dinsdag, 26 juli 2011
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Het is nog erger dan je denkt

Tom Lassing publiceerde de vorige week op Beursbox.nl een artikel over de Noodwet Financieel verkeer uit 1978.

“Als ik de noodwet goed lees, kan de minister op ieder door hem gewenst moment bepalen dat uw geld niets meer waard is en dat hij zal bepalen wat of u er voor terugkrijgt.

Uw spaargeld is in andere woorden niets… u leest het goed… niets.
Lassing:” Dát is het risico van uw kapitaal in funny money aanhouden. Geld dat slechts verzonnen is door bankiers en politici. Geld zonder onderliggende waarde. Artikel 26 laat zien dat de minister ook kan snaaien in uw bij de bank of bekend aangehouden in het land aangehouden goud. De overheid wil nu ook een register aan gaan leggen waar u moet aangeven hoeveel en waar u goud en zilver koopt.
De enige reden die ik kan bedenken die daar voor is, is om het dan te kunnen snaaien als ze dat willen.
Een kwestie dus van in het buitenland aanhouden en niet aangeven in welke vorm u uw kapitaal aanhoudt. (en zeker niet waar u het aanhoudt)
Artikel 33 stelt in mijn ogen dat iedereen die de minister helpt bij het snaaien daarover zijn mond dient te houden. De medeplichtigen kunnen dus niet voor een rechter gedaagd worden om uitleg te geven. Ze kunnen zich altijd verschuilen achter artikel 33. Lees en huiver.

Omdat er op vele punten commentaar mogelijk is, en omdat deze wet duidelijk laat zien hoever de dictatuur ook in Nederland is doorgedrongen, publiceren we hem hieronder ook:
—————————————————————————–

WET van 25 mei 1978, houdende regelen inzake voorzieningen op het gebied van het financiële verkeer in buitengewone omstandigheden

WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen te stellen inzake voorzieningen op het gebied van het financiële verkeer in geval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden;     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1
Voor de toepassing van het bij en krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Financiën;
b. de Bank: De Nederlandsche Bank N.V.;
c. banken: alle ondernemingen en instellingen, tot wier bedrijf behoort het ter beschikking stellen of houden van gelden ten behoeve van derden, met uitzondering van de Bank; in geval van twijfel of een onderneming of instelling als bank in de zin van deze wet moet worden beschouwd, beslist Onze Minister;
d. [Vervallen.]
e. noodgeld: betaalmiddelen, welke van overheidswege in omloop worden gebracht ter vervanging van ’s Rijks munten;
f. hulpgeld: penningen, bonnen, zegels en dergelijke, welke door anderen dan de overheid of de Bank in buitengewone omstandigheden in omloop worden gebracht of als betaalmiddel worden gebruikt;
g. schadeloosstelling:
1. de schadeloosstelling of vergoeding wegens vordering in eigendom van onroerende en roerende zaken, dan wel wegens wegruiming krachtens artikel 16 van de Oorlogswet voor Nederland;
2. de schadeloosstelling wegens onteigening;
3. de vergoeding ter verkrijging bij minnelijke regeling van te onteigenen of te vorderen onroerende en roerende zaken;
4. de vergoeding of verzekeringsuitkering wegens tenietgaan, verlies of beschadiging van onroerende en roerende zaken;
5. de uitkering uit hoofde van een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering voor of in verband met schade aan onroerende en roerende zaken;
h. overeenkomst van levensverzekering: een overeenkomst van levensverzekering als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, gesloten door een levensverzekeraar waarop die wet van toepassing is;
i. overeenkomst van schadeverzekering: een overeenkomst van schadeverzekering als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, gesloten door een schadeverzekeraar waarop die wet van toepassing is;
j. overeenkomst van natura-uitvaartverzekering: een overeenkomst van natura-uitvaartverzekering als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, gesloten door een natura-uitvaartverzekeraar waarop die wet van toepassing is;
k. beheerder: een rechtspersoon die het beheer voert over een of meer beleggingsinstellingen;
l. gereglementeerde markt: een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht of een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is.
Artikel 2
1. Onverminderd de artikelen 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden kunnen, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de artikelen 3 tot en met 32 gezamenlijk of afzonderlijk in werking worden gesteld.
2. Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde bepalingen.
3. Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan worden bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, onverwijld buiten werking gesteld.
4. Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, worden bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld,buiten werking gesteld, zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten.
5. Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking.
6. Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het Staatsblad.

