
De basis voor het libertarisch gedachtengoed is het non-agressieprincipe. Het zegt eenvoudigweg dat je geen geweld mag gebruiken tegen mensen die zelf geen geweld hebben gebruikt. Als er geen geweld gebruikt wordt blijft de vrijwillige interactie tussen mensen over. Dat is dus samenwerking op basis van gelijke rechten in plaats van onderdrukken en dwingen van mensen.
Verder zijn er die situaties waarbij er wel geweld gebruikt wordt, dan is het mogelijk om geweld te gebruiken in zelfverdediging. Daarbij is de vraag hoeveel tegengeweld gebruikt mag worden als reactie op dit geweld.
Als mensen vrijwillig met elkaar samenwerken dan kun je ervan uitgaan dat beide partijen erop vooruit gaan. Als jij naar de winkel gaat om een jas te kopen voor 150 euro dan ga jij er op vooruit omdat je liever die jas hebt dan de 150 euro. En de winkelier gaat erop vooruit omdat hij liever de 150 euro heeft dan de jas. Je streeft dus naar interacties met mensen waarbij beide partijen erop vooruit gaan.
Het non-agressie impliceert eerlijkheid in de samenwerking met mensen om je heen. Je hebt bijvoorbeeld een baan en die heb jij geaccepteerd omdat jij er beter van dacht te worden en je baas heeft je aangenomen omdat hij ervan uitgaat dat jij meer waarde toevoegt dan dat je kost. Een vrijwillige relatie is daarmee meestal een win-win situatie. Beide partijen gaan erop vooruit en daarom werken ze samen. Voorwaarde is daarbij dat er geen geweld wordt gebruikt tegen anderen en dat mensen zichzelf ook niet tekort doen om anderen te plezieren. Daar hoort ook bij dat je afziet van fraude en leugens om de uitkomst van de interactie te beïnvloeden. Als jij liegt tijdens het sollicitatiegesprek is dat een vorm van geweld. De werkgever zal je namelijk die baan geven en je loon uitbetalen op basis van de verkeerde informatie. Het is daarom een vorm van fraude en diefstal. Maar ook de werkgever kan het gesprek manipuleren. Bijvoorbeeld door te verzwijgen dat het bedrijf in de problemen zit en dat er waarschijnlijk binnenkort gereorganiseerd zal worden. In die situaties is er ook sprake van oplichting en er is dan geen sprake van vrijwillige samenwerking. Niet alleen in commerciële situaties is er sprake van vrijwillige samenwerking met wederzijds profijt. Als twee mensen een relatie aangaan dan kun je ervan uitgaan dat deze mensen uit vrije wil voor elkaar hebben gekozen. Ook daar is openheid over de onderlinge afspraken van belang. Als jullie afspreken dat je geen relaties erop na zal houden met anderen dan is dat net zo goed een geldige afspraak als in commerciële situaties. Mensen maken keuzes op basis van deze afspraken en als je je niet aan deze afspraken houdt dan kan dat schadelijk zijn voor anderen.
Om de win-win situatie te bereiken waarbij beide partijen profiteren van de samenwerking is ook egoïsme belangrijk. Het non-agressieprincipe zegt dat je geen geweld tegen anderen toepast, maar om het echt goed te laten functioneren zou je ook geen geweld tegen jezelf moeten toepassen. Je hoeft jezelf niet op te offeren voor anderen. Je zoekt dus naar die situaties waarbij je er zelf op vooruit gaat en je anderen ook kan helpen. Egoïsme heeft over het algemeen een negatieve bijklank. In de context van het non-agressie principe is rationeel egoïstisch handelen dat handelen dat wel in het eigen belang is, maar tegelijkertijd ook het belang van anderen niet schaadt. Ik heb een baan als docent dan doe uit egoïstische motieven. Ik vind het werk leuk en ik wil ook wat geld verdienen. Maar tegelijkertijd verbeter ik ook de situatie van anderen door het uitoefenen van mijn beroep. Degene die mij aanneemt en een salaris geeft, doet dat ook uit egoïstische motieven, want die heeft iemand nodig om het bedrijf draaiende te houden en de klant tevreden te houden. Beide partijen zijn beter af en er is niemand benadeeld. Van een dief of een fraudeur kun je ook zeggen dat deze egoïstisch is, maar hierbij beschadig je anderen. Vanuit het rationeel egoïsme is een motivatie die tegen het non-agressieprincipe ingaat geen optie. Alleen die acties waarbij beide partijen erop vooruitgaan worden in overweging genomen.
