maandag, 18 april 2011
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Interview met Hans-Hermann Hoppe 2/2

 Deel 1/2 verscheen gisteren.

U heeft ook veel geschreven over geldzaken.  Is een goud standaard noodzakelijk voor een vrije samenleving?

 HHH:  in een vrije samenleving zou de markt zorgen voor geld, net als met andere goederen en diensten. Er zou geen geld zijn in een wereld die perfect zeker en voorspelbaar is. Maar in een wereld met onzekerheden gaan mensen goederen waarderen op hun ‘ vermarktbaarheid’ (liquiditeit)  als medium om te ruilen. En omdat een beter vermarktbaar/verkoopbaar goed te prefereren is boven een goed dat minder van die eigenschap heeft is er een onontkoombare tendens in de markt dat er een enkele commodity zal komen bovendrijven die geld genoemd zal worden.

 Als meest liquide goed geeft het de eigenaar de best mogelijke bescherming tegen onzekerheid omdat het ingezet kan worden voor de onmiddelijke bevrediging van de meest uiteenlopende noden. Economische theorien kunnen niet voorspellen welke commodity de status van geld zal krijgen. De geschiedenis wijst naar goud.  Maar als de infrastructuur van onze wereld anders is/wordt dan zou het mogelijk een andere commodity kunnen worden.  De markt zal het uitwijzen.

 In elk geval is er geen enkele noodzaak tot overheidsbemoeienis inzake geld.  De markt heeft voorzien in geld en zal dat ook altijd doen en de productie van dat geld, in welke hoedanigheid dan ook , zal onderhevig zijn aan dezelfde krachten van vraag en aanbod als andere produkten.

 Hoe zit het met het vrij bankieren paradigma? Zal het private fractionele reserve bankieren ooit getolereerd worden of is het fraude? Wie zal bankiers in de cel gooien wanneer ze zich schuldig maken aan deze praktijken?

 HHH: Stel dat goud geld is.  In een vrije samenleving heb je vrije competitie op het gebied van goud delven, gouden munten slaan en vrij concurrerende banken.  De banken bieden verscheidene financiele diensten:  geld opslaan, clearing en het intermediair spelen tussen spaarders en leners/investeerders.  Elke bank geeft haar eigen biljetten of certificaten uit die de verschillende transacties en de daaruit voortvloeiende contractuele verhoudingen tussen bank en klant  documenteren.  Deze biljetten zijn vrij verhandelbaar. Tot zover geen vuiltje aan de lucht.

 Controversieel is alleen de status van het fractionele reserve bankieren.  Stel dat A 10 ons goud stort bij een bank en een biljet krijgt (een geld substituut) dat op elk moment weer inwisselbaar is.  Op basis van A’s storting maakt de bank een lening aan C van 9 ons goud en geeft een biljet uit terzake, ook op elk moment inwisselbaar.

 Zou dit toegestaan moeten zijn?  Ik denk het niet. Omdat er nu 2 mensen zijn, A en C die exclusief eigenaar zijn van dezelfde hoeveelheid geld.  Een logische onmogelijkheid.  Of om het anders te formuleren,  er is slechts 10 ons goud, maar A heeft een aanspraak op 10 ons en C heeft een aanspraak op 9 ons.  Er zijn dus meer aanspraken dan er goederen zijn. Uiteraard is dit fraude en op elk terrein behalve in de geldsfeer hebben rechtbanken iets dergelijks als fraude betiteld en de schuldigen veroordeeld.

<gedeelte weggelaten – PD>

Wat is uw mening over het huidige centrale banken systeem? 

 HHH:  Centrale banken behoren tot de meest desastreuze entiteiten in het huidige tijdsgewricht.  Zij, en de Federal Reserve van de US in het bijzonder,  zijn verantwoordelijke voor het vernietigen van de goud standaard (wat altijd een rem was op inflatoir beleid) en het inruilen (sinds 1971)  voor een puur papier geld standaard (fiat geld). Sedertdien kunnen centrale banken geld scheppen uit het niets.

 Meer papiergeld kan een maatschappij niet rijker maken,  uiteraard, het is alleen maar meer geprint papier. Waarom zouden er anders nog steeds arme landen en mensen zijn?   Maar meer papiergeld maakt haar monopolistische producent (de centrale bank) en de eerste ontvangers van dat geld (de overheid,  de grote aan de overheid gelieerde banken en hun grote clienten)  rijker ten koste van de latere ontvangers van dat geld.

