donderdag, 3 februari 2011
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Ingezonden: Geluksbevordering is geen overheidstaak

Dit is een ingezonden bijdrage bedoeld ter discussie. Vrijspreker.nl
staat niet per se achter de meningen die erin verkondigd worden.

Geluk is een subjectief begrip dat per persoon en per moment verschilt (Miller, 2008). Ook Von Mises stelde in 1949 al vast dat er geen mogelijkheid is om het geluk van verschillende mensen of van dezelfde mensen op verschillende tijden te vergelijken en te meten. Kahneman en Tversky (2000) wisten echter geluk te relateren aan hersenactiviteit en ook Layard (2005) stelt dat  geluk meetbaar is.

Voortbordurend op de aanname dat geluk wel degelijk meetbaar is zal in dit essay de vraag worden beantwoord of de overheid zich geluksbevordering ten doel dient te stellen, en wat de gevolgen voor de samenleving zijn wanneer zij dat daadwerkelijk zal doen.  Om deze vraag te beantwoorden zal worden ingegaan op drie standpunten van Richard Layard over geluksbevordering.

Rat race
Layard ziet statuscompetitie als een ‘rat race’ waarbij altijd verliezers zijn die erg ongelukkig worden van hun verlies. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij pleit voor belasting op bepaalde reclame en een stelsel van progressieve belastingheffing, hetgeen hij beschouwt als een rem op de jacht naar meer inkomen en bijbehorende statuscompetitie. Wanneer de overheid zich geluksbevordering ten doel stelt, dient deze dus statuscompetitie te ontmoedigen middels progressieve belastingheffing. Maar leidt competitie niet juist tot welvaart? Als geluk relatief is, is het dan niet juist competitie dat het beste in de mens naar boven haalt? En zo ja, leidt ontmoediging van competitie dan niet tot economische achteruitgang? Het moge duidelijk zijn dat Layard, zoals hij zelf ook meermaals heeft bevestigd, economische groei als ondergeschikt aan geluksbevordering beschouwt.

Geluk is relatief
Volgens Layard is het geluk van een bepaalde persoon afhankelijk van het relatieve inkomen ten opzichte van dat van mensen in zijn of haar sociale omgeving. Persoon A kan erg ongelukkig worden wanneer zijn buurman, persoon B, een duurdere auto koopt dan dat hij ooit zou kunnen betalen. Wanneer de overheid zich geluksbevordering ten doel stelt, kan persoon A dus bij de overheid aankloppen om te voorkomen dat persoon B een duurdere auto dan hijzelf koopt, want dat zou persoon A immers erg ongelukkig maken. Het is de vraag of dergelijke situaties nastrevenswaardig zijn. Om het geluk van persoon A te bevorderen dient niet de dure auto van persoon B te worden verboden, maar dient persoon A de vrijheid te hebben om te werken voor eenzelfde auto.

Vrije tijd
Layard deelt de tijdsbesteding van het leven in in arbeid en vrije tijd. Omdat vrije tijd mensen enorm gelukkig maakt, pleit hij voor een hogere belasting op inkomen om vrije tijd ten opzichte van inkomen goedkoper te maken. Daar waar arbeid leidt tot productiviteit en productiviteit tot welvaart zal het ontmoedigen van arbeid leiden tot economische achteruitgang, net als de eerder genoemde progressieve inkomstenbelasting. Verder brengen de meeste vormen van vrijetijdsbesteding kosten met zich mee. Kosten die, inderdaad, alleen betaald kunnen worden door te werken.

Conclusie
Het is ironisch dat juist alle maatregelen die Layard wil doorvoeren om geluk te bevorderen leiden tot een buitengewoon ongelukkige samenleving. Geluksbevordering dient volgens hem te geschieden middels hogere belastingen en ontmoediging van arbeid en competitie. Om dergelijke denkbeelden door te voeren dient de overheid te sterk aanwezig te zijn in het dagelijks leven van haar burgers. Er is meer controle nodig om te zien of mensen niet teveel werken, meer controle om te meten hoe gelukkig mensen zijn, meer controle op reclame en meer controle op zwart werken.

Niet geheel onterecht bestempelt Steele (2006) Layard dan ook als een socialistische utilitarist die onder de noemer sociale wetenschap zijn ideologie probeert te verwezenlijken. Het valt zeer te betwijfelen of al deze vrijheidsbeperkingen daadwerkelijk zorgen voor een toename in geluk. Veenhoven (2000) stelt juist dat meer vrijheid tot meer geluk leidt.

Bovendien zijn Layards ideeën waarin hij arbeid wil ontmoedigen en competitie wil verminderen schadelijk voor de economie. Ondanks dat Layard economische groei als ondergeschikt beschouwt aan geluksbevordering, is het juist zo dat meer geld tot meer geluk leidt (Wolfers en Stevenson, 2008). Ook Friedman (2005) komt tot de conclusie dat economische groei van essentieel belang is voor geluk omdat mensen zich bij het beoordelen van hun eigen geluk vergelijken met de levensstandaard van de generatie voor hen.

