maandag, 13 mei 2013
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

De samenvoeging denkfout

vingerafdrukVrijspreker: Onderdanen zijn nogal vatbaar voor logische denkfouten. Hoe kan een kundig heerscher daar misbruik van maken?

Opperdienaar: Goede vraag. Laat ik vandaag eens de conjunction fallacy onder de loep nemen.

 

Als mensen de volgende situatie wordt voorgelegd (dit voorbeeld komt uit 1980):

Linda is 31 jaar oud, vrijgezel, heeft een uitgesproken mening en is erg intelligent. Ze heeft filosofie gestudeerd. Als student was ze diep begaan met vraagstukken als discriminatie en sociale rechtvaardigheid en nam deel aan anti kern energie demonstraties.

Wat is waarschijnlijker:

  • 1.Linda is een bankbediende
  • 2.Linda is een bankbediende en is aktief in het feminisme

Dan blijkt dat veel onderdanen denken dat 2 waarschijnlijker is. Dit is fout. Elke toevoeging waar ook aan voldaan moet worden, maakt de totale waarschijnlijkheid kleiner. De kans dan je 10 keer achter elkaar 6 gooit is klein, maar nog steeds groter dan de kans dat je 10 keer achter elkaar 6 gooit en dat de zon morgen opkomt. Zelfs als het je uitgelegd is en je het begrijpt is het moeilijk om er doorheen te kijken. Stephen Jay Gould beschreef zijn worsteling met het Linda probleem als volgt. Hij wist het correcte antwoord, maar een klein mannetje in zijn hoofd bleef op en neer springen schreeuwend: “Maar het kan geen bankbediende zijn, lees de beschrijving.” Ongeveer 85% tot 90% van studenten aan belangrijke universiteiten, geeft het foute antwoord. Bij slechts 2 universiteiten (Stanford en Berkeley) gaf 64% het juiste antwoord, maar als het aantal opties groter werd gemaakt (8), zakte het aantal juiste antwoorden daar alsnog naar 15%.

Vrijspreker: Als mensen te misleiden zijn, dan is daar misbruik van te maken, je moet ze alleen zien te misleiden in jouw voordeel

Opperdienaar: Inderdaad. Zo blijkt het ook dat als onderdanen gevraagd wordt wat de kans is dat

  • -Er een terrorist aan boord is
  • -Er een moslimterrorist aan boord is

Deze laatste kans groter wordt geacht, terwijl de extra voorwaarde dat de terrorist in een bepaalde onzichtbare vriend geloofd, de kans altijd kleiner maakt en niet groter. Dit maakt het mogelijk om irrelevante details toe te voegen en daarmee de geloofwaardigheid op te voeren. Als je mensen vraagt:

  • -Wat is de kans op een overstroming ergens in noord amerika dit jaar, waarbij meer dan 1000 mensen om het leven komen?
  • -Wat is de kans op een aardbeving in Californië dit jaar, die een overstroming veroorzaakt waarbij meer dan 1000 mensen om het leven komen?

Dan zie je dat de 2e kans groter wordt geacht, ondanks dat de 1e kans groter is omdat dit ook alles in Californië omvat. Het toevoegen van zinloze details, kan kennelijk de geloofwaardigheid van een scenario vergroten. Je moet echter wel uitkijken, de vraag wat is waarschijnlijker:

  • -Mark heeft haar
  • -Mark heeft blond haar

Laat dit effect niet zien. De extra informatie moet een kleurig verhaal vertellen, dat tot de verbeelding spreekt. Het noemen van Californië brengt beelden van aardbevingen boven die niet door Noord Amerika woorden opgeroepen.

Wat ook interessant is in dit verband is als je onderdanen vraagt om 2 servies sets te waarderen.

set A set B
Diner borden 8 8
Soep borden 8 8
Dessert borden 8 8
Koppen 8, 2 beschadigd 0
Schotels 8, 7 beschadigd 0

Het blijkt dat als je deze sets naast elkaar zet dat mensen wel doorhebben dat A meer bevat dan B en ze geven gemiddeld 32$ voor A en 30$ voor B. Als je de sets echter apart voorlegt, dan brengt A slechts 23$ op en B 33$.

