zaterdag, 19 februari 2011
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Hans Hermann Hoppe (4)

Het boek “Democracy – the God that Failed” vergelijkt onder meer democratie met haar voorganger, monarchie. In een voorgaand artikel heb ik een begin gemaakt met deze vergelijking, in dit artikel ga ik daarmee verder.

Een belangrijk verschil tussen monarchie en democratie is gelegen in de manier waarop het territorium kan worden uitgebreid. Ervan uitgaande dat iedere bestuursvorm streeft naar groei, kunnen we hiermee beoordelen welke vorm van uitbreiding het meest schadelijk is. Een monarchie kan groeien door strategische huwelijken van de heersers. Deze vreedzame optie die geen andere slachtoffers maakt dan eventueel ongelukkig uitgehuwelijkte prinsessen staat niet open voor een democratie. Een monarchie kan net als een democratie een oorlog ontketenen om het doel van territorium uitbreiden te realiseren. Voor een democratie is oorlog de enige manier.

Veel oorlogen uit het verleden gevoerd door een monarchie waren volgens Hoppe relatief beperkte conflicten. Beperkte hoeveelheden specialistische strijders gingen een strategische strijd aan. Tijdens een oorlog ging de handel tussen de oorlogvoerende naties ook vaak gewoon door. Een oorlog was veel eerder een strijd tussen monarchen dan tussen landen, de bevolking interesseerde zich er veel minder voor en was ook veel minder dan thans onderdeel van de strijd. Omdat het als een hobby van de monarch werd gezien was de bevolking niet bereid tot het brengen van grote offers. Een monarch kon de belastingen gedurende een oorlog ook niet teveel verhogen omdat hij dan alles riskeerde en door het volk kon worden afgezet. Oorlogen eindigden dus meestal niet met een totale vernietiging van de tegenstander maar met de overdracht van een stuk land.

De Franse revolutie van 1795 veranderde de oorlogvoering. Doordat er sprake was van een publiek domein in plaats van een privé domein werd de bevolking meer dan voorheen bij de oorlog betrokken. Oorlog werd niet langer gezien als een hobby van monarchen. Maar als een inspanning van een heel volk. Hetzelfde gold voor de Amerikaanse burgeroorlog. Ook hier werd de bevolking meer dan voorheen betrokken bij het geweld. De eerste wereldoorlog is een van de grote keerpunten in de wereldgeschiedenis. Er werd in Europa definitief afgerekend met monarchie. De keizerrijken van Duitsland, Oostenrijk – Hongarije en Rusland gingen ten onder. Het eigenbelang van deze monarchieën zorgde ervoor dat al in 1916 vredespogingen werden ondernomen. Die mede door de dreigende inmenging van de Verenigde Staten niet tot een succes werden. Het gevolg van deze inmenging van de VS was dat dit een totale oorlog werd tot het einde. Hoppe stelt dat als het aan de monarchen had gelegen deze de oorlog uit eigenbelang al veel eerder hadden beëindigd.

In de tweede wereld oorlog hebben we goed kunnen zien waar een publieke oorlog toe kan voeren. Door de dienstplicht die bij democratieën in tijden van oorlog eerder norm dan uitzondering is kon over een groot reservoir van kanonnenvoer worden beschikt. De soldaat was niet langer een schaarse professional die veel geld kostte om op te leiden. Dienstplicht maakte de soldaat zeer goedkoop met als gevolg dat er velen konden sneuvelen. Democratie maakt oorlog bloediger. Door de oorlog tot een publieke zaak te maken is eenieder die de hogere belastingen niet betaalt of de dienstplicht ontduikt een landverrader. Hetgeen het agressie niveau ten opzichte van de eigen bevolking verhoogt.

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

Toelichting:

Downloadbare versie van het boek alhier.

Dit betrof een deel van de inleiding en het eerste hoofdstuk van “Democracy – the God that Failed”.