 Dankzij de ongelimiteerde macht van centrale banken om geld bij te drukken kunnen overheden steeds grotere begrotingstekorten aangaan , steeds grotere schulden opstapelen om anders onmogelijke oorlogen te financieren (in zowel binnen als buitenland) en het zich veroorloven om een eindeloze reeks onzinnige investeringen te doen/subsidieren.  Dankzij centrale banken kunnen de meeste ‘ monetaire experts’ en ‘ toonaangevende economen’  , door hen op de loonlijst te zetten, worden ingezet als propagandisten voor de overheid die, gelijk alchemisten,  ‘ verklaren’  hoe lood omgezet kan worden in goud.

 Dankzij de centrale bank kunnen rentestanden kunstmatig worden verlaagd tot nul, daarbij krediet kanaliserend in minder kredietwaardige projecten en handen, wat steeds grotere investeringshausses veroorzaakt, gevolgd door steeds spectaculairdere krachs. En dankzij de centrale banken worden we geconfronteerd met een dramatische toegenomen dreiging van hyperinflatie wanneer de rekening uiteindelijk betaald moet worden.

 We hebben vaak gezegd dat de Zeven Heuvels van Rome initieel onafhankelijk samenlevingen waren, net als de Italiaanse stadstaten in de Renaissance en de 13 kolonien van de US republiek.  Het lijkt wel of een imperium start als separate samenlevingen waar mensen van de ene plek naar de andere kunnen verhuizen als ze onderdrukt worden.  Wat is de drijvende kracht achter dit proces van centralisatie? Wat zijn de bouwstenen van een imperium?

 Alle staten beginnen klein.  Dat maakt het makkelijk voor mensen om te vluchten.  Staten zijn echter van nature agressief, zoals ik eerder heb beschreven.  Ze kunnen de kosten van deze agressie namelijk afwentelen op anderen,  de hulpeloze belastingbetalers.  Ze zien niet graag productieve mensen vluchten dus proberen ze deze te vangen door uitbreiding van hun  territorium.  Des te meer productieve mensen de Staat controleert, des te beter zal het de Staat vergaan.

 Door haar expansiedrift zal ze in botsing komen met andere staten.  Er kan maar 1 monopolist van ultieme rechtspraak en belastingheffing in een bepaald territorium zijn. Dus wie zal er winnen? Op de lange duur zal de staat winnen die kan parasiteren op de meest productieve economie.  Dus ceteris paribus zal de intern meer liberale Staat winnen van de meer onderdrukkende Staat.

 Kijkend naar de moderne geschiedenis kunnen we op die manier verklaren dat het liberale Groot Brittanie uitgroeide tot wereldrijk en daarna de US. Zo kunnen we ook een schijnbare paradox verklaren:  waarom neigen intern meer liberale imperiums zoals de US naar meer agressie in hun buitenland beleid dan intern onderdrukkende grootmachten zoals de voormalige Sovjet Unie? De liberale US was er zeker van haar militaire ondernemingen te winnen terwijl de USSR banger was deze te verliezen. 

 Maar het bouwen van een imperium baart de kiemen van haar eigen ondergang. Hoe dichter een Staat komt bij het ultieme doel van wereldoverheersing, hoe minder reden er is om haar interne vrijheden te onderhouden en om uiteindelijk te vervallen tot hetgeen waar alle staten toe neigen,  namelijk nog meer uitbuiting van de overgebleven productieve mensen.

 Dientengevolge, wanneer er geen additionele contributeurs meer beschikbaar zijn en de nationale productie  stagneert, zal het interne ‘ brood en spelen’  beleid van het imperium niet meer gehandhaafd kunnen worden. Economische crises zullen toeslaan en een economische meltdown zal decentraliserende tendenzen en afscheidingsbewegingen stimuleren en leiden tot een opdeling van het imperium. We zagen dat gebeuren met de UK en nu zien we het met de US die op haar laatste benen lopen.

