zondag, 6 maart 2011
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Ideologische Archeologie: Rousseau’s Ravage (II B)

Vervolg van deel II A: Rousseau’s Ravage

In Europa is de situatie totaal verschillend. John Locke’s invloed bleef beperkt tot de Britse eilanden. Frankrijk en Duitsland hebben beide tradities volgens Rousseau. In Duitsland kwam die invloed binnen via de contra-Verlichters, de Duitse Idealisten, met name Kant en Hegel. De invloed van deze anti-filosofen heeft ook in Nederland zijn doel niet gemist. Het gevaar voor collectivisme moet altijd worden gevreesd, zeker met een instituut als de E.U., dat gebaseerd is op Hegeliaans etatisme. Momenteel is er een hang naar post-democratisch elitairisme op het Europese continent: de geest van Rousseau is springlevend.
Psychologische projectie* bij de contra-Verlichters is aan de orde van de dag en lijkt bijna een bewuste tactiek om het debat de beheersen. Rousseau’s radicalisme, gecombineerd met de idee dat de geindustrialiseerde mens niet deugd, maken Rousseau tot de vader van alle gewelddadig verzet.

De zero-sum benadering van de economie is ook eigen aan Rousseau. Het heeft de media een permanent praatpunt verschaft, dat bij voorkeur rond de kerst wordt gedebiteerd: een nieuw rapport van die en die en-dzjie-o wijst uit dat ook dit jaar de rijken weer rijker zijn geworden, en de armen armer. Dit is een aperte leugen. Maar wensdenkers zijn dol op dit soort propaganda dat eindeloos wordt herhaald, wellicht om die reden alleen.

Rousseau en religie
De grote geesten van de eigenlijke Verlichting – de aanhangers van Spinoza wellicht uitgezonderd – zagen het Christendom niet als de aartsvijand van de vrijheid. Voor hen waren religie en de Verlichting natuurlijke bondgenoten. God is de bron van natuurlijke rechten. Rousseau was geen uitzondering, maar zijn kennis van de Christelijke politieke geschiedenis was erg beperkt. Daardoor mistte hij de matigende rol van het Christendom op de samenleving. Hij zag het geloof als een zuiver spirituele zaak.

De Christenen die Rousseau beschrijft staan zo ver af van de werkelijkheid, dat ze nauwelijks herkenbaar zijn: ze zijn zo gespiritualiseerd dat ze onthecht lijken van de realiteit. Ze vertonen een verbluffende disinteresse voor alle aardse zaken. Het kanaliseren van energie door de  ‘volkswil door de staat’, gekoppeld aan het negeren van het Christelijke geloof als bron van materiele waarden, staat centraal in het denken van Rousseau. [Wildmonk].

Religie moest van Rousseau. “… de staat kan niet … vrijblijvend zijn in zijn tolerantie jegens ongelovigen, of religie zien als een zaak van individueel geweten. Daarom moeten gevaarlijke ideeen over toleratie en de scheiding van kerk en staat worden afgewezen” en “religie is zo fundamenteel belangrijk dat de ultieme straf (de doodstraf) voor ongelovigen gerechtvaardigd is …” [Stephen R.C. Hicks, “Explaining Postmodernism”, Scholargy Press, 2004, p. 98].

Hoewel verzot op religie als machtsmiddel, moest Rousseau na de publicatie van “Emile” tijdelijk onderduiken in Bern, omdat hij gezocht werd. “Emile” werd algemeen gezien als irreligieus en opruiend.

De Erfenis
 Rousseau, de hater van de beschaving, werd door de contra-Verlichters op handen gedragen. Dat geldt ook voor hun postmoderne nazaten. Dat heeft ze er evenwel niet van weerhouden selectief te winkelen in zijn gedachtengoed. Marx bijvoorbeeld accepteerde Roussseau’s kritiek op Locke’s economische mens, maar bleef de Verlichting trouw waar het wetenschap en technologie betreft. Marx ging zelfs zo ver, dat hij zijn eigen ideologie de naam Wetenschappelijk Marxisme meegaf, eigenlijk meer een pseudo-wetenschappelijke rationalisering van zijn sociaal-economische hypothesen.

Zowel Hegel als Rousseau stonden aan de wieg van Marx’ theorie, het dialectisch materialisme. Het thema is een wereldbeeld dat bestaat uit een tweedeling, waarin onderdrukkers en onderdrukten existentieel tegenover elkaar staan. Postmodernisten hebben een variant bedacht voor de 21e eeuw. Daarin worden blanke, heterosexuele mannen gezet tegenover de rest van de wereld, die bestaat uit ongelijke groepen.