Ik heb zelf wat moeite met Hoppe’s behandeling van monarchie, voor de hand liggende nadelen zoals inteelt en genetische aftakeling van de heersende elite worden door Hoppe genegeerd. Daarnaast was lang niet iedere oorlog uit het verleden een “frische frohliche Krieg”. De 30 jarige oorlog was niet echt een zegen voor de lokale bevolking. De oorspronkelijke bewoners van Zuid Amerika waren in de ogen van de monarchen weinig meer dan ballast in de zoektocht naar goud en zilver. Slavernij beleefde een bloeiperiode onder diverse monarchen. En zo zijn er nog wel meer dingen in te brengen die niet echt voor de monarchie pleiten. Ik moet wel  zeggen dat ik verrast ben door de hoeveelheid positieve punten die er toch aan een monarchie kunnen kleven. Tenminste, indien men het vergelijkt met de staatsvorm democratie.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Algemeen, Boekbespreking, Filosofie
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. .M schreef op : 1

    Hmm. Ik ben weliswaar geen historicus maar toch lijkt me dat heel wat monarchien fameuze oorlogen hebben gevoerd, zowel binnen Europa, als later in de koloniale tijd. Volgens mij waren zowel Engeland, Frankrijk, Nederland, Spanje en Portugal monarchien ten tijde van de kolonisatie van zowel Amerika, Afrika als (delen van) Azie.
    Ik zie de flaws van een democratie wel, maar ik vrees dat HHH nu uit wrok tegen de democratie, dan maar een ander en bijna even erg systeem gaat ophemelen met kromme argumenten.

    Punt is nl. dat we hetzij geen staat nodig hebben, hetzij een minimalistische (minarchie) en dat de meeste beslissingen die genomen worden, weer bij het individu horen te liggen. Of een overheid een monarchie of een democratie is, kan me niet zoveel schelen als ze zich niet de bevoegdheid toeeigent om zich overal mee te bemoeien, van wat ik eet, over wie ik in dienst moet nemen, tot hoeveel sexpartners ik mag hebben en zelfs aan wie ik mijn centen mag nalaten etc.

    In een staat waarin alleen nog maar een leger is en een hoogerechtshof (de lagere rechtbanken zijn immers ook geprivatiseerd, net als de politie), en waarin de kosten van justitie door de verliezende partij gedragen worden en waarin het leger (wat in wezen mensen hun onroerend goed beschermt, immers de rest is liquide en daarmee kan iemand vluchten) gefinancierd wordt door een vastgoedbelasting van 0,3% per jaar, valt eigenlijk verder niet veel te beslissen.
    Dus om de 4 jaar verkiezingen van president, minister van justitie en minister van defensie (en de staatssecetaris van financien wordt aangesteld door de president). Wat mij betreft geldt hier een cijnskiesrecht. De betaalde belasting -de 0,3% op vastgoed volstaat voor een leger- bepaalt hoe zwaar je stem weegt.

    Maar zelfs als het “gewoon” democratisch gaat, kan het me niet veel schelen mits de bevoegdheden van de staat constitutioneel enorm ingeperkt zijn en de overheid (monarch of gefrustreerde buurman) sowieso niets kan invoeren als een rookverbod, wapenverbod, maximumsnelheid, onderwijsplicht, ziektekostendwangverzekering, pensioendwangverzekering, inkomstenbelasting, diensplicht, minimumloon, allochtonenquotum, dwanginentingen etc.
    Als de staat sowieso bijna niks te zeggen heeft, maakt het me in wezen ook niet zoveel uit hoe er beslist wordt wie er mag beslissen.

    Cruciaal is dus niet monarchie versus democratie of cijnskiesstelsel, maar vooral een grondwet die de bevoegdheden van een staat tot het absolute minimum herleidt (in wezen niet veel meer dan handhaving van het NAP).

    The Red Pill [2] reageerde op deze reactie.

  2. The Red Pill schreef op : 2

    @.M [1]:

    als ik het me goed herinner maakt HHH in zijn boek tamelijk duidelijk dat hij – als Anarcho-kapitalist (!) – zeker niet voor Monarchie is, maar dat het in vergelijking met de thans bijna heilig verklaarde Democratie helemaal zo slecht nog niet is/was.