Hoofdstuk II. Kredietbeperking
Artikel 3
Onze Minister is bevoegd te bepalen – zo nodig in afwijking van andere wettelijke regelingen – dat het aan banken verboden is zonder een door of namens hem verleende algemene of bijzondere vergunning kredieten te verlenen of beschikkingen op openstaande kredieten toe te staan.
Hoofdstuk III. Bankenmoratorium
Artikel 4
1. Onze Minister is bevoegd te bepalen, dat het aan anderen dan banken verboden is zonder een door of namens hem verleende algemene of bijzondere vergunning over schuldvorderingen op deze banken of op de Bank, in contanten te beschikken, met dien verstande, dat rechthebbenden op opeisbare tegoeden op rekeningen bij banken of bij de Bank, de vrije beschikking behouden over een door Onze Minister te bepalen bedrag per rekeninghouder.
2. Het is verboden om tegoeden, welke ten behoeve van bepaalde doeleinden worden vrijgegeven, voor andere doeleinden aan te wenden.
Artikel 5
Onze Minister is bevoegd nadere voorschriften te geven terzake van een krachtens artikel 4 ingesteld bankenmoratorium.
Hoofdstuk IV. Rentevaststelling
Artikel 6
Onze Minister is bevoegd – zo nodig in afwijking van andere wettelijke regelingen – voorschriften te geven met betrekking tot vergoedingen voor diensten op het gebied van het bankwezen in de ruimste zin en van de geld- en kapitaalmarkt, voorzover zij het karakter van rentevergoeding dragen.
Hoofdstuk V. Noodgeld
Artikel 7
Onze Minister is bevoegd noodgeld in omloop te brengen tot de bedragen, welke hij in verband met de buitengewone omstandigheden nodig acht.
Artikel 8
1. Noodgeld kan in omloop worden gebracht in dezelfde waarden, waarin ’s Rijks munten in omloop zijn gebracht. De waarde wordt op het noodgeld aangegeven.
2. Noodgeld is wettig betaalmiddel.
Artikel 9
Hetgeen bij artikel 8, eerste lid, van de Muntwet 2002 ten aanzien van munten is bepaald, is mede van toepassing op noodgeld.
Artikel 10
Onze Minister is bevoegd in omloop gebracht noodgeld buiten omloop te stellen. Hij stelt daarbij nadere regelen omtrent de inlevering vast. Bij de inlevering wordt de nominale waarde van het noodgeld vergoed in gangbare Nederlandse betaalmiddelen. Op het tijdstip, waarop noodgeld buiten omloop wordt gesteld, verliest dit de hoedanigheid van wettig betaalmiddel.

Hoofdstuk VI. Bescherming geldcirculatie
Artikel 11
Onze Minister is bevoegd te bepalen, dat het verboden is:
a. ’s Rijks munten of noodgeld bij wege van betaling of anderszins over te dragen of aan te nemen anders dan tegen de nominale waarde daarvan zonder een door of namens hem verleende algemene of bijzondere vergunning;
b. ’s Rijks munten of noodgeld aan hun bestemming te onttrekken door oppotting, versmelting, verminking of anderszins;
c. hulpgeld aan te bieden of aan te nemen behoudens in door hem te bepalen gevallen.
Artikel 12
Onze Minister is bevoegd nadere voorschriften te geven ter bescherming van de geldcirculatie.

