woensdag, 26 januari 2011
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Middenstand

De middenstand heeft het zwaar. Loop door een willekeurig winkelcentrum en de lege plekken springen je tegemoet. In de Verenigde Staten schijnt het nog erger te zijn. President Obama kwam daar weer met een plan om de economische druk op de middenklasse te verminderen. Dat klinkt dan ongeveer zo: “The middle class has been under assault for a long time. … We’ve just come through what was one of the most difficult decades the middle class has ever faced.”  De term middenklasse wordt regelmatig ge/misbruikt door politici. Maar wat zit er achter die term en bestaat de middenklasse wel ?
Er zijn twee bekende en beproefde theoretische ontwerpen die een politieke gemeenschap vorm kunnen geven: marktliberalisme en een contractsamenleving. Die beide soorten variëren enorm in hoe de politieke macht gezien en georganiseerd wordt. Beiden waren het er echter over eens dat het individue de toetssteen van iedere politieke regeling moet zijn.

Dat was de dominante overtuiging tot de opkomst van het theoretische socialisme en het begin van de moderne staatretoriek. Karl Marx en zijn volgelingen argumenteren alleen in groepen mensen. Zij geloven dat de geschiedenis gemaakt wordt door de interesses en ambities van sociale klassen en niet door individuele overtuigingen.

Toen men er achter kwam dat hun theorie tot niets leidde, wijzigden de socialisten hun concept naar een meer praktische aanpak. Van een revolutionair perspectief naar het verwerven van macht en controle in hun streven om individuele vrijheid in te perken. De opvolgers van het 19e eeuwse socialisme en totalitarisme wierpen zich op als verdedigers van onderdrukte sociale groepen. Maar in feite zetten zij een mechanisme in werking dat onderdrukking van de minderheid over de meerderheid bewerkstelligde.

Klassieke liberalen gaan er van uit dat sociale ordening het resultaat is van individuele actie. De samenleving is de optelsom van gezamenlijke individuele bewegingen. De gemeenschap veranderd omdat individuele doelen, interesses en overtuigen regelmatig wijzigen. Als je deze evolutie ziet als iets dat alleen door sociale klassen wordt veroorzaakt, maak je je schuldig aan groepsdenken en generalisatie. En dat leidt niet zelden tot faliekant verkeerde conclusies en averechtse ‘maatregelen’.

President Barack Obama gelooft dat hij met één pennestreek de economische welvaart van miljoenen Amerikanen kan verbeteren. ‘We vechten om een economie te bouwen waarin de middenstand het zich kan veroorloven om hun kinderen naar de universiteit te sturen, een huis te kopen, te sparen voor hun pensioen en een bepaalde vorm van economische zekerheid te bereiken als hun werkende bestaan voorbij is.’

Sociale klasse is een contradictio in terminis. Socialisten moeten verklaren waarom individuen, voordat ze opgaan in sociale klassen, afwijkende belangen hebben dan hun toekomstige collectieve groepen. Maar socialisten hebben deze theoretische horde nooit kunnen nemen. Het enige wat ze deden was zeggen dat er individuele interesses bestaan en dat dit in wezen slecht is.

Daartegenover geloven klassieke liberalen dat de samenleving verandert als de individuele belangen veranderen. Ze hoeven niet te weten wat voor specifieke interesses er bestaan op welk tijdstip. Het is het resultaat dat telt en het loopt altijd goed als de samenleving vrij is en de menselijke actie niet gepland wordt. Je kan simpelweg geen sociale klassen hebben omdat mensen gewoon onvoorspelbaar zijn en evolutie een individuele zaak is. Elke referentie aan sociale klassen, inclusief de middenstand, is gewoon politieke oplichterij.

Het concept van de middenstand houdt in dat er collectieve belangen zijn in het midden van de sociale hiërarchie die nooit veranderen en bewaakt moeten worden door een politieke autoriteit. Om de economische kracht van een fictieve sociale groep te bevorderen, houdt in dat de, in wezen overbodige, staat moet ingrijpen en de persoonlijke vrijheid verder moet beperken. De mensen die de klassemythe propageren zijn diegene die er van profiteren. Mensen laten geloven dat ze in een statische klasse zitten, een kaste van waaruit je niet kunt ontsnappen. Politici gebruiken dit om het idee van een vergaande herverdeling op allerlei terreinen verder te verspreiden, groepen tegen elkaar op te zetten en er zelf beter van te worden.
 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Algemeen, Cultuur, Vrijheid
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. pcrs schreef op : 1

    trickle up poverty heeft de middenklasse wel bereikt denk ik zo

  2. Ron Arends schreef op : 2
    Ron Arends

    De overheid heeft geen geld. Geen geld voor mooie plannen en geen geld om de eigen ambtenaren te betalen. Het enige middel dat ze hebben om aan geld te komen, is door het af te pakken van de een, om het vervolgens te geven aan een ander. Dit heet belasting en de bevolking trapt er nog in ook.

    Als een soort wet van de communicerende vaten betekent dit dat als de president een bepaalde klasse wil bevoordelen, een andere klasse de klos is. Zwaar de klos is, want niet alleen de bevoordeelde klasse krijgt geld, maar ook de ambtenaren die met dit Verdeel-en-heersch proces zijn betrokken.

    Meer geregel betekent een immer groeiende overheid. De grap is dat iedereen beter af zou zijn als de overheid niets zou regelen. Het voordeel is het equivalent van alle ambtenarensalarissen (plus onzinnige kosten als oorlogen en dergelijke) gedeeld door de bevolking.

  3. Nico de Geit schreef op : 3

    ‘We vechten om een economie te bouwen waarin de middenstand het zich kan veroorloven om hun kinderen naar de universiteit te sturen, een huis te kopen, te sparen voor hun pensioen´

    Wat vaak vergeten wordt is dat mensen zich met anderen vergelijken. Als iedereen in een klein hutje woont en jij in een caravan, ben jij de koning. Althans, dat wordt door velen zo ervaren. Daarom haten ze de persoon in de caravan voortaan ook. De persoon in de caravan dacht dat anderen hem aardig zouden vinden, maar dat was een misvatting. Mensen kunnen goed samen werken, maar beconcurreren elkaar ook.

    Als mensen een grotere auto willen rijden dan de buren, prima. Laat ze ervoor gaan werken. Obama gaat daar niet over. Hoe zat dat ook alweer met Hitler en de zegeltjes voor zijn VW Kever? Hoe liep dat af?