Je houdt dus ook rekening met je eigen wensen en je hoeft jezelf niet op te offeren om een ander te helpen. Denk aan een relatie, daarbij kiezen twee personen voor elkaar en beiden zijn beter af. Daarbij doen ze allerlei zaken om het elkaar naar de zin te maken. Maar het netto resultaat is dat je meer uit de relatie haalt dan je er in stopt. Gebruik dus geen geweld naar jezelf en doe geen dingen die ten koste gaan van jezelf. Dit sluit overigens niet uit dat je bijvoorbeeld geld geeft aan liefdadigheid. Als jij geld over hebt dan zou je dit weg kunnen geven. En daar zul je dan ook jouw motieven voor hebben en je vervult daarmee een behoefte die je zelf hebt. Maar dergelijke liefdadigheid moet niet zover gaan dat het je eigen bestaan en geluk in gevaar brengt. Er is wat dat betreft een verschil tussen liefdadigheid en jezelf tekort doen om een ander te plezieren. Opoffering en vrijwillige onderwerping horen in principe niet bij egoïsme, maar zorgen, helpen en liefhebben zijn wel goed te verenigen met egoïsme. Beide partijen zoude het gevoel moeten hebben dat ze erop vooruit gaan en er wordt dus niet ten koste van iemand gehandeld.
Het non-agressie principe volgen houdt ook in dat niemand zomaar geld af kan nemen van de rijken en dat aan de armen kan geven. Maar het is ook maar de vraag of dit nodig is omdat als je de juiste uitgangspunten kiest je ook zal komen tot de juiste resultaten. Armoedebestrijding wordt geassocieerd met afnemen van geld van de rijken door toepassing van dwang. Het lijkt erop dat de armsten er veel meer op vooruit gaan als je geld onder dwang van de rijken aan de armsten geeft. Maar dit geeft wel een vertekend beeld van de situatie. Stel dat je duizend euro afneemt per maand van een rijk iemand en daarmee betaal je de uitkering van een arm persoon. Wat zou er met dit geld gebeurd zijn als je dit geld niet had afgenomen? Dan had hij misschien een chauffeur aangenomen van dit geld of hij houdt wat vaker een groot feest. Hij had het ook kunnen sparen, maar dan had de bank het weer uit kunnen lenen aan een bedrijf om investeringen mee te doen. Allemaal zaken waarbij mensen hadden kunnen werken voor diezelfde duizend euro. En dan was die duizend euro uiteindelijk nog steeds bij een armer gezin terecht gekomen. De rijke persoon had dan in zijn eigen belang gehandeld, maar dit zou niet ten koste zijn gegaan van de armen. Het is wel belangrijk om de effectiviteit van inkomensoverdrachten dus niet te overschatten. Je kan er niet zomaar vanuit gaan dat de armsten er duizend euro op vooruit gaan door deze overdracht. In werkelijkheid is de effectiviteit lager dan dat. Dit is ook in overeenstemming met het uitgangspunt. Als de rijke zijn geld uitgeeft en daarmee iets koopt dan worden hij en de verkoper daar beter van.
