zaterdag, 24 juli 2010
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Praxeology: The Austrian Method, by Hans-Hermann Hoppe

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Algemeen
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Dennis Snel schreef op : 1

    Hmm, ik vind het eigenlijk niet zo’n sterk verhaal, en ik geloof dat dit een van de zaken is waar ik (als econometrist) van mening verschil met veel ‘oostenrijkers’.

    Héél kort samengevat, wordt de case gemaakt dat econometrische methodes niet de juiste manier zijn, omdat je nooit kunt bewijzen dat je bevindingen altijd waar zijn. Voorts wordt de case gemaakt dat de praxeologische methode per definitie op de waarheid uitkomt, en daarom niet getest hoeft te worden.

    In het eerste gedeelte wil ik met het verhaal meegaan. Een klassiek voorbeeld is de stelling dat in Nederland meer ooievaar-waarnemingen voor meer geboortes zorgen. Wanneer we namelijk naar de correlatie ooievaar-waarnemingen en geboortes in Nederland kijken, dan correleert dat inderdaad. Dit komt uiteraard door een derde variabele, namelijk verstedelijking. Omdat ooievaars meer op het platteland waargenomen worden, en op het platteland ook de gezinnen groter zijn, ontstaat een correlatie die geen causaal verband aantoont, maar wel een onjuiste hypothese als juist kan aanmerken. Dus tot zover: prima, alleen econometrie zonder praxeologie kan voor onjuiste conclusies zorgen (sterker nog: zorgt hoogstwaarschijnlijk voor onjuiste conclusies, maar het reikt hier te ver om die stelling te bewijzen).

    Maar dan de stelling dat praxeologie niet emperisch getoetst kan worden. Dit is gewoon onjuist. Als je de stelling neemt dat een hoger minimumloon voor meer werkloosheid zorgt, dan is dat praxeologisch prima uit te leggen, maar dat neemt niet weg dat het een kleine moeite is om verschillende landen, met verschillende minimumlonen, even met elkaar te vergelijken. Je kunt het dus niet alleen emperisch toetsen; het is zelfs wenselijk om het te toetsen, omdat je met alleen je praxeologische verhaal veel minder mensen zult overtuigen, dan wanneer je ook met emperisch bewijs komt.

    In mijn ogen is de juiste methode: éérst het mechanisme begrijpen (via praxeologie), en daarná het mechanisme dat je denkt te begrijpen, emperisch toetsen. Je hebt dan het beste van beide werelden. Emperisch bewijs is nooit sluitend, want (1) het feit dat de stelling in jouw onderzoek waar is, bewijst niet dat de stelling altijd waar is, en (2) je kunt onjuiste verbanden leggen. Praxeologie is echter ook niet per definitie sluitend, want je kunt bijwerkingen van een bepaalde mechanismes over het hoofd zien. Door de twee methodes te combineren, sluit je de problemen van de methodes uit, en hou je de voordelen over.

    Ik word trouwens in mijn gevoel versterkt dat de case die deze man maakt, niet zo sterk is, door klassieke discussietechnieken waar libertariërs non-libertariërs juist zo vaak op betrappen. Eerst worden Von Mises & collega’s de hemel in geprezen door te laten zien wat ze allemaal nog meer bereikt hebben, en wat hun kennissen deden. Terwijl dat helemaal niet relevant is voor het waarheidsgehalte achter de Oostenrijkse methode. Tegen het eind wordt de emperische methode als slecht afgedaan door emotionele argumenten (“zo’n onderzoek kost zoveel geld en kunnen we dat geld niet veel beter besteden?”), die niet zozeer uitleggen dat de emperische methode slecht is, maar inhoudelijk niet veel meer zijn dan een wat beter verstopte stelling als “wat een onzin, vind je ook niet?”. Ook wordt de vraag uit het publiek op het einde nou niet bepaald bevredigend beantwoord. “Omdat wij wat bescheidener zijn” is natuurlijk geen antwoord op de vraag.

    Kortom; ik snap niet zo goed wat veel Oostenrijkers tegen emperisch bewijs hebben. Wanneer je zegt “we moeten eerst het mechanisme begrijpen, voordat we emperisch onderzoek gaan doen”, vind ik dat je een goed argument hebt, maar wanneer je zegt “emperisch onderzoek is niet nodig want we begrijpen het mechanisme ook zonder dat onderzoek wel”, dan vraag ik me af of je soms bang bent dat emperisch onderzoek je stelling gaat tegenspreken. Als je de waarheid aan je kant hebt, zou je emperisch onderzoek juist moeten omarmen om de wereld te kunnen laten zien dat je gelijk hebt.

    Spy-Nose [2] reageerde op deze reactie.
    Katjong [3] reageerde op deze reactie.

  2. Katjong schreef op : 3

    @Dennis Snel [1]:

    “Praxeologie is echter ook niet per definitie sluitend, want je kunt bijwerkingen van een bepaalde mechanismes over het hoofd zien.”

    Dit argument is nu juist een argument welke de stelling ondersteunt dat economie een a-priori wetenschap is, die deductieve redenaties behelst. Economische theorie kan per definitie niet getoetst kan worden met empirisch onderzoek.

    Alleen met behulp van deductieve redenatie kan je mbt economie ofwel human action uitspraken doen die kloppen. Gewoonweg omdat er geen speld tussen te krijgen is.
    Alleen achteraf is met zekerheid vast te stellen hoe iets gelopen is, maar niet waarom het juist zo gelopen is. De empirie in economie bestaat niet. Empirie in economie hoort hoogstens bij de afdeling geschiedenis.

    “dan vraag ik me af of je soms bang bent dat emperisch onderzoek je stelling gaat tegenspreken”

    Geen Oostenrijker zal bang zijn dat de empirie de economische theorie zal tegenspreken aangezien de uitkomsten van de empirie niet relevant zijn ten aanzien van economische theorie.

    Walter von Block heeft hier een mooi verhaal over. Vanaf 16.00 min. in onderstaand filmpje:

    www.youtube.com