Hoofdstuk VII. Giraal betalingsverkeer
Artikel 13
Onze Minister is bevoegd te bepalen dat in door hem nader aan te geven gevallen een schuldeiser girale betaling van een geldschuld niet kan uitsluiten.

Hoofdstuk VIII. Bepalingen inzake de bank
Artikel 14
De Bank verleent, in afwijking van het bepaalde in artikel 8, eerste lid, van de Bankwet 1998, aan de Staat kredieten of voorschotten in blanco volgens regelen door Onze Minister na overleg met de Bank te stellen, wanneer dit voor een tijdelijke versterking van ’s Rijks schatkist nodig is.
Artikel 15 [Vervallen per 01-06-1998]
Artikel 16 [Vervallen per 01-06-1998]

Hoofdstuk IX. Moratorium levensverzekeringsondernemingen, pensioen- en spaarfondsen en beleggingsinstellingen
Artikel 17
1. Onze Minister is bevoegd te bepalen, dat het verboden is zonder een door of namens hem verleende algemene of bijzondere vergunning:
a. niet-periodieke uitkeringen te doen ingevolge een overeenkomst van levensverzekering of ingevolge verzekering van zodanige uitkeringen door een pensioen- of spaarfonds, zodanige uitkeringen aan te nemen of daarover anders dan door wijziging van de begunstiging te beschikken;
b. een overeenkomst van levensverzekering door afkoop te beëindigen, daarop beleningen aan te gaan, de daarin vervatte rechten over te dragen of de daarin vervatte verplichting tot het doen van niet-periodieke uitkeringen om te zetten in de verplichting tot het doen van periodieke uitkeringen.
2. Onder de in het eerste lid, letter a, bedoelde uitkeringen zijn niet begrepen de uitkeringen krachtens overeenkomsten van herverzekering, gesloten tot dekking van verplichtingen tot het doen van periodieke uitkeringen.
3. Met afkoop wordt gelijk gesteld het omzetten van een overeenkomst van levensverzekering in een andere overeenkomst van levensverzekering waarbij de afloopdatum van de verzekering wordt vervroegd.
Artikel 18
Onze Minister is bevoegd nadere voorschriften te geven terzake van een krachtens artikel 17 ingesteld verzekeringsmoratorium, met inbegrip van voorschriften inzake vergoeding van rente over bedragen, waarvan de uitkering ingevolge de bij en krachtens dit hoofdstuk vastgestelde bepalingen is opgeschort.
Artikel 18a
1. Onze minister is bevoegd te bepalen dat het een beheerder verboden is, zonder door een of namens hem verleende algemene of bijzondere vergunning, rechten van deelneming in een beleggingsinstelling rechtstreeks of middellijk in te kopen.
2. Onze minister is bevoegd nadere voorschriften te geven ter zake van een krachtens het eerste lid ingesteld moratorium.

Hoofdstuk IXA. Korting op dekking terrorismerisico door verzekeringsondernemingen
Artikel 18b
1. Onze Minister is bevoegd te bepalen dat verzekeringsondernemingen die ingevolge door hen gesloten overeenkomsten van levensverzekering, overeenkomsten van schadeverzekering of overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering uitkeringen zullen verrichten naar aanleiding van een of meer terroristische handelingen, door hem vast te stellen kortingen toepassen, dan wel niet gehouden zijn tot uitkeringen die een door hem te bepalen bedrag voor alle verzekeringsondernemingen gezamenlijk overschrijden.
2. Onder de in het eerste lid bedoelde uitkeringen krachtens overeenkomsten van levensverzekering, overeenkomsten van schadeverzekering of overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering zijn niet begrepen uitkeringen krachtens overeenkomsten van herverzekering.
3. Onze Minister is bevoegd de in het eerste lid bedoelde kortingen en beperkingen van uitkeringen te herzien.
Artikel 18c
Onze Minister is bevoegd nadere voorschriften te geven terzake van het bepaalde in artikel 18b.
Artikel 18d
Zolang de ingevolge de artikelen 18b en 18c gegeven voorschriften van kracht zijn, blijven de in de betrokken overeenkomsten van levensverzekering, overeenkomsten van schadeverzekering of overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering opgenomen bepalingen omtrent de dekking van het terrorismerisico buiten toepassing.

