
Vrijspreker: Vandaag wilt U bespreken wat waarheid is. Je zou denken dat dit duidelijk is.
Opperdienaar: Ja, dat dacht ik ook altijd, maar dat blijkt niet het geval te zijn. Naast het bespreken wat waarheid is, is het zelfs belangrijk te bespreken of waarheid relevant is.
Laatst hoorde ik namelijk een reclamespotje voor the National (een nieuwsprogramma in Canada) waarin een aantal dingen genoemd werden, die in een goed nieuwsbericht moeten zitten. Daar werden genoemd: angst, hypocrisie, boosheid, verdriet, menselijke zwakheid en oorlog. Waarheid en feiten waren echter zaken die ontbraken en kennelijk geen onderdeel uitmaken van het nieuwsprogramma van de Canadese staats berichtgeving.
Vrijspreker: Laten we eerst maar beginnen met wat waarheid is en als we weten waar we het over hebben, bespreken of waarheid relevant is.
Opperdienaar: Waarheid gaat over stellingen, uitspraken en theorieën. Een ware uitspraak is er één die een correct beeld geeft van de realiteit. Allereerst zijn beide discussie partners in een discussie over waarheid dus impliciet akkoord met het feit dat de onderliggende realiteit objectief is. Degene die gelijk heeft (de ware uitspraak heeft gedaan), is degene wiens uitspraak overeenkomt met die objectieve realiteit. Degene die de onware uitspraak doet, heeft een onjuist beeld van die realiteit. Dat beide discussiepartners denken dat HUN uitspraak de ware is, neemt niet weg dat ze het er over eens zijn dat als ze tegenstrijdige uitspraken doen, deze niet beiden tegelijkertijd waar kunnen zijn. Dat is belangrijk om te beseffen als je 2 mensen ziet discussiëren: Ze zijn het eens dat er een objectieve realiteit is en proberen vast te stellen, wiens uitspraak die realiteit het best beschrijft. Een concreet voorbeeld:Persoon A zegt dat OJ Simpson zijn vrouw heeft vermoord en persoon B zegt dat dit niet zo is. Als ze beiden argumenten aandragen voor de juistheid van hun stelling, gaan ze er impliciet beiden mee akkoord dat OF OJ Simpson zijn vrouw vermoordde, OF niet, maar dat ze niet beiden gelijk kunnen hebben omdat de realiteit een objectieve toestand kent. Impliciet akkoord betekent hierbij:een akkoord dat blijkt uit hun handelen. Net zo als impliciet blijkt uit de vrijwillige aanschaf van een reep chocolade van 2 euro door Pietje, dat Pietje die ene reep chocolade hoger waardeert dan die 2 euro die hij er voor uitgaf. Het blijkt impliciet uit zijn ongedwongen handeling.
Vrijspreker: Zijn er dan ook mensen die beweren dat er geen objectieve realiteit bestaat?
Opperdienaar: Dat verbaasde mij ook, maar die mensen zijn er. Raar, maar waar. Ze zeggen dat 2 tegenovergestelde uitspraken beiden waar kunnen zijn. Ik denk dat dit voortkomt uit het feit dat Pietje chocolade ijs lekker kan vinden, terwijl tegelijkertijd Jantje juist pistache ijs lekker kan vinden. Als ze in discussie gaan over wat het lekkerste ijs is, denkt Pietje dat DE waarheid is dat chocolade het lekkerste is, terwijl Jantje denkt dat DE waarheid is dat pistache het lekkerst is.
Vrijspreker: Wat is hier dan aan de hand? Ze ervaren beiden duidelijk hun eigen gelijk en U zei net dat tegenovergestelde uitspraken niet beiden waar kunnen zijn. Dat lijkt hier niet te kloppen.