Het uitgeven van geld en ruilen betekent steeds een verbetering van de welvaart. Als iemand heel veel geld dan heeft hij heel veel mensen beter af gemaakt. Dit laatste is helaas momenteel vaak niet het geval om dat het in de huidige situatie het niet eenvoudig is om echt rijk te worden zonder hulp van de overheid. Maar in het voorgaande doel ik op rijken die rijk geworden zijn door goed ondernemerschap en daarmee bijgedragen hebben aan de gemeenschap. En ik doel dus niet op mensen die rijk worden ten koste van anderen, doordat de overheid ze bepaalde privileges heeft gegeven.
Bij het herverdelen van inkomen is het volstrekt niet duidelijk of er uiteindelijk profijt is. De rijke is benadeeld terwijl hij niemand kwaad deed, en het voordeel voor degene zonder inkomen is ook niet duidelijk. De werkgelegenheid is immers afgenomen door deze ingreep. Nu kon deze persoon een maand thuiszitten en in zijn onderhoud voorzien en daarmee is hij wel een maand verder, maar geen stap verder vooruit.
Nu is het punt dat ik hiermee wil maken niet zozeer dat het effectief is als de rijken hun geld mogen houden. Het gaat hier namelijk om het morele punt dat gemaakt wordt ten aanzien van de toepassing van geweld. Dan is het goed om te beseffen dat het morele principes en de praktische oplossingen dezelfde zijn. Het morele principe is namelijk de uiteindelijke norm waartegen je de praktische consequenties beoordeelt. Als de praktische uitkomsten niet overeenstemmen met je morele principes dan is het goed om deze morele principes tegen het licht te houden. Vaak wordt er gezegd dat het mooi klinkt in theorie, maar dat de uitwerking niet deugt.
De overeenstemming tussen morele principes en praktische oplossingen is ook iets dat goed omgekeerd is toe te passen. Wat zijn eigenlijk de morele fundamenten van het huidige systeem? Welke grote lijn wordt er gevolgd en welke uitgangspunten kun je vinden in het gevolgde beleid. Worden principes consequent toegepast of gelden principes alleen voor bepaalde mensen en niet voor anderen? Als dat het geval is dan verval je tot willekeur en kun je alles recht praten wat krom is. Je kan dan alles draaien naar het principe wat je op dat moment het beste uitkomt.
Het non-agressieprincipe is gelijk voor alle mensen. Er is niet een klasse van mensen die aan bepaalde regels moet voldoen en weer een andere klasse mensen die weer aan andere regels moet voldoen. Voor iedereen gelden dezelfde regels. Voor een agent gelden dezelfde principes als voor een burger op straat. De agent heeft dan wel als taak om anderen te beveiligen dat wil nog niet zeggen dat de agent geweld mag gebruiken tegen onschuldige personen. De agent kun je bevoegdheden geven, maar je kan geen rechten weggeven die je zelf niet hebt. Jouw huis en eigendom mag je beschermen tegen buitenstaanders. En je kan daarom iemand inhuren die jij de bevoegdheid geeft om op te treden tegen criminelen die op jouw terrein komen. Maar je kan deze persoon nooit bevoegdheden geven die je zelf niet hebt. De personen die belast worden met beveiliging en verdediging van personen en eigendommen hebben dus ook niet de bevoegdheid om geweld te gebruiken tegen onschuldigen.
