
CO2 zorgt voor een hogere en efficientere landbouwproductie, is bevorderlijk voor de biodiversiteit en verzuurt, in tegenstelling tot wat het IPPC zegt, de oceanen niet. Tijdens de vierde conferentie over klimaatverandering van het Heartland Institute kwamen deze positieve effecten van de stijging van het CO2-gehalte in de atmosfeer aan bod. Met een groeiende wereldbevolking, en hun andere eetpatroon, is een stijgend voedselaanbod ideaal. En de natuur vaart er in zijn geheel wel bij. Dus hoe meer CO2, hoe beter !
Uit experimenten, geïnventariseerd door Craig en Sherwood Idso blijkt dat een stijging van het CO2-gehalte in de atmosfeer met 300 ppm tot 700 ppm leidt tot een extra opbrengst aan granen met 36 procent; groenten met 45 procent; vruchten met 33 procent en bomen met maar liefst 70 procent. In de afgelopen honderd jaar zouden de opbrengsten van de landbouw al gestegen zijn met ruim 10 procent, dankzij de extra hoeveelheid CO2 in de lucht.
Het gewas kan daarbij ook met minder water toe. Vanouds is bekend dat bij een hoger CO2-gehalte de huidmondjes in het blad kleiner worden in omvang en in aantal. Via die huidmondjes neemt de plant niet alleen CO2 op, maar verdampt hij ook water (transpiratie). Minder en kleinere huidmondjes betekent dus minder verdamping, waardoor de sneller groeiende plant juist minder water nodig heeft. Een bijkomend effect is dat de plant, dankzij een beter wortelstelsel, efficiënter omgaat met nutriënten en beter bestand is tegen ziekten en plagen. Zo zou een hoger CO2-gehalte de groei van bacteriën en schimmels in de bodem stimuleren, die planten helpen bij het opnemen van voedingsstoffen en mineralen. Stikstofbindende planten, zoals klaver en lupine leggen bovendien dankzij een verhoogd CO2-gehalte meer stikstof vast in de bodem waar andere planten weer van profiteren.
Hogere opbrengsten per hectare voorkomen dat bijvoorbeeld natuurgebieden worden ontgonnen voor agrarische productie. Anders gezegd: iedereen die zich zorgen maakt over de teloorgang van ecosystemen en soorten, zou eigenlijk blij moeten zijn met stijgende CO2-gehaltes.
Volgens het IPCC is de kans groot dat twintig tot dertig procent van alle soorten uitsterft als gevolg van de verwachte opwarming en dat complete ecosystemen verloren gaan. Dat klopt niet, stelde Robert Ferguson tijdens de Heartland-conferentie. Biodiversiteit heeft baat bij opwarming en een hoger CO2-gehalte. Ferguson is president van het Science & Public Policy Institute en verwees naar het boek ‘CO2, Global Warming en Species Extinction: Prospects for the future. De auteurs gaan daarin uitgebreid in op het onderzoek van Thomas et al, dat in 2004 werd gepubliceerd in Nature en dat de grondslag vormde voor de voorspelling van het IPCC dat 20 a 30 procent van de soorten zal uitsterven. In het onderzoek wordt de zogeheten ‘klimaat envelop’ van ruim 1100 soorten vastgesteld. De envelop vertegenwoordigt de huidige klimaatomstandigheden waarin de betreffende soort leeft. Als die klimaatomstandigheden veranderen door opwarming dan wordt het gebied met de klimaatenvelop voor de betreffende soort veelal kleiner en vaak zelfs zo klein dat de betreffende soort met uitsterven wordt bedreigd.
Maar volgens de auteurs klopt die redenering niet. Bij planten leidt een verhoging van het CO2-gehalte tot het verschuiven van de optimale temperatuur voor fotosynthese naar hogere waarden. Ze gaan met andere woorden niet dood van de hitte, maar profiteren juist van de extra CO2 in de atmosfeer en de bijbehorende warmte. Planten die nu in Nederland voorkomen, blijven gewoon hier voorkomen. Sterker nog, ze breiden zich in noordwaartse (of bergopwaartse) richting uit omdat de klimaatomstandigheden daar voor hen, dankzij de opwarming, ook gunstig geworden zijn. Voor dieren geldt eveneens dat ze hun leefgebied noordwaarts en/of bergopwaarts uitbreiden als het warmer wordt.