Rousseau’s visie van een nobele oerwereld die verwoest wordt door het egoisme van de mens, zou best eens de oorsprong kunnen zijn voor de epidemie van cultuurrelativisme en Westerse zelfhaat. De KGB en hun vooruit geschoven post in de Frankfurt School zijn een goede tweede.

Hoewel Rousseau ervan overtuigd was, dat beschaving de reden is voor morele neergang, had hij er geen idee van dat zijn volgelingen, door de objectieve werkelijkheid af te wijzen, het kind van de moraal met het badwater zouden wegspoelen. Ondanks 250 jaar najagen van de genocidale erfernis op zoek naar Rousseau’s ideale, maakbare samenleving, is er onder de Westerse intelligentsia nog behoorlijke aanhang te vinden, met name in het hoger onderwijs, kunst en cultuur, de media, alle lagen van bestuur, de politieke elite, de adviesklasse, het maatschappelijk middenveld en in alle sectoren van de machtsstructuur.

De postmoderne erfgenamen zijn als altijd toegewijd aan het ondermijnen van de vrije markt, en kijken mistroostig naar de slachtoffers, die de filosofie van Rousseau heeft voortgebracht: 110 miljoen doden zijn blijkbaar nog niet voldoende om de abjectheid ervan aan te tonen. In aanmerking nemend, dat totalitaire samenlevingen de hedendaagse versie zijn van het leven in stamverband, precies waar Rousseau zo’n bewondering voor had, kan zijn ideale samenleving best beschreven worden als een totalitaire, primitieve boerenstaat. Zoiets dat ontstaat, als je de milieubeweging zijn gang laat gaan.

Rousseau’s volgeling, Kant, is verantwoordelijk voor een vorm van subjectivisme, die laat zien dat deze bepaalde drogrede niet zonder gevaar is voor de geestelijke volksgezondheid: het “Meester van het Universum”-syndroom, waarin ieder individu zijn eigen persoonlijke werkelijkheid creeert. Het heeft de vraag gerechtvaardigd: als ik vannacht dood ga, zou de zon morgen dan wel opgaan? Albert Einstein vroeg subjectivisten: “Denkt u nou werkelijk, dat een object niet bestaat als u er niet naar kijkt?”

Frankrijk, het land van Rousseau, met zijn groene, zacht glooiende heuvels bezet met pittoreske boerennederzettingen, is een rijp voorbeeld van een sterk gecentraliseerde machtsstaat.

Postmodernisme of Rousseauisme?
Rousseau is de bron waaraan alle geledingen van het postmodernisme zich laven: milieu- en dierenactivisten, derdewereld-isten (Baran-Wallerstein), feministen (alle golven), anarchisten, consuminderaars, theoretici op het terrein van identiteit- en genderpolitiek, homorechtenbeweging, traditionele socialisten van divers pluimage, en ‘klassieke’ postmodernisten (poststructuralisten e.d.).

In de chaos van het failliet, de demoralisering en de grandiose mislukkingen, is er voor hen maar een doel overgebleven. Het verenigt deze ideologen met die andere actor op het wereldtoneel, met wie ze zoveel gemeen hebben. De confrontatie van de radicale islam is een feest van herkenning!

Het is opmerkelijk, dat iedere klantgroep die ze ooit hadden, nu zonder markeren overboord wordt gekeild ten faveure van intolerante moslims: het is terug naar de wortel van Rousseau. Vrouwen en homo’s bekijken het maar met hun emancipatie!

Het plan: een strategie om het kapitalistische Westen te deconstrueren middels ‘irrationele middelen van de wil.’

In deel III: Emmanuel Kant: “Ik vond het nodig om kennis te verwerpen teneinde ruimte scheppen voor het geloof.”

*Psychologische projectie: Als je jezelf een vreedzaam, liefhebbend persoon vindt, terwijl je eigenlijk vol haat en wraakgevoelens zit, dan treedt dit psychologische mechanisme in werking. Hierdoor verandert het object van je haat als bij toverslag in een haatdragende, wraakzuchtige, hypocriete, intolerante draak.

Ingezonden door Cassandra Troy

—————————————————————————–
Gerelateerde dossiers

– “Postmodern Ravages“ – “The Dialectics“ – “Pomo Lingo“ – “The Unholy Alliance“ – “Science as a Narrative“ – “Justice, Pomo Style
 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Boekbespreking, Cultuur, Filosofie
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Def schreef op : 1

    “Rousseau is de bron waaraan alle geledingen van het postmodernisme zich laven: milieu- en dierenactivisten, derdewereld-isten (Baran-Wallerstein), feministen (alle golven), anarchisten, consuminderaars, theoretici op het terrein van identiteit- en genderpolitiek, homorechtenbeweging, traditionele socialisten van divers pluimage, en ‘klassieke’ postmodernisten (poststructuralisten e.d.).”