Hoofdstuk X. Dekking oorlogsrisico door levensverzekeringsondernemingen, pensioen- en spaarfondsen
Artikel 19
Onze Minister is bevoegd te bepalen, dat in overeenkomsten van levensverzekering het oorlogsrisico van een door hem vast te stellen tijdstip af wordt geacht mede te zijn verzekerd.
Artikel 20
1. Onze Minister is bevoegd te bepalen, dat in verband met de dekking van het oorlogsrisico door hem vast te stellen kortingen worden toegepast op de verzekerde bedragen – waaronder mede begrepen eventuele premierestitutie -, op de premievrije waarden, op de afkoopwaarden en al dan niet op de reeds verschuldigde uitkeringen uit hoofde van overeenkomsten van levensverzekering.
2. Onze Minister is bevoegd de in het vorige lid bedoelde kortingen te herzien.
3. Onze Minister is bevoegd te bepalen, dat het, zolang hij van de hem in het eerste lid gegeven bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, verboden is zonder een door of namens hem verleende algemene of bijzondere vergunning uitkeringen ingevolge een overeenkomst van levensverzekering te doen, aan te nemen of daarover te beschikken.
Artikel 21
Onze Minister is bevoegd nadere voorschriften te geven terzake van het mede-verzekeren van het oorlogsrisico in overeenkomsten van levensverzekering en terzake van de in artikel 20 bedoelde kortingen.
Artikel 22
Onze Minister bepaalt het tijdstip, met ingang waarvan de krachtens artikel 20 vastgestelde kortingen niet meer worden toegepast ten aanzien van daarna te sluiten overeenkomsten van levensverzekering.
Artikel 23
Zolang de ingevolge de artikelen 19-22 gegeven voorschriften van kracht zijn, blijven de in de betrokken overeenkomsten van levensverzekering opgenomen bepalingen omtrent de dekking van het oorlogsrisico buiten toepassing.
Artikel 24
Het bepaalde in de artikelen 19-23 is van overeenkomstige toepassing op de aanspraken, verbonden aan de deelneming in een pensioen- of spaarfonds.

Hoofdstuk Xa. Bepalingen inzake de effectenbeurzen
Artikel 24a
Onze minister is bevoegd voorschriften te geven omtrent:
a. de opening en de sluiting van de effectenbeurzen;
b. de voor de effectenbeurzen te hanteren regels, hun toepassing en de controle op de naleving van deze regels.

Hoofdstuk XI. Betaling schadeloosstellingen
Artikel 25
1. Onze Minister is bevoegd te bepalen – zo nodig in afwijking van andere wettelijke regelingen -, dat de betaling van schadeloosstellingen of van voorschotten daarop behoudens een door of namens hem te verlenen algemene of bijzondere vergunning uitsluitend kan geschieden door storting op een geblokkeerde rekening. Alsdan wordt voor de toepassing van de Onteigeningswet het bewijs van deze storting met een bewijs van de betaling gelijkgesteld.
2. Onze Minister is bevoegd nadere voorschriften te geven terzake van een overeenkomstig het eerste lid vastgestelde wijze van betaling en zonodig de rechtsgevolgen daarvan voor de daarbij betrokken partijen en voor derden te bepalen.
3. Onze Minister is bevoegd voorschriften te geven terzake van de vrijgave van op geblokkeerde rekeningen gestorte bedragen alsmede terzake van de voorwaarden welke aan de vrijgave kunnen worden verbonden. Deze voorschriften kunnen betrekking hebben zowel op alle geblokkeerde rekeningen of bepaalde gedeelten of groepen daarvan als op afzonderlijke rekeningen.