Vrijspreker: Dat is vreemd, misschien dat het woord ‘beschadigd’ uitstraalt over intacte delen van het servies net zo als het woord ‘moslim’ over de kans op een terrorist aan boord.

Opperdienaar: Inderdaad, als je vraagt wat is de kans van optreden van

  • -A en B
  • -A en B en C

Dan kan het lezen van C de kans op A en B vergroten. Dus in het voorbeeld van de aardbeving: Het lezen van Californië vergroot de kans op een aardbeving vergeleken bij het lezen van Noord Amerika.

Het is dus aannemelijk dat als je de onderdaan de volgende 2 situaties voorlegt:

  • -De mens veroorzaakt opwarming van de aarde en de ‘niet mens’ kan daar wat aan doen door eigendommen af te nemen van de mens.
  • -De mens veroorzaakt opwarming van de aarde en de ‘niet mens’ kan daar wat aan doen door eigendommen af te nemen van de mens *en* de mens is altijd op eigenbelang uit.

Dan zal het lezen van ‘de mens is altijd op eigenbelang uit’ de kans vergroten dat de onderdaan het eerste deel van de stelling waar achten.

Om de onderdaan te laten geloven wat je wilt, voeg je irrelevante extra voorwaarden met grote waarschijnlijkheid toe. De waarschijnlijkheid van de extra voorwaarden straalt af op de leugen die je de onderdanen wilt doen geloven.

In sportverslagen wordt dit veel gebruikt:

  • -Team X heeft de hoogste score in een seizoen waarbij team Y koploper is en het aantal blessures in team Z onder de 3 is.

Het lijkt of je met een wereldschokkende uitzonderlijke situatie van doen hebt, maar je voegt gewoon meer voorwaarden toe tot de situatie uniek is, wat overblijft is het idee dat team X een uitzonderlijk hoge score heeft. Houdt dit ook in gedachten als je extreme klimaatsituaties wilt propageren.

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Filosofie, Psychologie
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Vilseledd schreef op : 1

    “Dan blijkt dat veel onderdanen denken dat 2 waarschijnlijker is.”

    Nee, dat is gewoon een kwestie van logica. (1) is waar als ze geen bankbediende is, maar ook als ze het wel is. (1) zegt immers niet, dat ze geen bankbediende is. Kiest iemand (2), dan klopt (1) ook, terwijl de kans op (1) groter is, omdat het geen uitspraak doet over haar bankbediendeschap. Maar dat de gemiddelde Nederlander voor (2) kiest, snap ik wel, omdat logica en kansrekening ondergeschoven kindjes zijn in het onderwijs.

    pcrs [3] reageerde op deze reactie.

  2. Johnny Feelgood schreef op : 2

    Maar dat de gemiddelde Nederlander voor (2) kiest, snap ik wel, omdat logica en kansrekening ondergeschoven kindjes zijn in het onderwijs.

    Joh, waarom zou dat toch zijn??

  3. pcrs (auteur van dit artikel) schreef op : 3
    pcrs

    @Vilseledd [1]:
    De stelling:
    Linda is een bankbediende (1)
    is niet waar ‘als ze geen bankbediende is, maar ook als ze het wel is.’

    Als Linda geen bankbediende is, is de stelling: ‘Linda is een bankbediende’ onjuist.

    Vilseledd [9] reageerde op deze reactie.

  4. Johnny Feelgood schreef op : 8

    @pcrs [7]:

    Wat dachten jullie vande Opperdienaar scheurkalender? Iedere dag een stukje vernuchterende vrijheidsinformatie 🙂

  5. Vilseledd schreef op : 9

    @pcrs [3]:

    Klopt, het deel over haar feminisme is variabel; ze is altijd bankbediende. Als (2) waar is, is (1) het ook, omdat (1) waar kan zijn met en zonder feminisme.

  6. Ruben schreef op : 10

    @pcrs [7]: Een verhaaltje of 20 zou prima zijn. Het mooiste is misschien om alles in de vorm van 1 groot gesprek de gieten, onderverdeeld in verschillende hoofdstukken (onderwerpen). Wellicht beginnen met een algemene inleiding over de insteek van het gesprek.