Alleen een vrije samenleving zonder grote controlerende overheid kan dus tot meer geluk leiden. Zo stelt Barrotta (2008) dat alleen autonome individuen de mogelijkheden hebben om te bepalen wat ze gelukkig maakt en dat beleid zich zou moeten richten op individuele vrijheid omdat vrijheid leidt tot meer geluk, zoals ook Veenhoven (2000) al stelde. In de Amerikaanse Grondwet wordt per slot van rekening niet voor niets gesproken over het recht op de ‘pursuit of happiness’ in plaats van een recht op ‘happiness’ an sich.
Geluksbevordering is dus geen overheidstaak.

Ingezonden door RH

————————————————————-

Referenties:

Barrotta, P. (2008). Why economists should be unhappy with the economics of happiness.                Economics and Philosophy, 24, 145-165.

Eberling, R.M. (2007). The new happiness economics: an Austrian critique. Beschikbaar:
mises.org

Friedman, B.M. & Myers, J.J. (2005). The moral consequences of economic growth. Knopf.

Kahneman, D. & Tversky, A. (2000). Choices, values and frames. Cambridge University Press, 673-692.

Layard, R. (2005). Happiness: Lessons from a new science. Penguin Books.

Miller, A. (2008). A critique of positive psychology-or ‘the new science of happiness’. Journal of                Philosophy Education, 42, 591-608.

Steele, G.R. (2006). Richard Layard’s happiness: Worn philosophy, weak psychology, wrong method               and just plain bad economics! Political Quarterly, 77, 485-492.

Stevenson, B. & Wolfers, J. (2008). Economic growth and subjective well-being: Reassessing the                Easterlin paradox. Brookings Paper on Economic Activity, 1, 1-102.

Veenhoven, R. (2000). Freedom and happiness. A comparative study in 46 nations in the early                1990’s. MIT Press, Cambridge, 257-288.

Von Mises, L. (1949). Human Action. Yale University Press. 621.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Algemeen, Filosofie, Ingezonden, Overheid, Vrijheid
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Eddie Willers schreef op : 2

    Die ‘onderzoeker’ lijkt zo weg gelopen uit ‘Atlas Shrugged’. Bij mij lopen de rillingen in ieder geval over de rug als ik het lees. Hoe naïef kan iemand zijn???

  2. Doompie schreef op : 3

    Het vervelende aan dit soort drogonderzoeken is dat het waarschijnlijk door instanties als de EU met 2 armen wordt omsloten, in de lucht wordt gestoken, en gepropagandeerd om uiteindelijk te worden geimplementeerd.

    Eng persoon die dit soort conclusies maakt..

    Ratrace:
    Competitie stimuleert juist geluk, waarom gaan mensen anders vrijwillig competitief sporten?
    Omdat het geluk van de overwinning, de teleurstelling van verlies exponentieel overtreft..

    Geluk is relatief
    Hier haalt deze ‘onderzoeker’ emoties door elkaar.
    Jalouzie is geen synoniem van ongelukkig.
    Daarbij kan buurman B helemaal gelukkig worden met een ritje in de bolide van de buurman A..

    Vrijetijd
    Daar slaat hij volledig de plank mis, door meer inkomstenbelasting te heffen, dus minder bestedings ruimte te creeren, wordt vrijetijd goedkoper??
    wie volgt deze logica uberhaubt?
    Het enige wat dit bereikt is werken nog minder lucratief maken.
    En dus contraproductief werkt..

    sterke conclusie!

    Hoc Voluerunt [5] reageerde op deze reactie.

  3. Overnight schreef op : 4

    niets ingrijpen, geeft het meeste geluk.

  4. Hoc Voluerunt schreef op : 5
    Hoc Voluerunt

    @Doompie [3]:
    Vrijetijd
    Daar slaat hij volledig de plank mis, door meer inkomstenbelasting te heffen, dus minder bestedings ruimte te creeren, wordt vrijetijd goedkoper??
    wie volgt deze logica uberhaubt?
    Het enige wat dit bereikt is werken nog minder lucratief maken.
    En dus contraproductief werkt..

    Daar kon ik ook echt de logica niet van inzien.
    Als je die wel ziet moet je haast wel een enorme klap van de molen hebben gehad.

  5. Reteip schreef op : 6

    @monkey [1]:

    Heh, blij dat ik begin 9-2009 een nieuw paspoort had gehaald! Je kan er donder op zeggen dat alle opgeslagen vingerafdrukken ook daadwerkelijk bewaard worden (ipv vernietigd samen met de database). Zo hebben ze toch even 3/4 vd nederlanders in het ootje genomen (het duurt vast nog minstens een jaar voordat die database verdwijnt, ALS die al verdwijnt).

    Doompie [7] reageerde op deze reactie.

  6. Doompie schreef op : 7

    @Reteip [6]:

    Precies ALS die al verdwijnt..

    Het enige wat de partijen zeggen:
    De mening is aangepast van:
    Ja, mits…
    naar Nee, tenzij..

    Volgens mij staat hier precies het zelfde..

    Als aan de voorwaarden wordt voldaan gaat nee dus niet meer op, en wordt ja direct geldig.

    Gramaticale draaikonten politiek..