 Er zit ook een belangrijke monetaire component aan dit proces.  Het dominante imperium levert doorgaans de leidende internationale reserve munt. Eerst de UK met het pond en nu de US met de dollar. Met de dollar in gebruik als reservemunt bij buitenlandse centrale banken kan de US zich een permanent ‘ tekort zonder tranen’  veroorloven. Hiermee bedoel ik dat de US niet voor haar surplus aan importen hoeft te betalen, zoals te doen gebruikelijk tussen gelijke partners, door middel

van toenemende export (export betaalt voor import).  In plaats van het gebruiken van hun export winsten om Amerikaanse producten te kopen voor binnenlandse consumptie, gebruiken overheden en hun centrale banken (als een teken van hun vazalstatus vis-a-vis de dominante US) hun dollarreserves om US overheidsobligaties te kopen teneinde de Amerikanen te helpen om boven hun stand te kunnen blijven consumeren,

 Ik weet niet genoeg van China om te begrijpen waarom ze haar enorme dollar reserves gebruikt om de US obligaties op te kopen.  China behoort namelijk geen onderdeel te zijn van het Amerikaanse rijk.  Misschien hebben haar heersers teveel Amerikaanse economieboeken gelezen en geloven zij nu ook in alchemie.  Maar als China haar US obligaties zou dumpen en in plaats daarvan goud ging accumuleren dan zou dat het einde betekenen van het Amerikaanse rijk en de dollar in haar huidige vorm.

 Is het mogelijk dat enkele onmogelijk rijke families in Londen deels verantwoordelijk zijn hiervoor? Proberen deze families wereldoverheersing door elites te bereiken?  Is het een samenzwering?  Ziet u de wereld in deze termen:  als een strijd tussen centraliserende impulsen door elites en de meer democratische impulsen van de rest van de samenleving?

 Ik weet niet zeker of samenzwering het juiste woord is, omdat thans, dankzij mensen zoals Carroll Quigley bijvoorbeeld,  veel bekend is over wat er gaande is. In elk geval is het zeker waar dat er zulke puissant rijke families zijn in Londen, New York, Tel Aviv en elders, die het enorme potentieel inzien van het je verrijken met behulp van Staat en Imperium bouwen.

 De leiders van de grote bankenhuizen hebben een sleutelrol gespeeld in de oprichting van de Fed omdat ze zich realiseerden dat centraal bankieren hun eigen banken in staat zou stellen om te inflateren en aan kredietexpansie te doen bovenop het geld en krediet gecreeerd door de centrale bank – en dat een ‘ lender of last resort’  behulpzaam zou zijn in het toucheren van private winsten zolang alles goed gaat en om de kosten te socialiseren mocht het fout gaan.

 Ze realiseerden zich dat de klassieke goud standaard als een natuurlijke barriere fungeerde tegen inflatie en krediet expansie dus ze hielpen eerst met het opzetten van een nep goud standaard en toen, na 1971, met een puur fiat geld regime.  Ze zagen in dat een systeem van vrij fluctuerende nationale fiat valuta nog steeds imperfect was voor wat betreft hun inflatoire wensen en dat de overheersing van de dollar bedreigd kon worden door andere concurrerende valuta, zoals bijvoorbeeld een sterke Deutschmark. En om die concurrentie te verzwakken hebben ze ‘ monetaire integratie’  plannen zoals de creatie van de ECB en de Euro ondersteund.

 Ze zijn tot de conclusie gekomen dat hun ultieme droom van ongelimiteerde valsemunterij alleen kan slagen indien ze een door de US gedomineerde centrale wereldbank oprichten die een wereld (fiat) valuta zal introduceren (zoals de ‘ bancor’  of de ‘ phoenix’ ) en derhalve hebben ze meegeholpen aan het opzetten en financieren van tal van organisaties zoals Council on Foreign Relations, the Trilateral Commission, the Bilderberg Group, etc. die dit doel nastreven.

Tevens hebben belangrijke industrielen ingezien dat er enorme winsten te maken zijn met monopolies verstrekt door de staat,  subsidies van de staat, en door exclusieve ‘ cost plus’  contracten  die hen beschermen tegen concurrentie en dus hebben zij zich ook aangesloten bij en zijn geinfiltreerd in de Staat.

