelsel bestond. In 46 v.Chr. kreeg Julius Caesar met deze materie te maken. In dat speciale jaar had hij de macht overgenomen en moest er een enorme schuldcrisis worden opgelost. Veel leners waren niet meer in staat om hun leningen te financieren, zodat deze bankroet werden verklaard. Dit gaf de grootgrondbezitter de macht over de pachters en de kleine landbezitters. Zijn hervormingen waren drastisch en zodoende kon hij de Romeinse economie verder saneren met als gevolg geen algehele kwijtschelding, maar wel degelijk een grote afwaardering van de schulden. Dit is hem later duur komen te staan bij de grootgrondbezitters, die hem twee jaar later in 44 v.Chr. lieten vermoorden.
In de westerse wereld hebben we sinds 2007 ook een zogenoemde kredietcrisis. Echter, de opbouw daarvan heeft zo’n 36 jaar geduurd. In 1971 werd de dollar van het goud losgekoppeld en konden de centrale banken naar hartelust hun munten fiateren, met andere woorden, zoveel mogelijk de drukpersen aanzwengelen. De voorbode van de rampspoed konden we zien in de rest van de jaren 70 en dat was in de prijzen van grondstoffen, goud en zilver. Alle stegen tot enorme hoogten eind van dat decennium. Hierdoor moest de toenmalige Federal Reserve-voorzitter, Paul Volcker, ingrijpen en deed dit door middel van het drastisch verhogen van de rentestand, om de vlucht naar tastbare waarden om te buigen. Deze woekerrente had wel degelijk nare gevolgen. Niet alleen resulteerde dat in een hoge werkloosheid met als gevolg daarvan de onmogelijkheid van bedrijven om hun schulden te financieren, maar ook de overgang van een productieve naar een financiële economie.
Financiële economie
Dit laatste nadeel had grote consequenties voor de rest van de westerse economie. Vanaf begin jaren 80 werd het interessant voor beleggers en speculanten om te investeren in staatsobligaties. Een Amerikaans bedrijf als Pimco haalde hieruit miljarden winst over de afgelopen drie decennia. Wat was er namelijk gebeurd? De obligaties gingen in waarde alleen maar omhoog, vanwege de gestage daling van de langetermijnrentes sinds 1981. Vandaar dat er veel kapitaal werd onttrokken aan de productieve economie en in de financiële economie werd geplaatst. Dat kapitaal was feitelijk onontbeerlijk voor productieve industrieën om te groeien en uit te breiden, doch was helaas onbeschikbaar. Veel van de Nederlandse bedrijven hebben daardoor het loodje moeten leggen, Fokker en DAF zijn daarbij pregnante voorbeelden.
Veel van het productieve kapitaal kwam terecht in Oost-Azië, allereerst in Japan en daarna de rest van de regio, terwijl men in het westen maar door bleef speculeren met fictief kapitaal dat mogelijk werd gemaakt door de enorme kredietexpansie die almaar doorging. In Oost-Azië kwamen deze kredietgolven eveneens terecht met als consequentie dat daar een behoorlijke financiële sector werd opgezet, die op haar beurt weer speculeerde op de groei van de Oost-Aziatische markt. Zoals bekend, barstte in die regio in 1997 de bom, enerzijds vanwege de te hoog gespannen verwachtingen voor de productieve economie en anderzijds door de slecht ontwikkelde financiële sector die ver was overgewaardeerd met het fiatgeld en kredietexpansie wat door overheden ter plekke was gecreëerd. We zien nu hetzelfde gebeuren in China, dat ook te kampen heeft met een enorme monetaire inflatie en een economische groei die in feite nominaal is en niet reëel. Het is overduidelijk dat China nu een zeepbel is geworden, die ook uit elkaar zal spatten.
De westerse zeepbel daarentegen werd pas 10 jaar later in maart 2007 doorgeprikt met de subprime crisis in de Verenigde Staten. We zien nu dat de huizenmarkt na een korte kleine opleving in dat land weer de weg omlaag heeft gevonden. Dit betekent dat de subprime crisis een prime crisis is geworden. Met andere woorden de rest van de economie gaat nu gebukt onder een stevige sanering. Net als in de tijd van Julius Caesar zullen de overheden hier mettertijd zaken moeten afwaarderen.
