woensdag, 21 juli 2010
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Terrorizing ourselves

Met Terrorizing Ourselves: Why U.S. counterpolicy is failing and how to fix it levert het Cato instituut een duidelijk, realistisch en diepgravend boek af over de Amerikaanse reactie op terrorisme. Het laat zien hoe politici angst gebruiken om hun doelen te bereiken en hoe er enorme bedragen worden besteed aan dubieuze veiligheidsmaatregelen.  De experts in het boek verkennen de aard van modern terrorisme, verklaren en ontkrachten de paniekreacties en bieden nuchtere alternatieven.

Deze week kwam the Washington Post met het dossier Top Secret America. Een tweejarig onderzoek naar de activiteiten van geheime diensten na 9/11. Hieruit bleek dat 1271 overheidsinstanties en 1931 ingehuurde bedrijven zich uitsluitend bezig houden met het verzamelen, opslaan en analyseren van informatie. Daar worden iedere dag stapels rapporten over geschreven. Voor deze veiligheidsmensen zijn er 10.000 zwaar beveiligde gebouwen en 845.000 mensen hebben een top security clearance. Sinds 9/11 zijn er 263 inlichtingen- en veiligheidsdiensten bijgekomen. Een eindeloze bureaucratische privacyschendende rapportenmachine.

Een recent voorbeeld hoe aktueel Terrorizing ourselves is. Terroristen dragen hun naam met een reden. Angst zaaien is hun core business en belangrijkste wapen. Amerikaanse beleidsmakers overdrijven de angst voor terrorisme. Ze houden Amerikanen het beeld voor dat terroristen globale superboeven zijn die de samenleving kunnen ontwrichten. Maar de politieke besluiten gebaseerd op deze fantasie brengen onnodige oorlogen, verspilde welvaart, torenhoge schulden en minder vrijheid. 

Over de schrijvers:

Benjamin H. Friedman is Reserch Fellow in Defense and Homeland Security Studies. Jim Harper is de directeur van Information Policy Studies en Christopher A. Preble is de directeur van Foreign Policy Studies. Ze werken alledrie voor het Cato Institute en wonen in Washington D.C.

“For far too long we have let fear, ignorance and partisan rancor drive our counterterrorism policies—with predictable results. The editors have organized a group of experts who bring light to the discussion, rather than just heat. At its core, Terrorizing Ourselves posits that the American public is ready for an adult conversation about terrorism and sustainable responses that protect both security and American values. Let’s hope someone in government is listening.”
—MIKE GERMAN,
Policy Counsel for the American Civil Liberties Union and Former FBI Special Agent

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Algemeen, Boekbespreking, Internationaal, Terrorisme
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Sander schreef op : 1

    Wellicht geeft deze bijdrage van Hans een weg naar de oplossing:

    “Lang leve het individualisme”

    www.metropoly.nl

  2. Rien schreef op : 2

    Ik heb het boek niet gelezen.

    Wie was ook alweer de politicus die zei: “Never let a good crisis go to waste”?

    De paradox in de reactie van de politici op aanslagen is natuurlijk dat ze nog meer centralisme aandragen als de oplossing voor aanslagen. Terwijl juist dat het systeem nog meer ontvankelijk maakt voor ontwrichting door aanslagen.

  3. pcrs schreef op : 3
    pcrs

    mooie titel

  4. Torsten Pieper schreef op : 4

    En als er dan duidelijke jihad aanslagen zijn, dan proberen de overheden terrorisme te ontkennen en het volk koest te houden.

    Komt het door de “dialoog tegen de vermeende islamofobie”?
    Hoe dan ook worden bij vele aanslagen het jihadelement verdonkeremaand.
    De overheid onderschat het gevaar van de jihad en zijn telkens nieuwe uitingsvormen.

    Neem de aanslagen op het Engelse consulaat in New York.
    Burgemeester Bloomberg zei in de New York Daily News dat hij geen idee heeft van de motieven.
    De aanslagen waren echter opgeëist door jund al-sham (soldaten van de levant).
    De islamitische terreurgroep noemde de actie het begin van een oorlog in Amerika en daarbuiten”.
    Bloomberg geloofde dit niet omdat dit nooit is bevestigd.