 Er bestaan ongelukken in de geschiedenis en er zijn zorgvuldige geplande acties die consequenties hadden die onbedoeld en onverwacht waren.  Maar geschiedenis is niet zomaar een reeks van ongelukken en verrassingen. Het meeste is ontworpen en zo bedoeld. Niet door de gewone man uiteraard, maar door de elites die de controle hebben over het staatsapparaat.  Als men wil voorkomen dat de geschiedenis zich ontvouwt op de huidige voorzienbare manier van een ongeevenaarde economische catastrofe, dan is het inderdaad van eminent belang dat we publieke verontwaardiging uitlokken door de vileine motieven en machinaties van deze elites bloot te leggen.

 Wij menen dat net zoals de boekdrukkunst de bestaande sociale structuren opblies indertijd, thans het internet hetzelfde doet. We geloven dat het Internet mogelijk een nieuwe Renaissance gaat inleiden. Eens?

 Het is zeker waar dat beide uitvindingen revoluties hebben teweeggebracht en onze levens enorm hebben verbeterd.  Ik ben echter sceptisch of technologische revoluties vanzelf morele vooruitgang en progressie naar meer vrijheid met zich meebrengen. Ik neig er naar om ze als neutraal te beschouwen op dat aspect.

 Het Internet kan evenzeer gebruikt worden om de waarheid bloot te leggen en te verspreiden als leugens en verwarring.  Het geeft ons mogelijkheden om onze vijand, de Staat, te ontwijken en te ondermijnen maar het heeft ook de Staat enorme mogelijkheden gegeven om ons te bespioneren en ruineren. We zijn rijker vandaag, met het internet, dan in 1900 (en we zijn rijker niet door de Staat maar ondanks de Staat).  Maar ik zou nadrukkelijk ontkennen dat we vandaag de dag vrijer zijn dan we waren in 1900.  Integendeel.
————————————————————— 
  Vertaald door Peter Dijkstra.

 Het originele artikel is te vinden op :
mises.org

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Algemeen, Belastingen, Cultuur, Economie, Filosofie, Libertarisme, Overheid, Politiek, Vrijheid
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. spnr9 schreef op : 1

    Hoet het zit met vrij bankieren en fractionele reserves begrijp ik nog steeds niet helemaal. Het is duidelijk dat er sprake is van fraude als meerdere mensen op elk gewenst moment hetzelfde goud mogen claimen. Maar als de klanten nou vantevoren duidelijk gemaakt wordt dat ze hun goud alleen kunnen claimen als het nog daadwerkelijk in kas is? Los van het feit dat het dan misschien meer op een casino dan op een bank lijkt, is dat toch zeker niet verboden in een vrije samenleving lijkt me? Deze banken kunnen dan meer winst maken en hun diensten dus veel goedkoper aanbieden. Wordt deze vorm van bankieren dan niet heel snel alsnog populair?

    Rothbard merkt op (als ik het me goed herinner) dat in een situatie met heel veel verschillende kleine banken een bank met fractionele reserves vrij snel al zijn goud kwijt zou zijn, omdat goud onmiddelijk geclaimd wordt door andere banken op het moment dat zij een depositobewijs in handen krijgen. Ik snap waarom dat zo is, maar ik geloof dat hij nergens uitlegt waarom er in een vrije samenleving geen hele grote banken met veel klanten zouden bestaan. Kan iemand dit verhelderen?

    Peter D. [2] reageerde op deze reactie.

  2. Peter D. schreef op : 2

    @spnr9 [1]:

    HHH spreekt in het overgeslagen gedeelte over de volgende optie die zou kunnen ontstaan in een vrije markt:

    On the other hand, there is no problem if the bank tells A that it will pay interest on his deposit, invest it, for instance, in a money-market mutual fund made up of highly liquid short-term financial papers, and make its best efforts to redeem A’s shares in that investment fund on demand in a fixed quantity of money. Such shares may well be very popular and many people may put their money into them instead of into regular deposit accounts. But as shares of investment funds they would never function as money. They would never be the most easily and widely saleable commodity of all.

    spnr9 [3] reageerde op deze reactie.

  3. spnr9 schreef op : 3

    @Peter D. [2]:

    Ok, dat kan dan ontstaan, maar dan weet ik nog steeds niet waarom er geen banken zouden ontstaan die fractionele reserves aanhouden?