zaterdag, 5 februari 2011
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Hoppe (2) Tijdspreferentie

De tijdspreferentie van consumptie krijgt een centrale plaats in het boek “Democracy – the God that Failed”. Wat houdt dat nu precies in?Waarom zijn goederen schaars?

Omdat iemand goederen nodig heeft om te overleven. Zonder consumptie kan je niet in leven blijven, en om goederen te produceren heb je tijd nodig. Omdat we sterfelijk zijn, zijn goederen schaars. Derhalve zullen huidige goederen meer gewaardeerd worden dan latere. Neem als voorbeeld Robinson Crusoë. Als er geen tijdsvoorkeur was dan zou hij gaan voor maximale productie. En zou hij geen net bouwen maar een vistrawler omdat dat de meest efficiënte manier is om vis te vangen. Lang voordat de trawler klaar was zou hij echter wegens voedselgebrek zijn overleden. Wil men in de toekomst meer goederen kunnen produceren dan zal men eerst moeten sparen. Dan investeren. En vervolgens moet aan de voorwaarde voldaan worden dat de waardering van de toekomstige goederen groter is dan de hoeveelheid huidige producten op te offeren en de benodigde investering. Vooruitgang hangt dus samen met de mate waarin men bereid is af te zien van huidige consumptie ten gunste van toekomstige consumptie.

De tijdspreferentie is ook prima in verband te brengen met iemands leven. Als kind leef je vooral voor het heden en is het lastig om aan de toekomst te denken. Naarmate men ouder wordt is men bereid meer te investeren. Men koopt een huis, sticht een gezin. Als men niet lang meer te leven heeft zal men als bejaarde weer meestal een sterke tijdsvoorkeur voor het heden hebben. Tenzij het mogelijk is goederen en zaken over te doen aan kinderen / kleinkinderen.

Naast levensfase spreekt ook bijvoorbeeld de persoonlijkheid een woordje mee. De tijdspreferentie is niet voor eenieder hetzelfde. Je hebt dronkaards die slechts denken aan een volgende fles. Je hebt zeer nijvere mensen die veel sparen. Hoe minder er sprake is van tijdsvoorkeur hoe meer er zal worden geïnvesteerd. Er is een samenhang te leggen tussen beschaving en tijdspreferentie. Hogere vormen van beschaving zijn slechts mogelijk indien er surplussen gegenereerd worden. Hoppe gaat hier een stuk verder dan veel andere wetenschappers. Hij betrekt de gevolgen van een toenemende tijdsvoorkeur voor de beschaving bij zijn verhaal. Zoals een jongen een man wordt is het mogelijk een beschaving te laten groeien. Degenen die zorgen voor toenemende welvaart zullen door de toenamen in vrijwillige transacties de maatschappij ook verheffen. Door hogere besteedbare inkomens is het mogelijk dat de levensverwachting toeneemt door betere voeding en gezondheidszorg. Waardoor de tijdspreferentie in de maatschappij kan afnemen en het nastreven van lange termijn doelen vaker zal plaatsvinden.

In een voetnoot wordt Edward Banfield aangehaald die als socioloog onderzoek deed naar de onderklasse van de samenleving. Banfield stelt dat de tijdspreferentie de oorzaak is van de problemen van de onderklasse. Het onvermogen om lange termijn te plannen is oorzaak van problemen als tienerzwangerschappen, drugs en alcohol verslaving, geweld, etcetera.

De invloed van staatsinrichting op tijdspreferentie wordt in een volgend artikel behandeld.

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

Toelichting:

Downloadbare versie van het boek alhier.

Dit betrof een deel van de inleiding en het eerste hoofdstuk van “Democracy – the God that Failed”. Enkele Hoppe aanhangers proberen de interesse voor Hoppe in dit land toe te laten nemen. Een van de middelen daartoe zijn boekbesprekingen. Ook proberen ze zaken te vertalen.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Boekbespreking, Filosofie
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. pcrs schreef op : 1
    pcrs

    moeilijk om allemaal te behandelen, maar vaak komt als tegenwerping dat ik niet altijd iets nu prefereer over de toekomst. Zo kan ik een ijsje liever in de zomer willen dan nu. Ik wil ook niet al het eten dat ik het komende jaar ga willen, nu al bezorgd hebben. Kennelijk geef ik de voorkeur aan een euro nu ipv een banaan nu, omdat ik voor de euro over een paar weken een banaan kan kopen.