    Dezelfde groep eist verschillende aanslagen op overal ter wereld, zoals in Qatar en Libanon.
    Jund al-SSham heeft meer aanslagen aangekondigd, onder andere in Engeland en Italië: “Totdat de laatste kruisvaarder of jood is verdreven uit islamitische landen”, aldus hun persbericht.
    “We zullen niet aarzelen om feestjes en coffeeshops, hotels en kerken aan te vallen, met de hulp van allah”.

    Andere voorbeelden van het ontkennen van terreur en jihad:
    Tijdens een routinecontrole vindt de brandweer van Brooklyn, New York in een supermarkt 200 airbags (te gebruiken voor zelfmaakbommen) en een kamer behangen met affiches van osama bin laden en onthoofdingen.
    De eigenaar zat volgens de New York Post in de jaren 70 en 80 in de gevangenis voor brandstichting, wapenbezit en samenspanning.
    Maar volgens de autoriteiten had hij niets te maken met terrorisme.

    Bij een explosie in een olieraffinaderij in Texas komen 15 mensen om het leven en raken er meer dan honderd gewond. Meteen zegt de FBI: géén terrorisme, terwijl twee jihadgroepen, qaeda al-jihad en jund al-sham (soldaten van de levant), de aanslag opeisen.
    Het blijkt dat de FBI pas na acht dagen de rampplek bezoekt, dus hoe weten ze zónder onderzoek al dat het geen terreurdaad was?

    In drie amerikaanse staten blijkt te zijn gefraudeerd met rijbewijzen; meer dan 2000 illegalen hebben er een bemachtigd. De staatssecretaris van binnenlandse veiligheid, Michael Garcia, zegt dat hij niet kan nagaan of ook terroristen valse identiteitspapieren hebben gekregen.
    En laat het daarbij.

    Er zit een bepaald patroon achter.
    De Amerikaanse overheid ontkent en verdonkeremaant al jaren het verband met terrorisme bij gewelddadige incidenten:
    Toen de moslim el sayyid nosair in 1990 de Israëlische politieke activist Mair Kahane vermoordde, zeiden de autoriteiten dat het geen jihad was; de man leed aan depressies.

    In maart 1994 schoot een moslim, rachid baz, op de Brooklynbrug in New York op een busje met joodse jongens, waarbij er een omkwam.
    De FBI noemde de schietpartij een uit de hand gelopen straatgevecht.

    In 2002 begon een moslim, hesham mohamed ali hadayet, zo maar op mensen te schieten bij de balie van El Al op het internationale vliegveld van Los Angeles. De FBI had “geen aanwijzingen” dat het met terrorisme te maken had.
    Later kwam aan het licht dat hadayet mogelijk betrokken was bij al-qaeda en bekend stond om zijn haat tegen Israël. Toen gaf de FBI het eindelijk toe.

    De sluipschutters die in 2002 achttien schietpartijen en tien doden op hun geweten hadden in Washington, waren bekeerde moslims: john muhammad en lee malvo.
    Maar al voordat ze gearresteerd werden, zei de recherche dat het “boze blanke mannen” waren.
    Totdat bleek dat het zwarte mannen waren.
    In de media (ook in Nederland) werd john muhammad consequent aangeduid als John Williams, zijn geboortenaam.
    Bijna geen krant noemde de islamitische achtergrond.
    Zelfs toen lee malvo plaatjes van osama bin laden (hij noemde die dienaar van allah”) bleek te hebben en onsamenhangend over “jihad” sprak, bagatelliseerden de autoriteiten nog het verband met de islam of terrorisme.

    In 2003 sneed de moslim mohammed ali alayed in Houston de keel van zijn joodse vriend Ariel Sellouk door.
    alayed was steeds vromer geworden en verbrak de vriendschap, maar ruzie hadden ze niet.
    Na de slachting ging alayed naar de moskee (in de hadith zegt de profeet mohammed: “allah geeft iedere moslim een jood en een christen om te doden, zodat de moslim niet naar het hellevuur gaat”).
    Toch onderzochten de autoriteiten niet het verband tussen de moord en de islam.

    Ook in Europa slaan de autoriteiten (bewust) de plank nogal eens mis.
    De spaanse regering viel omdat ze volhield dat de aanslagen in Madrid-Atocha op 11-3-2004 niks met moslimterrorisme te maken hadden; ze verdachten de ETA.