Hoofdstuk XII. Financieel verkeer met het buitenland
Artikel 26
Onze Minister is bevoegd – zo nodig in afwijking van andere wettelijke regelingen – voorschriften te geven ten aanzien van de financiële betrekkingen met het buitenland, alsmede ten aanzien van het vorderen van gouden munten, fijn goud, alliages van goud (onbewerkt of halffabrikaat) en buitenlandse activa van ingezetenen. Tenzij bijzondere omstandigheden dit naar zijn oordeel onmogelijk maken, oefent hij deze bevoegdheden niet uit dan in overeenstemming met Onze Ministers van Buitenlandse Zaken, van Economische Zaken en van Landbouw en Visserij.

Hoofdstuk XIII. Bepalingen van bijzondere aard
Artikel 27
Wanneer anderen dan Onze Minister algemene of bijzondere vergunningen verlenen overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze wet, nemen zij de daartoe door Onze Minister gegeven aanwijzingen in acht.
Artikel 28
1. Een overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3, 4, 11, 17, 20 of 25 te verlenen vergunning kan zowel een algehele als een gedeeltelijke ontheffing van de desbetreffende bepalingen inhouden.
2. Aan een vergunning, als bedoeld in het eerste lid, kunnen voorschriften en voorwaarden worden verbonden.
Artikel 29 [Vervallen per 01-01-1994]
Artikel 30
1. Een ministeriële regeling krachtens deze wet vastgesteld treedt niet in werking alvorens zij is bekendgemaakt overeenkomstig de Bekendmakingswet (Stb. 1988, 18) of op een andere door Onze Minister bepaalde wijze.
2. Andere besluiten van Onze Minister krachtens deze wet genomen treden niet in werking alvorens zij zijn bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant of op een andere door Onze Minister bepaalde wijze.
Artikel 31
Aan het slot van artikel 1, eerste lid, onder 1°, van de Wet op de economische delicten wordt toegevoegd: de Noodwet financieel verkeer, de artikelen 3, 4, 5, 6, 11, 12, 17, 18, 26 en 28, tweede lid.
Artikel 32
Op noodgeld zijn de artikelen 208-214 en 440 van het Wetboek van Strafrecht van overeenkomstige toepassing.
Artikel 33
Het is aan ieder, die bij de toepassing van de bij of krachtens deze wet gestelde bepalingen enige taak vervult, verboden aan daarbij verkregen gegevens of inlichtingen bekendheid te geven, tenzij zulks voor de juiste uitoefening van die taak wordt vereist.
Artikel 34
Bij algemene maatregel van bestuur worden de autoriteiten aangewezen, die onder daarbij te stellen regelen in enig gebied de daarbij aangewezen bevoegdheden, welke in deze wet aan Onze Minister worden toegekend, uitoefenen, zolang de verbinding tussen dat gebied en Onze Minister is verbroken. Ons besluit wordt mede bekend gemaakt in de Nederlandse Staatscourant.
Artikel 35
Bij algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld terzake van betalingen door het Rijk in enig gebied, zo lang de verbindingen tussen Onze Minister en een zodanig gebied zijn verbroken. Hierbij kan van andere wettelijke regelingen worden afgeweken.

Hoofdstuk XIV. Slotbepalingen
Artikel 36
Het Besluit Bankenmoratorium 1944 (Stb. E28) wordt ingetrokken.
Artikel 37
Na het in artikel 23 bedoelde tijdvak doen Wij zo spoedig mogelijk een voorstel van wet aan de Staten-Generaal omtrent de definitieve regeling terzake van de krachtens artikel 20 genomen maatregelen.
Artikel 38
Deze wet kan worden aangehaald als: Noodwet financieel verkeer.
Artikel 39
Met uitzondering van de artikelen 3-32 treedt deze wet in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin zij is geplaatst.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 25 mei 1978
JULIANA
De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,Van Agt
De Minister van Financiën,F.H.J.J. Andriessen
Uitgegeven de vierde juli 1978De Minister van Justitie,J. de Ruiter

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Algemeen, Belastingen, Cultuur, Overheid, Politiek, Rechten, Vrijheid
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Drfunk83 schreef op : 1

    Plaats van op momenten van crisis dat je het volk met een toespraak zeg maar tot eenheidroept en samen de schouders eronder.