Geweld is er niet alleen in de vorm van openlijk geweld en is daarom niet altijd goed te herkennen. Iemand die geweld wil gebruiken zal over het algemeen slim te werk gaan. Degene die openlijk agressief is, wordt meestal al snel niet meer serieus genomen. Men zal liever frauderen en misleiden dan bijvoorbeeld openlijk met een pistool te zwaaien. Als iemand achter je geld aanzit dan zijn er heel veel meer mogelijkheden dan alleen de directe toepassing van geweld. Een combinatie van dreigen en bedrog is vaak zeer effectief. Zo kan een persoon of een instantie iemand onder dreiging van geweld ervan overtuigen dat je je geld over moet maken. Het inkleden met enig bedrog kan de diefstal echter veel effectiever maken. Je kan degene van wie je het geld steelt bijvoorbeeld wijsmaken dat je het geld zal gebruiken om daar allerlei goede zaken mee te doen. Als het slachtoffer denkt dat het gaat om liefdadigheid in plaats van om diefstal dan is het verzet veel minder en de kosten en risico van de diefstal zullen daardoor lager zijn. Naarmate de tijd vordert en er om je heen veel mensen zijn die in deze val trappen wordt het steeds lastiger om het geweld te herkennen. Denk bijvoorbeeld aan het geld dat uit het niets wordt gemaakt in de bancaire wereld. Geld uit het niets maken betekent dat de waarde van het geld verwatert en al het andere geld wordt daarmee iets minder waard. Spaargeld wordt steeds minder waard door het maken van meer geld. Met name de pensioenen hebben hier onder te lijden. Degene die het geld maken stelen geld van de mensen die geld gespaard hebben. Dit verhaal is echter ingekleed met hele ondoorzichtige theorieën. Verder accepteert iedereen dit systeem al tientallen jaren en daardoor lijkt het normaal. Het is lastig om zaken aan de orde te stellen die al vanaf je geboorte bestaan. De afschaffing van de slavernij is wat dat betreft een goed voorbeeld. Achteraf vindt iedereen slavernij belachelijk, maar in die tijd was slavernij vanzelfsprekend en waren de tegenstanders lange tijd in de minderheid. Ook daar waren er talrijke argumenten om de slavernij goed te praten. Als er geen slavernij zou zijn dan zouden de slaven verhongeren. De eigenaren van de slaven beschermden de slaven tegen geweld van buitenaf en geweld onderling. De slaven waren niet in staat om voor zichzelf te zorgen en zonder slavernij zou er wanorde en armoede heersen onder de slaven. Geweld is pas echt effectief als het mooi wordt ingekleed.
Vervolgens is de vraag hoeveel geweld je mag gebruiken tegen personen die wel geweld gebruiken. Er zijn hierbij twee uitgangspunten, je eigen veiligheid en de geleden schade. Als iemand je bedreigt dan mag je alle middelen inzetten om je eigen veiligheid te garanderen. Verder kun je daarna maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat je schadeloos gesteld wordt. In beide gevallen is het niet eenvoudig om een duidelijke norm te stellen ten aanzien van de hoeveelheid geweld die gepast is. Als je s’nachts een inbreker in je huis vindt dan lijkt het mij een terechte aanname dat dit een levensbedreigende situatie is en daarom is reageren met levensbedreigend geweld ook passend. Anders is het als de inbreker op de vlucht slaat, dan is er geen levensbedreigende situatie meer en komt de nadruk te liggen op de schadevergoeding. Ten aanzien van de schadevergoeding is wel voorgesteld dat een crimineel voor ongeveer twee keer het schadebedrag en de proceskosten een schuld heeft naar het slachtoffer. Als een crimineel een tv steelt dan is het gepast als hij ook eenzelfde waarde verliest als straf. Naast zijn straf moet hij dan ook nog de kosten van de tv vergoeden aan het slachtoffer en verder moet hij de kosten van het proces betalen. Dit geeft enigszins een indicatie van wat proportioneel geweld is bij overtreden van het non-agressieprincipe.
Hieruit volgt ook dat voor een misdaad altijd een slachtoffer nodig is. Volgens het non-agressieprincipe is een misdaad het initiëren van geweld. Als er geen slachtoffer is dan is er ook geen misdaad. Denk bijvoorbeeld aan de handel in drugs of prostitutie. Zolang alle partijen handelen uit vrije wil is er volgens het non-agressieprincipe geen misdaad. De schadelijkheid van de acties voor de persoon zelf maken het geen criminele actie. We gaan uit van zelfbeschikking en je mag dus zelf bepalen wat je doet met je lichaam. Een ander heeft dus geen recht om geweld te gebruiken om je te beschermen tegen jezelf. Als jij hard-drugs gebruikt dan is dat zeker schadelijk voor je en onverstandig, maar dit is geen reden om iemand naar de gevangenis te sturen. Het is uiteraard wel heel goed denkbaar dat de omgeving hulp en steun biedt aan een verslaafde om hem te helpen van zijn verslaving af te komen. Een verslaafde heeft vaak hulp nodig, maar van enige criminaliteit is hier geen sprake.
