dinsdag, 25 juni 2013
Doorsturen Doorsturen   Printen Printen

Ingezonden: Centrale examinering

Dit is een ingezonden bijdrage bedoeld ter discussie. Vrijspreker.nl
staat niet per se achter de meningen die erin verkondigd worden.

SchoolDe discussie omtrent Ibn Ghaldoun te Rotterdam is er een van vale facetten. Nadruk ligt daarbij op de uitwassen van massale fraude. Dat deze zaak niet licht wordt opgenomen is terecht en de noodzaak evident. Een facet blijft echter onbelicht en dat is de centralisering van onderwijs. In de afgelopen 30 jaar zijn er een aantal programma’s geweest die het middelbaar onderwijs in steeds grotere mate gecentraliseerd hebben zoals de mammoetwet en de 2e fase.

Sinds 1920 worden eindexamens landelijk georganiseerd. Dat is van belang voor de centrale overheid opdat duidelijk is dat scholieren die hetzelfde onderwijs genoten hebben efficiënt beoordeeld kunnen worden op makkelijk toetsbare centrale criteria. Daarna kunnen deze scholieren op universiteiten en hogescholen hun vervolgstudies en -opleidingen starten.

Vanuit het oogpunt van de centrale overheid is het dan ook van belang om de toetsing zo centraal mogelijk te maken. Voor een vloeiende werking van dit systeem is de betrouwbare medewerking vereist van enkele honderden, zoniet duizenden mensen. Het is hierin dat zowel de kracht als de zwakte van het centrale systeem wordt blootgelegd.

Het centrale systeem met haar efficiëntie en doelgerichtheid heeft als kracht dat elke scholier en ouder daarvan weet wat er verlangd wordt om door te kunnen gaan naar de vervolgstudie of -opleiding. De zwakte wordt juist nu geopenbaard. Mijns inziens wordt daarmee ook het failliet van dergelijke systemen aangetoond. Als er één ‘rotte appel’ in het systeem zit, verliest het gehele systeem haar kredietwaardigheid. De leerlingen van alle niveau’s krijgen nu een waardeloos papier uitgereikt waarop staat dat ze iets gehaald hebben. Zij die dit door fraude verkregen weten dat dit niet zo is en zij die het zonder fraude kregen zullen erop afgerekend worden.

Wat is dan het alternatief? U kunt zich voorstellen dat in een systeem met kleinere eenheden de schade beperkter zou zijn. Dat leidt tot de gevolgtrekking dat de kleinste entiteit de beste garantie biedt voor het hele systeem. De rotte appel schakelt dan alleen zichzelf uit, terwijl de rest ongeschonden overeind blijft. Was er een dergelijk apparaat in Nederland geweest, dan hadden we kunnen lachen om die school. Nu is het een ondermijning van de kredietwaardigheid van het gehele middelbare onderwijs.

Bovendien rijzen dan een aantal vragen. Was er ook het financiële motief van de daders geweest om de examens te verkopen als deze slechts voor die enkele school van toepassing geweest zouden zijn? Had de fraude zich uit kunnen spreiden over een grotere regio? Beide vragen kunnen beantwoord worden met een voorzichtig nee.

Deze affaire laat zien dat het centraal regelen van grote projecten niet per sé leidt tot meer efficiëntie op de lange termijn. Wel wordt aangetoond dat de kwetsbaarheid van dergelijke systemen uiterst groot is. Het is een analogie die wat mij betreft doorgetrokken kan worden naar meer centraal geregelde systemen.

Ingezonden door Gustav. Wenst u ook een stukje in te sturen, dat kan naar info@vrijspreker.nl

 
Waardering: 
1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars

Door , topic: Algemeen, Educatie, Ingezonden
Reacties op dit artikel kunnen gevolgd worden op de RSS 2.0 feed.
Reacties
  1. Harrie Custers schreef op : 1

    Bovendien leidt dit tot eenheidsworst van het aanbod. De grote vraag is of dit aansluit bij de feitelijke vraag? De aanname is dat er een grote behoefte bestaat en blijft bestaan aan veel van hetzelfde.

    Overheid? Staffuncties? Management?

  2. Vilseledd schreef op : 2

    “Voor een vloeiende werking van dit systeem is de betrouwbare medewerking vereist van enkele honderden, zoniet duizenden mensen. Het is hierin dat zowel de kracht als de zwakte van het centrale systeem wordt blootgelegd.”

    Dat is ook altijd goed gegaan, waar leraren van katholieke, protestante en openbare scholen in naam van het algemeen belang handelden en er niet over piekerden sleutels ‘zoek te maken’ of de andere kant op te kijken. Het islamisme echter respecteert de Westerse samenleving niet en zullen er alles aan doen om haar van buitenaf en van binnenuit omver te gooien. Daarom is de centrale examinering vanaf 1920 niet verkeerd – de bestuurders in die dagen waren immers geen halve zolen – maar wel het accepteren van een agressieve ideologie als religieuze denotatie. Elk middel om welke positie dan ook in een Westerse samenleving te krijgen, zal men aangrijpen.