    Ratio [2] reageerde op deze reactie.

  2. Ratio (auteur van dit artikel) schreef op : 2
    Ratio

    @pcrs [1]:

    Het ijsje voorbeeld moet je volgens mij zo zien:
    Het is winter en je bent met een schaatstocht bezig en komt een koek en zopie tent tegen. Wat waardeer je op dat moment meer, nu een kop warme erwtensoep of over een half jaar in de zomer een keer een ijsje? En omgekeerd, het is zomer, je hebt een stadswandeling in de hitte gemaakt en je hebt de keuze nu een soft ijsje te nemen, of tot de winter te wachten en dan als er mogelijk ijs is een keertje een kop soep bestellen. De keuze is dan helder.

    Mbt het eten voorbeeld. Er speelt ook de wet van het afnemende grensnut. De eerste banaan is lekker, de tweede gaat er ook nog wel in, maar om nu op een dag 365 bananen te ontvangen gaat wat ver. Na 4 bananen waardeer je de vijfde niet meer. Hier is dus een afweging tussen tijdspreferentie en afnemend grensnut van iedere volgende consumptie eenheid.

    pcrs [3] reageerde op deze reactie.

  3. pcrs schreef op : 3
    pcrs

    @Ratio [2]: Meestal wordt gezegd dat een ijsje nu in de winter en een ijsje straks in de zomer, niet hetzelfde produkt is.
    Voor het afnemende grensnut kun je ook weer problemen opwerpen. Elke opeenvolgende banaan die je krijgt is je minder waard. Maar stel dat je een cake wilt bakken waarvoor je 4 eieren nodig hebt, dan zal ei 1 je niet gelukkig maken, ei 2 niet, maar schiet je geluk bij ei 4 omhoog. Er lijkt dan sprake van een toenemend ipv afnemend grensnut. Ook hier wordt gezegd dat een eenheid van 4 eieren, niet hetzelfde produkt is als 4 losse eieren.
    Ik denk dat je ook zo naar de honger situatie moet kijken: Als ik nu honger heb, zie ik liever een banaan nu dan later (time preference). De volgende 60 bananen nu zijn niet te vergelijken me de volgende banaan over een week als ik weer honger heb.

    Katjong [4] reageerde op deze reactie.
    Ron Arends [6] reageerde op deze reactie.

  4. Katjong schreef op : 4

    @pcrs [3]:
    Inderdaad, die volgende 60 bananen nu zijn te vergelijken met banaan 2 t/m 61 over een week.

    Over die banaan en die euro uit reactie 1: Die euro nu is meer waard dan die euro over een week. Ook die banaan nu is meer waard dan die banaan over een week. Je kan nu een euro prefereren boven een banaan. Wat je over een week prefereert, weet je niet zeker, want dat moment is nog niet hier en de toekomst is onzeker. (In casu hyperinflatie overmorgen, zou ik over een week liever een banaan dan een euro hebben. Ook al denk ik nu dat ik over een week liever een bananen-milkshake dan een banaan zou willen hebben.)

    pcrs [5] reageerde op deze reactie.

  5. pcrs schreef op : 5
    pcrs

    @Katjong [4]: Idd dat moet je ook meenemen: Zowel de euro als de banaan heb je liever nu dan volgende week. De vraag is welke wens sterker is of je aan de euro vast houdt of aan de banaan.
    Dit is een moeilijk onderwerp om over te beginnen als je de Oostenrijkse school wilt uitleggen in een kort artikel. Ik denk dat het vooral moeilijk is, omdat je moeite hebt om onderscheid te maken tussen 1 euro en een volgende euro en 1 banaan en de 2e banaan. Laat staan een euro over een week en een banaan over een week, of een 2e euro of een 2e banaan over een week.
    Dat komt denk ik omdat alle euros op elkaar lijken en je dan geneigd bent om ze als gelijkwaardig te beschouwen (net als alle bananen).