    Ga je ze gewoon via een regelgeving beroven…

    Vraag me af wat er in je omgaat als je zoiets inelkaar flanst.

    Denk je de burgers zijn te dom dus ik moet ze redden
    Denk je de burgers zijn te dom dus nu kan ik ze beroven

    Heel deze maatschappij lijk wel een handgeshreven computercode. Er is wel een regeltje voor alles. En ieder bug en glitch word opnieuw en dicht geschreven zodat de programmeur het wil zoals hij dat WIL.

    Pfff tijd voor de red pill vergoeding in het zorgpakket
    vrijeradikaal [5] reageerde op deze reactie.

  2. Troy Ounce schreef op : 2

    Als je geld niks meer waard is is je belastinggeld natuurlijk ook niets meer waard. Toch?

    Overigens kan je je geld nu in wijn, kunst of oude auto’s stoppen, al het papiergeld kan uiteindelijk maar een kant op: en dat is fysiek goud.

    leo [3] reageerde op deze reactie.

  3. leo schreef op : 3

    Parallel beurscrash 1987 en het artikel Noodwet Financieel verkeer uit 1978.
    Deze link (aanrader om te lezen)

    www.be

    @Troy Ounce [2]:
    Veronderstelt dat je bovenstaande link hebt gelezen;
    Ik wil niet storend zijn maar hoeveel maal wil jij dat fysiek goud uitgeven in bv de volgende 30 jaar ? Stel, geld is niets meer waard,
    zou jij nog gaan werken voor geld of kunnen rentenieren? Juist ik vraag het mij ook af.
    Deze astronomische bedragen (biljoenen) zijn niet terug te vorderen en kunnen enkel nog aangewend worden als
    pressiemiddel en machtsinstrument om volkeren te knoeten. Zeg maar vaarwel aan de vrijheid !!!

    M. van den Heuvel [6] reageerde op deze reactie.

  4. offthegrid schreef op : 4

    Valuta naderen steeds meer hun intrinsieke waarde, en dat is: “nul”.

  5. vrijeradikaal schreef op : 5

    @Drfunk83 [1]:

    Vraag me af wat er in je omgaat als je zoiets inelkaar flanst.

    Vanaf dit moment laat ik deze zaak rusten….oordeel zelf.

    De ogen op vrijspreker zijn geopend….nu de rest nog !

  6. M. van den Heuvel schreef op : 6

    @leo [3]:

    “Deze astronomische bedragen (biljoenen) zijn niet terug te vorderen en kunnen enkel nog aangewend worden als
    pressiemiddel en machtsinstrument om volkeren te knoeten”

    Dat bepaald de gewone burger uiteindelijk altijd nog zelf.

    Nu laten veel mensen zich nog beinvloeden door leugens etc. etc. etc.
    Nu speeld hebzucht nog een grote rol onder de mens.
    Uiteindelijk zal iedereen er achter (moeten)(gaan) komen wat werkelijk belangrijk is in het leven, en dat is absoluut geen geld.

    Wat wel belangrijk is voedsel, water etc.etc.

    Geld in handen van de verkeerde mensen heeft ons gebracht waar we nu zijn.
    Als we dan gaan kijken naar wat er in Brussel word bekonkeld dan zie ik maar een oplossing.

    Dat de gewone burger het monetair stelsel niet meer erkend incl. de nephandel in edelmetalen wat zgn. gewaardeerd is.