Opperdienaar: De objectieve waarheid is in dit geval, dat de hersenen van Pietje chocolade prefereren EN die van Jantje pistache. Het gaat hier over 2 verschillende individuen met verschillende subjectieve voorkeuren voor een bepaalde ijssmaak. De objectieve waarheid over de realiteit die ze hier proberen te vinden is: Pietjes hersenen bevatten meer geluksstofjes af als zijn smaakpapillen gestimuleerd worden met chocolade en Jantjes hersenen bevatten meer geluksstofjes als zijn smaakpapilllen gestimuleerd worden met pistache. De uitspraak wat het lekkerste ijs is voor het collectief ‘Jantje en Pietje’, is niet te bepalen. Vandaar de uitspraak: Over smaak valt niet te twisten. Sommige mensen concluderen hier echter onterecht uit dat er 2 realiteiten zijn, 1 juist beschreven door Jantje en 1 door Pietje. Als we echter 4 uitspraken over DE realiteit doen:
- Jantje en Pietje vinden chocolade het lekkerst
- Jantje en Pietje vinden pistache het lekkerst
- Jantje vindt pistache het lekkerst en Pietje chocolade
- Jantje vindt chocolade het lekkerst en Pietje pistache
Dan is slechts 1 van die uitspraken objectief waar en zowel Jantje als Pietje kunnen het hierover eens zijn (3). Dit zou zelfs wetenschappelijk vast te stellen zijn door zowel Jantje als Pietje ijs te laten proeven in een FMRI scanner en te kijken hoe de natuurkunde zich ontvouwt in hun hersenen.
Vrijspreker: Aha, er is dus een objectieve realiteit, die wordt beschreven door ware uitspraken, maar je komt in de problemen als je groepen mensen met individuele voorkeuren, collectief wilt beschrijven.
Opperdienaar: Dat is niet de enige manier om in de problemen te komen. Als de discussie partners verschillende definities hebben van hetzelfde woord, gaat het ook mis. Inflatie en monopolie zijn bijv. woorden die veel libertariërs anders definiëren dan voorstanders van afpersing. Het verdraaien van die woorden is een belangrijk gereedschap van ons machthebbers om aan de macht te blijven. Het veroorzaakt en enorme spraakverwarring en maakt communicatie van ideeën nagenoeg onmogelijk.
Vrijspreker: Als de definities duidelijk zijn en de partijen zijn zich er van bewust dat ze impliciet akkoord zijn met een objectieve realiteit, hoe onderscheid je een ware van een onware uitspraak?
Opperdienaar: Een uitspraak die tot een tegenstrijdigheid leidt, is onwaar. Dus stel dat iemand zegt dat hij gelooft dat hij boodschappen doorkrijgt van onzichtbare groene elfjes die rond zijn hoofd cirkelen, dan hoef je niet te controleren of ze er zijn. Een elfje kan niet groen en onzichtbaar zijn.
Als een uitspraak niet tot een interne tegenstrijdigheid leidt, kan deze waar zijn, maar het hoeft niet. De stelling moet ook in overeenstemming met de feiten zijn. Als bovengenoemde persoon zou zeggen dat hij geloofde dat er groene elfjes rond zijn hoofd cirkelden, dan kun je kijken of je deze elfjes kunt zien, voelen, ruiken, horen of proeven. Als je op geen enkele wijze groene elfjes kunt waarnemen ben je een groene elfjes atheïst. Je kunt overigens meestal wel bewijzen dat een uitspraak onwaar is, maar niet vaak dat hij waar is. Voor feiten kan het mogelijk zijn met zekerheid de waarheid vast te stellen en voor definities ook (een vrijgezel is een mens die geen relatie heeft). Voor principes is dit wat moeiilijker. Voor meer informatie deins ik er niet voor terug naar Hans Herman Hoppe te verwijzen. Duidelijk moet in ieder geval zijn dat iets niet waar is omdat veel mensen iets geloven, of omdat het al een hele lange tijd door veel mensen geloofd wordt, of dat het in een heilig boek geschreven staat. Veel mensen geloofden heel lang dat de zon om de aarde draaide. Ook is het niet zo dat een correlatie op een oorzaak gevolg verband duidt. Als gebeurtenis A 100 keer tezamen gezien wordt met gebeurtenis B, hoeft de stelling A veroorzaakt B niet waar te zijn en B veroorzaakt A ook niet.
Ook mag het duidelijk zijn dat iets niet waar is omdat het opperhoofd het beweert (argument van authoriteit)
Vrijspreker: OK, nu ik begrijp wat een ware van een niet ware uitspraak onderscheidt. De laatste vraag: Is waarheid belangrijk?