  6. Ron Arends schreef op : 6
    Ron Arends

    @pcrs [3]:
    Stel dat je een cake wilt bakken waarvoor je 4 eieren nodig hebt, dan zal ei 1 je niet gelukkig maken, ei 2 niet, maar schiet je geluk bij ei 4 omhoog. Er lijkt dan sprake van een toenemend ipv afnemend grensnut.

    Nee, want wat als je eitje 5 tot en met 10 ook nog in die doos ziet zitten? Die kunnen je op dat moment aan je kont roesten. Je had er immers maar 4 nodig. Er is dus wel degelijk sprake van een afnemend grensnut.

    Katjong [7] reageerde op deze reactie.

  7. Katjong schreef op : 7

    @Ron Arends [6]:
    Pcrs schreef dan ook “lijkt”.

    Die tweede set van 4 eieren binnen die overige 6 eieren in die doos zal je inderdaad besteden aan iets dat je minder “psychic gain” oplevert dan het verwerken van de eerste set van vier eieren in de eerste cake. Misschien ga je ze verwerken in een tweede cake.
    Het grensnut neemt altijd af bij een toenemend aantal items.

  8. Kemps schreef op : 8

    Makkelijk om te begrijpen.

    -Iemand die mij voor mijn arbeid beloofd een hengel te geven (en ik vertrouw erop dat hij dat doet) geeft mij daarmee een stuk toekomstige vrijheid.

    -Iemand die mij bergen vis wil geven, elke dag (maar dus geen hengel) zal ik minder interesant vinden, hooguit denk ik dan kan ik die extra vis die ik niet nodig heb voor mijn levensonderhoud ruilen voor een hengel?
    Toch zal ik in veel gevallen kiezen voor de baan MET uitzicht op hengel, ook als dit objectief bezien minder rendabel is.
    Het niet hoeven te gaan leuren met de vis en ruilen om die hengel te krijgen, is immers ook wat waard.

    Het probleem is echter.. bij baan 1 krijg ik geen vis en ik moet wel eten. Wat ik dus graag wil is een baan die me EN een beetje vis geeft, EN beloofd die hengel te geven.

    Als die baan er niet is, moet ik de baan wel nemen die veel vis als loon geeft, maar zal daar ontevreden over zijn (en dus laag gemotiveerd en productief zijn)

    Veel bazen spelen het zelfs zo dat ze je als loon net genoeg vis geven om overeind te blijven, maar wel te weinig om ooit die hengel te krijgen (immers dan zouden ze hun macht over jou kwijtraken)

    aangaande de eieren..
    stel je ziet in de winkel 5 dozen eieren.

    *Bij goedkoop, weet je, niet smakelijk, slecht voor millieu
    *Bij gewoon weet je, niet heel smakkelijk, wel redelijk voor milleu
    *Bij duur weet je, zeer smakelijk, en beste voor millieu

    *een doosje van 4 gewone eieren, 1 euro (25cnt per stuk)
    *een doosje van 6 goedkope eieren, 0,84 euro (14 cent per stuk)
    *een doosje van 6 dure eieren, 2,40 euro (40 cent per stuk)
    *een doosje van 10 gewone eieren, 1,60 euro (16 cent per stuk)
    *een doos met 20 goedkope eieren, 2,40 euro (12 cent per stuk)

    Gevoelsmatig voel je je altijd gepakt.
    -koop je er teveel, dan heb je er veel onnodig, maar lage prijs per stuk.
    -koop je er weinig, dan heb je een hogere prijs per stuk, wat onvrede geeft

    Welke eieren je dan koopt is nog maar zeer de vraag en lastig;)
    Het lijkt dan of de markt aan jouw wens
    “gewoon 4 eieren” niet wil voldoen;)