    Het duurde een maand tot de franse justitie toegaf dat de explosie in de kunstmestfabriek AZF in Toulouse (21-9-2001) geen “menselijke” fout was, zoals de leider van het onderzoek eerder met 99 procent zekerheid beweerde, maar een islamitische aanslag.
    In de chemische fabriek werd het lijk van een tunesische arbeider gevonden, hassan jandoubi, gekleed in de dracht van zelfmoordterroristen.
    De man was daags na 11-9 betrokken bij een opstootje met collega’s die hun medeleven betuigden met de slachtoffers en de nabestaanden door een amerikaanse vlag te laten wapperen.
    Hij stond bij de politie bekend als fundamentalist en was aangesloten bij de soennitische, egyptische jihadgroep takfir.
    Toen de politie na vijf dagen eindelijk toestemming kreeg om jandoubi’s appartement te doorzoeken, was dat leeggehaald.

    Direct na de slachting van Theo van Gogh schreef De Telegraaf dat er twee keer eerder een moord was gepleegd waarbij eenzelfde soort tekst op het lichaam van
    het slachtoffer was achtergelaten.
    Minister Donner antwoordde toen op Kamervragen van Joost Eerdmans dat hij er niets over had kunnen vinden.
    Dat is Donneriaans voor: wij weten dat heel goed, maar het is voor ons beter dat u er niet achter komt.
    Over de vrijlating van samir azzouz hebben we het maar niet eens.

    De meeste Europeanen en Amerikanen staan er niet bij stil hoeveel van dit soort incidenten er al zijn geweest sinds 11 september 2001.
    Misschien wil de overheid de burgers niet onnodig bang maken, misschien is dit een politiek-correcte strategie vanwege de “dialoog” en de successen van de moslimbeweging in de Westerse gevestigde orde.

    Zij stellen zichzelf voor als de slachtoffers van 11 september en de overheid doet er alles aan om hen te beschermen tegen discriminatie.

    Ongeacht de motieven, het staat buiten kijf dat de Amerikanen in het duister tasten over de ware aard en de omvang van de jihadistische terreur.
    De gevolgen laten zich raden.
    In het boek Infiltration van Paul Sperry staat dat de vliegtuigkapers van 11 september hulp kregen van tenminste zeven Amerikaanse moskeeën.

    Het is zorgelijk dat regeringsleiders zo weinig benul hebben van de aard van de islam.
    Of zouden ze wel weten dat de islam geen geloofsvrijheid kent (op afvalligheid staat de doodstraf) en het doden van ongelovigen predikt?
    In dat geval strooien regeringen het volk willens en wetens zand in de ogen en is zij net zo erg als de moslimleiders die verantwoordelijk zijn voor alle misleidende propaganda over de islam als “vredelievende” godsdienst.

    Volgens de Aivd voelen nu ook steeds meer Turkse jongeren zich aangesproken door de extreme, salafistische islam – een stroming die in Turkije zelf nota bene geen aanhang heeft.
    Het gevaar dreigt dat radicale moslimjongens zich in Irak bij terroristische bewegingen gaan aansluiten en, eenmaal terug in Nederland, vrolijk verder gaan met de jihad.
    Balkenende ontkende dit gevaar met zijn pleidooi voor dialoog.

    Zo lang de autoriteiten die softe opvatting nog huldigen, zullen de Nederlandse moslims in onwetendheid blijven hangen en hoeven hun leiders niet te zeggen waar ze staan: voor een aangepaste Nederlandse islam of een letterlijke, autoritaire godsdienst.

    pcrs [5] reageerde op deze reactie.

  5. pcrs schreef op : 5
    pcrs

    @Torsten Pieper [4]:
    “Zo lang de autoriteiten die softe opvatting nog huldigen,”
    Problemen komen voornamelijk door niet softe dwangmatige regels van de overheid. Maar zo als gebruikelijk zijn alle belastingslaven zo geprogrammeerd dat ze om nog meer dwang roepen om de slechte gevolgen van de oude dwang tegen te gaan. Waarna de problemen nog groter worden en er nog meer dwang nodig is, tot we oorlog hebben en er weer een lading heethoofden en onschuldige omstanders dood zijn.