Opperdienaar: Een goed begrip van de waarheid over de materiële realiteit om ons heen is van groot belang. Hoe zou ik bijvoorbeeld mensen kunnen afpersen als ik niet begreep wat hen motiveerde? Het zou onmogelijk zijn. Hoe zou ik ze kunnen indoctrineren als ik onjuiste ideeën in mijn hoofd had over op welke leeftijd je daar het beste mee kan beginnen? Hoe kan ik aan eten komen, de auto starten, mijn huis verwarmen als ik geen ware ideeën heb over de realiteit? Het is onmogelijk te overleven met onware ideeën over de realiteit in mijn hoofd. Mijn handelingen zouden anticiperen op gedrag van objecten en mensen dat nooit uitpakt zoals ik dacht dat het uit zou pakken. Bedenk eens wat er in het verkeer zou gebeuren als ik weerbarstig bleef geloven in onware ideeën en daar volledig op vertrouwde? Waarheid is van enorm belang bij het manipuleren van de realiteit om je heen.
Vrijspreker: Maar dat betekent dat als je ware uitspraken over moraliteit wilt doen, dat deze uitspraken gedrag moeten beschrijven dat iedereen kan vertonen zonder dat het tot tegenstrijdigheiden leidt. De morele uitspraak:”Het is moreel elkaar te begroeten door alle 3 de handen te schudden” is dan onwaar.
Opperdienaar: Dat klopt, maar het bevalt me niet welke richting het gesprek opgaat
Vrijspreker: Dat betekent ook dat de morele stelling:”Mensen mogen hun geld verdienen door anderen af te persen” niet waar is, omdat het tot een tegenstrijdigheid leidt; alle mensen kunnen elkaar niet tegelijkertijd af persen.
Opperdienaar: Daarom is mijn morele stelling ook:”Mensen mogen hun geld verdienen door te proberen anderen af te persen” Nu is het niet meer tegenstrijdig, want iedereen kan het proberen, alleen de Opperdienaar zal er echter in slagen. Dat zal ik doen door te zeggen dat de onderdanen zich behoren te laten afpersen. Dat lijkt tegenstrijdig, maar ik spreek dan ook niet de waarheid. Om echter onderdanen af te persen, moet je wel tegen ze liegen, anders lukt het niet. Maar ik ervaar praten over moraliteit en waarheid als onprettig (als het niet zo afgezaagd was, zou ik over David Hume’s ‘is/ought dichotomy’ beginnen) en sluit het interview daarom nu af









Doorsturen
Printen








Het moraal wordt voor een zeer groot deel bepaalt door de waarheid.
(niet te verwarren met meningen)
De waarheid wordt bepaald door financiële belangen.
Hierdoor gaat men de waarheid manipuleren.
Men gaat het anders brengen dan het is.
Men gaat de aandacht van mensen/klanten bewust op de positieve punten proberen te richten om de (veel) grotere negatieve dingen op de achtergrond te drukken.
Men gaat complete beelden manipuleren.
Dit kan via reclame.
Kranten waren goede hulpmiddelen om een beeld of de waarheid te manipuleren.
Om ze te manipuleren moet je de kranten of chanteren of in je bezit hebben.
Dit is gelukt.
Bepalende dingen worden niet of nauwelijks in het nieuws gebracht en andere juist overvloedig.
Mensen zijn hier helaas gevoelig voor.
Als je maar vaak genoeg iets zegt, dan gaat men dit automatisch als waarheid aannemen.
Als iedereen dit dan vind, gaat men bepaalde dingen normaal vinden.
Wat de meeste mensen doen is normaal.
Wie bepaalt wat normaal is?
Wie bepaalt wat een normaal moraal is?
Maar ja, toen kwam internet.
Iedereen kon maar zo de waarheid of zijn mening aan een groot publiek brengen.
Eerst was het nog wel handig, maar al gauw bleek het een handig netwerk voor mensen met de waarheid of een andere mening.
De strijd om de manipulatie van de waarheid is dan ook weer begonnen.(en vrijheid van meningsuiting)
Dit om corruptie, connecties en chantage door te kunnen laten gaan.
Welkom in het (be)heerschappij van het vrije (schijn)democratische westen.
Is het “neus-gen” van Pinokkio al ontdekt?
Ik wel daarmee wel wat experimenteren bij politici en ambtenaren.