    Wat blijft er dan nog over van de zgn. macht(hebbers) ?

    Uiteindelijk gaat dit ook gebeuren, let maar op.
    leo [7] reageerde op deze reactie.

  7. leo schreef op : 7

    @M. van den Heuvel [6]:
    Wat u vertelt heeft waarheidsgehalte maar u positioneert zich al in de angst/ depressieve fase van de konderatieff cyclus. Geef toe het blijft koffiedik kijken op wat zal gebeuren.

    Quote
    “Wat wel belangrijk is voedsel, water etc.etc.”

    Voedsel zelf verbouwen : groenten zijn seizoensgebonden, beperkt houbaar… Monsanto genetisch gemanipuleerde zaden produceren geen of weinig vruchtbare “nakomelingen”
    slacht of pluimvee : die leven ook niet zonder stro of graan
    voedselvoorraad : invriezen of koel bewaren kost dure elektriciteit.
    water : een boorput < 10m is misschien vervuild met Fe-ionen of met residuen van kunstmeststof cfr wateroplosbare nitraten.
    Op een beperkt lapje grond zal uw rendement zeer klein zijn en niet genoeg opbrengst genereren om een gezin voor één jaar te voeden. Nederland is toch ook geen agrarische gemeenschap
    meer die zich op voedselproductie toespitst (hooguit 3 % gerelateerd, de rest is import)
    Quote
    "Geld in handen van de verkeerde mensen heeft ons gebracht waar we nu zijn." Terug bij af, banken en politici, Tja kan je de gewone mens verwijten dat kredieten goedkoper waren dan de regel van sparen zoals onze ouders deden. In de tijd van de excessen voor 2008 "verdiende" je door je scheef te lenen.
    Pas achteraf sprak men over zeepbellen blazen en het implosie-gevaar en renteverhogingen. En dat verduidelijkt uw quote :
    "Nu laten veel mensen zich nog beinvloeden door leugens etc. etc. etc."

    "Nu speeld hebzucht nog een grote rol onder de mens."
    Met deze quote kan je alle kanten op. toegepast op de eindfase
    gewone slaaf= diefstal cfr honger
    middenstand= idem dito
    elitair= verwerven tastbare zaken en onschendbaarheid

    Ten laatste
    "Dat de gewone burger het monetair stelsel niet meer erkend incl. de nephandel in edelmetalen wat zgn. gewaardeerd is."

    Wat blijft er dan nog over van de zgn. macht(hebbers) ?

    Als men alle bailouts, TARP's, QE's beschouwt dan vloeien deze digits op rekening van multinationals en zakenbanken. Zij hebben de gewone burger niet nodig om hun monitair systeem te beoordelen
    u moet enkel consumeren en belastingen betalen (cfr helicopter-BEN BERNANKE), een burgermanifest is subversief en het niet erkennen bij wijze van burgerlijke ongehoorzaamheid doet machthebbers grijpen naar hun wapenarsenaal. Iedere opstand vandien aard zal in de kiem gesmoord worden. dan denk ik aan het controleapparaat en de werkstraffen zoals die befaamde goelags.
    Quote
    "Uiteindelijk gaat dit ook gebeuren, let maar op."

    Zwarte zwanen (Nassim Taleb), False flags of een combinatie is het inluiden van de derde wereldoorlog in het westen google Marc Faber en Gerald Celente (niet mijn gedacht maar gezien hun tracking list !!!)
    Als de machthebbers eenmaal die beslissing hebben genomen voor verplichte recrutering, op straffe van het vuurpeloton als weigeraar van militaire dienstverplichtingen of de kans als landsverrader te worden bestempeld…

    Allemaal vergezocht omdat ik het ook niet weet, het blijft gissen.

  8. Aequitas schreef op : 8

    Mark = Mark. Arrest van de Nederlandse Hoge Raad nav. van aanspraken op de duitse Mark – tweede wereld oorlog