Economische gevolgen
Griekenland laat zien hoe de gevolgen van een kredietzeepbel alsmede een enorme monetaire inflatie behoorlijk ingrijpend kunnen zijn. Zoals eerder opgemerkt is de euro een politieke munt gebleken, welke nooit op economische gronden had moeten worden ingevoerd. De euro is namelijk geen munt, maar een valutasysteem, daar de onderlinge valuta zoals gulden, mark, frank peseta etc. nooit zijn afgeschaft, doch waren opgegaan in deze verzameling. Het probleem met zo’n stelsel is dat overheden gewoon op dezelfde weg konden doorgaan als daarvoor. Dit hield in grote begrotingstekorten creëren, schulden verder laten oplopen en een gigantische verzorgingstaat in stand houden. Al deze zaken voorspelden nooit veel goeds, daar eens boontje om zijn loontje moet komen. De oorzaak van dit alles is niet eens de euro, maar de ontkoppeling van de wereldvaluta van goud. Het was de dollar die als reservemunt fungeerde en alle andere valuta, waaronder de mark, gulden, peseta etc. waren gekoppeld aan de dollar. Het zogenoemde goudwisselsysteem, oftewel Bretton Woods. Nadat het systeem was ontbonden in 1973 hadden de andere landen de keuze om hun munten weer te koppelen aan goud en geen, zoals de regering Nixon deed, een gefiateerde munt in het leven te roepen. Dit deed men niet en men koos in eerste instantie in Europa voor een fiatwisselsysteem, genaamd de slang. Deze slang werd vervangen in 1979 door de toenmalige Europese Gemeenschap. Deze voorloper van de euro, het Europees Monetair Stelsel, ging al in 1992 onderuit en in 1993 werd hiervan voorgoed afstand genomen. In totaal heeft het zo’n 13 jaar geduurd alvorens de onvermijdelijke ineenstorting het gevolg was.
We spoelen even vooruit en in 1999 werd de euro ingevoerd, eerst in girale vorm en later in 2002 in fysieke vorm. Nu zijn we 11 jaar verder en het lijkt op een herhaling van zetten. Alweer is er een vertrouwenscrisis in de eenheidsmunt en alweer dreigt deze muntverzameling uiteen te vallen. Als we het historisch bekijken dan zou in 2012, dus binnen twee jaar, de euro in de annalen van de geschiedenis verdwijnen.
Kredietinkrimping en monetaire inflatie
Vanwege de hoog opgelopen schulden rest de westerse wereld maar een ding en dat is schuldsanering. Dat betekent dat schulden moeten worden afgewaardeerd, omdat deze niet meer zijn te financieren, laat staan af te betalen. Dit brengt het volgende met zich mee dat de kredietexpansie abrupt consolideert en in de volgende jaren zal inkrimpen. Dit heet kredietdeflatie en zal consequenties hebben voor de financiering van de overheid en de particuliere sector. Langetermijnleningen zullen niet zo gauw gegeven worden aan insolvabele entiteiten, dus de hypotheekfinanciering zal mettertijd stoppen. De huizenmarkt heeft hier dan last van en zal zich naar beneden bijstellen. Met als gevolg dat de toeleveringsindustrie ook zal inkrimpen. De productie zal nagenoeg stil komen te liggen in deze sector, waaronder de faciliterende diensten zoals makelaars, notarissen, hypotheekadviseurs, banken en verzekeringsmaatschappijen. Alle waren ze indirect afhankelijk van de kredietexpansie. In deze sectoren zal de werkloosheid daarom behoorlijk oplopen.
De overheid krijgt het moeilijk met het financieren van haar lopende en toekomstige verplichtingen, omdat belastinginkomsten tegen zullen vallen als gevolg van hogere werkloosheidsuitkeringen en verminderde inkomsten-, vennootschaps, overdrachtsbelastingen en BTW. Om dit tij te keren zal de overheid proberen om de schulden te ‘monitiseren’, wat inhoudt dat zij via de centrale bank obligaties gaat slijten, oftewel de kwantitatieve verruiming ter hand nemen. De centrale bank stelt hiervoor geld beschikbaar aan de bancaire sector, zodat deze laatste via de promesse disconto goedkoop geld kan lenen, op dit moment 0.75%, waardoor de banken dit weer kunnen beleggen in staatsobligaties tegen zeg maar 4%. De 3,25% zijn dan pure winst voor deze sector. Hier ziet men weer hoe de financiële sector het productieve kapitaal onttrekt aan de economie en gebruikt voor het herstel van hun balansen en proberen hun failliete boedel weer nieuw leven in te blazen. De overige die hier voordeel bij heeft is de overheid middels het vrijgekomen fiatgeld wat rechtstreeks de economie wordt ingepompt. Deze monetaire inflatie wordt dan opgezogen door de markt en zal alleen zichtbaar zijn in de prijsinflatie van dagelijkse benodigdheden zoals brandstof en voedsel. De andere sectoren hebben hier geen baat bij, omdat consumenten deze extra monetaire inflatie zullen gebruiken voor het financieren en afbetaling van hun hoog opgelopen schulden. In feite verdwijnt het grootste deel van deze expansie in dit segment.