De bestaande flora en fauna hoeven niet te lijden onder die uitbreiding. Als voorbeeld noemde Ferguson in zijn lezing de ontwikkeling van de flora in de Zwitserse Alpen. In de periode tussen 1985 en 2003 is die met bijna 50 procent toegenomen, dankzij de opwarming in het hooggebergte. Uit ander onderzoek blijkt dat het aantal broedvogels in en om het meer van Konstanz tussen 1985 en 2000 is toegenomen van 145 tot 154; een toename die is gecorreleerd met de stijging van de temperatuur in de late winter en de vroege lente. In plaats van massaal uitsterven, zoals het IPCC voorspelt, leidt een verhoging van het CO2-gehalte in combinatie met opwarming (waarbij we in het midden laten of er een causaal verband bestaat en zo ja wat oorzaak en gevolg is) tot meer biodiversiteit in plaats van minder.
Tot slot de verzuring van de oceanen. Op de klimaatconferentie van het Heartland Institute lichtte Craig Idso een tipje op van de meta-analyse die hij momenteel uitvoert naar mogelijke gevolgen van verzuring van de oceanen. Tot op heden heeft hij 568 wetenschappelijke experimenten geanalyseerd waarin gekeken is naar het verband tussen zuurgraad (pH) en verschillende aspecten van het leven in oceanen. Zijn conclusie: Als er al een effect is, dan is dat waarschijnlijk positief.
Om te beginnen, zo constateert Idso zal de pH lang niet zo sterk dalen als het IPCC beweert. Waarschijnlijk zal de CO2-concentratie in de atmosfeer nooit hoger zal worden dan 500 ppm, medio deze eeuw. Daar hoort een pH-verlaging bij van het oceaanwater in de orde van 0,1 tot hooguit 0,3 punten. Veel minder dus dan de 0,5 tot 0,8 die het IPCC voorziet voor de komende eeuwen. De pH van de oceanen ligt met 8,2 overigens ruimschoots in het alkalische gebied- dus hoezo? verzuring. Zou die pH afnemen met 0,1 en zelfs met 0,3 dan valt er weinig schade te verwachten.Uit de meta-analyse blijkt dat een verlaging met 0,3 – overeenkomend met een atmosferische CO2-concentratie van 500 ppm – geen negatieve effecten laat zien; eerder een licht positief effect. Dat is heel iets anders dan de doemverhalen over uitsterven van het leven in de oceanen.
Wat betreft de gevreesde verzuring van de oceanen is het effect van een kleine daling van de pH met 0,1 tot 0,3 punten waarschijnlijk eerder positief dan negatief en kunnen als Rypke Zeilmaker beter spreken van oceaan-fertilisatie. Ook de agrarische productie heeft baat bij hogere CO2-gehaltes, evenals de biodiversiteit. Indirect omdat er minder grond hoeft te worden ontgonnen voor voedselproductie. Direct omdat planten en dieren dankzij de opwarming hun leefgebied kunnen vergroten.
Een belangrijk bezwaar tegen de doemscenario’s van het IPCC is dat we niet weten of er een verband is tussen de stijging van het CO2-gehalte en de waargenomen temperatuurstijging in het laatste kwart van de vorige eeuw. Wat we wel weten is dat er na deze ongefundeerde, massa hysterische propagandamachine een stortvloed van milieuregelgeving en klimaatbelastingen op ons neergedaald is.









Doorsturen
Printen


(4 votes, average: 4.75 out of 5)




En hoe komt het dan dat miljoenen mensen bereid blijven om duizenden euro van hun verdiensten te betalen als belasting om die CO2 te beperken?
Peter de Jong [2] reageerde op deze reactie.
Armin [5] reageerde op deze reactie.