Het non-agressieprincipe is eenvoudig in de basis, maar het kost de nodige tijd om het op je in te laten werken. Het heeft vergaande consequenties en het is logisch dat je die niet zomaar ineens accepteert. Een goede oefening om te wennen aan dit principe is dat je om je heen kijkt naar de dagelijkse problemen. Ga vervolgens bij jezelf na bij welke problemen je geweld toe moet passen tegen onschuldigen om het op te lossen of zijn er alternatieven gebaseerd op vrijwillige samenwerking. Zoek naar de mogelijkheden voor vrijwillige samenwerking waarbij je allemaal beter af bent. Misschien kom je vervolgens tot de conclusie dat het echt niet anders kan en dat geweld echt noodzakelijk is. Maar dan ben je er wel bewust van dat er geweld wordt gebruikt. En als het goed is zal je met de nodige tegenzin instemmen met geweld tegen mensen die onschuldig zijn. Als je eenmaal beseft dat er heel veel dwang is in deze maatschappij dan is het nog een grote stap om voor te stellen hoe het zal gaan als deze dwang ontbreekt. Dat kost voor de één meer tijd dan voor de ander.
Ik ken iemand die twintig jaar geleden gefascineerd raakte door het non-agressieprincipe. Hij heeft daar jarenlang mee rondgelopen, over nagedacht en over gelezen. En pas enkele jaren terug kwam hij tot de conclusie dat het echt mogelijk is om het non-agressieprincipe op alle menselijke interacties toe te passen. Of je uiteindelijk zelf helemaal het libertarisme omarmd is uiteraard aan jezelf. Maar ik denk dat voor iedereen het non-agressieprincipe een morele richtlijn kan zijn om mee te wegen in je beslissingen. Geweld tegen onschuldigen mag nooit vanzelfsprekend zijn.
Wikipedia:
http://en.wikipedia.org/wiki/Non-aggression_principle









Doorsturen
Printen






Ondanks dat het een lang verhaal is, komt het wel aardig overeen met mijn gedachten en zou het handig zijn het verkort samen te vatten. Een mens is in principe niet slecht maar omstandigheden veranderen dat wel eens. onder invloed van drank, verdovendemiddelen, armoede, agressief karakter, op opgezet door anderen om met geweld hun eisen kracht bij te zetten.
Iemand die onder invloed van drank en opgezweept door anderen ons huis ernstig beschadigde, en met een groot mes mijn leven bedreigde. Door rustig te blijven ( heb veel aan vechtsporten gedaan) en op hem in te praten kreeg ik hem rustig, maar als dat niet gelukt was had hij het niet overleeft, zo zit ik wel in elkaar. Dat is overlevingsdrang en dan heb je jezelf niet helemaal onder controle en helemaal niet om te denken van hoe kan ik mijn schade straks verhalen.
Toen de politie kwam waar hij mee ging vechten ben ik rustig alle vernielingen op te ruimen, schilder bellen voor nieuw glas.
Het vreemde is dat ik deze jongeman daarna zelfs nog vrijgeplijt heb door hem te steunen. En de veroorzakers die hem aangezet hadden lopend lachend rond.
Zo eenvoudig als zelfbeheersing in een normale situatie is, zo kan het ook uit de hand lopen, en mooie gedachten hoe het zou moeten zijn kun je dan wel vergeten. Onmacht maakt mensen agressief !!!!
pcrs [2] reageerde op deze reactie.