Het heeft derhalve geen zin om kwantitatief te verruimen, omdat de economie dusdanige schuldaverij heeft opgelopen dat al deze verruiming teniet zal doen, zoals hierboven geschetst. Verder heeft een verruiming nagenoeg alleen maar nadelen, omdat de prijsinflatie gaat zitten in de dagelijkse behoeften, die vooral de armen en minder welgestelden in de samenleving keihard zullen raken. Bovendien geeft het geen oplossing voor het daadwerkelijke probleem en dat is de hoge schuld die is opgebouwd.
Schuldsanering
In zijn artikelen schrijft de Oostenrijkse Schooleconoom, Kevin Dowd, over de problemen met het aanhouden van een hoge schuld. Hij geeft feitelijk hetzelfde aan wat Julius Caesar in 44 v.Chr. daadwerkelijk deed. Het voorstel is gewoon om de kapitaalwaarde in de economie te herijken. Dat wil zeggen dat alle schulden moeten worden afgewaardeerd naar de reële waarde, wat inhoudt dat financiële instellingen, beleggingsmaatschappijen en ook pensioenfondsen hun waarde van de vorderingen naar beneden moeten bijstellen. Dit zorgt ervoor dat er een afschrijving van de schulden moet plaatsvinden en, dat is heel belangrijk om te stellen, er geen algehele kwijtschelding plaatsvindt. Kwijtschelding is een atoombom in het systeem en zorgt voor een volledige implosie van de economie en moet dus vermeden worden. Alle eerdergenoemde instellingen zijn derhalve genoodzaakt om ‘verlies’ te nemen op hun ‘investeringen’. Feitelijk is dat wat beleggers in failliete of bijna failliete bedrijven altijd hebben gedaan. Nu is het dan de beurt aan de grote instellingen om hetzelfde te bewerkstelligen. Wanneer er dan ook een nationale kredietbank door de overheid wordt ingesteld, dan kunnen er gewoon langetermijnkredieten blijven plaatsvinden, maar dan op basis van solvabiliteit en financieringscapaciteit. Nooit mag de grens de 80% van de onderliggende waarde overschrijden. Het moge duidelijk zijn dat 110% financiering tot het verleden gaat behoren. Voor huidige en toekomstige schuldenaren is het van belang om dit feit te erkennen, daar zij de grootste voordelen hiervan hebben, omdat zij een eigen kapitaalbelang hebben en behouden in de investering en men binnen een bepaalde termijn deze langetermijnlening kan en moet aflossen. De nationale kredietbank, alsmede de banken hebben dan altijd het object als onderpand en vanwege de afwezigheid van de monetaire inflatie kunnen er geen extra financieringen worden gedaan, vanwege ‘overwaardecreatie’, welke in het verleden werd bewerkstelligd door dit type inflatie.
Herstel van bronkapitaal
Voor bedrijven is het eenvoudig om kapitaal aan te trekken voor een vaststaand rentepercentage en zijn in de gelegenheid om de markt op te gaan voor een lagere rente of een andere financieringsvorm, zoals obligaties of aandelenuitgifte. Een schuldsanering van de overheid houdt in dat er elk jaar minder kapitaal wordt verbruikt door diezelfde overheid, waardoor er meer kapitaal vrijkomt op de markt en dit vervolgens kan worden gebruikt door de particuliere sector. De vrije markt krijgt dan weer de mogelijkheid om te herstellen en het bronkapitaal wordt niet meer verwaterd. Integendeel dit kapitaal wordt telkens verder opgebouwd. Om dit snel te bereiken is een grote sanering van de overheidsector onontbeerlijk.