    “*Psychologische projectie: Als je jezelf een vreedzaam, liefhebbend persoon vindt, terwijl je eigenlijk vol haat en wraakgevoelens zit, dan treedt dit psychologische mechanisme in werking. Hierdoor verandert het object van je haat als bij toverslag in een haatdragende, wraakzuchtige, hypocriete, intolerante draak.”

    Heerlijk.

  2. Socr. schreef op : 2

    En de flauwekuls dichtheid wordt alsmaar kleiner.

    Staat de Christenen ver van de werkelijkheid of de Nederlander? Het laatste is het geval.
    En wat doet het laatste? Bekritiseren van volkeren die wel even wat dichter bij de werkelijkheid staan dan zijzelf. Nederland is één van de laatste landen(na Duitsland en Amerika) die zich over de werkelijkheid mag uitspreken. De legale drugs consumptie heeft hier echt zijn tol geeist.

    Dat Nederland zich een derde wereld land mag noemen zullen jullie stuk voor stuk ook nooit begrijpen. Maar dit is een waarheid die staat als een rots. Nederland behoort tot de armste landen ter wereld.

  3. Socr. schreef op : 3

    Nederlanders en filosofie is zo’n beetje hetzelfde als Ghadaffi en mensenrechten.

    Beiden moeten zich daar niet over uitlaten.

  4. Socr. schreef op : 4

    Jaaaa, wat was die Zwitserse Rousseau toch gek met zijn uitspraken als:

    Hierin stelde hij dat de vooruitgang van kunst, letteren en wetenschap ernstige vijanden van de moraal waren en door het kweken van behoeften tevens de bron van slavernij. De vooruitgang van kennis had regeringen sterker gemaakt en de individuele vrijheid geknecht, maar de ongelijkheid was sterk toegenomen. Rousseau concludeerde dat materiële vooruitgang de mogelijkheid van oprechte vriendschap had ondermijnd en vervangen door jaloezie, angst en wantrouwen.

  5. Socr. schreef op : 5

    of:

    In zijn Discours sur l’origine et les fondements de l’inégalité parmi les hommes (Vertoog over de ongelijkheid tussen mensen) uit 1755 stelt hij dat de mens van nature, dus in primitieve staat, en voorafgaand aan enige opvoeding, goed is en alleen door ervaringen in de maatschappij gecorrumpeerd werd. De onbedorven natuurstaat is verdwenen door het in eigendom nemen van land, bronnen, mensen, en dergelijke, de oorzaak van ongelijkheid en uitbuiting. De huidige staat is een schepping van de machtigen uit eigenbelang

  6. Cassandra Troy schreef op : 6

    Offerplicht staat hoog aangeschreven in die kringen.

  7. Nico de Geit schreef op : 7

    Binnenkort ga ik maar weer eens lezen:

    – Emile, of over de opvoeding

    – Vertoog over de ongelijkheid

    Beiden zijn in het Nederlands verkrijgbaar. Heerlijk om bij weg te dromen.

    Emile, de zoon van Jean Jacques wordt opgevoed ver van de stad – ‘een opeenhoping van volk en vuil’ waarmee Emile pas op latere leeftijd mag kennis maken. Emile mag zo’n beetje alles maar Sophie, Emile’s toekomstige bruid wordt regelmatig geslagen om haar te wennen aan dwang.

    In werkelijkheid legt Jean-Jacques Rousseau zijn vijf kinderen te vondeling die hij krijgt met de minder begaafde Thérèse die niet kan lezen of schrijven. De moeder van Thérèse dwong haar tot omgang met Rousseau omdat ze geld nodig hadden. Op die manier had de hele familie van Thérèse te eten. Rousseau noemde hen ‘de uitgehongerden’.

    Wat mensen doen met zulke schrijfsels is natuurlijk ieders eigen verantwoording. Een kind opvoeden als omschreven in Emile gaat natuurlijk mis. Dat is niet de schuld van Rousseau maar van de persoon die het boek als handleiding gebruikt.

    Cassandra Troy [8] reageerde op deze reactie.

  8. Nico de Geit schreef op : 9

    @Cassandra Troy [8]:

    Cassandra, als mensen gaat doen wat De Geit allemaal verkondigt loopt het mogelijk ook niet goed af. Wat je met de woorden van iemand anders doet is altijd je eigen verantwoording.

    Rousseau doet zelf niet eens wat hij beweert: kijk hoe hij in Emile laat zien hoe je een kind op kunt voeden, en kijk hoe hij dat in werkelijkheid doet: hij legt ze te vondeling.

    Het is gezwam, vermakelijk gezwam.