maandag, 25 april 2011
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Informatievoordeel

Napoleon Obama Vrijspreker: Hoe kun je een informatievoordeel omzetten in een materieel voordeel?

Opperdienaar: Als jij weet dat iets weinig waard zal worden en iemand anders weet dit niet, dan kun je met deze persoon in je voordeel ruilen. Je geeft hem wat waardeloos wordt en je ruilt het tegen iets dat hij heeft dat van waarde is voor jou.

Vrijspreker: Is de waarde van iets niet subjectief? Als hij vrijwillig ruilt, is dat wat hij weggeeft kennelijk van minder waarde voor hem dan wat hij ontvangt.

Opperdienaar:Dat is wel waar, maar als jij weet dat wat je aan hem geeft in de toekomst ook voor hem weinig waarde zal hebben, maar deze persoon weet dit nog niet, dan kun je daar je voordeel mee doen.

Vrijspreker: Kunt U misschien een voorbeeld geven om het wat minder abstract te maken?

Opperdienaar: Stel je hebt de onderdaan er van overtuigd dat papiertjes die jij produceert voor nagenoeg geen kosten zeer waardevol zijn. Dan ruil je die tegen zijn arbeid. Jij weet dat die papiertjes naarmate je er meer van produceert niet waardevol meer voor hem zullen zijn, maar hij weet dat nog niet.

Vrijspreker: Hoe geef je hem het idee dat die papiertjes waardevol zijn?

Opperdienaar: Door de onderdaan steeds 100 papiertjes te lenen en er 105 van hem terug te eisen. Op die manier ontstaat er een stoelendans om jouw papiertjes.

Vrijspreker: Maar dan gaat iedereen toch die papiertjes produceren? En al snel wil niemand meer met dit papiertjessysteem werken?

Opperdienaar: Het eerste verbied je en het tweede verplicht je. Onderdanen willen graag leven dus een dreigement doet wonderen.

Vrijspreker: Kun je ze dan niet beter gewoon beroven?

Opperdienaar: Nee, dat zou veel te veel weerstand oproepen. Libertariërs zijn altijd zo grof in de mond. Op een gegeven moment krijgen onderdanen natuurlijk wel argwaan, als ze merken dat ze maar niet vooruitkomen en steeds harder moeten werken om niet achteruit te gaan. Dan moet je iemand anders klaar hebben staan om de schuld te geven.

Vrijspreker: Is het dan afgelopen?

Opperdienaar: Nee, laat ik om dat uit te leggen een voorbeeld aanhalen van de Rothschild bankiers familie in 1815. Die hadden zwaar geïnvesteerd in en ingenieus systeem van postduiven om een informatievoordeel te behalen op anderen. Daar hadden ze goed mee verdiend door te ruilen op basis van hun voorkennis. Op een gegeven moment hadden mensen echter door dat steeds als ze iets verkochten aan de Rothschilds, er snel nieuws volgde wat de prijs opdreef en als ze iets van ze kochten er snel nieuws volgde dat de prijs omlaag dreef.

Vrijspreker: Toen was het spel uit?

Opperdienaar: Nee, Napoleon in Frankrijk had veel beloofd aan zijn onderdanen om hem aan de macht te helpen namelijk liberté, egalité, fraternité (vrijheid, gelijkheid en broederschap). Daarvoor moesten ze natuurlijk wel eerst vrijheid, gelijkheid en broederschap opofferen en Napoleon als hun keizer accepteren (Je moet er wat voor over hebben om van een koning af te komen). Voor voorgelogen slaven is er slechts één eervolle uitweg: Blijven geloven dat je heerser het goed met je voor heeft tot de dood er op volgt. Dus kwam dat er een veldtocht om Rusland te veroveren in de winter waarbij veel desillusie de dood vond. Maar zijn populariteit bleef groot, zelfs toen hij bijna blut was, inflatie woedde, schulden zich opstapelden, armoede om zich heen greep en een hele rits oorlogen de bevolking gedecimeerd had.

Met andere woorden: De goedgelovige onderdanen moeten dood en ze willen ook liever dood dan de realiteit onder ogen zien. Ook na de ramp van de oorlog met Rusland, was Napoleon onverminderd populair. Het eindigde met de slag bij Waterloo. Op de financiële markten in Londen, keken mensen gespannen naar de Rothschilds met hun postduiven systeem om te zien hoe de slag verliep. De Rothschilds verspreidden geruchten dat Napoleon gewonnen had en de prijzen van aandelen en obligaties pasten zich aan. De Rotschilds bleken echter zelf de tegenovergestelde posities in te nemen en maakten daarna bekend dat Napoleon verslagen was. Hun vermogen ging met een factor 20 omhoog.

Vrijspreker: Dus ondanks dat hun informatievoordeel ontdekt was, wisten ze er toch nog een keer voordeel uit te halen.

Opperdienaar: Precies door op het moment dat de slaven je doorhebben en beginnen te anticiperen, precies het tegenovergestelde te doen.

Vrijspreker: Wie zijn de onderdanen aan wie vandaag te veel beloofd is en die dood moeten?

Opperdienaar: Ik denk dat die voornamelijk in de pensioensfeer gezocht moeten worden, maar oude mensen stuur je niet op een veldtocht, dus een ongelukje met een vaccinatie programma lijkt me meer voor de hand liggen.

 

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Algemeen, Geschiedenis, Psychologie
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. peetar schreef op : 1

    Volgens mij is het handig als werknemers zoveel mogelijk extra pensioen opbouwen in edelmetaal en andere fysieke middelen. Hiermee kan je het pensioen verlies door inflatie in iedergeval compenseren.

    Als ze durven kunnen ze met geleend geld edelmetaal kopen. Bij inflatie zal dit zorgen voor een stijging van de waarde en een daling van de schuld. Maar het risico hiervan is natuurlijk hoog. De termijn van de crisis is niet met zekerheid te zeggen, je kan bezwijken onder de schuld of de bank kan je volledig in de verkoop zetten hierdoor zou je alles kunnen verliezen en de rente zou kunnen gaan stijgen. Een crisis zal de bedrijvigheid natuurlijk zwaar treffen, dus ook je baan is misschien niet zeker.

    Misschien toch maar die vakantiedagen laten uitbetalen en dat spaarloon opnemen en omzetten naar zilver?

    peetar
    kinderpindakaas.blogspot.com
    pcrs [2] reageerde op deze reactie.

  2. pcrs (auteur van dit artikel) schreef op : 2
    pcrs

    @peetar [1]: Als je dat afgelopen vrijdag gedaan had, had je de rente voor een jaar er al uit.

  3. Olav schreef op : 3

    Er is niks magisch aan zilver. Ik zou zilver niet nu kopen als ik jou was maar even wachten.