Bronkapitaal is het kapitaal wat immer aanwezig is in de economie. Het bestond tijdens de goudstandaard tot 1914 en de goudwisselstandaard tot begin jaren 70 van de vorige eeuw uit de monetaire metalen goud en zilver. Na de instorting van Bretton Woods in 1971 is dit bronkapitaal steeds verder verwaterd via de monetaire inflatie en de jaarlijkse goudverkoop, zodat het nu nog maar een fractie is van wat het in 1971 was. De gevolgen zijn een enorme dislocatie in de economie geweest, zoals hierboven reeds aangegeven, waardoor de economie zo scheef gegroeid is dat deze alleen met draconische maatregelen kan worden rechtgezet. In tegenstelling tot wat men blijft beweren, vooral in Keynesiaanse en monetaristische kringen is goud en zilver altijd geld geweest. Deze edelmetalen hebben het systeem nooit verlaten, weliswaar zijn deze naar de achtergrond verdrongen, echter telkens weer als een wervelstorm teruggekeerd. In deze kringen probeert men goud en zilver af te schilderen als ‘barbaarse relikwieën’ en niet voor deze ‘moderne’ tijd geschikt. Maar hoe verklaart men dan het succes van deze middelen in de 19e eeuw? Een tijd van ongekende welvaartsgroei en economische ontwikkeling. De stabiliteit is een essentieel gegeven voor een goed functionerende economie. Men kan de stabiliteit een poos verstoren, doch uiteindelijk zal de markt deze stabiliteit weer opeisen.
We zien met deze al drie jaar durende drisis dat goud en zilver weer aan een opmars zijn begonnen om hun rechtmatige plaats in de wereld op te eisen. Vroeger of later zullen zowel Keynesiaanse als monetaristische economen deze keiharde waarheid onder ogen moeten zien. Net als John Maynard Keynes dat ontdekte in 1944 toen hij voorstelde om goud opnieuw mee te nemen in het economisch systeem. Het manco van zijn voorstel was dat hij daarvoor een wisselstandaard voor ogen had, terwijl een volledige bimetale standaard van goud en zilver voor een grotere stabiliteit had gezorgd. Helaas was dat bij het naderende einde van de tweede wereldoorlog niet haalbaar, daar de Verenigde Staten de status van supermacht voor zichzelf tot doel stelde en 80% van het goud in de wereld opgeslagen lag in Fort Knox, zodat een internationale goudstandaard nagenoeg onmogelijk was.
Bronnen:
Essays
This is not a Credit Crisis, it is a Debt Crisis; Dirk J. Bezemer, Faculteit Economie, Rijksuniversiteit Groningen, juni 2009
Bubble Economics: The Illusion of Wealth; Doug French, , Ludwig von Mises Institute, Auburn, Al. USA., 8 december 2009
Surviving Deflation: First Understand It; Robert Prechter, Elliott Wave International, Gainesville, GA, USA, 23 februari 2010
Fiat Money in Death Throes; Antal E. Fekete, San Francisco School of Economics, San Francisco, CA, USA, 10 juni 2009
Anatomy of a Debt Crisis; Martin Armstrong, Princeton Economics, USA, 3 juni 2009
Debt and Velocity of Money, Brian Bloom, Financial Sense, San Diego, CA, USA, 19 september 2008
Depression 2010: Western Fiat Money Finished?, The Daily Bell, Zwitserland, 10 februari 2010
The Coming European Debt Wars, EU countries sinking into Depression: Michael Hudson, Global Research, Canada, 9 april 2010
Literatuur:
Central Bank Gold Reserves, An historical perspective since 1845; Timothy Green, World Gold Council, New York, NY, USA, november 1999
Human Action; Ludwig von Mises, Ludwig von Mises Institute, Auburn AL U.S.A., 1949









Doorsturen
Printen








Prima artikel. Hoe nationale schulden worden gekapitaliseerd, maken we bijna dagelijks mee, als we zien, hoe regeringen met kunst- en vliegwerk allerlei kapitaalvoorzieningen treffen ten koste van de eigen nationale economieën.
De EU gaat daarbij zelfs zover, dat zij willens en wetens haar eigen verdragsregels schendt en andere landen onder druk zet om met kapitaal over de brug te komen.